diff --git a/pbo/verordening-pt-am-vrije-teelt-boomkwekerijproducten/BWBR0032107/README.md b/pbo/verordening-pt-am-vrije-teelt-boomkwekerijproducten/BWBR0032107/README.md index 4c3406b51aa..6c2ab429827 100644 --- a/pbo/verordening-pt-am-vrije-teelt-boomkwekerijproducten/BWBR0032107/README.md +++ b/pbo/verordening-pt-am-vrije-teelt-boomkwekerijproducten/BWBR0032107/README.md @@ -41,10 +41,8 @@ Deze verordening verstaat onder: Het is de ondernemer verboden om boomkwekerijgewassen en vaste planten te telen, indien de ondernemer niet beschikt over een officiële verklaring of label of een of meerdere beoordelingsrapporten, afgegeven door een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen keuringsdienst of een andere officiële instantie, waaruit blijkt dat: -a. a. - het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel dat vrij is bevonden van aardappelmoeheid, overeenkomstig de methodiek zoals deze wordt voorgeschreven in bijlage II van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van 11 juni 2007 of; -b. b. - het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel waarop gedurende de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I onder punt 1 van Richtlijn 2007/33/EG vermelde waardplanten zijn geteeld. +a. het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel dat vrij is bevonden van aardappelmoeheid, overeenkomstig de methodiek zoals deze wordt voorgeschreven in bijlage II van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van 11 juni 2007 of; +b. het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel waarop gedurende de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I onder punt 1 van Richtlijn 2007/33/EG vermelde waardplanten zijn geteeld. **2.** Het is de ondernemer verboden om boomkwekerijgewassen en vaste planten te produceren of in het verkeer te brengen, indien de ondernemer niet beschikt over een officiële verklaring of een of meerdere beoordelingsrapporten, afgegeven door een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen keuringsdienst of een andere officiële instantie, waaruit blijkt dat het perceel waarop dat teeltmateriaal en andere producten zijn of worden geproduceerd, vooraf vrij is bevonden van aardappelmoeheid, overeenkomstig de methodiek zoals deze wordt voorgeschreven in bijlage II van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van 11 juni 2007.