2022-07-20 | BWBR0044165 | Beleidsregel tegemoetkoming huurders woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen
This commit is contained in:
parent
b7c350944d
commit
684fa9f18f
1 changed files with 3 additions and 3 deletions
|
|
@ -36,7 +36,7 @@ a. de hoofdhuurder:
|
|||
2°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die gedurende de versterking in zijn huurwoning heeft verbleven, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
|
||||
3°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die omwille van die versterking is verhuisd naar een andere huurwoning, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
|
||||
4°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die van die versterking zelf in andere tijdelijke huisvesting heeft voorzien, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
|
||||
b. de woningcorporatie die in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022 aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 15.000 per hoofdhuurder;
|
||||
b. de woningcorporatie die in de periode van 1 oktober 2020 tot aan het moment waarop artikel I, onderdeel F, artikel 13j, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen in werking treedt, aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, of een vergoeding heeft verstrekt ten behoeve van de kosten die ten gevolge van de versterking voor die huurder zijn gemaakt en die door de woningcorporatie rechtstreeks aan derde partijen zijn uitbetaald, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 15.000 per hoofdhuurder;
|
||||
c. de particuliere verhuurder die in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022 aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 15.000 per hoofdhuurder.
|
||||
|
||||
**2.** De NCG verstrekt geen tegemoetkoming als de aanvrager reeds uit anderen hoofde een vergoeding heeft ontvangen of zal ontvangen voor gemaakte onkosten of voor zelf aangebrachte voorzieningen.
|
||||
|
|
@ -77,7 +77,7 @@ b. een machtiging om bij de woningcorporatie na te vragen of de hoofdhuurder tij
|
|||
|
||||
Bij een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voegt de woningcorporatie in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een overzicht van de adressen van de woningen waarvoor zij aan de hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge de versterking van zijn huurwoning in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022; en
|
||||
a. een overzicht van de adressen van de woningen waarvoor zij aan de hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, of een vergoeding heeft verstrekt ten behoeve van de kosten die ten gevolge van de versterking voor die huurder zijn gemaakt en die door de woningcorporatie rechtstreeks aan derde partijen zijn uitbetaald, in de periode van 1 oktober 2020 tot aan het moment waarop artikel I, onderdeel F, artikel 13j, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen in werking treedt; en
|
||||
b. een afschrift van het bewijs van betaling van deze kosten aan de hoofdhuurder.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
|
@ -88,7 +88,7 @@ a. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder
|
|||
b. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
|
||||
c. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
|
||||
d. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
|
||||
e. een vergoeding, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt uiterlijk gedaan op 1 juni 2022.
|
||||
e. een vergoeding, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt uiterlijk gedaan tot aan het moment waarop artikel I, onderdeel F, artikel 13j, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet tot in werking treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue