From 693591f728e71d84d93553bf7b907503f6d1b0cb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Aug 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-08-01 | BWBR0012438 | Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten --- .../BWBR0012438/README.md | 43 ++++++++----------- 1 file changed, 17 insertions(+), 26 deletions(-) diff --git a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md index 0502fa41b42..ea036105d4e 100644 --- a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md +++ b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md @@ -14,8 +14,6 @@ citeertitel: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ### Artikel 1.1 -**1.** - In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: **achterstallige schuld**: achterstallige schuld als bedoeld in de WSF 2000, berekend op grond van artikel 6.3, @@ -27,7 +25,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. voor havo: het vierde en vijfde leerjaar, of b. voor vwo: het vierde, vijfde en zesde leerjaar, -**havo**: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 WVO, +**havo**: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.5 WVO 2020, **ho-student**: degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in de artikelen 2.11 en 2.12, @@ -37,8 +35,8 @@ b. voor vwo: het vierde, vijfde en zesde leerjaar, **onderbouw**: -a. het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 21, eerste lid, WVO, alle leerjaren, -b. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f WVO, alle leerjaren, +a. het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.93, derde lid, WVO 2020, alle leerjaren, +b. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.8 WVO 2020, alle leerjaren, c. voor havo: het eerste, tweede en derde leerjaar, of d. voor vwo: het eerste, tweede en derde leerjaar, @@ -61,7 +59,7 @@ d. voor de toepassing van afdeling 5.2, voorzover het een uit 's Rijks kas beko **scholier**: degene die voortgezet onderwijs volgt, -**school**: school of instelling in de zin van de Experimentenwet onderwijs, Wet op de erkende onderwijsinstellingen, WEC, WHW of WVO, +**school**: school of instelling in de zin van de Experimentenwet onderwijs, Wet op de erkende onderwijsinstellingen, WEC, WHW of WVO 2020, **schooljaar**: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend, @@ -83,11 +81,11 @@ d. voor de toepassing van afdeling 5.2, voorzover het een uit 's Rijks kas beko **vavo-student**: degene die vavo volgt als bedoeld in artikel 2.10, -**voortgezet onderwijs**: onderwijs in de zin van de WVO, en, tenzij anders is bepaald, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC, +**voortgezet onderwijs**: onderwijs in de zin van de WVO 2020, en, tenzij anders is bepaald, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC, **vreemdeling**: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000, -**vwo**: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 WVO, +**vwo**: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 WVO 2020, **WEB**: Wet educatie en beroepsonderwijs, @@ -97,15 +95,7 @@ d. voor de toepassing van afdeling 5.2, voorzover het een uit 's Rijks kas beko **WSF 2000**: Wet studiefinanciering 2000, -**WVO**: Wet op het voortgezet onderwijs. - -**2.** - -In onderdeel b van de begripsbepaling «TOS-ouder» wordt, indien 2 natuurlijke personen voldoen aan het begrip wettelijke vertegenwoordiger, daaronder verstaan: - -a. wettelijke vertegenwoordiger die over het tweede kwartaal van het jaar waarin het schooljaar aanvangt, ten behoeve van de leerling kinderbijslag als bedoeld in de Algemene Kinderbijslagwet heeft ontvangen, -b. indien onderdeel a niet van toepassing is: wettelijke vertegenwoordiger bij wie de leerling op 1 augustus blijkens de basisregistratie personen woont, of -c. indien de onderdelen a en b niet van toepassing zijn: wettelijke vertegenwoordiger die de wettelijke vertegenwoordigers gezamenlijk daartoe hebben aangewezen. +**WVO 2020**: Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Artikel 1.2 @@ -219,14 +209,15 @@ Vervallen Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven: -a. aan een school die op grond van de WVO, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen; -b. aan een op grond van artikel 56 WVO aangewezen school; -c. aan een school die is erkend op grond van de Wet op de erkende onderwijsinstellingen voor zover de gevolgde cursus onder de reikwijdte van die wet valt; of -d. voor een cursus die wordt bekostigd op grond van artikel 73 WVO. +a. aan een school die op grond van de WVO 2020, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen; +b. aan een op grond van artikel 2.66 WVO 2020 aangewezen school; +c. aan een school die is erkend op grond van de Wet op de erkende onderwijsinstellingen voor zover de gevolgde cursus onder de reikwijdte van die wet valt; +d. voor een cursus die wordt bekostigd op grond van artikel 4.28 WVO 2020; of +e. voor bij ministeriële regeling aangewezen onderwijs, vergelijkbaar met de onderdelen a tot en met d. ### Artikel 2.10 -Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een vavo-student in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, en artikel 1.4a.1 WEB, voorzover het betreft een opleiding vavo. +Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een vavo-student in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1 en artikel 1.4a.1 WEB, voorzover het betreft een opleiding vavo. ### Paragraaf 2.4. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 5 @@ -238,13 +229,13 @@ Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een vavo-student in aanmerking kom ### Artikel 2.12 -Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een ho-student in aanmerking komen indien hij als leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming vanwege het bezit van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 162e WEC, artikel 118k WVO, of artikel 4.2.4, WEB. +Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een ho-student in aanmerking komen indien hij als leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming vanwege het bezit van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 162e WEC, artikel 7.28 WVO 2020, of artikel 4.2.4, WEB. ### Artikel 2.13 Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.2 kan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor: -a. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, en artikel 1.4a.1 WEB, voor zover het betreft een opleiding vavo, +a. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1 en artikel 1.4a.1 WEB, voor zover het betreft een opleiding vavo, b. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen a tot en met c, of c. een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, met dien verstande dat deze opleidingen of een gedeelte daarvan of die cursus die leiden tot het diploma: @@ -507,7 +498,7 @@ Op aanvraag van een uitwonende leerling wordt het niet toe te kennen deel van de **2.** In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van voortgezet onderwijs of voor soorten van vavo het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een leerling in een of meer vakken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. -**3.** Uitsluitend de in artikel 27a, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs genoemde redenen voor afwezigheid zijn geldige redenen. +**3.** Uitsluitend de in artikel 8.30, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 genoemde redenen voor afwezigheid zijn geldige redenen. ### Artikel 4.13 @@ -521,7 +512,7 @@ Artikel 4.12 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand vo Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon vast: -a. of de reden die de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken gaf voor zijn afwezigheid, een geldige reden als bedoeld in artikel 27a, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs is, of +a. of de reden die de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken gaf voor zijn afwezigheid, een geldige reden als bedoeld in artikel 8.30, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 is, of b. dat de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen reden heeft opgegeven voor zijn afwezigheid. **3.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de leerling voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.