From 68200735c69256203f478c13141d28e71d519a3a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-01-01 | BWBR0035390 | Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten --- .../BWBR0035390/README.md | 70 ++++++++++--------- 1 file changed, 37 insertions(+), 33 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/omzetbelasting-margeregeling-regeling-voor-gebruikte-goederen-kunstvoorwerpen-vo/BWBR0035390/README.md b/beleidsregel/omzetbelasting-margeregeling-regeling-voor-gebruikte-goederen-kunstvoorwerpen-vo/BWBR0035390/README.md index f3b5960e0b2..6d558f2d949 100644 --- a/beleidsregel/omzetbelasting-margeregeling-regeling-voor-gebruikte-goederen-kunstvoorwerpen-vo/BWBR0035390/README.md +++ b/beleidsregel/omzetbelasting-margeregeling-regeling-voor-gebruikte-goederen-kunstvoorwerpen-vo/BWBR0035390/README.md @@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, ku # Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten -*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 4 juli 2007, nr. CPP2007/948M. Actualisering is onder meer nodig vanwege wijzigingen in wetgeving en jurisprudentie. Verder is een bestaand besluit verwerkt en zijn enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Zie ook onderdeel 1.2.* +*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 4 juli 2007, nr. CPP2007/948M. Actualisering is onder meer nodig vanwege wijzigingen in wetgeving en jurisprudentie. Verder is een bestaand besluit verwerkt en zijn enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Zie ook onderdeel 1.2.* ## 1. Inleiding @@ -24,7 +24,9 @@ De Wet op de omzetbelasting 1968 bevat een bijzondere regeling voor gebruikte go – ingetrokken regelingen (hoofdstuk 8); – inwerkingtreding (hoofdstuk 9). -Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-30753 (Stcrt. 68655). De wijziging betrof de onderdelen 3.6, 3.7, 4.3, 4.10, 4.11, 5.3, 5.7.1 en 7.7. De wijziging hield verband met de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9% met ingang van 1 januari 20191Artikel XXIV, onderdeel B, van het Belastingplan 2019, nr. 35 026. Verder zijn aan de voorbeelden in onderdeel 4.3 dvd’s toegevoegd. +Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-30753 (Stcrt. 68655). De wijziging betrof de onderdelen 3.6, 3.7, 4.3, 4.10, 4.11, 5.3, 5.7.1 en 7.7. De wijziging hield verband met de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9% met ingang van 1 januari 20191Artikel XXIV, onderdeel B, van het Belastingplan 2019, nr. 35 026. Verder zijn aan de voorbeelden in onderdeel 4.3 dvd’s toegevoegd. + +Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van [datum], nr. 2019-25271, (Stcrt. [nummer]). De wijziging betrof de onderdelen 3.5., 3.5.3., 5.3., 6.3. en 7.7. De wijziging hield verband met de wijziging van 28b, tweede lid, onderdeel c van de Wet op de omzetbelasting 1968 vanwege het in werking treden van een nieuwe regeling voor kleine ondernemers met ingang van 1 januari 20201Wet modernisering kleineondernemersregeling, Stb. 2018 511. ### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen @@ -36,7 +38,7 @@ Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-30753 (Stc - *uitvoeringsbeschikking:* Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 - *btw-richtlijn:* - Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde + Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde - *margeregeling:* regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, bedoeld in Hoofdstuk V, afdeling 5, van de wet - *margegoederen:* gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdelen l en m, van de wet - *kav-goederen:* kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet @@ -54,22 +56,22 @@ Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-30753 (Stc ### 1.2. Wijzigingen -Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het besluit van 4 juli 2007, nr. CPP2007/948M: +Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het besluit van 4 juli 2007, nr. CPP2007/948M: -– de verhoging van het algemene btw-tarief van 19% naar 21% is verwerkt (wijziging artikel 9 van de wet per 1 oktober 2012, Wet uitwerking fiscale maatregelen begrotingsakkoord 2013, 33 287); -– paragraaf 3.8: de herziening van de keuze om al dan niet de margeregeling toe te passen is onder voorwaarden versoepeld (Hof Amsterdam, 6 april 2009, nr. 08/00151, ECLI:NL:GHAMS:2009:BI0538); -– paragrafen 4.20 en 4.21: de verrekeningsmogelijkheid van negatieve marges per tijdvak is ook van toepassing in de situatie dat de koper en verkoper beiden de globalisatieregeling toepassen bij bedrijfsbeëindiging en uittreding of beëindiging fiscale eenheid (wijziging artikelen 3 en 8 van de uitvoeringsbeschikking per 1 januari 2008, nr. DB2007/655M, 20 december 2007); -– paragraaf 4.22 besluit CPP2007/948M: in deze paragraaf was goedgekeurd dat tot uiterlijk 31 december 2008 een beroep kon worden gedaan op een ingetrokken faciliteit bij bedrijfsbeëindiging. Vanwege het tijdsverloop is deze goedkeuring achterhaald en niet meer in dit besluit opgenomen; +– de verhoging van het algemene btw-tarief van 19% naar 21% is verwerkt (wijziging artikel 9 van de wet per 1 oktober 2012, Wet uitwerking fiscale maatregelen begrotingsakkoord 2013, 33 287); +– paragraaf 3.8: de herziening van de keuze om al dan niet de margeregeling toe te passen is onder voorwaarden versoepeld (Hof Amsterdam, 6 april 2009, nr. 08/00151, ECLI:NL:GHAMS:2009:BI0538); +– paragrafen 4.20 en 4.21: de verrekeningsmogelijkheid van negatieve marges per tijdvak is ook van toepassing in de situatie dat de koper en verkoper beiden de globalisatieregeling toepassen bij bedrijfsbeëindiging en uittreding of beëindiging fiscale eenheid (wijziging artikelen 3 en 8 van de uitvoeringsbeschikking per 1 januari 2008, nr. DB2007/655M, 20 december 2007); +– paragraaf 4.22 besluit CPP2007/948M: in deze paragraaf was goedgekeurd dat tot uiterlijk 31 december 2008 een beroep kon worden gedaan op een ingetrokken faciliteit bij bedrijfsbeëindiging. Vanwege het tijdsverloop is deze goedkeuring achterhaald en niet meer in dit besluit opgenomen; – paragraaf 4.22.4: vanwege het vervallen van de mogelijkheid gebruik te maken van rubriek 5e van de btw-aangifte, moeten autodemontagebedrijven de herrekening bij toepassing van de globalisatieregeling verwerken bij rubriek 1a. Verder vervalt de eis dat de wederverkoper de herrekening schriftelijk aan de inspecteur moet sturen. Voldoende is dat de herrekening blijkt uit de administratie; – paragraaf 4.22.5: ter verduidelijking is een nieuwe paragraaf opgenomen over de samenloop van de autodemontageregeling en de margeregeling; – paragrafen 5.5 en 5.6: de paragrafen over intracommunautaire transacties met kav-goederen zijn verduidelijkt; -– paragraaf 5.7: ten onrechte afgetrokken btw staat de toepassing van de kav-vergunning niet in de weg (Hof ’s-Hertogenbosch, 10 juli 2009, nr. 08/00140, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5833); -– paragraaf 6.3: de grens voor afgifte van een inkoopverklaring is verhoogd naar € 500 (wijziging artikel 4a van de uitvoeringsbeschikking per 1 januari 2010, nr. DB2009/735M, 17 december 2009); -– paragraaf 6.4: opgenomen is dat de wederverkoper die de margeregeling toepast, hiervan op de factuur een bepaalde aanduiding moet opnemen (Wet van 15 maart 2012 tot wijziging van de wet in verband met nieuwe factureringsregels per 1 januari 2013); +– paragraaf 5.7: ten onrechte afgetrokken btw staat de toepassing van de kav-vergunning niet in de weg (Hof ’s-Hertogenbosch, 10 juli 2009, nr. 08/00140, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5833); +– paragraaf 6.3: de grens voor afgifte van een inkoopverklaring is verhoogd naar € 500 (wijziging artikel 4a van de uitvoeringsbeschikking per 1 januari 2010, nr. DB2009/735M, 17 december 2009); +– paragraaf 6.4: opgenomen is dat de wederverkoper die de margeregeling toepast, hiervan op de factuur een bepaalde aanduiding moet opnemen (Wet van 15 maart 2012 tot wijziging van de wet in verband met nieuwe factureringsregels per 1 januari 2013); – paragraaf 7.5: ter verduidelijking is opgenomen dat de goedkeuring voor veilinghouders bij executoriale verkoop niet kan worden toegepast als de veilinghouder weet dat de pandgever de btw heeft afgetrokken; – paragraaf 8 ingetrokken besluiten: -– VB95/2032, Verwijderingsbijdrage geen doorlopende post voor BTW. In dit besluit was de goedkeuring opgenomen dat over de (met verwijderingsbijdragen bekostigde) ontvangen premies door gecertificeerde autodemontage- en/of recyclingbedrijven de heffing van btw achterwege kan blijven. Deze goedkeuring is overbodig omdat het standpunt ook al voortvloeit uit jurisprudentie1Hof van Justitie, 29 februari 1996, nr. C-215/94, ECLI:EU:C:1996:72 (Mohr) en Hof van Justitie, 18 december 1997, nr. C-384/95, ECLI:EU:C:1997:627 (Landboden); +– VB95/2032, Verwijderingsbijdrage geen doorlopende post voor BTW. In dit besluit was de goedkeuring opgenomen dat over de (met verwijderingsbijdragen bekostigde) ontvangen premies door gecertificeerde autodemontage- en/of recyclingbedrijven de heffing van btw achterwege kan blijven. Deze goedkeuring is overbodig omdat het standpunt ook al voortvloeit uit jurisprudentie1Hof van Justitie, 29 februari 1996, nr. C-215/94, ECLI:EU:C:1996:72 (Mohr) en Hof van Justitie, 18 december 1997, nr. C-384/95, ECLI:EU:C:1997:627 (Landboden); – VB95/2145, Bemiddeling door galeriehouders. De inhoud van het besluit was grotendeels al in geactualiseerde vorm opgenomen in besluit CPP2007/948M en is overgenomen in paragraaf 7.7 van dit besluit. Voor het overige is het besluit achterhaald (punt 5, vierde alinea) of beschrijvend (punt 5, vanaf de vijfde alinea); – VB95/2411, Toepassing margeregeling BTW voor ticketbureau. De inhoud van het besluit is opgenomen in paragraaf 7.9 van dit besluit; – VB96/1626, Verlenging globalisatieregeling bij margeregeling BTW. Het besluit is achterhaald vanwege tijdsverloop; @@ -129,7 +131,7 @@ Op deze voorwaarde geldt een uitzondering voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor Ad e -Van wederverkoop in het kader van de normale bedrijfsuitoefening is niet alleen sprake bij in- en verkoop van (marge)goederen. Ook als margegoederen worden ingekocht, vervolgens bedrijfsmatig worden gebruikt en daarna worden verkocht kan die verkoop onder de margeregeling vallen2Hof van Justitie, 8 december 2005, nr. C-280/04, ECLI:EU:C:2005:753 (Jyske Finans) en Hof ’s-Hertogenbosch, 15 maart 2006, nr. 02/05143, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY3843 (zie ook onderdeel 3.3). +Van wederverkoop in het kader van de normale bedrijfsuitoefening is niet alleen sprake bij in- en verkoop van (marge)goederen. Ook als margegoederen worden ingekocht, vervolgens bedrijfsmatig worden gebruikt en daarna worden verkocht kan die verkoop onder de margeregeling vallen2Hof van Justitie, 8 december 2005, nr. C-280/04, ECLI:EU:C:2005:753 (Jyske Finans) en Hof ’s-Hertogenbosch, 15 maart 2006, nr. 02/05143, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY3843 (zie ook onderdeel 3.3). Ad f @@ -141,7 +143,7 @@ Onder het begrip ‘wederverkoper’ wordt verstaan: ‘de ondernemer wiens acti Een ondernemer kan bij de levering van margegoederen ook als wederverkoper optreden, nadat hij die goederen voor andere activiteiten heeft gebruikt (bijvoorbeeld verhuur). Voorwaarde is wel dat de latere levering op het moment van de aanschaf van de goederen tot de normale bedrijfsuitoefening van de wederverkoper behoort (zie voetnoot 1). Een voorbeeld hiervan is een instelling van kunstuitleen. Een dergelijke instelling schaft kunstwerken aan om die tegen vergoeding uit te lenen. De instelling heeft tevens als doel om, al dan niet na een periode van verhuur, de kunstwerken te verkopen. Op de verkoop van kunstvoorwerpen kan zo’n instelling de margeregeling toepassen. Een ander voorbeeld is een wederverkoper die margeauto’s voordat hij ze verkoopt, gebruikt als leen- of huurauto. -In de uitspraak van 18 januari 2013, nr. 11/00418, ECLI:NL:GHSHA:2013:BZ6203, heeft het Gerechtshof Den Haag het begrip ‘wederverkoper’ ruimer uitgelegd dan hiervoor is aangegeven. Tegen deze uitspraak is geen beroep in cassatie ingesteld omdat door het Hof is geoordeeld dat de inspecteur het vertrouwen heeft gewekt dat juist is gehandeld. Toch moet worden uitgegaan van hetgeen in de vorige alinea’s is vermeld over het begrip ‘wederverkoper’. +In de uitspraak van 18 januari 2013, nr. 11/00418, ECLI:NL:GHSHA:2013:BZ6203, heeft het Gerechtshof Den Haag het begrip ‘wederverkoper’ ruimer uitgelegd dan hiervoor is aangegeven. Tegen deze uitspraak is geen beroep in cassatie ingesteld omdat door het Hof is geoordeeld dat de inspecteur het vertrouwen heeft gewekt dat juist is gehandeld. Toch moet worden uitgegaan van hetgeen in de vorige alinea’s is vermeld over het begrip ‘wederverkoper’. Goederen die over een veiling worden verhandeld, worden geacht aan en door de veilinghouder te worden geleverd (artikel 3, vijfde lid, van de wet). Dit betekent dat veilinghouders die margegoederen veilen hiervoor zijn aan te merken als wederverkopers in de zin van de wet. Er kan van worden uitgegaan dat zij aan het vereiste voldoen dat meer dan incidenteel sprake is van wederverkoop. Dit geldt ook voor commissionairs en vergelijkbare ondernemers (artikel 3, zesde lid, van de wet). @@ -157,7 +159,7 @@ In artikel 28b, tweede lid, van de wet is aangegeven dat de margeregeling uitslu a een ander dan een ondernemer; b een ondernemer die de btw bij aanschaf van het goed niet in aftrek heeft kunnen brengen; -c een ondernemer die is ontheven van de administratieve verplichtingen, alleen voor in zijn bedrijf gebruikte bedrijfsmiddelen; +c een ondernemer die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers (artikel 25 van de wet) toepast, alleen voor in zijn bedrijf gebruikte roerende zaken waarop hij voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of zou kunnen afschrijven als hij aan zo’n belasting zou zijn onderworpen; d een andere wederverkoper die levert met toepassing van de margeregeling; of e een ondernemer of een wederverkoper uit een andere lidstaat, die op grond van de voor hem geldende wettelijke bepalingen geen btw in rekening mag brengen. @@ -171,11 +173,13 @@ Van een levering door een ander dan een ondernemer is allereerst sprake als het Een aantal prestaties is vrijgesteld van de heffing van btw (artikel 11 van de wet). Een ondernemer die goederen gebruikt voor vrijgestelde prestaties kan de op die goederen drukkende btw niet in aftrek brengen (artikel 15, eerste lid, van de wet). Dat kan ook het geval zijn als een ondernemer goederen aanschaft en die goederen bijvoorbeeld voor personeelsvoorzieningen gebruikt (artikelen 15, zesde lid, en 16 van de wet). Als een ondernemer een roerende zaak levert waarvoor hij de btw niet in aftrek heeft kunnen brengen, is ook die levering vrijgesteld van btw (artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet). De leverancier moet dan een factuur uitreiken met de vermelding dat hij het goed levert met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet. -#### 3.5.3. Ontheven kleine ondernemers ( +#### 3.5.3. Vrijgestelde kleine ondernemers ( -Onder bepaalde voorwaarden kan een ondernemer ontheven worden van zijn administratieve verplichtingen (artikel 25, derde lid, van de wet). Een gevolg van de ontheffing is dat deze ondernemer voor zijn leveringen en diensten geen factuur met btw mag uitreiken. Als zo’n ondernemer een gebruikt bedrijfsmiddel levert aan een wederverkoper, kan de wederverkoper dat goed met toepassing van de margeregeling verkopen. De leverancier van het gebruikte bedrijfsmiddel moet op het moment van deze levering zijn ontheven van zijn administratieve verplichtingen. Het is niet relevant welk btw-regime op de leverancier van toepassing was toen hij het bedrijfsmiddel aanschafte en of hij de btw toen in aftrek heeft kunnen brengen. +Een ondernemer die in Nederland is gevestigd of daar een vaste inrichting heeft en van wie de omzet in een kalenderjaar in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van btw-vrijstelling (artikel 25 van de wet, de zogenoemde kleineondernemersregeling). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het Hof van Justitie van de EU heeft beslist dat de omzet die als maatstaf dient voor de toepassing van de kleineondernemersregeling niet wordt gevormd door de belaste marge, maar door het totale bedrag van de door belastingplichtige wederverkopers ontvangen bedragen, de btw niet inbegrepen2Hof van Justitie, 29 juli 2019, C-388/18 (B), ECLI:EU:C:2019:642 (zie ook Stcrt. Nr. 51913). -De (marge)regeling is beperkt tot de levering van bedrijfsmiddelen. De regeling geldt niet voor de handelsvoorraad van ontheven ondernemers, die meestal uit *ongebruikte* goederen bestaat. De margeregeling kan wel worden toegepast als een van zijn administratieve verplichtingen ontheven ondernemer in zijn hoedanigheid van *wederverkoper* handelsgoederen levert aan een andere wederverkoper (zie onderdeel 3.5.4). +Een gevolg van de vrijstelling is dat deze ondernemer voor zijn leveringen en diensten geen btw op de factuur mag vermelden (artikel 25, vierde lid, van de wet). Als zo’n ondernemer een gebruikte roerende zaak levert waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft (of zou kunnen afschrijven als hij aan zo’n belasting zou zijn onderworpen), kan de wederverkoper dat goed met toepassing van de margeregeling verkopen. De leverancier van de gebruikte roerende zaak moet op het moment van deze levering de vrijstelling toepassen. Het is niet relevant welk btw-regime op de leverancier van toepassing was toen hij het bedrijfsmiddel aanschafte en of hij de btw toen in aftrek heeft kunnen brengen. + +De (marge)regeling is beperkt tot de levering van roerende zaken als hiervoor bedoeld. De regeling geldt niet voor de handelsvoorraad van btw-vrijgestelde kleine ondernemers, die meestal uit *ongebruikte* goederen bestaat. De margeregeling kan wel worden toegepast als een btw-vrijgestelde kleine ondernemer in zijn hoedanigheid van wederverkoper handelsgoederen levert aan een andere wederverkoper (zie onderdeel 3.5.4.). #### 3.5.4. Wederverkopers ( @@ -281,7 +285,7 @@ Het komt voor dat een wederverkoper (A) met toepassing van de margeregeling een Wederverkoper A kan de toepassing van de margeregeling op zijn levering aan B ongedaan maken zolang de termijn voor de belastingaangifte van die levering nog niet is verstreken. A moet dan de uitgereikte factuur vervangen door een factuur waarop hij over de volledige vergoeding btw in rekening brengt. -Om cumulatie van belasting te voorkomen kan aan wederverkoper A ook na het verstrijken van de aangiftetermijn een herstelmogelijkheid worden geboden (zie ook Hof Amsterdam, 6 april 2009, nr. 08/00151, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI0538). Wederverkoper A kan de toepassing van de margeregeling op zijn levering aan B nog ongedaan maken als: +Om cumulatie van belasting te voorkomen kan aan wederverkoper A ook na het verstrijken van de aangiftetermijn een herstelmogelijkheid worden geboden (zie ook Hof Amsterdam, 6 april 2009, nr. 08/00151, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI0538). Wederverkoper A kan de toepassing van de margeregeling op zijn levering aan B nog ongedaan maken als: – de naheffingstermijn (artikel 20, derde lid, van de AWR) nog niet is verstreken; en – vaststaat dat de afnemer (B) ter zake van de levering volledig recht op aftrek zou hebben gehad; en @@ -477,7 +481,7 @@ Bij toepassing van de globalisatieregeling is de wederverkoper belasting verschu Na afloop van een kalenderjaar maakt de wederverkoper per tariefgroep een berekening van het jaarsaldo over dat kalenderjaar. Dat doet hij door het verschil te nemen tussen de totale margeverkopen en de totale marge-inkopen in dat jaar (artikel 4c, zevende lid, van de uitvoeringsbeschikking). Over positieve jaarsaldi berekent hij de belasting die hij verschuldigd is. Negatieve jaarsaldi leiden niet tot een teruggaaf van btw. Een negatief jaarsaldo voor de ene tariefgroep kan de wederverkoper ook niet verrekenen met een positief jaarsaldo van de andere tariefgroep. Bij een negatief jaarsaldo bestaat wel de mogelijkheid van verrekenen met een positief jaarsaldo over het volgende jaar (zie onderdeel 4.13). Als de verschuldigde belasting over de jaarsaldi minder bedraagt dan het bedrag dat de wederverkoper heeft voldaan in het afgelopen jaar over de tijdvakwinstmarges, kan hij verzoeken om teruggaaf van het verschil. -| | Winstmarge 21% (inclusief btw) | Winstmarge 9% (inclusief btw) | btw | +| | Winstmarge 21% (inclusief btw) | Winstmarge 9% (inclusief btw) | btw | | --- | --- | --- | --- | | Kwartaal 1 | 14.520 | 2.120 | 2.695 | | Kwartaal 2 | 12.100 | 2.650 | 2.319 | @@ -489,7 +493,7 @@ Na afloop van een kalenderjaar maakt de wederverkoper per tariefgroep een bereke Geen verrekening van het negatieve jaarsaldo verlaagd btw-tarief met het positieve jaarsaldo algemeen btw-tarief. Het negatieve jaarsaldo van 530 kan de wederverkoper verrekenen met het jaarsaldo verlaagd btw-tarief in het volgende jaar (zie onderdeel 4.13). -| | Winstmarge 21% (inclusief btw) | Winstmarge 9% (inclusief btw) | btw | +| | Winstmarge 21% (inclusief btw) | Winstmarge 9% (inclusief btw) | btw | | --- | --- | --- | --- | | Kwartaal 1 | 12.100 | 2.650 | 2.319 | | Kwartaal 2 | 9.680 | 1.590 | 1.811 | @@ -744,7 +748,7 @@ Als de wederverkoper beschikt over een kav-vergunning, mag hij de margeregeling a kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd met toepassing van de bij de wet behorende Tabel I, onderdeel a, post 29, onderdeel b; b kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die door hem zelf of in zijn opdracht zijn ingevoerd. -Voor de aan de wederverkoper geleverde kunstvoorwerpen is niet vereist dat de wederverkoper een factuur met het verlaagde btw-tarief heeft gekregen van de kunstenaar, zijn rechtverkrijgende onder algemene titel of van een aftrekgerechtigde ondernemer. Voldoende is dat de levering voldoet aan de vereisten van de bij de wet behorende Tabel I, post a-29. Zo kan de wederverkoper de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die zijn geleverd door kunstenaars die van hun administratieve verplichtingen zijn ontheven (artikel 25, derde lid, van de wet). Als de leverancier geen btw in rekening heeft gebracht, zal de wederverkoper aan de hand van zijn administratie aannemelijk moeten maken dat de leverancier voldoet aan de vereisten van de tabelpost. De wederverkoper mag de margeregeling echter niet toepassen als hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn leverancier ten onrechte een factuur met het verlaagde tarief heeft uitgereikt. Bij twijfel hierover heeft de wederverkoper een onderzoeksplicht. Daar heeft de wederverkoper aan voldaan als blijkt of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij niet aan de juistheid van die factuur hoefde te twijfelen. +Voor de aan de wederverkoper geleverde kunstvoorwerpen is niet vereist dat de wederverkoper een factuur met het verlaagde btw-tarief heeft gekregen van de kunstenaar, zijn rechtverkrijgende onder algemene titel of van een aftrekgerechtigde ondernemer. Voldoende is dat de levering voldoet aan de vereisten van de bij de wet behorende Tabel I, post a-29. Zo kan de wederverkoper de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die zijn geleverd door kunstenaars die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepassen (artikel 25 van de wet). Als de leverancier geen btw in rekening heeft gebracht, zal de wederverkoper aan de hand van zijn administratie aannemelijk moeten maken dat de leverancier voldoet aan de vereisten van de tabelpost. De wederverkoper mag de margeregeling echter niet toepassen als hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn leverancier ten onrechte een factuur met het verlaagde tarief heeft uitgereikt. Bij twijfel hierover heeft de wederverkoper een onderzoeksplicht. Daar heeft de wederverkoper aan voldaan als blijkt of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij niet aan de juistheid van die factuur hoefde te twijfelen. #### 5.3.1. Kav-vergunning @@ -752,7 +756,7 @@ De wederverkoper moet het verzoek voor de kav-vergunning schriftelijk bij de ins #### 5.3.2. Opzegging -Ook al is dat wettelijk niet voorgeschreven, het verdient aanbeveling dat de wederverkoper de kav-vergunning schriftelijk opzegt. De opzegging gaat in op de bij de opzegging aangegeven datum. Als de wederverkoper geen datum heeft vermeld, geldt de opzegging met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van de opzegging. In beide gevallen geldt de voorwaarde dat na de ingangsdatum van de kav-vergunning twee kalenderjaren verstreken moeten zijn. Zo kan de wederverkoper een vergunning die is ingegaan op 1 april 2011 niet eerder opzeggen dan met ingang van 1 januari 2014. Na het ingaan van de opzegging moeten ook ten minste twee kalenderjaren verstrijken voordat de wederverkoper opnieuw om een kav-vergunning kan verzoeken. +Ook al is dat wettelijk niet voorgeschreven, het verdient aanbeveling dat de wederverkoper de kav-vergunning schriftelijk opzegt. De opzegging gaat in op de bij de opzegging aangegeven datum. Als de wederverkoper geen datum heeft vermeld, geldt de opzegging met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van de opzegging. In beide gevallen geldt de voorwaarde dat na de ingangsdatum van de kav-vergunning twee kalenderjaren verstreken moeten zijn. Zo kan de wederverkoper een vergunning die is ingegaan op 1 april 2011 niet eerder opzeggen dan met ingang van 1 januari 2014. Na het ingaan van de opzegging moeten ook ten minste twee kalenderjaren verstrijken voordat de wederverkoper opnieuw om een kav-vergunning kan verzoeken. ### 5.4. Toepassing van de normale btw-regels @@ -802,7 +806,7 @@ Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: ### 5.7. Aftrek van voorbelasting -De wederverkoper die gebruik maakt van een kav-vergunning mag de btw op de (binnenlandse) aankoop en invoer van kav-goederen niet aftrekken (artikel 28e, onderdeel b, van de wet). De belasting die de wederverkoper voor de ingangsdatum van de vergunning in aftrek heeft gebracht terzake van de aankoop of invoer van de kav-goederen, is de wederverkoper alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin de vergunning van toepassing is (artikel 4b, eerste lid, van de uitvoeringsbeschikking). Wanneer de wederverkoper de verschuldigde belasting niet aangeeft kan de inspecteur de belasting die de wederverkoper in aftrek heeft gebracht naheffen. Dit laat onverlet dat de wederverkoper bij de levering van de betreffende goederen toch de kav-vergunning kan toepassen (Hof ’s-Hertogenbosch, 10 juli 2009, nr. 08/00140, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5833). +De wederverkoper die gebruik maakt van een kav-vergunning mag de btw op de (binnenlandse) aankoop en invoer van kav-goederen niet aftrekken (artikel 28e, onderdeel b, van de wet). De belasting die de wederverkoper voor de ingangsdatum van de vergunning in aftrek heeft gebracht terzake van de aankoop of invoer van de kav-goederen, is de wederverkoper alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin de vergunning van toepassing is (artikel 4b, eerste lid, van de uitvoeringsbeschikking). Wanneer de wederverkoper de verschuldigde belasting niet aangeeft kan de inspecteur de belasting die de wederverkoper in aftrek heeft gebracht naheffen. Dit laat onverlet dat de wederverkoper bij de levering van de betreffende goederen toch de kav-vergunning kan toepassen (Hof ’s-Hertogenbosch, 10 juli 2009, nr. 08/00140, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5833). Ook niet aftrekbaar is de btw op de intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen als de wederverkoper gebruik maakt van de goedkeuring om de margeregeling toe te passen (zie onderdeel 5.6.1). @@ -856,16 +860,16 @@ e de hoeveelheid van de geleverde goederen; f het bedrag dat hij aan de leverancier voor de levering heeft voldaan of moet voldoen; g een verklaring van de leverancier dat hij voor het goed in het geheel geen belasting in aftrek heeft gebracht. -De leverancier die ontheven is van zijn administratieve verplichtingen, kan het goed verkregen hebben voordat hij van die verplichtingen was ontheven. In dat geval heeft hij wel btw in aftrek gebracht. Hij voldoet dan niet aan voorwaarde g. De wederverkoper kan daardoor dat goed niet onder de margeregeling leveren. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule). +De leverancier die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25 van de wet), kan het goed verkregen hebben voordat hij van die vrijstelling gebruik maakte dan wel van zijn administratieve verplichtingen was ontheven3Van zijn administratieve verplichtingen ontheven als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet zoals dit luidde tot 1 januari 2020In dat geval heeft hij wel btw in aftrek gebracht. Hij voldoet dan niet aan voorwaarde g. De wederverkoper kan daardoor dat goed niet onder de margeregeling leveren. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule). -Ik keur goed dat de wederverkoper voorwaarde g vervangt door een verklaring van de leverancier dat hij is ontheven van zijn administratieve verplichtingen. De wederverkoper mag op dit goed dan de margeregeling toepassen. +Ik keur goed dat de wederverkoper voorwaarde g vervangt door een verklaring van de leverancier dat hij de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25 van de wet). De wederverkoper mag op dit goed dan de margeregeling toepassen. De verplichting tot het uitreiken van een inkoopverklaring geldt niet in de volgende situaties: – de leverancier is verplicht een factuur uit te reiken. Dat is bijvoorbeeld het geval als de leverancier het goed levert met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet. – de wederverkoper reikt een factuur uit bij een inruiltransactie tussen ondernemers. De inkoop van het goed door de wederverkoper vindt dan gelijktijdig plaats met de levering door hem van een ander goed aan de leverancier. De factuur moet dan ook de gegevens bevatten van de inkoopverklaring. – de wederverkoper met een kav-vergunning verkrijgt kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, die aan hem geleverd zijn tegen het verlaagde tarief of die hij heeft ingevoerd. -– de wederverkoper is voor de aankoop van een margegoed minder dan € 500 verschuldigd. Bij de aankoop van twee of meer goederen tegelijk past hij de € 500-grens toe op het totale bedrag dat hij aan de leverancier moet voldoen, ook als de prijs per goed is geïndividualiseerd. +– de wederverkoper is voor de aankoop van een margegoed minder dan € 500 verschuldigd. Bij de aankoop van twee of meer goederen tegelijk past hij de € 500-grens toe op het totale bedrag dat hij aan de leverancier moet voldoen, ook als de prijs per goed is geïndividualiseerd. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule). @@ -1086,7 +1090,7 @@ a Galeriehouder en kunstenaar sluiten in beginsel per kunstvoorwerp een schrifte Galeriehouder en kunstenaar kunnen ook een doorlopende (kader)overeenkomst van bemiddeling aangaan. De galeriehouder maakt bij de afgifte van een kunstvoorwerp telkens een document op waarin hij verwijst naar de overeenkomst. b De galeriehouder maakt de koper duidelijk dat de (ver)kooptransactie tot stand komt tussen de kunstenaar en de koper, bijvoorbeeld door uitdrukkelijke vermelding daarvan in de catalogus en prijslijst bij een tentoonstelling. c De definitieve uitbetaling van het aan de kunstenaar (nog) toekomende deel van de verkoopprijs geschiedt nadat het kunstvoorwerp is verkocht. Het eventueel betalen van een voorschot doet hieraan geen afbreuk. -d De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) namens de kunstenaar een rekening op voor de koper onder vermelding van de tekst ‘Op naam en voor rekening van kunstenaar X aan u verkocht en geleverd’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder hoeft het adres van de kunstenaar niet te vermelden. De galeriehouder moet het adres wel hebben geregistreerd en moet het direct kunnen overleggen. De verplichting tot het opmaken van een factuur geldt niet als de kunstenaar is ontheven van zijn administratieve verplichtingen (artikel 25, derde lid, van de wet). +d De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) namens de kunstenaar een rekening op voor de koper onder vermelding van de tekst ‘Op naam en voor rekening van kunstenaar X aan u verkocht en geleverd’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder hoeft het adres van de kunstenaar niet te vermelden. De galeriehouder moet het adres wel hebben geregistreerd en moet het direct kunnen overleggen. De verplichting tot het opmaken van een factuur geldt niet als de kunstenaar de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25 van de wet). e De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) een afrekening op voor de kunstenaar, onder vermelding van de tekst ‘Voor u verkocht op grond van de met u aangegane bemiddelingsovereenkomst d.d. ....’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder splitst op de afrekening het van de koper ontvangen bedrag in een netto (ver)koopprijs en het btw-bedrag (verlaagd tarief). Om misverstanden te voorkomen mag de galeriehouder daarbij vermelden dat deze btw door de kunstenaar moet worden aangegeven en afgedragen. De galeriehouder verstrekt de kunstenaar ook een kopie van de aan de koper uitgereikte rekening. De kunstenaar moet deze bescheiden in zijn administratie bewaren. ### 7.8. Groeibriljanten @@ -1122,11 +1126,11 @@ Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit: -– Besluit van 14 juni 1995, nr. VB95/2032; -– Besluit van 14 juni 1995, nr. VB95/2145; -– Besluit van 19 februari 1996, nr. VB95/2411; -– Besluit van 6 juni 1996, nr. VB96/1626; -– Besluit van 4 juli 2007, nr. CPP2007/948M. +– Besluit van 14 juni 1995, nr. VB95/2032; +– Besluit van 14 juni 1995, nr. VB95/2145; +– Besluit van 19 februari 1996, nr. VB95/2411; +– Besluit van 6 juni 1996, nr. VB96/1626; +– Besluit van 4 juli 2007, nr. CPP2007/948M. ## 9. Inwerkingtreding