2012-01-01 | BWBR0031236 | Verordening bestemmingsheffingen schapen en geiten (PVV) 2012

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent b4db1249bd
commit 682aa5f57c

View file

@ -22,38 +22,17 @@ Deze verordening neemt de begripsbepalingen van de Verordening algemene bepaling
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
a. a.
€ 0,50 per schaap, waarvan
€ 0,02 voor het fonds afzetbevordering,
€ 0,42 voor het fonds gezondheidszorg, en
€ 0,06 voor het fonds kwaliteitsverbetering is bestemd.
a. € 0,50 per schaap, waarvan
- € 0,02 voor het fonds afzetbevordering,
- € 0,42 voor het fonds gezondheidszorg, en
- € 0,06 voor het fonds kwaliteitsverbetering is bestemd.
b. b.
€ 0,42 per geit, waarvan
€ 0,30 voor het fonds gezondheidszorg, en
€ 0,12 voor het fonds kwaliteitsverbetering is bestemd.
b. € 0,42 per geit, waarvan
- € 0,30 voor het fonds gezondheidszorg, en
- € 0,12 voor het fonds kwaliteitsverbetering is bestemd.
c. c.
€ 0,13 per jonge geit, waarvan
€ 0,11 voor het fonds gezondheidszorg, en
€ 0,02 voor het fonds kwaliteitsverbetering is bestemd.
c. € 0,13 per jonge geit, waarvan
- € 0,11 voor het fonds gezondheidszorg, en
- € 0,02 voor het fonds kwaliteitsverbetering is bestemd.
@ -63,21 +42,16 @@ c. c.
Als ondernemer die uitvoert als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt aangemerkt degene die één of meer dieren
a. a.
in het handelsverkeer brengt, dan wel
b. b.
naar derde landen uitvoert, dan wel
c. c.
aflevert aan een (rechts)persoon wiens bedrijf niet in Nederland is gevestigd, ongeacht of de ontvangst van die dieren door deze (rechts)persoon in Nederland plaatsvindt.
a. in het handelsverkeer brengt, dan wel
b. naar derde landen uitvoert, dan wel
c. aflevert aan een (rechts)persoon wiens bedrijf niet in Nederland is gevestigd, ongeacht of de ontvangst van die dieren door deze (rechts)persoon in Nederland plaatsvindt.
### Artikel 4
De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is niet verschuldigd voor een dier ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap wordt aangetoond dat:
a. a.
de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van slacht korter is dan twee maanden;
b. b.
de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van uitvoer korter is dan twee maanden.
a. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van slacht korter is dan twee maanden;
b. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van uitvoer korter is dan twee maanden.
### Artikel 5