2013-01-01 | BWBR0002553 | Liquidatiewet ongevallenwetten
This commit is contained in:
parent
6f4c2a329c
commit
66f2496acc
1 changed files with 9 additions and 11 deletions
|
|
@ -82,7 +82,7 @@ j. de wet van 25 november 1953, *Stb.* 560, betreffende ongevallenverzekering va
|
|||
|
||||
**2.** Degene, die op of na de dag, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten worden ingetrokken, doch binnen een jaar na een hem vóór bedoelde dag overkomen ongeval ten gevolge van dat ongeval geheel of gedeeltelijk ongeschikt wordt tot werken, terwijl hij ter zake van die ongeschiktheid geen recht heeft op uitkering ingevolge het bepaalde in het vorige lid, heeft ter zake van die ongeschiktheid recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het bepaalde in artikel 10 komen de in de vorige leden bedoelde rechten op uitkering slechts toe aan degene, die op de dag, waarop de ongeschiktheid intreedt, 65 jaar of ouder is of op bedoelde dag anders dan op grond van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet ingevolge die wet verzekerd is, noch op grond van het bepaalde in artikel 17, eerste lid, van die wet beschouwd wordt alsof hij verzekerd was gebleven.
|
||||
**3.** Onverminderd het bepaalde in artikel 10 komen de in de vorige leden bedoelde rechten op uitkering slechts toe aan degene, die op de dag, waarop de ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of op bedoelde dag anders dan op grond van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet ingevolge die wet verzekerd is, noch op grond van het bepaalde in artikel 17, eerste lid, van die wet beschouwd wordt alsof hij verzekerd was gebleven.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het tweede lid bedoelde recht op uitkering komt niet toe aan degene, die op de dag, waarop de in dat lid bedoelde ongeschiktheid intreedt, aan de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering een vóór die dag ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,7 +105,7 @@ j. de wet van 25 november 1953, *Stb.* 560, betreffende ongevallenverzekering va
|
|||
Aan de aan artikel 4, 5, 6 of 7 ontleende uitkering wordt geen hoger dagloon ten grondslag gelegd dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten werden ingetrokken:
|
||||
|
||||
a. indien en voor zolang die uitkering is berekend naar een verlies aan geschiktheid tot werken van niet meer dan 25%;
|
||||
b. voor zover die uitkering wordt verleend over een tijdvak, gelegen na de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
|
||||
b. voor zover die uitkering wordt verleend over een tijdvak, gelegen na de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij toekenning van een uitkering op grond van het bepaalde in artikel 4, 6 of 7 en bij toepassing van het eerste lid, een en ander zonder toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 15, derde lid, van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36, derde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, komt bij de berekening van het dagloon, dat aan de uitkering ten grondslag wordt gelegd, het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan 5/6 van het in het eerste lid bedoelde maximum dagloon, voor dat meerdere niet in aanmerking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -115,17 +115,17 @@ b. voor zover die uitkering wordt verleend over een tijdvak, gelegen na de dag w
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, ter zake van een ongeval, dat plaatsvond een jaar of langer vóór laatstbedoelde dag, heeft - onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering en in artikel 17 - indien hij op de laatste dag van de maand, met ingang van welke die wetten worden ingetrokken, de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, geen recht meer op bedoelde uitkering met ingang van de eerste dag van die maand.
|
||||
**1.** Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, ter zake van een ongeval, dat plaatsvond een jaar of langer vóór laatstbedoelde dag, heeft - onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering en in artikel 17 - indien hij op de laatste dag van de maand, met ingang van welke die wetten worden ingetrokken, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, niet heeft bereikt, geen recht meer op bedoelde uitkering met ingang van de eerste dag van die maand.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde persoon behoudt, mits hij op de laatste dag van de maand, met ingang van welke de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten worden ingetrokken, 65 jaar of ouder is, het recht op de in het eerste lid bedoelde uitkering, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien bedoelde wetten niet zouden zijn ingetrokken.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde persoon behoudt, mits hij op de laatste dag van de maand, met ingang van welke de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten worden ingetrokken, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, het recht op de in het eerste lid bedoelde uitkering, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien bedoelde wetten niet zouden zijn ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 4, 5 of 6, heeft - onverminderd het bepaalde in artikel 14 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering en in artikel 17 - indien hij op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin een jaar na het ongeval, ter zake waarvan bedoelde uitkering is verleend, is verstreken, de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, geen recht meer op die uitkering met ingang van de dag, volgende op de laatste dag van eerderbedoeld jaar.
|
||||
**1.** Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 4, 5 of 6, heeft - onverminderd het bepaalde in artikel 14 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering en in artikel 17 - indien hij op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin een jaar na het ongeval, ter zake waarvan bedoelde uitkering is verleend, is verstreken, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, niet heeft bereikt, geen recht meer op die uitkering met ingang van de dag, volgende op de laatste dag van eerderbedoeld jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het recht op een uitkering als bedoeld in artikel 7 van degene, die op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, wordt omgezet, hetzij in een recht op een uitkering overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, hetzij in een recht op een afkoopsom als bedoeld in artikel 17.
|
||||
**2.** Het recht op een uitkering als bedoeld in artikel 7 van degene, die op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, niet heeft bereikt, wordt omgezet, hetzij in een recht op een uitkering overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, hetzij in een recht op een afkoopsom als bedoeld in artikel 17.
|
||||
|
||||
**3.** Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 7 en op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, behoudt dat recht, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. Het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, is van toepassing.
|
||||
**3.** Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 7 en op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, behoudt dat recht, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. Het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,7 +178,7 @@ Ten aanzien van een overlijden als bedoeld in artikel 15 bestaat recht op schade
|
|||
|
||||
**2.** Degene, die op grond van het bepaalde in artikel 10, eerste lid, geen recht meer heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 4, 5 of 6 en die op de dag, met ingang van welke het recht op die uitkering vervalt, recht op die uitkering, berekend naar een ongeschiktheid tot werken van niet meer dan 25%, zou hebben behouden, indien het bepaalde in artikel 10, eerste lid, niet op hem van toepassing zou zijn geweest, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van laatstbedoelde uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** Degene, die op grond van het bepaalde in artikel 7 recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, berekend naar een ongeschiktheid tot werken van niet meer dan 25%, en die op de laatste dag van de maand, waarin de in eerstgenoemd artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van die uitkering.
|
||||
**3.** Degene, die op grond van het bepaalde in artikel 7 recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, berekend naar een ongeschiktheid tot werken van niet meer dan 25%, en die op de laatste dag van de maand, waarin de in eerstgenoemd artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, niet heeft bereikt, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van die uitkering.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -196,7 +196,7 @@ b. recht op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan artikel 4 of
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Degene, die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, dan wel mede ontleent, aan artikel 13, 14 of 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, onderscheidenlijk degene, ten aanzien van wie artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt en die van de dag, waarop zijn recht op bedoelde uitkering is ingegaan, onderscheidenlijk van de dag, met ingang van welke artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt, tot en met de dag voorafgaand aan die waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, onafgebroken recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft gehad, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, waarop hij - indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken - recht zou hebben gehad op de dag waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend in aansluiting waaraan hem vorenbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, onderscheidenlijk ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend, ten aanzien waarvan artikel 11, eerste lid, is toegepast of waarvoor hem op grond van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, of artikel 7, tweede lid, geen recht op uitkering is toegekend.
|
||||
**1.** Degene, die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, dan wel mede ontleent, aan artikel 13, 14 of 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, onderscheidenlijk degene, ten aanzien van wie artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt en die van de dag, waarop zijn recht op bedoelde uitkering is ingegaan, onderscheidenlijk van de dag, met ingang van welke artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt, tot en met de dag voorafgaand aan die waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt, onafgebroken recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft gehad, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, waarop hij - indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken - recht zou hebben gehad op de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt, ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend in aansluiting waaraan hem vorenbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, onderscheidenlijk ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend, ten aanzien waarvan artikel 11, eerste lid, is toegepast of waarvoor hem op grond van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, of artikel 7, tweede lid, geen recht op uitkering is toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de berekening van de in het vorige lid bedoelde afkoopsom komt het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten werden ingetrokken, voor dat meerdere niet in aanmerking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -234,8 +234,6 @@ De bepalingen van de in artikel 3, eerste lid, genoemde wetten en van haar uitvo
|
|||
|
||||
**3.** Tegen een beslissing, waarvan ingevolge het bepaalde in het eerste lid schriftelijk kennis wordt gegeven, staat voor de belanghebbende beroep open.
|
||||
|
||||
**4.** Over het in het vorige lid bedoelde beroep wordt geoordeeld door de raden van beroep en door de Centrale Raad van Beroep, bedoeld in de Beroepswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue