2010-09-01 | BWBR0006152 | Uitvoeringsbesluit WHW
This commit is contained in:
parent
6d82c5de02
commit
68d7890d64
1 changed files with 39 additions and 42 deletions
|
|
@ -18,16 +18,13 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
b. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
c. instelling:
|
||||
|
||||
1°. een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de onderdelen a tot en met h van de bijlage van de wet, en
|
||||
2°. een instelling als bedoeld in artikel 16.21, eerste en tweede lid, van de wet;
|
||||
c. instelling: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de onderdelen a tot en met i van de bijlage van de wet;
|
||||
d. universiteit:
|
||||
|
||||
1°. een universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage van de wet,
|
||||
2°. de Open Universiteit, bedoeld in onderdeel h van de bijlage van de wet, en
|
||||
3°. een instelling als bedoeld in artikel 16.21, eerste en tweede lid, van de wet;
|
||||
e. hogeschool: een hogeschool als bedoeld in de onderdelen c tot en met g van de bijlage van de wet;
|
||||
3°. een levensbeschouwelijke universiteit, bedoeld in onderdeel i, van de bijlage van de wet;
|
||||
e. hogeschool: een hogeschool als bedoeld in de onderdelen c, e en g van de bijlage van de wet;
|
||||
f. vervallen;
|
||||
g. instellingsbestuur: een instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;
|
||||
h. register: het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, derde lid, van de wet;
|
||||
|
|
@ -37,7 +34,7 @@ k. onderwijsdeel wo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, b
|
|||
l. onderwijsdeel hbo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel b, of vierde lid, onderdeel b;
|
||||
m. onderzoekdeel wo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel c;
|
||||
n. opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet;
|
||||
o. opleiding van eerste inschrijving: opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 tot en met 7.44 van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, derde of vierde lid, van de wet is verkregen;
|
||||
o. opleiding van eerste inschrijving: opleiding waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in artikel 7.45 van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, eerste of twee lid, van de wet is verkregen;
|
||||
p. ongedeelde opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de wet;
|
||||
q. persoon: een student die behoort tot de groep van studerenden bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of de Surinaamse nationaliteit bezit;
|
||||
r. student: een persoon die
|
||||
|
|
@ -47,7 +44,7 @@ r. student: een persoon die
|
|||
3°. in Nederland, België, Luxemburg, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont;
|
||||
s. peildatum: 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld;
|
||||
t. peilperiode: de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld;
|
||||
u. bekostigingsniveau: het bekostigingsniveau, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit;
|
||||
u. wettelijke studielast: het aantal studiepunten dat een opleiding omvat, bedoeld in de artikelen 7.4a, eerste tot en met zevende lid, en 7.4b, eerste tot en met zevende lid, van de wet;
|
||||
v. graad: een blijkens het CRIHO verleende graad Bachelor of graad Master, bedoeld in artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet, die is verleend aan een persoon die op enig tijdstip tussen 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar en het moment van graadverlening in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woonde;
|
||||
w. promotie: de promotie, bedoeld in artikel 7.18 van de wet;
|
||||
x. academisch ziekenhuis: een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet.
|
||||
|
|
@ -75,53 +72,49 @@ g. het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvan
|
|||
|
||||
**2.** Het instellingsbestuur kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel *g*, nadere regels vaststellen omtrent het aantal bestuursleden dat ten hoogste per organisatie per studiejaar in aanmerking komt, zomede omtrent welke bestuursfuncties in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Collegegeld
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, zevende lid, van de wet is voor het studiejaar 2010/2011 1.672 euro voor het studiejaar 2011/2012 € 1.713..
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Voorwaarden voor ondersteuning door het Rijk
|
||||
**2.** Het bedrag, bedoeld in artikel 7.45, vierde lid, van de wet is 950 euro voor het studiejaar 2011/2012 € 961..
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt tot en met het studiejaar 2018/2019 jaarlijks verhoogd met 22 euro.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de in het eerste en tweede lid genoemde bedragen na verhoging van het bedrag, genoemd in het eerste lid, met het bedrag, genoemd in het derde lid, jaarlijks aangepast aan de hand van de consumentenprijsindex. De ministeriële regeling wordt vastgesteld voor 1 november voorafgaand aan het studiejaar waarvoor het aangepaste collegegeld zal gelden. De aanpassing wordt bepaald door de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de maand april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van de maand april in het daaraan voorafgaande jaar. De aldus verkregen wijziging van het collegegeldbedrag wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal. De overeenkomstig dit lid gewijzigde bedragen treden in de plaats van de in het eerste en tweede lid genoemde bedragen.
|
||||
|
||||
**5.** Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.** Deze afdeling strekt tot uitvoering van artikel 7.51, zevende lid, van de wet.
|
||||
De categorie studenten waarvoor de in artikel 7.45, eerste lid, onder a, van de wet genoemde voorwaarde niet geldt, wordt uitgebreid met studenten die zijn ingeschreven bij de opleidingen:
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. organisatie: een organisatie als bedoeld in artikel 7.51, zevende lid, van de wet;
|
||||
b. vertegenwoordiger: de door een organisatie als zodanig aangewezen persoon;
|
||||
c. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Deze afdeling is niet van toepassing op organisaties, bedoeld in artikel 3.3 van de wet.
|
||||
a. B Educatie en Kennismanagement Groene Sector.
|
||||
b. B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in levensmiddelentechnologie.
|
||||
c. B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Dierenhouderij en Verwerking I en II.
|
||||
d. B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Tuinbouw en Plantenteelt en Verwerking I en II.
|
||||
e. B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Plantenteelt en Verwerking I en II.
|
||||
f. B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Veehouderij en Verwerking I en II.
|
||||
g. B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Agrarische Techniek I en II.
|
||||
h. B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Agrarische Economie.
|
||||
i. M Leren en Innoveren.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
De door een organisatie aangewezen vertegenwoordiger heeft, met inachtneming van het bepaalde in deze afdeling, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 2.5 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.
|
||||
Het bedrag, bedoeld in artikel 7.47 van de wet, is 24 euro.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
**1.** Een organisatie beoogt niet het maken van winst. Hij omvat ten minste 250 betalende leden, contribuanten of donateurs, dan wel bestaat uit een samenwerkingsverband van instellingen, organisaties of rechtspersonen die te zamen ten minste 250 betalende leden, donateurs of contribuanten omvatten. Indien het betreft een politieke jongerenorganisatie, is zij gelieerd met een politieke partij die in beide Kamers van de Staten-Generaal is vertegenwoordigd.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van een organisatie kan een vertegenwoordiger aanwijzen, die het voor financiële ondersteuning krachtens deze afdeling in aanmerking brengt. Van die aanwijzing doet dat bestuur mededeling aan Onze minister, waarbij het tevens aantoont dat de organisatie voldoet aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, zomede de mededeling daarvan aan Onze minister, geschiedt vóór 1 november van het desbetreffende studiejaar. De aanwijzing geldt, behoudens het vierde en vijfde lid, voor het gehele studiejaar.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van een organisatie kan tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking doet het bestuur mededeling aan Onze minister.
|
||||
|
||||
**5.** Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van een vertegenwoordiger wiens aanwijzing is ingetrokken, driemaal een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger is van kracht met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgende op die waarin de aanwijzing heeft plaatsgevonden, en geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
**1.** De financiële ondersteuning is gelijk aan het bedrag per maand dat ten behoeve van vertegenwoordigers van belangenorganisaties van studenten op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de wet door Onze minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per kalendermaand.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
**1.** Per studiejaar is ten aanzien van ten hoogste twintig organisaties financiële ondersteuning als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, beschikbaar.
|
||||
|
||||
**2.** Toewijzing van de financiële ondersteuning vindt plaats in de volgorde van binnenkomst van de aanmeldingen, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -129,7 +122,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
Onze minister kan voor de uitvoering van deze afdeling nadere regels van administratieve aard stellen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -230,9 +223,7 @@ e. binnen het onderdeel economie:
|
|||
|
||||
### Artikel 3.7
|
||||
|
||||
**1.** Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten zijn de in bijlage 1 bij dit besluit vermelde opleidingen.
|
||||
|
||||
**2.** Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten zijn de in bijlage 2 bij dit besluit vermelde opleidingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Overige eigen bijdragen
|
||||
|
||||
|
|
@ -619,11 +610,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Voor de masteropleiding pedagogiek in het hoger beroepsonderwijs wordt de studielast door de instelling vastgesteld op ten minste 60 en ten hoogste 90 studiepunten.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** In 2010 zijn de artikelen 4.8, 4.9, 4.20 en 4.21 niet van toepassing op de Theologische Universiteit Kampen.
|
||||
|
||||
**2.** In 2011 zijn de artikelen 4.7, 4.20 en 4.21 niet van toepassing op de Theologische Universiteit Kampen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -679,8 +672,12 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WHW 2008.
|
|||
|
||||
## Bijlage 1. , behorend bij
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. , behorend bij
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. , behorend bij
|
||||
|
||||
Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue