diff --git a/amvb/aanwijzingsbesluit-verzekerden-zfw/BWBR0002516/README.md b/amvb/aanwijzingsbesluit-verzekerden-zfw/BWBR0002516/README.md index 078e76ac764..d7ccbddd813 100644 --- a/amvb/aanwijzingsbesluit-verzekerden-zfw/BWBR0002516/README.md +++ b/amvb/aanwijzingsbesluit-verzekerden-zfw/BWBR0002516/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw bwb_id: BWBR0002516 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2003-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2004-09-09' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002516 citeertitel: Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw --- @@ -17,21 +17,22 @@ Verzekerd is, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 a. vervallen; b. vervallen; c. vervallen; -d. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die op grond van een uitkeringsregeling wegens werkloosheid of ontslag, ter zake waarvan hij verzekerd was ingevolge onderdeel f, een uitkering wegens ziekte, zwangerschap of bevalling ontvangt;. +d. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die op grond van een uitkeringsregeling wegens werkloosheid of ontslag, ter zake waarvan hij verzekerd was ingevolge onderdeel f, een uitkering wegens ziekte, zwangerschap of bevalling ontvangt; e. gedurende ten hoogste achttien maanden, degene, die ononderbroken onbetaald verlof in de zin van artikel 1, onderdeel e, van de Ziektewet opneemt en direct voorafgaand aan het verlof verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet. Als ononderbroken onbetaald verlof worden mede aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen; -f. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en anders dan krachtens of anders dan in aanvulling op de Werkloosheidswet of de Toeslagenwet dan wel de voorzieningen en regelingen, bedoeld onder g, x en aa, een uitkering of wachtgeld ter zake van werkloosheid of ontslag ontvangt op grond van de arbeidsvoorwaarden, verbonden aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij verzekerd was als overheidswerknemer in de zin van artikel 1, onder l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen dan wel in die hoedanigheid uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de verplichte ziekenfondsverzekering geldende loongrens niet verzekerd was. Met een uitkering als bedoeld in de vorige alinea wordt gelijkgesteld een overbruggingsuitkering, welke aan een gewezen werknemer van de steenkolenmijn-industrie is toegekend op grond van de regeling inzake aanvullende voorzieningen in het kader van artikel 4 van de beschikking nr. 3–65 van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van 17 februari 1965, welke op 19 april 1967 door de vereniging «De Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg» is vastgesteld;. +f. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en anders dan krachtens of anders dan in aanvulling op de Werkloosheidswet of de Toeslagenwet dan wel de voorzieningen en regelingen, bedoeld onder g, x en aa, een uitkering of wachtgeld ter zake van werkloosheid of ontslag ontvangt op grond van de arbeidsvoorwaarden, verbonden aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij verzekerd was als overheidswerknemer in de zin van artikel 1, onder l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen dan wel in die hoedanigheid uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de verplichte ziekenfondsverzekering geldende loongrens niet verzekerd was. Met een uitkering als bedoeld in de vorige alinea wordt gelijkgesteld een overbruggingsuitkering, welke aan een gewezen werknemer van de steenkolenmijn-industrie is toegekend op grond van de regeling inzake aanvullende voorzieningen in het kader van artikel 4 van de beschikking nr. 3–65 van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van 17 februari 1965, welke op 19 april 1967 door de vereniging «De Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg» is vastgesteld; g. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een uitkering geniet ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces, mits hij op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan de uitkering wordt toegekend, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Onder een uitkering ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces wordt verstaan een uitkering ingevolge een van rijkswege dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde regeling ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces of een ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces getroffen regeling voor personen van 55 jaar of ouder waarbij het uitkeringspercentage op ten minste 70% van het laatstgenoten loon is vastgesteld; h. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en de wachtdagen vervult voor de uitkering van ziekengeld op grond van artikel 46 van de Ziektewet, mits hij op de dag, waarop de verzekering eindigde ter zake waarvan artikel 46 toepassing vindt, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet; i. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en ziekengeld krachtens Hoofdstuk II van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen dan wel arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens Hoofdstuk III van die wet ontvangt, mits - voor zover de uitkering werd toegekend krachtens Hoofdstuk III van genoemde wet - deze werd berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45%; j. degene die een uitkering ontvangt ingevolge artikel 9 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars; k. degene wiens dienstbetrekking is geëindigd anders dan door opzegging met inachtneming van de rechtens geldende termijn, en die in verband met de eindiging van die dienstbetrekking recht heeft op inkomsten, indien hij op de dag voorafgaande aan die waarop de dienstbetrekking is geëindigd, verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet, voor de duur van de bij opzegging rechtens geldende termijn; -l. vervallen; -m. gedurende het kalenderjaar waarop de verklaring ziet maar uiterlijk tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die een verklaring heeft ontvangen als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet, en van wie nadien wordt vastgesteld dat hij over het jaar waarop de verklaring ziet, niet ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen verzekerd is geweest, tenzij de afgifte van de verklaring het gevolg is van het feit dat een persoon als bedoeld in artikel 3d van de Ziekenfondswet de rijksbelastingdienst of het ziekenfonds ten onrechte niet heeft gemeld geen zelfstandige meer te zijn als bedoeld in de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; +l. degene, die werkloos is en die geen recht heeft op een uitkering ingevolge artikel 16, 17a of 20 van de Werkloosheidswet, en die een vervangende uitkering ontvangt ingevolge artikel 24C van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf en die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan de vervangende uitkering wordt toegekend, verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet; +m. gedurende het kalenderjaar waarop de verklaring ziet, maar uiterlijk tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die een verklaring heeft ontvangen als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet, en van wie nadien wordt vastgesteld dat hij over het jaar waarop de verklaring ziet, niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, tenzij de afgifte van de verklaring het gevolg is van het feit dat deze persoon de rijksbelastingdienst of het ziekenfonds ten onrechte niet heeft gemeld dat hij niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet; n. degene, die hier te lande zijn woonplaats heeft en wiens medeverzekering als bedoeld in artikel 4 van de Ziekenfondswet een einde heeft gevonden door het overlijden van degene op wiens verzekering de medeverzekering steunde, gedurende een aaneengesloten periode van 6 weken te rekenen van de dag af, waarop het recht op medeverzekering een einde nam; o. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft, in werkelijke militaire dienst is ingevolge de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985 en die langer dan 100 dagen onafgebroken in werkelijke militaire dienst is of geacht kan worden te zullen verblijven, mits een of meer personen ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 4 van de Ziekenfondswet op grond van zijn verzekering in aanmerking komen voor medeverzekering; p. degene, die behoort tot een of meer door Onze Minister en door Onze Minister van Defensie aan te wijzen groepen van personen, die kunnen worden geacht niet langer dan 100 dagen onafgebroken in werkelijke militaire dienst te zullen verblijven; -q. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene van 55 jaar of ouder die zijn woonplaats hier te lande heeft en niet langer verzekerd is ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ten gevolge van bedrijfsbeëindiging indien hij op de dag, voorafgaande aan die waarop die verzekering ten gevolge van bedrijfsbeëindiging is geëindigd, verzekerd is op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet. Onder bedrijfsbeëindiging wordt verstaan het geheel staken van de onderneming en het in verband daarmee eindigen van de verzekering ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. De verzekering vangt aan met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verzekering ingevolge artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet eindigt. De verzekering eindigt op het tijdstip waarop betrokkene weer verzekerd wordt ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. -2. Voor de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de inspecteur van de rijksbelastingdienst bij voor bezwaar vatbare beschikking een verklaring waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden. +q. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene van 55 jaar of ouder die zijn woonplaats hier te lande heeft en die ten gevolge van bedrijfsbeëindiging niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, indien hij op de dag, voorafgaande aan die waarop die verzekering ten gevolge van bedrijfsbeëindiging is geëindigd, verzekerd is op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet. Onder bedrijfsbeëindiging wordt verstaan het geheel staken van de onderneming en het in verband daarmee niet langer genieten van winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet. De verzekering vangt aan met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verzekering ingevolge artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet eindigt. De verzekering eindigt op het tijdstip waarop betrokkene weer verzekerd wordt ingevolge 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet; +2. voor de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de inspecteur van de rijksbelastingdienst bij voor bezwaar vatbare beschikking een verklaring waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden; +3. artikel 76 van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing; r. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een pensioen geniet, berekend naar een invaliditeit van tenminste 45%, dat is toegekend of geacht wordt te zijn toegekend ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen. Onder pensioen wordt ten deze niet verstaan het ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen toegekende uitgestelde pensioen of het dienovereenkomstige pensioen dat geacht wordt krachtens die wet te zijn toegekend; s. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en wiens verplichte verzekering op grond van de Ziekenfondswet is geëindigd, zulks indien hij wacht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van verplichte verzekering ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, mits en voor zolang het ziekenfonds waarbij hij staat ingeschreven, het aannemelijk acht dat hem die arbeidsongeschiktheidsuitkering zal worden toegekend, doch gedurende ten hoogste 13 weken; t. tot de eerste dag van de maand waarin betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een pensioen geniet ten laste van de pensioenkas van de Stichting "Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg", mits hij op 31 december 1972 lid was van het Algemeen Ziekenfonds van voornoemde Stichting en hij, bij pensionering na laatstgenoemde datum, in aansluiting aan zijn actief lidmaatschap van genoemde pensioenkas in het genot van pensioen is gesteld. De in de vorige volzin bedoelde gepensioneerde, die op 31 december 1972 op grond van een dienstverhouding buiten het mijnbedrijf als verplicht-verzekerde bij een ander ziekenfonds was ingeschreven, wordt niettemin voor de toepassing van de vorige volzin geacht op dat tijdstip lid te zijn geweest van voornoemd Algemeen Ziekenfonds; @@ -58,7 +59,7 @@ jj. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 ja – voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating, of – binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of, buiten die termijn, in geval artikel 6.11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000, en -die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan hij niet langer rechtmatig in Nederland verblijf hield in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000 verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet, zolang en voor zover betrokkene het loon of de uitkering waarop de ziekenfondsverzekering steunde blijft ontvangen. +die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan hij niet langer rechtmatig in Nederland verblijf hield in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000 verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet, zolang en voor zover betrokkene het loon of de uitkering waarop de ziekenfondsverzekering steunde blijft ontvangen; 2. met ingang van de eerste dag van de maand waarin betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, de in het eerste onderdeel bedoelde vreemdeling die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand ingevolge dat onderdeel verzekerd was; 3. de verzekering op grond van onderdeel 1 of 2 eindigt zodra: @@ -139,7 +140,8 @@ Bij de premieheffing ingevolge dit besluit over uitkeringen en pensioenen niet z a. bedragen die worden ingehouden als verplichte bijdrage ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding; b. eenmalige uitkeringen en verstrekkingen ter zake van overlijden; c. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de uitkerings- of pensioengerechtigde drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling; -d. geschenken ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de inhoudingsplichtige, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de uitkerings- of pensioengerechtigde, voor zover de waarde daarvan een bedrag van € 136 per jaar niet overtreft. +d. geschenken ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de inhoudingsplichtige, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de uitkerings- of pensioengerechtigde, voor zover de waarde daarvan een bedrag van € 35 per jaar niet overtreft; +e. een tegemoetkoming in de voor rekening van de vervroegd gepensioneerde komende ziekenfondspremie tot ten hoogste het bedrag, dat overeenstemt met het werkgeversdeel, dat verschuldigd zou zijn, als de uitkering als loon zou worden aangemerkt. ### Artikel 4 @@ -255,12 +257,10 @@ Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder h, n, s en u, is al **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van degene die krachtens artikel 1, onder m of onder q, verzekerd is en die tevens ingevolge artikel 3 van de Ziekenfondswet verzekerd is, de reeds uit hoofde van artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet betaalde procentuele premie in mindering gebracht tot maximaal de ingevolge het eerste lid verschuldigde premie. -**3.** Artikel 15a, tweede, derde en vijfde lid, van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Artikel 15a, tweede, derde, vijfde en zesde lid, van de Ziekenfondswet zijn van overeenkomstige toepassing. **4.** De ontvanger van de rijksbelastingdienst stort de ingevolge dit artikel ontvangen bedragen in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. -**5.** Artikel 15b, tweede lid, van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing. - ### Artikel 11b **1.** Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onder r, wordt van het uit te betalen pensioen een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage. @@ -410,7 +410,7 @@ Over het deel van de uitkering dat het in de vorige volzin bedoelde bedrag te bo ### Artikel 14d -Voor zover de premie welke ingevolge dit besluit verschuldigd is, niet wordt geheven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of een ander orgaan dat is onderworpen aan het toezicht van het College van toezicht sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk II van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, verricht het College zorgverzekeringen de controle op de inning en afdracht van de ziekenfondspremie. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen stellen. +Voor zover de premie welke ingevolge dit besluit verschuldigd is, niet wordt geheven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verricht het College zorgverzekeringen de controle op de inning en afdracht van de ziekenfondspremie. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen stellen. ### Artikel 14e @@ -468,10 +468,6 @@ Verzekerd is degene die hier te lande woonachtig is en die op 31 december 1997 Indien hij daartoe de wens te kennen geeft, is tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die hier te lande woonachtig is en die op 30 september 1990 jonger was dan 65 jaar en die op die datum verzekerd was ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder *a* of *b*, in verbinding met het tweede en derde lid, van dit besluit zoals dit op genoemd tijdstip luidde, verzekerd overeenkomstig de bepalingen van de Ziekenfondswet. -### Artikel 15e - -Vervallen - ### Artikel 16 **1.** Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder *e-g*, wordt een premie geheven tot het krachtens artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet door de verzekerde verschuldigde premiepercentage berekend van de rente, de uitkering, onderscheidenlijk het pensioen als bedoeld in het eerste lid van artikel 15, met dien verstande, dat de premie ten minste € 1 per maand bedraagt, tenzij de rente, de uitkering onderscheidenlijk het pensioen als vorenbedoeld minder bedraagt dan dit bedrag in welk geval de premie gelijk is aan het bedrag van de rente, de uitkering, onderscheidenlijk het pensioen. @@ -480,7 +476,7 @@ Vervallen ### Artikel 16a -**1.** Onverminderd hetgeen krachtens dit besluit omtrent de procentuele premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de verzekerde, bedoeld in de artikelen 1, onder d, e, f, g, h, i, j, k, m, n, q, r, s, t, u, v, x, onderdeel 1, z, aa, bb, ff, hh, ii en jj, kk,9, 12a, 14, 15, 15a, 15b, 15c, eerste en derde lid, en 15d, van 18 jaar of ouder en zijn medeverzekerde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Ziekenfondswet, een jaarlijkse nominale premie geheven. Met betrekking tot deze nominale premie zijn de regelen die bij of krachtens artikel 17, eerste tot en met zesde lid, van de Ziekenfondswet zijn gesteld van toepassing. +**1.** Onverminderd hetgeen krachtens dit besluit omtrent de procentuele premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de verzekerde, bedoeld in de artikelen 1, onder d, e, f, g, h, i, j, k, l, m, n, q, r, s, t, u, v, x, onderdeel 1, z, aa, bb, ff, hh, ii en jj, kk,9, 12a, 14, 15, 15a, 15b, 15c, eerste en derde lid, en 15d, van 18 jaar of ouder en zijn medeverzekerde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Ziekenfondswet, een jaarlijkse nominale premie geheven. Met betrekking tot deze nominale premie zijn de regelen die bij of krachtens artikel 17, eerste tot en met zesde lid, van de Ziekenfondswet zijn gesteld van toepassing. **2.** Onze Minister kan met betrekking tot de in dit artikel bedoelde nominale premie verschuldigd voor de verzekering van door hem aan te wijzen groepen van personen die krachtens artikel 3, eerste lid, onder b, c of d, van de Ziekenfondswet verzekerd zijn en die naar de omstandigheden beoordeeld woonachtig zijn op het grondgebied van een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, dan wel een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, andere regelen stellen.