diff --git a/amvb/besluit-overleg-en-medezeggenschap-politie-1994/BWBR0006518/README.md b/amvb/besluit-overleg-en-medezeggenschap-politie-1994/BWBR0006518/README.md index b758b764029..c6d99868718 100644 --- a/amvb/besluit-overleg-en-medezeggenschap-politie-1994/BWBR0006518/README.md +++ b/amvb/besluit-overleg-en-medezeggenschap-politie-1994/BWBR0006518/README.md @@ -20,26 +20,27 @@ a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. regionaal politiekorps: een regionaal politiekorps als bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993; c. Korps landelijke politiediensten: het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993; d. Het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van het LSOP-wet; -e. ITO: de Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV; +e. voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de Politiewet 1993; f. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van het Besluit algemene rechtspositie politie; g. bevoegd gezag: 1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de ambtenaar die werkzaam is bij een regionaal politiekorps. -2°. Onze Minister, voor zover het betreft de ambtenaar die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten of bij ITO; +2°. Onze Minister, voor zover het betreft de ambtenaar die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten; 3°. Onze Minister van Justitie, voor zover het betreft de bijzondere ambtenaar van politie; -4°. de bestuursraad van het LSOP, voor zover het betreft het LSOP. +4°. de bestuursraad van het LSOP, voor zover het betreft het LSOP; +5°. het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking, voor zover het betreft de ambtenaren aangesteld bij de desbetreffende voorziening tot samenwerking; h. korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 24 onderscheidenlijk artikel 38 van de Politiewet 1993; i. Centrale: een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in artikel 1 van de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid; j. Commissie: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2; k. Regionale Commissie: de Regionale Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken in het regionaal politiekorps, bedoeld in artikel 12; l. Commissie Korps landelijke politiediensten: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken in het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 21. m. Commissie bijzondere ambtenaren van politie: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken ten behoeve van de bijzondere ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 22; -n. Commissie LSOP: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken ten behoeve van de ambtenaren van het LSOP, bedoeld in artikel 22*a*; -o. Commissie ITO: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken ten behoeve van de ambtenaren van ITO, bedoeld in artikel 22b. -o. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; -p. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; -q. AFUP-opbouwreglement: het reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement; -r. AFUP: de in het AFUP-opbouwreglement neergelegde regeling. +n. Commissie LSOP: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken ten behoeve van de ambtenaren van het LSOP, bedoeld in artikel 22a; +o. Commissie voorziening tot samenwerking: de Commissie voor georganiseerd overleg in politieambtenarenzaken ten behoeve van de ambtenaren werkzaam bij een voorziening tot samenwerking, bedoeld in artikel 22b; +p. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +q. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; +r. AFUP-opbouwreglement: het reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement; +s. AFUP: de in het AFUP-opbouwreglement neergelegde regeling. ## Hoofdstuk II. Het overleg met verenigingen van ambtenaren @@ -339,35 +340,35 @@ a. voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: 3e. korpsbeheerder: de bestuursraad van het LSOP; b. de bestuursraad van het LSOP de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het overleg met de Commissie LSOP aanwijst. -### Afdeling 4B. Het overleg met de Commissie ITO +### Afdeling 4B. Het overleg met de Commissie voorziening tot samenwerking ### Artikel 22b -**1.** Er is een Commissie ITO. +**1.** Er is een Commissie voorziening tot samenwerking voor elke voorziening tot samenwerking. -**2.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die uitsluitend de ambtenaren van ITO betreffen en bovendien niet ontleend zijn aan noch vergelijkbaar zijn met een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister overleg is gepleegd met de Commissie ITO. +**2.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die uitsluitend de ambtenaren van een voorziening tot samenwerking betreffen en bovendien niet ontleend zijn aan noch vergelijkbaar zijn met een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking overleg is gepleegd met de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking. **3.** Het tweede lid blijft buiten toepassing: a. met betrekking tot bij of krachtens de wet gegeven regels over aangelegenheden waarover overleg is gepleegd met de Commissie indien die regels onverkort van toepassing zijn op de ambtenaar; -b. indien Onze Minister overleg met de Commissie wenselijk acht of de voorzitter van het overleg met de Commissie ITO dan wel één van de leden van de Commissie ITO aan Onze Minister kenbaar maakt dat overleg te wensen. +b. indien het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking overleg met de Commissie wenselijk acht of de voorzitter van het overleg met de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking dan wel één van de leden van de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking aan het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking kenbaar maakt dat overleg te wensen. -**4.** Het in het derde lid, onder b, bedoelde overleg met de Commissie vindt eerst plaats nadat zij het standpunt van de Commissie ITO terzake in afschrift heeft ontvangen. +**4.** Het in het derde lid, onder b, bedoelde overleg met de Commissie vindt eerst plaats nadat zij het standpunt van de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking terzake in afschrift heeft ontvangen. -**5.** Een voorstel strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren, die een uitwerking is van een voorstel waarover in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde overleg overeenstemming is bereikt, wordt slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming bestaat met de Commissie ITO. +**5.** Een voorstel strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren, die een uitwerking is van een voorstel waarover in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde overleg overeenstemming is bereikt, wordt slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming bestaat met de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking. **6.** -Het overleg met de Commissie ITO vindt plaats overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 20, met dien verstande dat: +Het overleg met de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking vindt plaats overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 20, met dien verstande dat: a. voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: -1e. regionaal politiekorps: ITO; -2e. Regionale Commissie: de Commissie ITO; -3e. korpsbeheerder: Onze Minister; -b. Onze Minister de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het overleg met de Commissie ITO aanwijst. +1e. regionaal politiekorps: een voorziening tot samenwerking; +2e. Regionale Commissie: de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking; +3e. korpsbeheerder: het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking; +b. het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het overleg met de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking aanwijst. ### Afdeling 5. Advies en arbitrage @@ -390,7 +391,7 @@ b. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in a **5.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 22*a*, met dien verstande dat onder de Commissie wordt verstaan: de Commissie LSOP. -**6.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 22b, met dien verstande dat onder de Commissie wordt verstaan: de Commissie ITO. +**6.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 22b, met dien verstande dat onder de de Commissie wordt verstaan: de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking. ### Artikel 25 @@ -419,7 +420,7 @@ b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhou ### Artikel 28 -**1.** Met betrekking tot de samenstelling van de Advies- en Arbitragecommissie is artikel 110*h*, eerste lid, van het ARAR, van toepassing met dien verstande dat deze commissie voor de behandeling van een geschil, bedoeld in artikel 26, tweede lid, wordt uitgebreid met twee bijzondere leden. +**1.** Met betrekking tot de samenstelling van de Advies- en Arbitragecommissie is artikel 110h, eerste lid, van het ARAR, van toepassing met dien verstande dat deze commissie voor de behandeling van een geschil, bedoeld in artikel 26, tweede lid, wordt uitgebreid met twee bijzondere leden. **2.** De bijzondere leden, bedoeld in het eerste lid, worden door Onze Minister benoemd voor een tijdvak van zes jaren. @@ -429,8 +430,8 @@ b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhou Niet benoembaar tot bijzonder lid zijn: -a. personen die ingevolge artikel 110*g*, vierde lid, van het ARAR zijn uitgesloten van het lidmaatschap of van het plaatsvervangend lidmaatschap; -b. personen die lid of plaatsvervangend lid zijn van de Commissie, van een Regionale Commissie, de Commissie Korps landelijke politiediensten, de Commissie bijzondere ambtenaren van politie, de Commissie LSOP of de Commissie ITO dan wel van wie dit lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap nog niet langer dan twee jaar is beëindigd. +a. personen die ingevolge artikel 110g, vierde lid, van het ARAR zijn uitgesloten van het lidmaatschap of van het plaatsvervangend lidmaatschap; +b. personen die lid of plaatsvervangend lid zijn van de Commissie, van een Regionale Commissie, de Commissie Korps landelijke politiediensten, de Commissie bijzondere ambtenaren van politie, de Commissie LSOP of de de desbetreffende Commissie voorziening tot samenwerking dan wel van wie dit lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap nog niet langer dan twee jaar is beëindigd. **5.** Overeenkomstig de aan de leden en de plaatsvervangende leden te verlenen vergoedingen worden aan de bijzondere leden uit 's Rijks kas vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen welke voor de vergoeding voor reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijks dienst gelden.