2008-01-01 | BWBR0005700 | Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
This commit is contained in:
parent
e97b142de0
commit
67471d9bff
1 changed files with 178 additions and 7 deletions
|
|
@ -46,7 +46,7 @@ l. inbewaringstelling: de inbewaringstelling, bedoeld in artikel 20;
|
|||
m. patiëntenvertrouwenspersoon:
|
||||
|
||||
a. persoon die in een psychiatrisch ziekenhuis werkzaam is om, onafhankelijk van het bestuur en van personen in dienst van het ziekenhuis, aan patiënten in het ziekenhuis op hun verzoek advies en bijstand te verlenen in aangelegenheden, samenhangend met hun opneming en verblijf in het ziekenhuis;
|
||||
b. persoon die onafhankelijk van de behandelaar aan patiënten op hun verzoek advies en bijstand verleent in aangelegenheden samenhangend met een voorwaardelijke machtiging.
|
||||
b. persoon die onafhankelijk van de behandelaar aan patiënten op hun verzoek advies en bijstand verleent in aangelegenheden samenhangend met een voorwaardelijke machtiging of met een zelfbindingsverklaring als bedoeld in artikel 34a.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde heeft degene die met betrokkene een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft of met betrokkene een geregistreerd partnerschap is aangegaan, gelijke bevoegdheden als de echtgenoot.
|
||||
|
||||
|
|
@ -83,6 +83,8 @@ c. de ouders die gezamenlijk het gezag over de betrokkene uitoefenen, van mening
|
|||
|
||||
**5.** Met betrekking tot het in het derde lid, onder *a*, bedoelde blijk geven van de nodige bereidheid is artikel 453 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een voorlopige machtiging betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
In afwijking van het bepaalde in artikel 2, derde lid, onder a, is voor opneming en verblijf van een persoon in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting de in artikel 2 bedoelde machtiging vereist, indien de betrokkene blijk geeft van verzet tegen opneming of verblijf.
|
||||
|
|
@ -299,6 +301,8 @@ b. het gevaar buiten een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeni
|
|||
|
||||
**5.** De artikelen 10, tweede lid, en 12, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een beslissing als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die beslissing als machtiging als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 14e
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot de beslissing van de geneesheer-directeur tot opneming staat voor de betrokkene en voor ieder van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde personen de mogelijkheid open de officier van justitie te verzoeken de beslissing van de rechter te verzoeken. Het verzoek van een van deze personen wordt schriftelijk gedaan; bij het verzoek wordt gevoegd een afschrift van de beslissing van de geneesheer-directeur. Artikel 49, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
|
@ -373,6 +377,8 @@ b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziek
|
|||
|
||||
**3.** Met betrekking tot de voortzetting van het verblijf van de betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging zijn artikel 2, derde en vierde lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een machtiging tot voortgezet verblijf betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Bij een verzoek van een persoon als bedoeld in artikel 4, gericht op het verkrijgen van een machtiging tot voortgezet verblijf, moet worden overgelegd een verklaring van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen. Uit de verklaring dient te blijken dat het geval, bedoeld in artikel 15, zich voordoet.
|
||||
|
|
@ -432,6 +438,8 @@ d. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psyc
|
|||
|
||||
**7.** Bij de opneming van de betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis wordt door de door de burgemeester aangewezen personen een afschrift van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aan het ziekenhuis overgelegd. Tenzij het geval, bedoeld in artikel 2, vierde lid, zich heeft voorgedaan, wordt daarbij tevens overgelegd een afschrift van de in artikel 21 bedoelde geneeskundige verklaring.
|
||||
|
||||
**8.** Indien een last als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die last als machtiging als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester gelast een inbewaringstelling niet dan nadat een, bij voorkeur niet-behandelend, psychiater of, zo dat niet mogelijk is, een, bij voorkeur niet-behandelend arts, niet psychiater zijnde, een schriftelijke verklaring heeft verstrekt waaruit met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid, blijkt dat het geval, bedoeld in artikel 20, tweede lid, zich voordoet.
|
||||
|
|
@ -500,6 +508,8 @@ Bij de opneming geeft de burgemeester aan de echtgenoot, de wettelijke vertegenw
|
|||
|
||||
**5.** Tegen de beschikking op een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling staat geen gewoon rechtsmiddel open.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
De machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling heeft een geldigheidsduur van drie weken na haar dagtekening, onverminderd het bepaalde in de artikelen 48 en 49.
|
||||
|
|
@ -529,6 +539,8 @@ b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psyc
|
|||
|
||||
**5.** Indien betrokkene minderjarig is, onder curatele is gesteld dan wel indien ten behoeve van hem een mentorschap is ingesteld, kan het verzoek van betrokkene worden gedaan door zijn ouders die het gezag uitoefenen dan wel een van hen, zijn voogd onderscheidenlijk zijn curator of zijn mentor, doch slechts indien de betrokkene daarmee instemt.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een machtiging op eigen verzoek betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Het verzoek van betrokkene, bedoeld in artikel 32, derde lid, wordt schriftelijk gedaan bij de officier van justitie bij de volgens artikel 7, eerste lid, bevoegde rechtbank.
|
||||
|
|
@ -558,6 +570,143 @@ b. een door de onder *a* bedoelde psychiater tezamen met betrokkene opgesteld be
|
|||
|
||||
**3.** De artikelen 2 tot en met 19 zijn ten aanzien van degene die op grond van een machtiging als bedoeld in artikel 32 in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft van overeenkomstige toepassing na verloop van de geldigheidsduur van die machtiging.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4a. Zelfbinding
|
||||
|
||||
### Artikel 34a
|
||||
|
||||
**1.** Een persoon van 16 jaar of ouder die in staat is zijn wil met betrekking tot opneming, verblijf en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting te bepalen, kan zich met een daartoe strekkende verklaring, verbinden tot opneming, verblijf en behandeling van de stoornis van zijn geestvermogens in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, hoewel de stoornis de betrokkene geen gevaar doet veroorzaken, indien de in die verklaring omschreven omstandigheden zich voordoen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor een opneming, verblijf en behandeling als bedoeld in het eerste lid, is een rechterlijke machtiging, hierna te noemen zelfbindingsmachtiging, vereist indien de betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot opneming, verblijf of behandeling en de in de verklaring omschreven omstandigheden zich voordoen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een zelfbindingsmachtiging betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 34b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Betrokkene zelf en een aan een psychiatrisch ziekenhuis verbonden psychiater, stellen tezamen een verklaring op waarin worden beschreven:
|
||||
|
||||
a. onder welke omstandigheden betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis waaraan de psychiater is verbonden, wil worden opgenomen en verblijven;
|
||||
b. de behandeling die hij alsdan ter bestrijding van de stoornis van de geestvermogens in het ziekenhuis wil ondergaan;
|
||||
c. de duur van de behandeling, die niet meer dan zes weken bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** De patiëntenvertrouwenspersoon verleent op verzoek van betrokkene advies en bijstand in aangelegenheden, samenhangend met de in het eerste lid bedoelde verklaring.
|
||||
|
||||
### Artikel 34c
|
||||
|
||||
Een verklaring als bedoeld in artikel 34b kan niet worden vastgesteld dan nadat een psychiater die de betrokkene kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was, heeft verklaard dat:
|
||||
|
||||
a. betrokkene de verklaring heeft afgelegd terwijl hij in staat was de inhoud en de gevolgen daarvan te overzien;
|
||||
b. het in de verklaring voorziene verblijf en de in de verklaring voorziene behandeling de situatie van betrokkene zodanig kan verbeteren dat deze tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake van een behandeling in staat is.
|
||||
|
||||
### Artikel 34d
|
||||
|
||||
**1.** De verklaring, bedoeld in artikel 34b, wordt schriftelijk vastgelegd, gedateerd en ondertekend door betrokkene, de psychiater bedoeld in artikel 34b en de psychiater, bedoeld in artikel 34c.
|
||||
|
||||
**2.** De verklaring wordt door de psychiater, bedoeld in artikel 34b, aan betrokkene ter hand gesteld. Een gewaarmerkt afschrift wordt door hem verstrekt aan ten minste één door betrokkene aan te wijzen persoon, aan de inspecteur, en indien betrokkene een andere behandelaar heeft aan deze behandelaar.
|
||||
|
||||
**3.** De hoofdinspecteur houdt ter bescherming van de patiënt een register bij van de verklaringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 34e
|
||||
|
||||
**1.** De verklaring heeft een geldigheidsduur van een jaar en kan telkens voor een zelfde periode worden verlengd.
|
||||
|
||||
**2.** De verklaring kan tussentijds worden gewijzigd of ingetrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Op de verlenging of de wijziging zijn de artikelen 34b tot en met 34d van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 34c niet van overeenkomstige toepassing is indien het betreft een wijziging van de behandelaar, indien deze in de verklaring is vermeld en indien zowel betrokkene als de te benoemen behandelaar daarmee instemmen.
|
||||
|
||||
**4.** Op de intrekking zijn de artikelen 34c en 34d van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 34c niet van overeenkomstige toepassing is indien de psychiater, bedoeld in artikel 34b, met de intrekking instemt.
|
||||
|
||||
### Artikel 34f
|
||||
|
||||
**1.** De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een zelfbindingsmachtiging verlenen om een persoon die een verklaring als bedoeld in artikel 34d heeft vastgesteld in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, te doen opnemen, te doen verblijven en te doen behandelen.
|
||||
|
||||
**2.** Een zelfbindingsmachtiging kan slechts worden verleend indien de in de verklaring omschreven omstandigheden zich naar het oordeel van de rechter voordoen en betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot opneming, verblijf of behandeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 34g
|
||||
|
||||
Tot het indienen van een verzoek gericht op het verkrijgen van een zelfbindingsmachtiging zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de psychiater, bedoeld in artikel 34b, of indien betrokkene een andere behandelaar heeft, deze behandelaar;
|
||||
b. de door betrokkene aangewezen persoon of personen die een afschrift hebben gekregen van de verklaring.
|
||||
|
||||
### Artikel 34h
|
||||
|
||||
**1.** Bij een verzoek als bedoeld in artikel 34g worden overgelegd de verklaring bedoeld in artikel 34d, de verklaring van de psychiater, bedoeld in artikel 34c en een verklaring van een psychiater die betrokkene kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was waaruit blijkt dat de in de verklaring omschreven omstandigheden zich voordoen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 4, tweede lid, en artikel 5, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 34i
|
||||
|
||||
**1.** Nadat een verzoek als bedoeld in artikel 34g is gedaan doet de officier van justitie een verzoek tot het verlenen van een zelfbindingsmachtiging, tenzij hij het verzoek kennelijk ongegrond acht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het verzoek worden de in artikel 34h bedoelde bescheiden, alsmede het verzoek, bedoeld in artikel 34g, eerste lid, overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 34j
|
||||
|
||||
Artikel 7, eerste lid, en artikel 8 zijn ter zake van een verzoek tot het verlenen van een zelfbindingsmachtiging van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 34k
|
||||
|
||||
**1.** De rechter beslist zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen vijf dagen na indiening van het verzoek door de officier van justitie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De griffier zendt een afschrift van de beschikking inzake de zelfbindingsmachtiging aan:
|
||||
|
||||
a. de betrokkene;
|
||||
b. de raadsman van de betrokkene;
|
||||
c. de psychiater, bedoeld in artikel 34b, en indien de patiënt een andere behandelaar heeft, aan deze;
|
||||
d. de door betrokkene aangewezen persoon of personen die een afschrift van de verklaring hebben gekregen;
|
||||
e. de huisarts van de betrokkene;
|
||||
f. de officier van justitie;
|
||||
g. de inspecteur.
|
||||
|
||||
### Artikel 34l
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 9, vijfde lid, en artikel 10, eerste en tweede lid, zijn ter zake van een zelfbindingsmachtiging van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de opneming van de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis wordt een afschrift van de in artikel 34b bedoelde verklaring overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** De zelfbindingsmachtiging heeft een geldigheidsduur van ten hoogste de in de verklaring vastgelegde duur van de behandeling, onverminderd artikel 34o.
|
||||
|
||||
**4.** De zelfbindingsmachtiging vervalt indien ten aanzien van betrokkene een inbewaringstelling is gelast of een voorlopige machtiging is verleend. Voorzover de verklaring betrekking heeft op de behandeling geldt deze alsdan als een verklaring als bedoeld in artikel 34p.
|
||||
|
||||
### Artikel 34m
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 11, 12 en 13 zijn ter zake van een zelfbindingsmachtiging van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden op de voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, nadere voorschriften gegeven met betrekking tot het verzoekschrift bedoeld in artikel 34g en de verklaring van de psychiater bedoeld in artikel 34c.
|
||||
|
||||
### Artikel 34n
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft is hoofdstuk III niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot de patiënt kan zonder diens toestemming uitsluitend de behandeling worden toegepast die is voorzien in de verklaring, bedoeld in artikel 34d.
|
||||
|
||||
**3.** De patiënt of de persoon of personen, bedoeld in artikel 34g, onder b, kunnen tegen het niet toepassen van die behandeling een schriftelijke klacht indienen bij het bestuur van het psychiatrisch ziekenhuis. Op de behandeling van de klacht zijn de artikelen 41 tot en met 41b van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Van de beëindiging van de behandeling geeft de geneesheer-directeur kennis aan de inspecteur. Deze stelt na beëindiging van de behandeling een onderzoek in of de behandeling is geschied overeenkomstig de zelfbindingsverklaring.
|
||||
|
||||
### Artikel 34o
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 45 en 46 geeft de geneesheer-directeur aan een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in het ziekenhuis verblijft verlof het psychiatrisch ziekenhuis te verlaten voorzover en voor zolang het verantwoord is hem buiten het ziekenhuis te laten verblijven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 48 verleent de geneesheer-directeur aan een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in het ziekenhuis verblijft ontslag zodra zich één van de volgende omstandigheden voordoet:
|
||||
|
||||
a. de patiënt is tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake van een behandeling in staat;
|
||||
b. de geldigheidsduur van de zelfbindingsmachtiging is verstreken.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 47 en 49 zijn niet van toepassing met betrekking tot een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 34p
|
||||
|
||||
**1.** Een persoon van 16 jaar of ouder die in staat is zijn wil met betrekking tot een behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting te bepalen, kan zich met een daartoe strekkende verklaring verbinden tot behandeling van de stoornis van zijn geestvermogens in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, indien hij zal worden opgenomen ingevolge hoofdstuk II, § 1 of § 3.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 34b tot en met 34e zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Schadevergoeding
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
|
@ -614,13 +763,21 @@ De geneesheer-directeur draagt er zorg voor dat voor een patiënt aantekening wo
|
|||
|
||||
**7.** De inspecteur stelt na beëindiging van elke behandeling met toepassing van het vijfde lid, derde volzin, een onderzoek in of de beslissing tot een zodanige behandeling over te gaan, zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van een patiënt die zich met een verklaring als bedoeld in artikel 34p heeft verbonden wordt voor in de verklaring voorziene duur in het behandelingsplan de in de verklaring voorziene behandeling opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 38, vijfde lid, derde volzin, kan met betrekking tot een patiënt die zich met een verklaring als bedoeld in artikel 34p heeft verbonden, de in de verklaring voorziene behandeling worden toegepast, ook indien de patiënt zich daartegen verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 34n, vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot een patiënt op wie hoofdstuk II toepassing heeft gevonden, kunnen, anders dan ter uitvoering van een behandelingsplan met inachtneming van artikel 38, geen middelen of maatregelen worden toegepast dan ter overbrugging van tijdelijke noodsituaties welke door de patiënt in het ziekenhuis als gevolg van de stoornis van de geestvermogens worden veroorzaakt.
|
||||
|
||||
**2.** De middelen en maatregelen die kunnen worden toegepast in gevallen als bedoeld in het eerste lid, worden bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. Daarbij worden termijnen aangegeven, gedurende welke ten hoogste de onderscheidene middelen en maatregelen met betrekking tot een bepaalde patiënt mogen worden toegepast.
|
||||
|
||||
**3.** De geneesheer-directeur geeft zo spoedig mogelijk na het begin van de toepassing van een middel of maatregel als bedoeld in de vorige leden daarvan kennis aan de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger of, ingeval deze ontbreken, de naaste (familie)betrekkingen, en in ieder geval aan de inspecteur.
|
||||
**3.** De geneesheer-directeur geeft zo spoedig mogelijk na het begin van de toepassing van een middel of maatregel als bedoeld in de vorige leden daarvan kennis aan de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger of, ingeval deze ontbreken, de naaste (familie)betrekkingen, en in ieder geval aan de inspecteur. Van de beëindiging van een middel of maatregel geeft hij zo spoedig mogelijk kennis aan de inspecteur. De kennisgeving geschiedt op een daartoe door Onze Minister voorgeschreven formulier.
|
||||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
|
|
@ -899,7 +1056,7 @@ d. een afschrift van een tot verlenging van het verblijf strekkende beslissing o
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De geneesheer-directeur draagt zorg dat in het patiëntendossier van een persoon die met toepassing van hoofdstuk II in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, aantekening wordt gehouden van:
|
||||
De geneesheer-directeur draagt zorg dat in het patiëntendossier van een persoon die met toepassing van hoofdstuk II §§ 1 tot en met 4 in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, aantekening wordt gehouden van:
|
||||
|
||||
a. het op grond van artikel 38 opgestelde behandelingsplan;
|
||||
b. de voortgang per maand in de uitvoering van dit plan;
|
||||
|
|
@ -922,6 +1079,20 @@ c. ontvangen of afgegeven geneeskundige verklaringen als bedoeld in de artikelen
|
|||
|
||||
**5.** Het bijhouden van het patiëntendossier geschiedt met het oog op de kwaliteit van de individuele hulpverlening en op de rechtspositie van de patiënt en zijn vertegenwoordigers.
|
||||
|
||||
### Artikel 56a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De geneesheer-directeur draagt zorg dat in het patiëntendossier van een persoon die met toepassing van hoofdstuk II, paragraaf 4a, in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft aantekening wordt gehouden van:
|
||||
|
||||
a. de in de verklaring, bedoeld in artikel 34a, voorziene behandeling;
|
||||
b. de voortgang per maand in de uitvoering van de behandeling;
|
||||
c. de medewerking van de betrokkene aan de uitvoering van de behandeling.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 56, vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een patiënt die een verklaring als bedoeld in artikel 34p heeft afgelegd, voorzover het gaat om de uitvoering van de in die verklaring voorziene behandeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
De geneesheer-directeur draagt, met het oog op het in het kader van deze wet uit te oefenen toezicht, zorg dat van elke toepassing van een middel of maatregel, aangewezen krachtens artikel 39, tweede lid, en van de redenen die daartoe hebben geleid, aantekening wordt gehouden in een register, ingericht naar een door Onze Minister vast te stellen model.
|
||||
|
|
@ -935,9 +1106,9 @@ De geneesheer-directeur draagt, met het oog op het in het kader van deze wet uit
|
|||
De geneesheer-directeur doet eens per maand, met het oog op zijn bevoegdheden in het kader van deze wet aan de inspecteur en aan de officier van justitie, in wier ambtsgebied het ziekenhuis is gelegen, opgave van de namen der patiënten,
|
||||
|
||||
- die zijn opgenomen, onder mededeling van de daarbij overgelegde bescheiden, als bedoeld in artikel 53;
|
||||
- aan wie verlof voor langer dan 60 uren of voorwaardelijk ontslag is verleend op grond van de artikelen 45 of 47, eerste lid, onder mededeling van de daaraan verbonden voorschriften onderscheidenlijk voorwaarden;
|
||||
- aan wie verlof voor langer dan 60 uren of voorwaardelijk ontslag is verleend op grond van de artikelen 45 of 47, eerste lid, onder mededeling van de daaraan verbonden voorschriften onderscheidenlijk voorwaarden dan wel voor langer dan 60 uur verlof is verleend op grond van artikel 34o, eerste lid;
|
||||
- wier verlof of voorwaardelijk ontslag is ingetrokken op grond van artikel 46 of 47, derde lid;
|
||||
- aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 48;
|
||||
- aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 34o, tweede lid, of artikel 48;
|
||||
- die zijn gestorven, onder mededeling van de doodsoorzaak.
|
||||
|
||||
**2.** De geneesheer-directeur zendt voorts eens per maand aan de inspecteur, in wiens ambtsgebied het ziekenhuis is gelegen, een afschrift van de in het register, bedoeld in artikel 57, in de voorafgaande maand ingeschreven middelen en maatregelen.
|
||||
|
|
@ -1058,7 +1229,7 @@ De officieren van justitie leggen hun bevindingen tijdens de bezoeken, bedoeld i
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt als opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven, aangemerkt het in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting doen opnemen of opnemen, hoewel de betrokkene blijk heeft gegeven van verzet daartegen, terwijl de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet zijn overgelegd of aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die opzettelijk in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 38, vijfde lid, of 39, eerste en tweede lid, middelen of maatregelen toepast met betrekking tot een patiënt op wie hoofdstuk II dan wel artikel 60 toepassing heeft gevonden, of die op grond van een uitspraak van de strafrechter als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft.
|
||||
**3.** Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die opzettelijk in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 34n, tweede lid, of artikel 38a, eerste lid, 38, vijfde lid, of 39, eerste en tweede lid, middelen of maatregelen toepast met betrekking tot een patiënt op wie hoofdstuk II dan wel artikel 60 toepassing heeft gevonden, of die op grond van een uitspraak van de strafrechter als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft.
|
||||
|
||||
**4.** De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1091,7 +1262,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
De voordracht voor een krachtens artikel 14, 23, 37, 38, 39, 41, 44, 50, 58, 60 of 62 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de *Staatscourant* is bekend gemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
|
||||
De voordracht voor een krachtens artikel 14, 23, 34m, tweede lid, 37, 38, 39, 41, 44, 50, 58, 60 of 62 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de *Staatscourant* is bekend gemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 72a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue