2012-07-18 | BWBR0001827 | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-18 12:00:00 +00:00
parent 03c77197b7
commit 67f61f90c6

View file

@ -3701,33 +3701,27 @@ i. bezoldiging als bedoeld in artikel 115 van de Ambtenarenwet met uitzondering
**1.**
De beslagvrije voet bedraagt
De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van Wet werk en bijstand die beiden 21 jaar of ouder zijn: negentig procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel c, respectievelijk artikel 22, onderdeel c en d, van die wet;
b. een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand die 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn:
1°. een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, die jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
2°. een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand, die jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
b. voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand die 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn:
1°. indien het periodieke inkomen bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van dat inkomen inclusief de vakantie-aanspraak, doch ten minste 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand en ten hoogste 90 procent van die norm nadat deze eerst is verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid, van die wet;
2°. indien het periodieke inkomen niet bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande van 65 jaar of ouder en een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 22, onderdeel a en b, van die wet.
1°. indien het periodieke inkomen bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van dat inkomen inclusief de vakantie-aanspraak, doch ten minste 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand en ten hoogste 90 procent van die norm nadat deze eerst is verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid, van die wet;
2°. indien het periodieke inkomen niet bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande van 65 jaar of ouder en een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder: negentig procent van de norm genoemd in artikel 22, onderdeel a en b, van die wet.
**2.**
De beslagvrije voet bedraagt:
De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als behorend tot een gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van Wet werk en bijstand waarvan alle meerderjarige gezinsleden 18 jaar of ouder zijn doch jonger dan 65 jaar: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, eerste lid, van die wet.
b. in afwijking van het bepaalde onder a voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als behorende tot:
a. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen die beiden jonger zijn dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
b. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande jonger dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
d. een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
e. echtgenoten of geregistreerde partners die beiden jonger zijn dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
f. echtgenoten of geregistreerde partners waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.
1°. een gezin dat bestaat uit twee meerderjarige personen van 18 tot en met 20 jaar en waarbij er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 1, van de Wet werk en bijstand;
2°. een gezin dat uit twee meerderjarige personen bestaat, waarvan een persoon 18, 19 of 20 jaar is en waarvan de andere persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en waarbij er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 1, van de Wet werk en bijstand;
3°. een gezin dat bestaat uit twee meerderjarige personen van 18, 19 of 20 jaar en waarbij er een of meer ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 2, van de Wet werk en bijstand;
4°. een gezin dat uit twee meerderjarige personen bestaat, waarvan een persoon 18, 19 of 20 jaar is en waarvan de andere persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en waarbij er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 2, van de Wet werk en bijstand;
5°. een gezin dat uit drie meerderjarige personen bestaat, waarvan twee personen, 18, 19 of 20 jaar zijn en waarvan een persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand;
c. voor schuldenaren die behoren tot een gezin waarvan een of meer gezinsleden 65 jaar of ouder zijn: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 22, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.
**3.** Voor zover het een gezin betreft, wordt de beslagvrije voet voor ten hoogste de helft verminderd met het eigen, niet onder beslag liggende periodieke inkomen inclusief vakantie-aanspraak van de meerderjarige gezinsleden aan wie de bijstand samen met de schuldenaar zou kunnen toekomen.
**3.** Voor zover het echtgenoten of geregistreerde partners betreft, wordt de beslagvrije voet voor ten hoogste de helft verminderd met het eigen, niet onder beslag liggende periodieke inkomen inclusief vakantie-aanspraak van degene aan wie de bijstand samen met de schuldenaar zou kunnen toekomen.
**4.** Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging. De beslagvrije voet wordt verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 23 van de Wet werk en bijstand.