diff --git a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md index 613e2efc83a..e8242509cd3 100644 --- a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md +++ b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md @@ -114,26 +114,26 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer z De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat: -a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 576,98; +a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 600,60; b. deze voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, waarvan een of elk van beiden jonger dan 21 jaar is, de som bedraagt van de grondslagen die voor elk van hen als een alleenstaande werknemer of een thuisinwonende werkloze werknemer zou gelden doch ten hoogste de grondslag als bedoeld in onderdeel *a*. **4.** De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze: -a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1038,57; -b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 807,77; -c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 657,33; -d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 578,75. +a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.081,08; +b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 840,84; +c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 682,49; +d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 600,91. **5.** De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze: -a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.005,66; -b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 753,47; -c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 558,70; -d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 306,51. +a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.045,30; +b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 783,10; +c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 580,72; +d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 318,52. **6.** De in het derde lid, onderdeel *a*, vierde lid, onderdeel *a* en *b*, en vijfde lid, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt met het percentage van deze wijziging. @@ -194,9 +194,9 @@ b. voor de alleenstaande en de thuisinwonende werkloze werknemer: zijn inkomen u ### Artikel 10 -**1.** Op de uitkering wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever op grond van de Werkloosheidswet op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is op grond van die wet, inhoudt. +**1.** Op de uitkering wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever op grond van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is op grond van die wet, inhoudt. -**2.** Indien ingevolge de Werkloosheidswet een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. +**2.** Indien ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. **3.** Onze Minister kan nadere en zo nodig afwijkende regels stellen met betrekking tot de berekening van de op grond van het eerste lid op de aldaar bedoelde uitkering in te houden bedragen. @@ -610,7 +610,7 @@ Vervallen ### Artikel 31 -Onder uitkering in de zin van deze paragraaf wordt verstaan de uitkering, bedoeld in artikel 9, verminderd met de inhouding op grond van artikel 10 en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. +Onder uitkering in de zin van deze paragraaf wordt verstaan de uitkering, bedoeld in artikel 9, verminderd met de inhouding op grond van artikel 10 en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet. ### Artikel 32 @@ -633,11 +633,9 @@ b. het verlenen van een uitkering aan de werkloze werknemer, bedoeld in artikel **2.** Burgemeester en wethouders werken bij de uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, samen met de Centrale organisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. -**3.** Burgemeester en wethouders laten werkzaamheden die in het kader van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitgevoerd, zo veel mogelijk verrichten door derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen. +**3.** Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Burgemeester en wethouders kunnen de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen. -**4.** Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Burgemeester en wethouders kunnen de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen. - -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede tot en met het vierde lid, waarbij kan worden bepaald dat een deel van de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, niet door derden hoeft te worden verricht. +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid. ### Artikel 35 @@ -768,11 +766,11 @@ De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en a. burgemeester en wethouders van andere gemeenten; b. de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank; c. de belastingdienst; -d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; +d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, het College toezicht, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als inkomen worden aangemerkt; f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 1996 vastgestelde vergoeding; g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000; -h. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de toepassing van de Wet op de huurtoeslag en de Wet bevordering eigenwoningbezit; +h. de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit; i. de Informatie Beheer Groep betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; j. Onze Minister van Justitie voorzover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen; k. de instanties en personen die woonruimte verhuren; @@ -834,9 +832,9 @@ Burgemeester en wethouders zijn verplicht, indien zij bij de uitvoering van deze Burgemeester en wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000, uit de administratie terzake van de uitvoering van deze wet aan de hieronder vermelde organen en derden kosteloos de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hierbij vermelde wetten of wettelijke regelingen: a. de Centrale organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet; -b. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen; +b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, of inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet en de Belastingdienst/Toeslagen voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; c. burgemeester en wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen kunstenaars; -d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; +d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, het College toezicht, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen; f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang; g. bestuursorganen van de Nederlandse Antillen en Aruba voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang. @@ -900,7 +898,7 @@ Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van d ### Artikel 56 -**1.** Onze Minister vergoedt, ten laste van 's Rijks kas, 75% van de in een kalenderjaar ten laste van burgemeester en wethouders gebleven kosten van uitkeringen, waaronder begrepen de premies volksverzekeringen en de ziekenfondspremie die daarover verschuldigd zijn. +**1.** Onze Minister vergoedt, ten laste van 's Rijks kas, 75% van de in een kalenderjaar ten laste van burgemeester en wethouders gebleven kosten van uitkeringen, waaronder begrepen de premies volksverzekeringen die daarover verschuldigd zijn en de in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet bedoelde vergoedingen van de inkomensafhankelijke bijdragen daarover. **2.** Onder ten laste van burgemeester en wethouders gebleven kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan, de in een kalenderjaar door de gemeente verleende uitkering, bedoeld in het eerste lid, verminderd met alle ontvangsten van de gemeente in dat jaar in verband met de verlening van uitkering, waaronder begrepen de bedragen die de gemeente ontvangt door toepassing van artikel 20a.