2006-01-01 | BWBR0002089 | Pensioen- en spaarfondsenwet
This commit is contained in:
parent
3083e6f838
commit
6914ae146d
1 changed files with 36 additions and 29 deletions
|
|
@ -26,8 +26,7 @@ g. "deelnemer": ieder, ten bate van wie gelden in een fonds als bedoeld onder b,
|
|||
h. "bijdrage": iedere onder de naam van bijdrage, spaarbijdrage, premie, spaarpremie, inleg, contributie, koopsom, dan wel, indien de betaling in termijnen is overeengekomen, aflossing, of onder welke andere naam ook, ineens of periodiek verschuldigde geldsom bestemd voor de verzekering van pensioen of voor het sparen voor een uitkering bij wijze van oudedagsverzorging;
|
||||
i. "Onze Minister": Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
j. "Pensioen- & Verzekeringskamer ": de Pensioen- & Verzekeringskamer , bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
|
||||
k. "nabestaandenpensioen": weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen;
|
||||
l. “beroepspensioenfonds”: een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, dat een pensioenregeling uitvoert ten aanzien waarvan artikel 2, eerste lid, van die wet toepassing heeft gevonden.
|
||||
k. "nabestaandenpensioen": weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -211,11 +210,9 @@ b. indien ten aanzien van de aan de verkrijgende onderneming verbonden werknemer
|
|||
|
||||
**9.** De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt aan een autoriteit die ingevolge deWet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht beleggingsinstellingen onderscheidenlijk de Wet toezicht effectenverkeer 1995 belast is met het toezicht op kredietinstellingen, beleggingsinstellingen onderscheidenlijk effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders de gegevens of inlichtingen die zij verkregen heeft bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid van personen als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk de voornemens, de handelingen of de antecedenten van personen als bedoeld in het derde lid, voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**10.** In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt onder pensioenfonds mede verstaan een beroepspensioenfonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds, een beroepspensioenfonds en een spaarfonds beschikken over een gedragscode die voor bestuurders en medewerkers van het fonds voorschriften geeft ter voorkoming van belangenconflicten en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de bij het fonds aanwezige informatie of zaken.
|
||||
**1.** Een pensioenfonds en een spaarfonds beschikken over een gedragscode die voor bestuurders en medewerkers van het fonds voorschriften geeft ter voorkoming van belangenconflicten en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de bij het fonds aanwezige informatie of zaken.
|
||||
|
||||
**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan regels stellen met betrekking tot de inhoud van deze gedragscode.
|
||||
|
||||
|
|
@ -403,21 +400,19 @@ De opbouw en de financiering van de pensioenaanspraken vinden gedurende het deel
|
|||
De voor pensioenen bestemde gelden van een pensioenfonds moeten, tenzij artikel 10 toepassing vindt, worden aangewend tot het overdragen of het herverzekeren van het uit de aangegane verplichtingen voortspruitende risico door het sluiten van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar:
|
||||
|
||||
a. die in het bezit is van de ingevolge artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste vergunning of heeft voldaan aan de ingevolge de artikelen 37 of 38 van die wet vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland; of
|
||||
b. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, onderdelen *a* tot en met *c*, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdelen *a* tot en met *c*, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van genoemde wet indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft.
|
||||
b. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van genoemde wet indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft.
|
||||
|
||||
**2.** De voor pensioenen bestemde gelden van een beroepspensioenfonds moeten, tenzij artikel 10 toepassing vindt, worden aangewend tot het overdragen of het herverzekeren van het risico, dat voortspruit uit de in de statuten en enig pensioenreglement van het fonds neergelegde verplichtingen, door het sluiten van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar naar eigen keuze van de deelnemer, welke verzekeraar voldoet aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid onder a of b.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval het bepaalde in het eerste lid toepassing vindt of voor de inwerkingtreding van deze bepaling heeft gevonden, zijn de regelen, welke krachtens artikel 2, vierde lid, zijn vastgesteld voor het geval dat een werkgever verzekeringsovereenkomsten sluit als daar bedoeld, van overeenkomstige toepassing, indien en voor zover een rechthebbende, niet zijnde een deelnemer, aanspraak op pensioen heeft jegens de verzekeraar, bedoeld in het eerste lid. Voor de toepassing van de regelen bedoeld in de vorige volzin wordt als verzekeringnemer aangemerkt het pensioenfonds dan wel, indien het fonds zijn rechten als verzekeringnemer aan de rechthebbende op het pensioen heeft overgedragen, deze rechthebbende.
|
||||
**2.** Ingeval het bepaalde in het eerste lid toepassing vindt of voor de inwerkingtreding van deze bepaling heeft gevonden, zijn de regelen, welke krachtens artikel 2, vierde lid, zijn vastgesteld voor het geval dat een werkgever verzekeringsovereenkomsten sluit als daar bedoeld, van overeenkomstige toepassing, indien en voor zover een rechthebbende, niet zijnde een deelnemer, aanspraak op pensioen heeft jegens de verzekeraar, bedoeld in het eerste lid. Voor de toepassing van de regelen bedoeld in de vorige volzin wordt als verzekeringnemer aangemerkt het pensioenfonds dan wel, indien het fonds zijn rechten als verzekeringnemer aan de rechthebbende op het pensioen heeft overgedragen, deze rechthebbende.
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
**1.** De bezittingen van een pensioenfonds, dan wel van een beroepspensioenfonds, moeten, tezamen met de te verwachten inkomsten, toereikend zijn ter dekking van de uit de statuten en reglementen voortvloeiende pensioenverplichtingen.
|
||||
**1.** De bezittingen van een pensioenfonds, moeten, tezamen met de te verwachten inkomsten, toereikend zijn ter dekking van de uit de statuten en reglementen voortvloeiende pensioenverplichtingen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanspraak, bedoeld in artikel 8, tweede lid, dient voor de deelnemer in elk geval steeds aan het einde van ieder kalenderjaar dan wel, indien dat eerder is, bij beëindiging van de deelneming, volledig te zijn gefinancierd. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan op grond van bijzondere omstandigheden een langere termijn, van ten hoogste dertien weken, toestaan voor financiering als bedoeld in dit lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9b
|
||||
|
||||
**1.** Belegging van de daartoe beschikbare gelden van een pensioenfonds, een spaarfonds of een beroepspensioenfonds moet op solide wijze geschieden.
|
||||
**1.** Belegging van de daartoe beschikbare gelden van een pensioenfonds of een spaarfonds moet op solide wijze geschieden.
|
||||
|
||||
**2.** Vorderingen van een ondernemingspensioenfonds of een spaarfonds op de werkgever, alsmede belegging in aandelen in diens onderneming zijn toegelaten tot een bedrag gelijk aan het twintigste deel van de bezittingen van het fonds, vermeerderd met een bedrag gelijk aan de vrije reserve van dat fonds. Het bedrag van deze vorderingen en aandelen mag evenwel het tiende deel van de bezittingen van het fonds niet overschrijden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -425,7 +420,7 @@ b. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 111,
|
|||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
**1.** Het pensioenfonds, dan wel het beroepspensioenfonds, stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9a, 9b en 9d. Het spaarfonds stelt een bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9b en 9d.
|
||||
**1.** Het pensioenfonds, stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9a, 9b en 9d. Het spaarfonds stelt een bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9b en 9d.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van het fonds legt de in het eerste lid bedoelde nota alsmede iedere wijziging daarvan onverwijld over aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -437,11 +432,11 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Indien een pensioenfonds, dan wel een beroepspensioenfonds, werkt volgens een actuariële en bedrijfstechnische nota als bedoeld in artikel 9c, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9a tot en met 9d en bovendien aan de eisen die op grond van het tweede lid worden gesteld, behoeft overdracht of herverzekering van het risico, bedoeld in artikel 9, eerste of tweede lid, niet plaats te hebben.
|
||||
**1.** Indien een pensioenfonds werkt volgens een actuariële en bedrijfstechnische nota als bedoeld in artikel 9c, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9a tot en met 9d en bovendien aan de eisen die op grond van het tweede lid worden gesteld, behoeft overdracht of herverzekering van het risico, bedoeld in artikel 9, eerste lid, niet plaats te hebben.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de eisen waaraan de financiële opzet in relatie tot het draagvlak van een pensioenfonds, dan wel een beroepspensioenfonds, moet voldoen teneinde de nakoming van de uit de pensioenregeling voortvloeiende verplichtingen op zodanige wijze te waarborgen dat toepassing kan worden gegeven aan het eerste lid. Deze regels kunnen verschillend worden gesteld voor verschillende categorieën van verzekerde risico's, van pensioenfondsen en van beroepspensioenfondsen.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de eisen waaraan de financiële opzet in relatie tot het draagvlak van een pensioenfonds moet voldoen teneinde de nakoming van de uit de pensioenregeling voortvloeiende verplichtingen op zodanige wijze te waarborgen dat toepassing kan worden gegeven aan het eerste lid. Deze regels kunnen verschillend worden gesteld voor verschillende categorieën van verzekerde risico's, van pensioenfondsen.
|
||||
|
||||
**3.** Zodra het fonds verplichtingen heeft ten aanzien waarvan artikel 9, eerste of tweede lid, geen toepassing heeft gevonden doet het bestuur van het fonds daarvan onverwijld mededeling aan de Pensioen- & Verzekeringskamer. Het bepaalde bij en krachtens artikel 9c, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Zodra het fonds verplichtingen heeft ten aanzien waarvan artikel 9, eerste lid, geen toepassing heeft gevonden doet het bestuur van het fonds daarvan onverwijld mededeling aan de Pensioen- & Verzekeringskamer. Het bepaalde bij en krachtens artikel 9c, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
|
|
@ -465,21 +460,21 @@ b. de deskundigheid en betrouwbaarheid van het bestuur.
|
|||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
**1.** Het boekjaar van een pensioenfonds, een spaarfonds of een beroepspensioenfonds loopt van 1 januari tot en met 31 december.
|
||||
**1.** Het boekjaar van een pensioenfonds of een spaarfonds loopt van 1 januari tot en met 31 december.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van een pensioenfonds, een spaarfonds of een beroepspensioenfonds legt aan de Pensioen- & Verzekeringskamer jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens over het verstreken boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van het fonds gegeven wordt en waaruit ten genoegen van die kamer blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens deze wet alsmede, voor zover van toepassing, aan het bepaalde bij of krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, en dat de belangen van de bij het fonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden voldoende gewaarborgd geacht kunnen worden.
|
||||
**2.** Het bestuur van een pensioenfonds of een spaarfonds legt aan de Pensioen- & Verzekeringskamer jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens over het verstreken boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van het fonds gegeven wordt en waaruit ten genoegen van die kamer blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens deze wet en dat de belangen van de bij het fonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden voldoende gewaarborgd geacht kunnen worden.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van een fonds ten aanzien waarvan artikel 10 toepassing vindt legt aan de Pensioen- & Verzekeringskamer bovendien jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een actuarieel verslag betreffende het fonds over, voorzien van de verklaring van een actuaris.
|
||||
|
||||
**4.** De jaarrekening moet zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**5.** De accountant, bedoeld in het vierde lid, is verplicht desgevraagd aan de Pensioen- & Verzekeringskamer inzicht te bieden in zijn controlewerkzaamheden alsmede haar alle overige inlichtingen te verstrekken die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet dan wel bij of krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling opgelegde taak. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt het bestuur van het fonds in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de accountant.
|
||||
**5.** De accountant, bedoeld in het vierde lid, is verplicht desgevraagd aan de Pensioen- & Verzekeringskamer inzicht te bieden in zijn controlewerkzaamheden alsmede haar alle overige inlichtingen te verstrekken die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt het bestuur van het fonds in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de accountant.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de actuaris, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**7.** Voor zover een beroepspensioenregeling de mogelijkheid opent overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onderdeel b of c, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling naar eigen keuze overeenkomsten van verzekering te sluiten met het in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van die wet bedoelde beroepspensioenfonds, dient de in het tweede lid bedoelde jaarrekening een afzonderlijke bedrijfsrekening te bevatten betreffende deze overeenkomsten van verzekering, waaruit onder meer duidelijk zal moeten blijken welke waarborgen ten behoeve van de betrokken deelnemers aanwezig zijn.
|
||||
**7.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het zevende lid. Daarbij kunnen regels worden gesteld omtrent het in bepaalde gevallen meermalen per jaar overleggen van gegevens of verklaringen als bedoeld in dit artikel.
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid. Daarbij kunnen regels worden gesteld omtrent het in bepaalde gevallen meermalen per jaar overleggen van gegevens of verklaringen als bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
**9.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan regels stellen met betrekking tot de wijze van overlegging van de in dit artikel bedoelde bescheiden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -491,7 +486,7 @@ b. de deskundigheid en betrouwbaarheid van het bestuur.
|
|||
|
||||
De accountant, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, meldt de Pensioen- & Verzekeringskamer zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden als bedoeld in die bepaling kennis heeft gekregen en die:
|
||||
|
||||
a. in strijd is met de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, geldende eisen en verplichtingen;
|
||||
a. in strijd is met de bij of krachtens deze wet geldende eisen en verplichtingen;
|
||||
b. de nakoming van de door het fonds aangegane verplichtingen bedreigt; of
|
||||
c. leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,7 +496,7 @@ c. leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Tot het samenstellen van de in artikel 10b, derde lid, bedoelde bescheiden, alsmede tot het verrichten van andere tot de normale beroepsbezigheden van actuarissen behorende werkzaamheden ten behoeve van een pensioenfonds, een spaarfonds of een beroepspensioenfonds is tegenover de Pensioen- & Verzekeringskamer niet bevoegd degene, tegen wiens aanwijzing of handhaving bij het fonds de Pensioen- & Verzekeringskamer bedenkingen heeft geuit.
|
||||
**1.** Tot het samenstellen van de in artikel 10b, derde lid, bedoelde bescheiden, alsmede tot het verrichten van andere tot de normale beroepsbezigheden van actuarissen behorende werkzaamheden ten behoeve van een pensioenfonds of een spaarfonds is tegenover de Pensioen- & Verzekeringskamer niet bevoegd degene, tegen wiens aanwijzing of handhaving bij het fonds de Pensioen- & Verzekeringskamer bedenkingen heeft geuit.
|
||||
|
||||
**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de aanwijzing of handhaving van een actuaris slechts bedenkingen uiten, indien de betrokkene, naar haar oordeel, niet of niet meer de nodige waarborgen biedt, dat hij de hem toevertrouwde taak naar behoren zal vervullen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -533,7 +528,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Het bestuur van het pensioenfonds verstrekt op verzoek van de deelnemer een opgave van de over de jaren 1994 tot en met 2000 toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de daarop berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
**6.** Het bestuur van een pensioenfonds, spaarfonds, beroepspensioenfonds of verzekeraar verstrekt eenmalig aan de deelnemers, en aan de gewezen deelnemers eenmalig op verzoek, een opgave van de premievrije waarde op 1 januari 2006 van de aanspraken, opgebouwd ten behoeve van een pensioenuitkering in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
**6.** Het bestuur van een pensioenfonds, spaarfonds of verzekeraar verstrekt eenmalig aan de deelnemers, en aan de gewezen deelnemers eenmalig op verzoek, een opgave van de premievrije waarde op 1 januari 2006 van de aanspraken, opgebouwd ten behoeve van een pensioenuitkering in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het bepaalde in het zesde lid, de wijze waarop de premievrije waarde wordt berekend en het tijdvak waarbinnen de eenmalige opgave wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -812,11 +807,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid, de artikelen 32a en 32b en het bepaalde krachtens artikel 2, vierde lid, kan pensioen of een aanspraak op pensioen slechts worden afgekocht in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid heeft zowel het pensioenfonds of de verzekeraar zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van het pensioenfonds of de verzekeraar het recht tot afkoop van het pensioen, indien het pensioen op het tijdstip van ingang een bedrag van € 332,29 per 1 januari 2005 € 355,33 per jaar niet te boven gaat. De afkoopsom wordt ter hand gesteld van de rechthebbende. In het geval de rechthebbende zich in het buitenland heeft gevestigd geldt voor het in de eerste volzin genoemde bedrag het tweevoudige en is het pensioenfonds of de verzekeraar op verzoek van de rechthebbende verplicht voor het tijdstip van ingang aanspraken op pensioen af te kopen indien op het tijdstip van afkoop de hoogte van de pensioenaanspraak het tweevoudige van het in de eerste volzin genoemde bedrag niet te boven gaat.
|
||||
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid heeft zowel het pensioenfonds of de verzekeraar zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van het pensioenfonds of de verzekeraar het recht tot afkoop van het pensioen, indien het pensioen op het tijdstip van ingang een bedrag van € 332,29 per 1 januari 2006: € 361,02 per jaar niet te boven gaat. De afkoopsom wordt ter hand gesteld van de rechthebbende. In het geval de rechthebbende zich in het buitenland heeft gevestigd geldt voor het in de eerste volzin genoemde bedrag het tweevoudige en is het pensioenfonds of de verzekeraar op verzoek van de rechthebbende verplicht voor het tijdstip van ingang aanspraken op pensioen af te kopen indien op het tijdstip van afkoop de hoogte van de pensioenaanspraak het tweevoudige van het in de eerste volzin genoemde bedrag niet te boven gaat.
|
||||
|
||||
**6.** Het bedrag, genoemd in het vorige lid, wordt bij ministeriële regeling telkens herzien met ingang van 1 januari met hetzelfde percentage waarmee de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals dat wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, over de maand oktober daaraan voorafgaande naar boven of beneden afwijkt van die index over de maand oktober van het jaar voorafgaande aan de eerstgenoemde maand oktober.
|
||||
|
||||
**7.** De afkoopsom, bedoeld in het vijfde lid, is voor mannen en vrouwen gelijk.
|
||||
**7.** De afkoopsom, bedoeld in het vierde en vijfde lid, is voor mannen en vrouwen gelijk.
|
||||
|
||||
**8.** Elk beding, strijdig met een der voorgaande leden, is nietig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -824,6 +819,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 32a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 32b en 32ba is een pensioenfonds uitsluitend bevoegd pensioen of aanspraken op pensioen af te kopen voor zover zijn statuten en reglementen dat mogelijk maken, indien de rechthebbende daarmee instemt en indien:
|
||||
|
||||
a. die afkoop ertoe strekt het de rechthebbende mogelijk te maken om onder aanwending van de afkoopsom pensioen of aanspraken op pensioen te verwerven overeenkomstig een toezegging omtrent pensioen van een andere inhoud van een andere werkgever dan de werkgever die het af te kopen pensioen heeft toegezegd, bij de instelling waar die andere werkgever de toezegging omtrent pensioen heeft ondergebracht;
|
||||
|
|
@ -833,11 +830,13 @@ c. het pensioen of de aanspraken op pensioen worden verworven jegens een instell
|
|||
1°. waarop de Pensioen- & Verzekeringskamer toezicht houdt;
|
||||
2°. die bij ministeriële regeling is aangewezen;
|
||||
3°. die heeft voldaan aan de ingevolge de artikelen 37 of 38 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland; dan wel
|
||||
4°. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, onderdelen *a* tot en met *c*, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdelen *a* tot en met *c*, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft;
|
||||
4°. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft;
|
||||
d. het voornemen tot afkoop uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van afkoop schriftelijk wordt gemeld aan de Pensioen- & Verzekeringskamer in die gevallen waarin er sprake is van groepsgewijze afkoop en de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen die periode niet van eventuele bezwaren heeft doen blijken;
|
||||
e. met de pensioenbelangen van de echtgenoot of gewezen echtgenoot op redelijke wijze rekening is gehouden en
|
||||
f. het pensioen of de aanspraak op pensioen door de instelling jegens welke het pensioen of de aanspraak op pensioen wordt verworven, aldus wordt vastgesteld, dat de actuariële waarde ervan ten minste gelijk is aan de op dezelfde grondslagen berekende actuariële waarde van het af te kopen pensioen of de af te kopen aanspraken op pensioen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is het pensioenfonds bevoegd pensioen of aanspraken op pensioen af te kopen indien die afkoop ertoe strekt het de rechthebbende mogelijk te maken om onder aanwending van de afkoopsom pensioen of aanspraken op pensioen te verwerven overeenkomstig een beroepspensioenregeling ten aanzien waarvan artikel 3 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling toepassing heeft gevonden. Het eerste lid onderdeel b is van overeenkomstige toepassing. Het eerste lid, onderdeel c tot en met f, zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 32b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -851,14 +850,16 @@ c. de aanspraken op pensioen worden verworven jegens een instelling:
|
|||
1°. waarop de Pensioen- & Verzekeringskamer toezicht houdt;
|
||||
2°. die bij ministeriële regeling is aangewezen;
|
||||
3°. die heeft voldaan aan de ingevolge de artikel 37 of 38 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland, dan wel
|
||||
4°. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, onderdelen *a* tot en met *c*, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdelen *a* tot en met *c*, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft.
|
||||
4°. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Een pensioenfonds is verplicht op verzoek van een deelnemer de afkoopsom op grond van het eerste lid en van artikel 16*a* van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet aan te wenden ter verwerving van aanspraken op pensioen voor die deelnemer.
|
||||
**2.** Een pensioenfonds is verplicht op verzoek van een deelnemer de afkoopsom op grond van het eerste lid, artikel 16a van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 41 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling aan te wenden ter verwerving van aanspraken op pensioen voor die deelnemer.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot het eerste en tweede lid worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de berekening van de waarde van de af te kopen aanspraken op pensioen en de met de afkoopsom in te kopen aanspraken op pensioen alsmede de in acht te nemen procedure. Deze regels kunnen met betrekking tot aanspraken op nabestaandenpensioen het recht op afkoop van de gewezen deelnemer beperken. De Stichting van de Arbeid verstrekt Onze Minister desgevraagd de ter zake benodigde inlichtingen.
|
||||
|
||||
**4.** Een pensioenfonds is verplicht op verzoek van een gewezen deelnemer bij diens aanstelling in vaste dienst van een van de Europese Gemeenschappen een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 8, af te kopen en de afkoopsom over te dragen aan de betrokken Gemeenschap. Bij de berekening van de afkoopsom zijn de rekenregels van het derde lid van toepassing. Een pensioenfonds is bevoegd op verzoek van de gewezen deelnemer en diens echtgenoot of partner een premievrije aanspraak op weduwen-, weduwnaars- of partnerpensioen in de in de eerste zin bedoelde afkoop en overdracht te betrekken.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is het pensioenfonds bevoegd pensioen of aanspraken op pensioen af te kopen indien die afkoop ertoe strekt het de rechthebbende mogelijk te maken om onder aanwending van de afkoopsom pensioen of aanspraken op pensioen te verwerven overeenkomstig een beroepspensioenregeling ten aanzien waarvan artikel 3 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling toepassing heeft gevonden. Het eerste lid, onderdeel b is van overeenkomstige toepassing. Het eerste lid, onderdeel c is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 32ba
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -934,7 +935,13 @@ Pensioenfondsen brengen hun statuten en reglementen binnen twee jaar na inwerkin
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De artikelen 929, 935, eerste lid, 936, tweede tot en met zesde lid, 941 vijfde lid, 969, 972, 977, tweede lid, 978, 979, 980 en 983 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op verzekeringsovereenkomsten die worden gesloten in verband met een toezegging omtrent pensioen als bedoeld in deze wet, alsmede op verzekeringsovereenkomsten die worden gesloten in verband met een pensioenvoorziening, een deelneming in een pensioenfonds of pensioenregeling of een regeling die op grond van deze wet gelijkgesteld is met een toezegging omtrent pensioen.
|
||||
|
||||
**2.** Het verminderen of vervallen van een uitkering op grond van een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid op basis van artikel 930, derde tot en met vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet mogelijk, tenzij door een persoon aan wie een toezegging omtrent pensioen is gedaan of door een persoon voor wie een pensioenvoorziening, deelneming of regeling geldt die op grond van deze wet daarmee gelijkgesteld is, niet is voldaan aan de in artikel 928 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek omschreven mededelingsplicht betreffende zijn risico. In dat geval beperkt de vermindering of het verval van de uitkering zich tot het risico met betrekking tot de in de eerste zin bedoelde persoon. Voorzover de eerste zin in de weg staat aan vermindering dan wel verval van een uitkering, heeft het pensioenfonds of de verzekeraar een recht van verhaal op de werkgever.
|
||||
|
||||
**3.** Een beding als bedoeld in artikel 941, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is nietig wanneer dit is opgenomen in een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Voor zover bepalingen van de titels 17 en 18 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in strijd zijn met het bij of krachtens deze wet bepaalde, blijven die bepalingen van de titels 17 en 18 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue