From 672453778362baa6cf003b0f53941dca70519e5a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Aug 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-08-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000 --- .../BWBR0011453/README.md | 220 +++++++++++++++--- 1 file changed, 190 insertions(+), 30 deletions(-) diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index 0f595be90ce..2a2dbf59c07 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -18,9 +18,14 @@ citeertitel: Wet studiefinanciering 2000 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: +**afsluitend examen:** + +a. voor wat betreft hoofdstuk 4 het examen, bedoeld in artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a, +b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.14, + **bacheloropleiding: **opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan, -**beroepsonderwijs**: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, en als bedoeld in artikel 2.14, voor zover de opleiding als beroepsonderwijs is aangemerkt, +**beroepsonderwijs**: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, en als bedoeld in artikel 2.13a, **debiteur**: degene die zich krachtens artikel 6.2 heeft verplicht tot terugbetaling, @@ -55,6 +60,18 @@ b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon **Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, +**opleiding niveau 1 of 2:** + +a. assistentopleiding en basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, +b. andere opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet, waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2, en +c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2, + +**opleiding niveau 3 of 4:** + +a. vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, +b. andere opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet, waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4, en +c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4, + **ouder**: natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, **partner**: @@ -68,6 +85,8 @@ b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon **reisvoorziening**: voorziening als bedoeld in artikel 3.7 en paragraaf 3.7, +**specialistenopleiding:** specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, + **student**: degene die hoger onderwijs volgt, niet zijnde een extraneus, **studerende**: deelnemer of student, @@ -153,6 +172,10 @@ c. teneinde de gegevens van die studerende of debiteur te vergelijken met de geg **2.** Het sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer van de partner of ouder van een studerende of debiteur kan ter zake van de uitvoering van deze wet slechts worden gebruikt in contacten met die partner of ouder of met de desbetreffende studerende of debiteur, alsmede, voorzover het betreft de controle op de rechtmatigheid, in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie. +### Artikel 1.8 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ## Hoofdstuk 2. Werkingssfeer ### Paragraaf 2.1. Algemeen @@ -190,7 +213,7 @@ b. 18 jaren is of ouder: met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij ho **3.** Voor studiefinanciering kan een studerende in aanmerking komen tot en met de maand waarin hij de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt. -**4.** In afwijking van het derde lid en met inachtneming van artikel 2.13, onderdeel c, behoudt een studerende bij het bereiken van de leeftijd van 30 jaren zijn aanspraak zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet. +**4.** In afwijking van het derde lid behoudt een studerende bij het bereiken van de leeftijd van 30 jaren zijn aanspraak tot de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 34 jaren heeft bereikt, zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet. ### Paragraaf 2.2. Beroepsonderwijs @@ -209,11 +232,13 @@ b. een instelling die ten aanzien van de beroepsopleiding het in artikel 1.4.1 v **3.** -Een deelnemer heeft slechts aanspraak op studiefinanciering indien het beroepsonderwijs voldoet aan de volgende voorwaarden: +Een deelnemer als bedoeld in artikel 2.4 heeft slechts aanspraak op studiefinanciering indien het beroepsonderwijs voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de opleiding heeft een studielast van ten minste 850 klokuren per studiejaar die worden besteed aan het volgen van lessen, stages of beroepspraktijkvorming, overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling voor de desbetreffende opleiding, en b. de opleiding heeft per studiejaar een totale studielast van een zodanige omvang dat daarnaast geen volledige werkkring mogelijk is. +**4.** De aanspraak op studiefinanciering vervalt over het tijdvak waarover een deelnemer de gegevens, bedoeld in artikel 4.19, niet verstrekt. Zolang hij deze gegevens over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij ontbrekende gegevens alsnog levert, herleeft de aanspraak. + ### Artikel 2.6 **1.** Indien Onze Minister heeft besloten dat een opleiding niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.5, derde lid, maakt hij dit bekend aan de instelling. De bekendmaking heeft rechtsgevolg voor 2 opeenvolgende studiejaren. Indien de bekendmaking wordt gedaan voor 1 maart, voldoet de opleiding niet gedurende de 2 studiejaren die volgen op het tijdstip van de bekendmaking. Indien de bekendmaking is gedaan op of na 1 maart voldoet de opleiding niet gedurende het tweede en derde studiejaar die volgen op het tijdstip van de bekendmaking. @@ -235,7 +260,10 @@ b. tot het einde van het studiejaar dat volgt op het tijdstip van de bekendmakin ### Artikel 2.7a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een deelnemer aan een opleiding niveau 3 of 4 die na 31 juli 2005 voor het eerst studiefinanciering ontving voor het volgen van beroepsonderwijs, heeft geen aanspraak op studiefinanciering beroepsonderwijs: + +a. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de prestatiebeurs, bedoeld in artikel 4.7, gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, of +b. indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering in de zin van de paragrafen 4.1.2 of 4.2.3 is toegekend voor het volgen van beroepsonderwijs. ### Paragraaf 2.3. Hoger onderwijs @@ -263,30 +291,31 @@ Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven Voor een lening gedurende ten hoogste 36 maanden kan een student in aanmerking komen die: -a. het afsluitend examen met goed gevolg heeft behaald, -b. prestatiebeurs heeft genoten, en +a. het afsluitend examen hoger onderwijs met goed gevolg heeft behaald, +b. prestatiebeurs hoger onderwijs heeft genoten, en c. onderwijs volgt aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding voor hoger onderwijs in een staat buiten Nederland die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. ### Artikel 2.13 Een student heeft geen aanspraak op studiefinanciering: -a. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de prestatiebeurs gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, -b. indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs, -c. met ingang van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 34 jaren heeft bereikt, of -d. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar. +a. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de prestatiebeurs in het hoger onderwijs gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, +b. indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs, of +c. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar. ### Paragraaf 2.4. Overige bepalingen ### Artikel 2.13a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Voor studiefinanciering kan een deelnemer in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding buiten Nederland. + +**2.** Onze Minister geeft bij de aanwijzing van een opleiding aan of deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2 of een opleiding niveau 3 of 4. ### Artikel 2.14 -**1.** Voor studiefinanciering kan een studerende in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding die leidt tot getuigschriften of diploma's ten aanzien waarvan in het kader van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte specifieke regelingen verbindend zijn geworden inzake de onderlinge erkenning of vergelijkbaarheid. +**1.** Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding die leidt tot getuigschriften of diploma's ten aanzien waarvan in het kader van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte specifieke regelingen verbindend zijn geworden inzake de onderlinge erkenning of vergelijkbaarheid. -**2.** Onze Minister wijst slechts opleidingen buiten Nederland aan waarvan de duur vergelijkbaar is met overeenkomstige Nederlandse opleidingen in de zin van de WEB of de WHW. Hij geeft daarbij aan of de opleiding tot het beroepsonderwijs of het hoger onderwijs behoort. Voorts stelt hij de duur van de opleiding vast. +**2.** Onze Minister wijst slechts opleidingen buiten Nederland aan waarvan de duur vergelijkbaar is met overeenkomstige Nederlandse opleidingen in de zin van de WHW. Voorts stelt hij de duur van de opleiding vast. ### Artikel 2.15 @@ -294,11 +323,19 @@ De studerende die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, va ### Artikel 2.15a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De deelnemer die na 31 juli 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs voor het eerst studiefinanciering ontving en die aanspraak heeft op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4, heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2. + +**2.** De deelnemer die aanspraak heeft op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2 buiten Nederland heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2 in Nederland. + +**3.** De deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving en die studiefinanciering ontvangt voor een opleiding op niveau 3 of 4 buiten Nederland, heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2. + +**4.** De deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving en die studiefinanciering ontvangt voor een beroepsopleiding buiten Nederland, heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 3 of 4 in Nederland. ### Artikel 2.16 -De studerende heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding in het beroepsonderwijs, indien hij reeds 4 jaren studiefinanciering heeft genoten voor het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs. +**1.** De deelnemer heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding op niveau 1 of 2, indien hij reeds 4 jaren prestatiebeurs voor het volgen van een opleiding beroepsonderwijs heeft genoten. + +**2.** De studerende heeft geen aanspraak op studiefinanciering beroepsonderwijs indien hij reeds 4 jaren studiefinanciering heeft genoten voor het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs. ## Hoofdstuk 3. Studiefinanciering @@ -637,9 +674,16 @@ Ten behoeve van het reizen tussen Waddeneilanden en het vaste land kan Onze Mini ## Hoofdstuk 4. Beroepsonderwijs +### Afdeling 4.1. Beroepsonderwijs in Nederland + +#### Paragraaf 4.1.1. Studiefinanciering in de vorm van gift of lening + ### Artikel 4.1 -Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in artikel 2.4. +Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing: + +a. op deelnemers die in Nederland een opleiding niveau 1 of 2 volgen, en +b. op deelnemers die in Nederland een beroepsopleiding volgen en die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontvingen. ### Artikel 4.2 @@ -670,12 +714,128 @@ b. dat de deelnemer binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen **3.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de deelnemer voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen. -**4.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan de IB-Groep dat de deelnemer die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt hij, indien die deelnemer voor het einde van die periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, de datum daarvan. +**4.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan de IB-Groep dat de deelnemer gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt hij, indien die deelnemer voor het einde van die periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, de datum daarvan. **5.** De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. **6.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan de IB-Groep zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in artikel 4.3, gevolgen heeft voor de studiefinanciering van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid. +#### Paragraaf 4.1.2. Studiefinanciering in de vorm van prestatiebeurs + +### Artikel 4.6 + +Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die in Nederland een opleiding niveau 3 of 4 volgen, en die na 31 juli 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs voor het eerst studiefinanciering ontvingen. + +### Artikel 4.7 + +**1.** Studiefinanciering, met uitzondering van de basislening en de aanvullende lening, wordt voor een opleiding niveau 3 of 4 binnen en buiten Nederland tezamen gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift. + +**2.** Indien een deelnemer een specialistenopleiding volgt en hij 4 jaren studiefinanciering in de vorm van prestatiebeurs heeft genoten, wordt aan hem studiefinanciering, met uitzondering van de basislening en de aanvullende lening, voor die opleiding op aanvraag gedurende ten hoogste 2 jaren verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs. + +**3.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. + +**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. + +### Artikel 4.8 + +**1.** In afwijking van artikel 4.7, eerste en tweede lid, wordt de studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs gedurende het in deze leden bedoelde aantal jaren, vermeerderd met 3 jaren. Indien artikel 4.12 is toegepast, wordt de uitkomst van de vorige volzin met 1 jaar vermeerderd. + +**2.** Het deel van de prestatiebeurs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde die daarvoor per studerende door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs wordt niet uitbetaald of verrekend. + +**3.** Indien de prestatiebeurs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 3.25, is toegekend. + +### Artikel 4.9 + +De diplomatermijn beroepsonderwijs is een periode van 10 jaren. Deze periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarover voor het eerst prestatiebeurs is toegekend voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4. + +### Artikel 4.10 + +**1.** Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge artikel 4.7, eerste lid, toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. + +**2.** Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een specialistenopleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge artikel 4.7, tweede lid, toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. + +**3.** Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de resterende periode van zijn prestatiebeurs verstrekt in de vorm van een gift indien hij een andere opleiding niveau 3 of 4 aanvangt. + +**4.** Met een afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 of een afsluitend examen van een specialistenopleiding wordt gelijkgesteld het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs. + +**5.** Omzetting vindt plaats per 1 januari volgend op het kalenderjaar waarin de IB-Groep heeft vastgesteld dat een deelnemer heeft voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste of tweede lid. + +### Artikel 4.11 + +Indien een deelnemer in het eerste jaar van een opleiding voor het eerst prestatiebeurs geniet en hij in dat studiejaar ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 februari, en hij niet over datzelfde studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4 dan wel voor hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt op zijn aanvraag per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het einde van dat studiejaar de over dat studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. + +### Artikel 4.12 + +De IB-Groep verlengt op aanvraag van de deelnemer de duur van de prestatiebeurs eenmalig met 1 jaar indien de deelnemer blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de rechtspersoon van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren prestatiebeurs. + +### Artikel 4.13 + +Indien een deelnemer op enig moment binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs 80% of meer arbeidsongeschikt wordt in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. + +### Artikel 4.14 + +**1.** Indien een deelnemer als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard niet in staat is binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs met goed gevolg het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 te behalen, wordt deze termijn verlengd met de duur van die bijzondere omstandigheden. + +**2.** Indien een deelnemer als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van structurele aard niet in staat is met goed gevolg het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 te behalen, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Onder bijzondere omstandigheden van structurele aard kunnen in ieder geval worden verstaan functiebeperking of chronische ziekte. + +**3.** Indien een deelnemer als direct gevolg van een tijdens de studie verworven handicap, ten gevolge van een zich tijdens de studie verergerende handicap of ten gevolge van een zich tijdens de studie manifesterende chronische ziekte genoodzaakt is een reeds begonnen opleiding te beëindigen, ontvangt de deelnemer bij keuze voor een passender opleiding nieuwe aanspraak op studiefinanciering. + +**4.** De IB-Groep stelt op aanvraag van de deelnemer vast of er sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van dit artikel. De bijzondere omstandigheden kunnen uitsluitend worden aangetoond door gedagtekende verklaringen van een arts en de natuurlijke persoon of het bestuur van de rechtspersoon van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven. Indien de bijzondere omstandigheden uitsluitend van niet-medische aard zijn, volstaat een gedagtekende verklaring van de natuurlijke persoon of het bestuur van de rechtspersoon van de onderwijsinstelling waar de deelnemer is ingeschreven. + +### Artikel 4.15 + +Bij omzetting van een prestatiebeurs of een deel daarvan in een gift gaat de over het om te zetten bedrag opgebouwde rente teniet. + +### Afdeling 4.2. Beroepsonderwijs buiten Nederland + +#### Paragraaf 4.2.1. Algemeen + +### Artikel 4.16 + +Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.13a. + +#### Paragraaf 4.2.2. Opleiding niveau 1 of 2 buiten Nederland + +### Artikel 4.17 + +Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2. + +### Artikel 4.18 + +**1.** Studiefinanciering wordt gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt in de vorm van een gift. + +**2.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. + +### Artikel 4.19 + +**1.** Een deelnemer verstrekt jaarlijks binnen een door de IB-Groep te bepalen termijn aan de IB-Groep een gewaarmerkt afschrift van het bewijs waaruit blijkt voor welke maanden van het desbetreffende studiejaar hij is ingeschreven voor de opleiding waarvoor hij studiefinanciering heeft aangevraagd. + +**2.** Een deelnemer verstrekt jaarlijks binnen een door de IB-Groep te bepalen termijn aan de IB-Groep een gewaarmerkt afschrift van een overzicht van in het desbetreffende studiejaar behaalde studieresultaten. + +#### Paragraaf 4.2.3. Opleiding niveau 3 of 4 buiten Nederland + +### Artikel 4.20 + +Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4. + +### Artikel 4.21 + +**1.** De artikelen 4.7, eerste, derde en vierde lid, 4.8, 4.9, 4.10, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 4.11, 4.12, 4.13, 4.14 en 4.15 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**2.** Artikel 4.19 is van overeenkomstige toepassing voorzover de studiefinanciering in de vorm van een gift is toegekend. + +### Artikel 4.22 + +**1.** De deelnemer zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn, een gewaarmerkt bewijs van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van de opleiding aan de IB-Groep en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs. Op het gewaarmerkt bewijs vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. + +**2.** De omzetting, bedoeld in artikel 4.10, vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de deelnemer daarvan in kennis. + +#### Paragraaf 4.2.4. Afwijkingsmogelijkheid + +### Artikel 4.23 + +Voorzover deze afdeling daarin niet voorziet, alsmede indien noodzakelijk, kunnen in afwijking van het in deze afdeling bepaalde bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld ten behoeve van een goede uitvoering van deze afdeling. + ## Hoofdstuk 5. Hoger onderwijs; prestatiebeurs ### Paragraaf 5.1. Algemeen @@ -698,7 +858,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996 **2.** Het deel van de prestatiebeurs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde die daarvoor per studerende door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs wordt niet uitbetaald of verrekend. -**3.** Indien de prestatiebeurs wordt omgezet in lening, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 3.25, is toegekend. +**3.** Indien de prestatiebeurs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 3.25, is toegekend. ### Artikel 5.4 @@ -708,7 +868,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996 ### Artikel 5.5 -De diplomatermijn is een periode van 10 jaren. Deze periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs. +De diplomatermijn hoger onderwijs is een periode van 10 jaren. Deze periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs. ### Artikel 5.6 @@ -737,9 +897,9 @@ b. een opleiding met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdien ### Artikel 5.7 -**1.** Indien een student binnen de diplomatermijn het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg heeft afgesloten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. +**1.** Indien een student binnen de diplomatermijn hoger onderwijs het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs met goed gevolg heeft afgesloten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. -**2.** Indien een student binnen de diplomatermijn het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg heeft afgesloten, wordt de resterende periode van zijn prestatiebeurs verstrekt in de vorm van een gift indien hij een andere opleiding in de zin van deze wet of een voltijdse masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3b van de WHW die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de WHW aanvangt. +**2.** Indien een student binnen de diplomatermijn hoger onderwijs het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs met goed gevolg heeft afgesloten, wordt de resterende periode van zijn prestatiebeurs verstrekt in de vorm van een gift indien hij een andere opleiding in de zin van deze wet of een voltijdse masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3b van de WHW die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de WHW aanvangt. **3.** Met een afsluitend examen wordt gelijkgesteld het examen van een deeltijdse opleiding of een opleiding van de Open Universiteit, voor zover deze examens door de WHW daarmee gelijk worden gesteld. @@ -757,9 +917,9 @@ b. een opleiding met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdien ### Artikel 5.9 -**1.** De omzetting, bedoeld in artikel 5.7, vindt plaats op 1 januari van het kalenderjaar volgend op de verzending van de mededeling, bedoeld in artikel 7.9d van de WHW, of de mededeling, bedoeld in artikel 9.5, vijfde lid. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de student daarvan in kennis. +**1.** De omzetting, bedoeld in artikel 5.7, vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de verzending van de mededeling, bedoeld in artikel 7.9d van de WHW, of de mededeling, bedoeld in artikel 9.5, vijfde lid. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de student daarvan in kennis. -**2.** Een student die het examen, bedoeld in de artikelen 5.7 of 5.8, met goed gevolg heeft afgelegd aan een instelling waarop artikel 7.9d van de WHW niet van toepassing is, zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn, een door de betrokken instelling van hoger onderwijs gewaarmerkte kopie van het aan dat examen verbonden diploma aan de IB-Groep en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs. Op die kopie vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. De omzetting vindt plaats op 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. +**2.** Een student die het examen, bedoeld in de artikelen 5.7 of 5.8, met goed gevolg heeft afgelegd aan een instelling waarop artikel 7.9d van de WHW niet van toepassing is, zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn hoger onderwijs, een door de betrokken instelling van hoger onderwijs gewaarmerkte kopie van het aan dat examen verbonden diploma aan de IB-Groep en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs. Op die kopie vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. De omzetting vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. **3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de omzetting van de prestatiebeurs ingevolge artikel 5.7, vierde lid. @@ -793,11 +953,11 @@ Vervallen ### Artikel 5.15 -Indien een student op enig moment binnen de diplomatermijn 80% of meer arbeidsongeschikt wordt in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. +Indien een student op enig moment binnen de diplomatermijn hoger onderwijs 80% of meer arbeidsongeschikt wordt in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. ### Artikel 5.16 -**1.** Indien een student als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard niet in staat is binnen de diplomatermijn met goed gevolg het afsluitend examen te behalen, wordt deze termijn verlengd met de duur van die bijzondere omstandigheden. +**1.** Indien een student als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard niet in staat is binnen de diplomatermijn hoger onderwijs met goed gevolg het afsluitend examen te behalen, wordt deze termijn verlengd met de duur van die bijzondere omstandigheden. **2.** Indien een student als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van structurele aard niet in staat is met goed gevolg het afsluitend examen te behalen, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Onder bijzondere omstandigheden van structurele aard kunnen in ieder geval worden verstaan functiebeperking of chronische ziekte. @@ -821,7 +981,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder lening mede verstaan de prestatiebeurs. **1.** Ontvangst van een lening of omzetting in een lening, of omzetting als bedoeld in artikel 6.19, verplicht degene die studiefinanciering heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente. -**2.** De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge hoofdstuk 5 toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden. +**2.** De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge de hoofdstukken 4 of 5 toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden. **3.** @@ -1105,7 +1265,7 @@ De artikelen 7:2 tot en met 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van ### Artikel 9.1 -Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heeft mede betrekking op de vraag of de instelling of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.5, eerste en derde lid, 2.6, 2.13, onderdeel d, en 4.5. +Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heeft mede betrekking op de vraag of de instelling of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.5, eerste en derde lid, 2.6, 2.13, onderdeel c, en 4.5. ### Paragraaf 9.2. Verstrekken van inlichtingen @@ -1144,7 +1304,7 @@ De rechtspersoon, bedoeld in artikel 3.24, verstrekt desgevraagd aan Onze Minist **6.** De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, stuurt gelijktijdig een afschrift aan de betrokkene van de gegevens die hij over de betrokkene aan de IB-Groep verstrekt en geeft daarbij tevens aan wat de consequenties op grond van deze wet zijn voor de vorm van de studiefinanciering van betrokkene alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat. -**7.** Onze Minister kan voor instellingen of groepen van instellingen waarop artikel 7.9d van de WHW niet van toepassing is, bepalen dat de natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan die instelling uitgaat, voor het einde van de maand volgend op de maand waarin een student het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling doet aan de IB-Groep en gelijktijdig de student van die mededeling in kennis stelt. +**7.** Onze Minister kan voor instellingen of groepen van instellingen waarop artikel 7.9d van de WHW niet van toepassing is, bepalen dat de natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan die instelling uitgaat, voor het einde van de maand volgend op de maand waarin een student het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling doet aan de IB-Groep en gelijktijdig de student van die mededeling in kennis stelt. ### Artikel 9.6 @@ -1355,7 +1515,7 @@ Indien de student onvoldoende studieprestaties heeft behaald blijkens de mededel ### Artikel 11.1 -Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.9, derde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 5.2, 5.4 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen. +Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.9, derde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2, 5.4 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen. ### Artikel 11.2 @@ -1428,7 +1588,7 @@ Voor deelnemers die voor 1 augustus onderscheidenlijk voor studenten die voor 1 ### Artikel 12.1aa -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Op de deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving, blijft artikel 2.3, vierde lid, zoals dat luidde op 31 juli 2005 van toepassing zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet. ### Artikel 12.1b