2012-01-01 | BWBR0017321 | Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang
This commit is contained in:
parent
8a1ffefd02
commit
67c0a1ad50
1 changed files with 18 additions and 1 deletions
|
|
@ -60,6 +60,10 @@ De maximum uurprijs, bedoeld in artikel 4, wordt jaarlijks aangepast overeenkoms
|
|||
a. 80% van de ontwikkeling van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in het voorafgaande jaar, is geraamd; en
|
||||
b. het verschil tussen de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat jaar, was geraamd en de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat voorafgaande jaar, nader is geraamd.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Artikel 5 wordt niet toegepast voor de aanpassing van de maximum uurprijs, bedoeld in artikel 4, per 1 januari 2012.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Voor de berekening van de kinderopvangtoeslag is de verdeling van de toetsingsinkomens in inkomensgroepen vanaf het berekeningsjaar 2009 in de bij dit besluit behorende bijlage I opgenomen.
|
||||
|
|
@ -76,7 +80,20 @@ De bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen, bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
Het maximaal aantal uren kinderopvang per kalendermaand dat voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, bedraagt voor elke vorm van opvang (dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang) per kind 230 uur.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het aantal uren kinderopvang dat voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, bedraagt voor ieder kind:
|
||||
|
||||
a. voor dagopvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, gezamenlijk:
|
||||
|
||||
– per berekeningsjaar niet meer dan 140 procent van het aantal gewerkte uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar de minste uren heeft gewerkt, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, en
|
||||
– per kalendermaand niet meer dan 230 uren,
|
||||
b. voor buitenschoolse opvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, gezamenlijk:
|
||||
|
||||
– per berekeningsjaar niet meer dan 70 procent van het aantal gewerkte uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar de minste uren heeft gewerkt, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, en
|
||||
– per kalendermaand niet meer dan 230 uren.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt indien een ouder of partner wegens werkloosheid niet langer arbeid als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet verricht, gedurende drie kalendermaanden, gerekend vanaf de eerste dag na de dag waarop de arbeidsverhouding of het verrichten van arbeid in de onderneming van de partner is geëindigd, uitgegaan van het aantal uren dat de ouder of partner voorafgaand aan die werkloosheid werkte.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Specifieke berekeningsfactor bij kinderopvangtoeslag voor ouder zonder partner
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue