2004-07-01 | BWBR0003765 | Wet rampen en zware ongevallen
This commit is contained in:
parent
b13537ee6d
commit
67b3ac5dc7
1 changed files with 189 additions and 95 deletions
|
|
@ -21,126 +21,231 @@ b. ramp of zwaar ongeval: een gebeurtenis
|
|||
|
||||
1°. waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad, en
|
||||
2°. waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
|
||||
c. brandweerregio: een regio als bedoeld in artikel 3 van de Brandweerwet 1985;
|
||||
d. GHOR-regio: een intergemeentelijk samenwerkingsverband inzake de geneeskundige hulpverlening als bedoeld in artikel 3 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;
|
||||
e. het regionale college: het regionale college als bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
### Paragraaf 1. Gemeentelijke voorbereiding
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders zijn belast met de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen in de gemeente, voor zover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald. Zij bevorderen in het bijzonder het houden van oefeningen en de totstandkoming van afspraken, die nodig zijn voor een doelmatige bestrijding van rampen en zware ongevallen.
|
||||
Het college van burgemeester en wethouders is belast met de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen in de gemeente, voor zover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald. Het bevordert in het bijzonder het houden van oefeningen en de totstandkoming van afspraken, die nodig zijn voor een doelmatige bestrijding van rampen en zware ongevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de bevolking, Onze commissaris in de provincie, en Onze Minister op passende wijze informatie wordt verschaft over de rampen en zware ongevallen die de bevolking en het milieu kunnen treffen, de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van deze rampen en zware ongevallen en de bij deze rampen en zware ongevallen te volgen gedragslijn.
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders stelt ten minste één maal per vier jaren een rampenplan vast, waarin risico's worden geïnventariseerd, de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en de bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding worden beschreven en het beleid ten aanzien van het vaststellen van rampbestrijdingsplannen wordt vastgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen betrokken personen op passende wijze informatie wordt verschaft over de rampen en zware ongevallen die de bevolking en het milieu kunnen treffen, de risico’s die hun inzet kan hebben voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen.
|
||||
**2.** Het rampenplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister draagt er zorg voor dat alle staten waarvan de bevolking en het milieu door rampen en zware ongevallen op Nederlands grondgebied kunnen worden getroffen, de informatie over de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, wordt verschaft, voor zover deze niet reeds op grond van andere voorschriften is verschaft.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de inhoud van de informatie, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, en over de wijze waarop de in die leden bedoelde taken worden uitgevoerd.
|
||||
De risico-inventarisatie in het rampenplan bevat:
|
||||
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
a. een overzicht van de soorten rampen en zware ongevallen die de gemeente bedreigen en de mogelijke gevolgen daarvan;
|
||||
b. een overzicht van de risicovolle situaties binnen de gemeente waarbij zich een ramp of zwaar ongeval kan voordoen en de mogelijke gevolgen daarvan.
|
||||
|
||||
Indien een ramp of een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden, dragen burgemeester en wethouders van de gemeente waar de ramp of het zware ongeval zich heeft voorgedaan, zorg voor een volledige analyse van de ramp of het zware ongeval en doen zij zo nodig aanbevelingen om een soortgelijke ramp of een soortgelijk zwaar ongeval in de toekomst te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken.
|
||||
**4.** Het in het rampenplan opgenomen beleid ten aanzien van het vaststellen van rampbestrijdingsplannen bevat in ieder geval een overzicht van rampen en zware ongevallen waarvan de plaats, aard en gevolgen voorzienbaar zijn en waarvoor een rampbestrijdingsplan wordt vastgesteld alsmede een termijn waarbinnen dat zal worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2c
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder die beschikt over relevante veiligheidstechnische gegevens, verschaft burgemeester en wethouders, de burgemeester en het bestuur van de regionale brandweer de informatie die nodig is opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze informatie reeds op grond van andere voorschriften is verschaft of kan worden verkregen.
|
||||
Ten aanzien van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding bevat het rampenplan in ieder geval:
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen bevelen dat een krachtens artikel 7, derde lid, aangewezen inrichting niet in bedrijf gesteld wordt indien degene die de inrichting gaat drijven niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting tot informatieverstrekking heeft voldaan.
|
||||
a. begripsomschrijvingen;
|
||||
b. een overzicht van diensten, instanties, organisaties en personen, die bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen kunnen worden betrokken;
|
||||
c. een schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen;
|
||||
d. een intern en extern verbindings- en alarmeringsschema;
|
||||
e. een plan met betrekking tot de wijze waarop het college van burgemeester en wethouders de informatie, bedoeld in artikel 10b, eerste en tweede lid, en 10c verschaft, de wijze waarop de burgemeester de informatie, bedoeld in artikel 11a, eerste en tweede lid, verschaft, alsmede een plan met betrekking tot de waarschuwing van de bevolking;
|
||||
f. een plan met betrekking tot maatregelen te nemen bij een verplaatsing van de bevolking;
|
||||
g. een plan met betrekking tot de geneeskundige organisatie op het terrein waar een ramp of een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden;
|
||||
h. een plan met betrekking tot de opvang en verzorging van slachtoffers;
|
||||
i. een plan met betrekking tot psychosociale nazorg;
|
||||
j. een plan met betrekking tot de voedselvoorziening van de bevolking;
|
||||
k. een plan met betrekking tot maatregelen ten behoeve van de bevoorrading van met de bestrijding van rampen en zware ongevallen belaste diensten, instanties, organisaties en personen;
|
||||
l. een plan met betrekking tot het beperken van de schadelijke gevolgen;
|
||||
m. een plan met betrekking tot de vastlegging van gegevens met betrekking tot veroorzaakte schade;
|
||||
n. een plan met betrekking tot de organisatie en inrichting van een centraal registratie- en inlichtingenbureau;
|
||||
o. een plan met betrekking tot de verslaglegging;
|
||||
p. een verzendlijst.
|
||||
|
||||
**6.** Het rampenplan is afgestemd op calamiteitenplannen als bedoeld in artikel 69 van de Waterstaatswet 1900 die betrekking hebben op geheel of ten dele binnen de gemeentegrenzen gelegen waterstaatswerken, alsmede op plannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende gemeenten en van aangrenzende andere staten.
|
||||
|
||||
**7.** Het college van burgemeester en wethouders zendt het rampenplan en de wijzigingen daarop binnen een maand na vaststelling toe aan gedeputeerde staten, en ter kennisneming aan de commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie alsmede aan de bestuursorganen die binnen de gemeentegrenzen belast zijn met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg, indien het plan voor de waterstaatszorg van belang is.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen criteria worden vastgesteld waaraan gedeputeerde staten ingevolge artikel 7 de kwaliteit van het rampenplan toetsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester stelt ten minste één maal per vier jaren de rampbestrijdingsplannen vast voor de rampen en zware ongevallen, genoemd in het overzicht, bedoeld in artikel 3, vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** In het rampbestrijdingsplan is het geheel van de bij die ramp of dat zware ongeval te nemen maatregelen opgenomen.
|
||||
|
||||
**3.** Het rampbestrijdingsplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**4.** Het rampbestrijdingsplan is afgestemd op calamiteitenplannen als bedoeld in artikel 69 van de Waterstaatswet 1900 die betrekking hebben op geheel of ten dele binnen de gemeente gelegen waterstaatswerken, alsmede op plannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende gemeenten en van aangrenzende andere staten.
|
||||
|
||||
**5.** De burgemeester zendt het rampbestrijdingsplan en de wijzigingen daarop binnen een maand na vaststelling toe aan de commissaris van de Koning, alsmede aan de bestuursorganen die binnen de gemeentegrenzen belast zijn met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg, indien het plan voor de waterstaatszorg van belang is.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen criteria worden vastgesteld waaraan de commissaris van de Koning ingevolge artikel 8 de kwaliteit van het rampbestrijdingsplan toetst.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen rampen en zware ongevallen worden aangewezen waarvoor een rampbestrijdingsplan wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens die maatregel worden regels gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van het rampbestrijdingsplan;
|
||||
b. het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het rampbestrijdingsplan en van belangrijke wijzigingen van dat plan;
|
||||
c. het periodiek beproeven en actualiseren van het rampbestrijdingsplan;
|
||||
d. de bekendmaking van een besluit, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het krachtens het eerste lid bepaalde kan de burgemeester op grond van de ingevolge artikel 10a verschafte informatie besluiten dat voor een desbetreffende inrichting geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de regionale brandweer stelt ingevolge artikel 4, eerste lid, onderdeel 2, onder a, van de Brandweerwet 1985, ten minste één maal per vier jaren een beheersplan vast, waarin het beleid ten aanzien van de multidisciplinaire voorbereiding van de rampenbestrijding en ten aanzien van de waarborging van de benodigde capaciteit en kwaliteit van de organisatie van de rampenbestrijding is vastgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het beheersplan bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. het niveau van het hulpaanbod dat wordt nagestreefd op grond van de analyse van de risico-inventarisatie, bedoeld in artikel 3, derde lid;
|
||||
b. de op het niveau van het hulpaanbod, bedoeld in onderdeel a, afgestemde operationele prestaties van de brandweer, de politie en de geneeskundige hulpverleningsdiensten en ziekenhuizen, voor zover het de geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, betreft, de daarbij behorende capaciteit en deskundigheid en de maatregelen gericht op de realisering of de instandhouding daarvan;
|
||||
c. de inzet van de organisaties, bedoeld in onderdeel b, in het kader van het voorkomen en beperken van risico's, de daarbij behorende capaciteit en deskundigheid en de maatregelen gericht op de realisering of de instandhouding daarvan;
|
||||
d. de op het niveau van het hulpaanbod, bedoeld in onderdeel a, afgestemde prestaties van andere bij de rampenbestrijding betrokken gemeentelijke diensten en de maatregelen gericht op de realisering of de instandhouding daarvan;
|
||||
e. het op het niveau van het hulpaanbod, bedoeld in onderdeel a, afgestemde opleidings- en oefenprogramma en de maatregelen gericht op de realisering of de instandhouding daarvan.
|
||||
|
||||
**3.** Het beheersplan is afgestemd met de beheersplannen van de binnen de provincie gelegen andere brandweerregio's en met de beheersplannen in aangrenzende provincies.
|
||||
|
||||
**4.** Het beheersplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**5.** Het beheersplan wordt vastgesteld in overeenstemming met het regionale college en het bestuur van de GHOR-regio.
|
||||
|
||||
**6.** Het bestuur van de regionale brandweer zendt het beheersplan en de wijzigingen daarop binnen een maand na vaststelling toe aan gedeputeerde staten, en ter kennisneming aan de commissaris van de Koning, alsmede aan de bestuursorganen die binnen het grondgebied van de aan de regeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Brandweerwet 1985, deelnemende gemeenten, belast zijn met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen criteria worden vastgesteld waaraan gedeputeerde staten ingevolge artikel 9 de kwaliteit van het beheersplan toetsen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Provinciale voorbereiding
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De commissaris van de Koning stelt ten minste één maal per vier jaren een provinciaal coördinatieplan vast, waarin in ieder geval is opgenomen een schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties bij de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval op provinciaal niveau, alsmede gegevens over het verzoeken en verlenen van bijstand.
|
||||
|
||||
**2.** Het provinciaal coördinatieplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**3.** Het provinciaal coördinatieplan wordt uiterlijk een maand na de vaststelling ter kennisneming aan Onze Minister, aan de burgemeesters in de provincie alsmede aan de bestuursorganen die binnen de provinciegrenzen zijn belast met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg gezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Provinciale toetsing van de voorbereiding
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien het college van burgemeester en wethouders verzuimt een rampenplan vast te stellen, nodigen gedeputeerde staten het college uit om het plan binnen drie maanden vast te stellen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien gedeputeerde staten van oordeel zijn dat het rampenplan niet aan de wettelijke eisen voldoet, nodigen zij het college van burgemeester en wethouders binnen drie maanden nadat het plan is ontvangen uit het plan binnen een door hen vast te stellen termijn te wijzigen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien gedeputeerde staten van oordeel zijn dat het rampenplan niet meer actueel is, nodigen zij het college van burgemeester en wethouders uit het plan binnen een door hen vast te stellen termijn te wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het college van burgemeester en wethouders geen gevolg geeft aan een uitnodiging op grond van het eerste, tweede of derde lid, stellen gedeputeerde staten het plan respectievelijk de wijziging daarvan binnen zes maanden op kosten van de gemeente vast.
|
||||
|
||||
**5.** Alvorens de bevoegdheden, bedoeld in de vorige leden, toe te passen, treden gedeputeerde staten in overleg met het college van burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Indien de burgemeester verzuimt het rampbestrijdingsplan vast te stellen, nodigt de commissaris van de Koning hem uit om het plan binnen drie maanden vast te stellen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de commissaris van de Koning van oordeel is dat het rampbestrijdingsplan niet aan de wettelijke eisen voldoet, nodigt hij de burgemeester binnen drie maanden nadat het plan is ontvangen uit het plan binnen een door hem vast te stellen termijn te wijzigen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de commissaris van de Koning van oordeel is dat het rampbestrijdingsplan niet meer actueel is, nodigt hij de burgemeester uit het plan binnen een door hem vast te stellen termijn te wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de burgemeester geen gevolg geeft aan een uitnodiging op grond van het eerste, tweede of derde lid, stelt de commissaris van de Koning het plan respectievelijk de wijziging daarvan binnen zes maanden op kosten van de gemeente vast.
|
||||
|
||||
**5.** Alvorens de bevoegdheden, bedoeld in de vorige leden, toe te passen, treedt de commissaris van de Koning in overleg met de burgemeester.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bestuur van de regionale brandweer verzuimt het beheersplan vast te stellen, nodigen gedeputeerde staten het bestuur uit om het plan binnen drie maanden vast te stellen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien gedeputeerde staten van oordeel zijn dat het beheersplan niet aan de wettelijke eisen voldoet, nodigen zij het bestuur van de regionale brandweer binnen drie maanden nadat het plan is ontvangen uit het plan binnen een door hen vast te stellen termijn te wijzigen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien gedeputeerde staten van oordeel zijn dat het beheersplan niet meer actueel is, nodigen zij het bestuur van de regionale brandweer uit het plan binnen een door hen vast te stellen termijn te wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het bestuur van de regionale brandweer geen gevolg geeft aan een uitnodiging op grond van het eerste tweede of derde lid, stellen gedeputeerde staten het plan respectievelijk de wijziging daarvan binnen zes maanden op kosten van het bestuur van de regionale brandweer vast.
|
||||
|
||||
**5.** Alvorens de bevoegdheden, bedoeld in de vorige leden, toe te passen, treden gedeputeerde staten in overleg met de besturen van de regionale brandweer en van de GHOR-regio en met het regionale college.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Indien de commissaris van de Koning van oordeel is dat met de uitvoering van de in het beheersplan neergelegde beleidsmaatregelen met betrekking tot de prestaties en het opleidingen oefenprogramma, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onvoldoende voortgang wordt geboekt, kan hij het bestuur van de regionale brandweer aanwijzingen geven ter bevordering van de uitvoering daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens een aanwijzing te geven treedt de commissaris van de Koning in overleg met het bestuur van de regionale brandweer.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Informatieverplichtingen ten behoeve van de voorbereiding
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder die beschikt over relevante veiligheidstechnische gegevens, verschaft het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en het bestuur van de regionale brandweer de informatie die nodig is opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze informatie reeds op grond van andere voorschriften is verschaft of kan worden verkregen.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen bevelen dat een krachtens artikel 4a, eerste lid, aangewezen risicovol object niet in bedrijf gesteld wordt, indien degene die de inrichting gaat drijven niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting tot informatieverstrekking heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de informatieverschaffing, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op gegevens waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat is geboden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Rampenplannen
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat de bevolking, de commissaris van de Koning en Onze Minister op passende wijze informatie wordt verschaft over de rampen en zware ongevallen die de bevolking en het milieu kunnen treffen, de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van deze rampen en zware ongevallen en de bij deze rampen en zware ongevallen te volgen gedragslijn.
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenteraad stelt voor het gehele gebied van de gemeente een rampenplan vast.
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat de bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen betrokken personen op passende wijze informatie wordt verschaft over de rampen en zware ongevallen die de bevolking en het milieu kunnen treffen, de risico's die hun inzet kan hebben voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen.
|
||||
|
||||
**2.** In het rampenplan kan worden bepaald, dat burgemeester en wethouders volgens in het plan te geven regels het plan moeten uitwerken of binnen daarbij te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen.
|
||||
**3.** Onze Minister draagt er zorg voor dat alle staten waarvan de bevolking en het milieu door rampen en zware ongevallen op Nederlands grondgebied kunnen worden getroffen, de informatie over de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, wordt verschaft, voor zover deze niet reeds op grond van andere voorschriften is verschaft.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de inhoud van de informatie, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, en over de wijze waarop de in die leden bedoelde taken worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
Het rampenplan dient in ieder geval te bevatten:
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders stelt de krachtens artikel 10a verschafte gegevens ten behoeve van de vaststelling van de in artikel 4a, eerste lid, bedoelde rampbestrijdingsplannen uit eigen beweging ter beschikking van het publiek. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
a. begripsomschrijvingen;
|
||||
b. een overzicht van de soorten rampen en zware ongevallen die de gemeente kunnen bedreigen;
|
||||
c. een overzicht van diensten, instanties, organisaties en individuele personen, die bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen kunnen worden betrokken;
|
||||
d. een schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen;
|
||||
e. een intern en extern verbindings- en alarmeringsschema;
|
||||
f. regels over de wijze waarop burgemeester en wethouders de informatie, bedoeld in artikel 2*a*, eerste en tweede lid, verschaffen, en over de wijze waarop de burgemeester de informatie, bedoeld in artikel 11*a*, eerste en tweede lid, verschaft, alsmede een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de waarschuwing van de bevolking;
|
||||
g. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot maatregelen te nemen bij een verplaatsing van bevolking;
|
||||
h. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de geneeskundige organisatie op het terrein waar een ramp of een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden;
|
||||
i. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de opvang en verzorging van slachtoffers;
|
||||
j. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de voedselvoorziening van de bevolking;
|
||||
k. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot maatregelen ten behoeve van de bevoorrading van met de bestrijding van rampen en zware ongevallen belaste diensten en organisaties;
|
||||
l. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot het beperken van de schadelijke gevolgen;
|
||||
m. regels over de vastlegging van gegevens met betrekking tot veroorzaakte schade;
|
||||
n. regels over de organisatie en inrichting van een centraal registratie- en inlichtingenbureau;
|
||||
o. regels over de verslaglegging;
|
||||
p. een verzendlijst.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**2.** Het rampenplan is afgestemd op calamiteitenplannen als bedoeld in artikel 69 van de Waterstaatswet 1900 die betrekking hebben op geheel of ten dele binnen de gemeentegrenzen gelegen waterstaatswerken, alsmede op plannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende gemeenten en van aangrenzende gebieden in andere staten.
|
||||
Onverminderd artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in afwijking van artikel 10, tweede lid, van die wet blijft het verstrekken van informatie over de gegevens, bedoeld in het eerste lid, achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
a. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
|
||||
b. het voorkomen van sabotage.
|
||||
|
||||
**1.** Het rampenplan wordt uiterlijk een maand na de vaststelling door burgemeester en wethouders aan gedeputeerde staten en, ter kennisneming, aan Onze commissaris in de provincie alsmede aan de bestuursorganen die binnen de gemeentegrenzen zijn belast met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg gezonden.
|
||||
**3.** Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wet openbaarheid van bestuur is niet van toepassing op het op verzoek verstrekken van informatie over gegevens die bij de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde ter uitvoering van richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 10) door enig bestuursorgaan zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**2.** Wijzigingen in het rampenplan alsmede uitwerkingen daarvan, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden uiterlijk een maand na de vaststelling aan gedeputeerde staten, en ter kennisneming, aan Onze commissaris in de provincie alsmede aan de bestuursorganen die binnen de gemeentegrenzen zijn belast met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg gezonden.
|
||||
**4.** Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur is op het op verzoek verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld in het derde lid uitsluitend van toepassing, voor zover die gegevens een vertrouwelijk karakter hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
**5.** Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet openbaarheid van bestuur is op het op verzoek verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld in het derde lid uitsluitend van toepassing, voor zover het gegevens betreft die afbreuk kunnen doen aan de mogelijkheid van het voorkomen van sabotage.
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten kunnen het gemeentebestuur uitnodigen het rampenplan, de uitwerkingen en wijzigingen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, daaronder begrepen, binnen een door hen te bepalen termijn te wijzigen, indien zij van oordeel zijn dat het plan niet voldoet aan de eisen, bij de wet gesteld.
|
||||
### Paragraaf 5. Bestuurlijke rapportage over de voorbereiding
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten plegen alvorens gebruik te maken van hun bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, overleg met het betrokken gemeentebestuur.
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
**3.** Indien het gemeentebestuur geen gevolg geeft aan een uitnodiging op grond van het eerste lid, gaan gedeputeerde staten op kosten van de gemeente tot wijziging van het rampenplan over.
|
||||
Het bestuur van de regionale brandweer rapporteert, na overleg met het regionale college en het bestuur van de GHOR-regio, jaarlijks over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de beleidsmaatregelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en zendt deze aan de commissaris van de Koning en ter kennisneming aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Rampbestrijdingsplannen
|
||||
### Artikel 10e
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
De commissaris van de Koning informeert, mede op basis van de informatie, verkregen op grond van artikel 10d, Onze Minister jaarlijks over de stand van zaken met betrekking tot de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop.
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester stelt voor elke ramp of elk zwaar ongeval, waarvan de plaats, de aard en de gevolgen voorzienbaar zijn, een rampbestrijdingsplan vast, waarin het geheel van bij die ramp of dat zware ongeval te nemen maatregelen is opgenomen.
|
||||
### Artikel 10f
|
||||
|
||||
**2.** Het rampbestrijdingsplan is afgestemd op calamiteitenplannen als bedoeld in artikel 69 van de Waterstaatswet 1900 die betrekking hebben op geheel of ten dele binnen de gemeentegrenzen gelegen waterstaatswerken, alsmede op plannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende gemeenten en van aangrenzende gebieden in andere staten.
|
||||
Onze Minister informeert, mede op basis van de informatie, verkregen op grond van artikel 10e, en de artikelen 19 en 19a van de Brandweerwet 1985, de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten minste één maal per vier jaren over de stand van zaken met betrekking tot de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
### Paragraaf 6. Onderzoek ten behoeve van voorbereiding
|
||||
|
||||
Een rampbestrijdingsplan wordt in ieder geval vastgesteld voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rampen en zware ongevallen. Bij of krachtens die maatregel worden regels gesteld omtrent:
|
||||
### Artikel 10g
|
||||
|
||||
a. de inhoud van het rampbestrijdingsplan;
|
||||
b. het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het rampbestrijdingsplan en van belangrijke wijzigingen van dat plan;
|
||||
c. het periodiek beproeven en actualiseren van het rampbestrijdingsplan;
|
||||
d. de bekendmaking van een besluit, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
**1.** Indien een ramp of zwaar ongeval heeft plaatsgevonden, draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de ramp of het zware ongeval zich heeft voorgedaan zorg voor een onderzoek van de ramp of het zware ongeval en doet het zonodig aanbevelingen om een soortgelijke ramp of soortgelijk zwaar ongeval voor de toekomst te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken, tenzij de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, daar onderzoek naar verricht.
|
||||
|
||||
**4.** De burgemeester kan op grond van de ingevolge artikel 2c verschafte informatie besluiten dat voor een inrichting die behoort tot een krachtens het derde lid aangewezen categorie geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Elk rampbestrijdingsplan wordt uiterlijk een maand na de vaststelling aan Onze commissaris in de provincie gezonden. Indien het rampbestrijdingsplan voor de waterstaatszorg van belang is wordt dit eveneens gezonden aan de bestuursorganen die binnen de gemeentegrenzen zijn belast met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Onze commissaris in de provincie kan de burgemeester, na overleg met hem, de verplichting opleggen tot het wijzigen van een vastgesteld rampbestrijdingsplan. Hij kan daarbij een termijn stellen, waarbinnen de wijziging moet zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Binnen zes maanden na de datum waarop het rampbestrijdingsplan hem is toegezonden, deelt Onze commissaris in de provincie de burgemeester mede of hij van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, gebruik zal maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Onze commissaris in de provincie kan de burgemeesters van aan elkaar grenzende gemeenten die kunnen worden getroffen door een en dezelfde ramp of een en hetzelfde zware ongeval, waarvan de plaats, de aard en de gevolgen voorzienbaar zijn, na overleg met hen, de verplichting opleggen om na onderling overleg, ieder voor zijn gemeente, een rampbestrijdingsplan vast te stellen. Hij kan daarbij een termijn stellen, waarbinnen het plan moet zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, in meer dan één provincie zijn gelegen, kan Onze Minister, na overleg met Onze betrokken commissarissen in de provinciën, de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, uitoefenen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Provinciale coördinatieplannen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Onze commissaris in de provincie stelt binnen twee jaar na het inwerkingtreden van deze wet een provinciaal coördinatieplan vast. In het plan worden in ieder geval opgenomen een schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties bij de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval op provinciaal niveau, alsmede gegevens over het verzoeken en verlenen van bijstand.
|
||||
|
||||
**2.** Het provinciaal coördinatieplan wordt uiterlijk een maand na de vaststelling ter kennisneming aan Onze Minister, aan de burgemeesters in de provincie alsmede aan de bestuursorganen die binnen de provinciegrenzen zijn belast met aangelegenheden betreffende de waterstaatszorg gezonden.
|
||||
**2.** Indien daartoe aanleiding is, wordt naar aanleiding van het eigen onderzoek of het onderzoek van de Onderzoeksraad voor veiligheid het rampenplan, de rampbestrijdingsplannen of het beheersplan aangepast.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Taken en bevoegdheden bij de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,7 +257,7 @@ d. de bekendmaking van een besluit, bedoeld in het vierde lid.
|
|||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester draagt er zorg voor dat de bevolking, Onze commissaris in de provincie, en Onze Minister op passende wijze informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp die of een zwaar ongeval dat de bevolking en het milieu bedreigt of treft, alsmede over de bij deze ramp of dit zware ongeval te volgen gedragslijn.
|
||||
**1.** De burgemeester draagt er zorg voor dat de bevolking, de hoofdofficier van justitie, Onze commissaris in de provincie, en Onze Minister op passende wijze informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp die of een zwaar ongeval dat de bevolking en het milieu bedreigt of treft, alsmede over de bij deze ramp of dit zware ongeval te volgen gedragslijn.
|
||||
|
||||
**2.** De burgemeester draagt er zorg voor dat de bij de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval betrokken personen op passende wijze informatie wordt verschaft over een ramp die of een zwaar ongeval dat de bevolking en het milieu bedreigt of treft, de risico’s die hun inzet bij deze ramp of dit zware ongeval heeft voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -264,36 +369,25 @@ Onze commissaris in de provincie, de burgemeester en de door hen of door Onze Mi
|
|||
|
||||
**2.** In de kosten die voortvloeien uit het verlenen van bijstand als bedoeld in artikel 3 van de op 14 november 1984 te Den Haag tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen en ongevallen (Trb. 1984, 155) en van de op 7 juni 1988 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen, zware ongevallen daaronder begrepen (Trb. 1988, 95), kan door Onze Minister aan de bij de bestrijding betrokken provincies, gemeenten, organisaties en diensten een bijdrage worden verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste en tweede lid.
|
||||
**3.** In de kosten die voor gemeenten voortvloeien uit het opsporen en ruimen van als gevolg van de Tweede Wereldoorlog achtergebleven explosieven, kan door Onze Minister een bijdrage worden verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders stellen de krachtens artikel 2c verschafte gegevens ten behoeve van de vaststelling van de in artikel 7, derde lid, bedoelde rampbestrijdingsplannen uit eigen beweging ter beschikking van het publiek. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in afwijking van artikel 10, tweede lid, van die wet blijft het verstrekken van informatie over de gegevens, bedoeld in het eerste lid, achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
|
||||
|
||||
a. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
|
||||
b. het voorkomen van sabotage.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wet openbaarheid van bestuur is niet van toepassing op het op verzoek verstrekken van informatie over gegevens die bij de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde ter uitvoering van richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 10) door enig bestuursorgaan zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur is op het op verzoek verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld in het derde lid uitsluitend van toepassing, voor zover die gegevens een vertrouwelijk karakter hebben.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet openbaarheid van bestuur is op het op verzoek verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld in het derde lid uitsluitend van toepassing, voor zover het gegevens betreft die afbreuk kunnen doen aan de mogelijkheid van het voorkomen van sabotage.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25b
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens artikel 2c bepaalde ten aanzien van krachtens artikel 7, derde lid, aangewezen inrichtingen zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders binnen hun ambtsgebied aangewezen ambtenaren. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over dit toezicht.
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens artikel 10a bepaalde ten aanzien van krachtens artikel 4a aangewezen inrichtingen zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders binnen hun ambtsgebied aangewezen ambtenaren. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over dit toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 25c
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens artikel 2c bepaalde ten aanzien van krachtens artikel 7, derde lid, aangewezen inrichtingen, tot welke bevoegdheid mede behoort het stilleggen of gedeeltelijk buiten werking stellen of verzegelen van de inrichting dan wel het verzegelen of verwijderen van hetgeen zich in de inrichting bevindt.
|
||||
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens artikel 10a bepaalde ten aanzien van krachtens artikel 4a aangewezen inrichtingen, tot welke bevoegdheid mede behoort het stilleggen of gedeeltelijk buiten werking stellen of verzegelen van de inrichting dan wel het verzegelen of verwijderen van hetgeen zich in de inrichting bevindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Handelen in strijd met de artikelen 2*c*, eerste lid, en 11*b*, tweede lid, is een strafbaar feit voor zover dat handelen in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2*c*, derde lid, onderscheidenlijk artikel 11*b*, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.
|
||||
Handelen in strijd met de artikelen 10a, eerste lid, en 11b, tweede lid, is een strafbaar feit voor zover dat handelen in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 10a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 11b, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue