2006-01-01 | BWBR0019082 | Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 860b160ac7
commit 6853bc7de4

View file

@ -15,8 +15,7 @@ citeertitel: Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
c. openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
b. verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 2
@ -24,18 +23,17 @@ c. openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De vergoeding, bedoeld in artikel 1c, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bedraagt:
a. voor provincies: € 0,0061 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,0077 per inwoner per jaar;
b. voor gemeenten: € 0,2321 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,2845 per inwoner per jaar;
c. voor waterschappen: € 0,0116 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,0147 per ingezetene per jaar;
d. voor openbare lichamen: USD 0,1989 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: USD 0,2497 per inwoner per jaar.
a. voor provincies: € 0,0051 per inwoner per jaar;
b. voor gemeenten: € 0,1366 per inwoner per jaar;
c. voor waterschappen: € 0,0097 per ingezetene per jaar.
**2.** Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en b, wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd.
**3.** Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, doen de waterschappen uiterlijk op 1 juli van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgaaf van de aantallen ingezetenen, bedoeld in artikel 116 van de Waterschapswet.
**3.** Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, doen de waterschappen uiterlijk op 1 juli van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgaaf van de aantallen ingezetenen, bedoeld in artikel 118, derde lid, onder a, van de Waterschapswet.
### Artikel 3
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel 1c, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen € 1149 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 1.441 per verzoekschrift dat door de Nationale ombudsman wordt ontvangen over gedragingen van een bestuursorgaan dat tot de gemeenschappelijke regeling behoort.
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel 1c, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen € 944 per verzoekschrift dat door de Nationale ombudsman wordt ontvangen over gedragingen van een bestuursorgaan dat tot de gemeenschappelijke regeling behoort.
**2.** In afwijking van het eerste lid, bepaalt Onze Minister, de Nationale ombudsman gehoord, in het geval dat twee of meer verzoekschriften dezelfde gedraging betreffen, dat eenmaal de voor een dergelijk verzoekschrift geldende vergoeding is verschuldigd.
@ -43,7 +41,7 @@ d. voor openbare lichamen: USD 0,1989 per 26 september 2025 en met terugwerkende
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel 2, wordt jaarlijks uiterlijk op 30 november van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, voldaan aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
**2.** Onze Minister stelt jaarlijks voor de provincies, gemeenten, openbare lichamen en waterschappen het bedrag van de vergoeding vast, gerekend over de periode 1 januari tot en met 31 december. Deze vaststelling geschiedt uiterlijk op 1 augustus van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd.
**2.** Onze Minister stelt jaarlijks voor de provincies, gemeenten en waterschappen het bedrag van de vergoeding vast, gerekend over de periode 1 januari tot en met 31 december. Deze vaststelling geschiedt uiterlijk op 1 augustus van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd.
### Artikel 5
@ -53,7 +51,7 @@ d. voor openbare lichamen: USD 0,1989 per 26 september 2025 en met terugwerkende
### Artikel 6
Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in artikel 2, eerste lid, en artikel 3, eerste lid, ieder jaar aangepast overeenkomstig het door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het kader van de Nationale Rekeningen vastgestelde prijsindexcijfer van de netto materiële consumptie van de overheid, volgens de jaar-op-jaarmethode.
Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in artikel 2, eerste lid, en artikel 3, eerste lid, ieder jaar aangepast overeenkomstig het door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het kader van de Nationale Rekeningen vastgestelde prijsindexcijfer van de netto materiële consumptie van de overheid van de activiteit algemeen bestuur, volgens de jaar-op-jaarmethode.
### Artikel 7