2020-01-01 | BWBR0024394 | Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2bd073f8b3
commit 674c87d872

View file

@ -75,8 +75,8 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
Recht op uitkering op grond van deze wet heeft de persoon:
a. wiens eerste dag van werkloosheid tussen 30 september 2006 en 1 januari 2020 ligt;
b. die op die dag 60 jaar of ouder is;
a. wiens eerste dag van werkloosheid tussen 30 september 2006 en 1 januari 2024 ligt;
b. die op die dag 60 jaar en 4 maanden of ouder is;
c. die op die dag voldeed aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 42, tweede lid, onderdeel a of b, van de Werkloosheidswet, en
d. op wie geen uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in artikel 6.
@ -98,13 +98,13 @@ c. op wie geen uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in artikel 6.
Recht op een uitkering op grond van deze wet heeft tevens de persoon:
a. voor wie tussen 31 december 2007 en 1 januari 2020 recht is ontstaan op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering;
b. die op de dag dat het recht op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering ontstond 60 jaar of ouder is, en
a. voor wie tussen 31 december 2007 en 1 januari 2024 recht is ontstaan op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering;
b. die op de dag dat het recht op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering ontstond 60 jaar en 4 maanden of ouder is, en
c. op wie geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 6 van toepassing is.
**2.** Het recht op een uitkering op grond van dit artikel ontstaat op de dag na de dag waarop de geldende uitkeringsduur van de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is verstreken en kan niet eerder ontstaan dan na inwerkingtreding van deze wet.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien artikel 59, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toepassing heeft gevonden, tenzij de eerste dag van de werkloosheid op grond waarvan een uitkering op grond van de Werkloosheidswet werd ontvangen als bedoeld in dat artikel, lag op of na 1 oktober 2006 en de persoon op die dag 60 jaar of ouder was.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien artikel 59, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toepassing heeft gevonden, tenzij de eerste dag van de werkloosheid op grond waarvan een uitkering op grond van de Werkloosheidswet werd ontvangen als bedoeld in dat artikel, lag op of na 1 oktober 2006 en de persoon op die dag 60 jaar en 4 maanden of ouder was.
### Artikel 4
@ -435,7 +435,7 @@ c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degene
**1.** Indien de uitkeringsgerechtigde aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg en op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is het UWV bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan de uitkeringsgerechtigde, zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
**2.** Indien aan de uitkeringsgerechtigde aan wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, bestaande uit beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en hij op grond van die wet hiervoor een bijdrage is verschuldigd, is het UWV bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan de uitkeringsgerechtigde, aan wie die uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, dat voor de gemeente de bijdrage int.
**2.** Indien aan de uitkeringsgerechtigde aan wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget wordt vertrekt voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en hij op grond van die wet hiervoor een bijdrage is verschuldigd, is het UWV bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan de uitkeringsgerechtigde, aan wie die uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, dat voor de gemeente de bijdrage int.
**3.** Indien de uitkeringsgerechtigde in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en het UWV, van de desbetreffende inrichting of van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om de uitkering aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is het UWV bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
@ -628,7 +628,9 @@ d. de Vakantieregeling WW: artikel 6, zesde lid.
### Artikel 48a
Vervallen
**1.** Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van werkloosheid is gelegen voor de inwerkingtreding van de Wet van 11 december 2019 tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in verband met het verlengen van de werkingsduur van die wet en het verhogen van de toetredingsleeftijd (Stb. 2019, 481), blijft artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van toepassing zoals dat luidde op de dag voor die inwerkingtreding.
**2.** Ten aanzien van de persoon wiens recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is ontstaan voor de inwerkingtreding van de Wet van 11 december 2019 tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in verband met het verlengen van de werkingsduur van die wet en het verhogen van de toetredingsleeftijd (Stb. 2019, 481) blijft artikel 3a, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van toepassing zoals dat luidde op de dag voor die inwerkingtreding.
### Artikel 48b
@ -650,7 +652,7 @@ Onze Minister zendt binnen 2 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Sta
**1.** Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
**2.** Deze wet vervalt met ingang van 1 januari 2030.
**2.** Deze wet vervalt met ingang van 1 januari 2034.
### Artikel 51