2011-01-01 | BWBR0034839 | Wijzigingsbesluit Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, enz. (aanpassen duur en hoogte bovenwettelijke uitkering)

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent 36cf9364ae
commit 68f3dbbafd

View file

@ -0,0 +1,47 @@
---
titel: Wijzigingsbesluit Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van
rechterlijke ambtenaren, enz. (aanpassen duur en hoogte bovenwettelijke uitkering)
bwb_id: BWBR0034839
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2014-02-21'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034839
citeertitel: Wijzigingsbesluit Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid
van rechterlijke ambtenaren, enz. (aanpassen duur en hoogte bovenwettelijke uitkering)
---
# Wijzigingsbesluit Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, enz. (aanpassen duur en hoogte bovenwettelijke uitkering)
### Artikel I
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel II
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel III
**1.**
De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, in het kader van de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard, en die vóór 1 januari 2014 is herplaatst in een functie die passende arbeid omvat, ontvangt bij voortdurende ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende ten hoogste vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
a. zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantieuitkering en de eindejaarsuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing, indien hij op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van zijn arbeid; en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
**2.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, bedoeld in het eerste lid, van wie de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte heeft, ook nadat de in het eerste lid bedoelde termijn van vijf jaar is verstreken, recht op een uitkering als bedoeld in het eerste lid.
**3.**
De uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid, eindigt in ieder geval:
a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontslag is verleend;
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding is overleden.
### Artikel IV
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel V
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden