2025-01-01 | BWBR0048028 | Wet goed verhuurderschap

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent ed2b68f8cd
commit 69424e788e

View file

@ -55,8 +55,9 @@ e. het schriftelijk verstrekken van informatie aan de huurder over:
1°. de rechten en plichten van de huurder ten aanzien van het gehuurde, voor zover deze rechten en plichten niet in de huurovereenkomst zijn opgenomen;
2°. indien een waarborgsom, als bedoeld in artikel 261b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, in rekening wordt gebracht, de hoogte van de waarborgsom, de wijze waarop en de termijnen waarbinnen bij beëindiging van de huurovereenkomst de vordering van de huurder op de verhuurder ten aanzien van de waarborgsom wordt vastgesteld;
3°. de contactgegevens van een contactpunt waar de huurder terecht kan bij zaken die het gehuurde betreffen;
4°. de contactgegevens van het meldpunt, bedoeld in artikel 4, van de gemeente waarin het gehuurde is gelegen; en
4°. de contactgegevens van het meldpunt, bedoeld in artikel 4, van de gemeente waarin het gehuurde is gelegen;
5°. indien servicekosten als bedoeld in artikel 237, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, in rekening worden gebracht, de betalingsverplichting van de huurder waarbij geldt dat jaarlijks een volledige kostenspecificatie aan de huurder dient te worden verstrekt; en
6°. de waardering van de kwaliteit van de woonruimte, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte op de datum van ingang van de huurovereenkomst en de krachtens dat lid bepaalde bijbehorende maximale huurprijs, en indien krachtens die wet ten aanzien van de woonruimte een prijsopslag geldt, tevens de bewijsstukken waaruit het gelden van deze opslag blijkt; en
f. het zich onthouden van het in rekening brengen van servicekosten anders dan in overeenstemming met de artikelen 259 en 261 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
**3.**
@ -74,7 +75,17 @@ b. de informatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, waaronder mede begrepe
### Artikel 2a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden een zelfstandige woonruimte te verhuren met een huurprijs die hoger is dan de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldende maximale huurprijs.
**2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een overeenkomst van huur en verhuur van een zelfstandige woonruimte met een geldende maximale huurprijs die hoger is dan het in artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bedoelde bedrag.
**3.** Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden een onzelfstandige woonruimte te verhuren met een huurprijs die hoger is dan de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldende maximale huurprijs.
**4.** Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden een huurverhoging toe te passen die een bij of krachtens artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld maximaal toegestaan huurverhogingspercentage overschrijdt.
### Artikel 2b
Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden om in geval van een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 247 of artikel 247a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, behoudens artikel 255a van dat boek, de huurprijs te verhogen met een percentage dat hoger is dan het percentage, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
### Artikel 3
@ -131,7 +142,7 @@ Een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, kan uitsl
a. indien aan de verhuurder binnen een tijdvak van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag een bestuurlijke boete of een last onder bestuursdwang is opgelegd voor het handelen door de verhuurder in strijd met:
1°. de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2;
1°. de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a of artikel 2b;
2°. een verbod op grond van:
i. artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b;
@ -153,9 +164,8 @@ c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde
Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, voorwaarden verbinden die uitsluitend betrekking hebben op:
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2;
b. de maximale huurprijs en het maximale huurverhogingspercentage indien het een zelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, betreft waarvan de maximale huurprijs volgens de bij of krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, bepaalde waardering niet hoger is dan het krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld bedrag. De maximale huurprijs wordt vastgesteld op de maximale huurprijs voor die woonruimte op basis van de bij of krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, bepaalde waardering en het maximale huurverhogingspercentage bedraagt het bij of krachtens artikel 10, tweede lid, van die wet vastgestelde maximale huurverhogingspercentage;
c. het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan waarvan een afschrift binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn aan hen wordt toegezonden, dat ten minste bevat:
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a;
b. het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan waarvan een afschrift binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn aan hen wordt toegezonden, dat ten minste bevat:
1°. de in de periode van de komende vijf jaar uit te voeren onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan en vernieuwingen van het gebouw;
2°. een schatting van de aan de werkzaamheden en de vernieuwingen, bedoeld in onderdeel 1°, verbonden kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de onderscheiden jaren; en
@ -165,11 +175,11 @@ c. het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan waarvan een afschrift binne
Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, voorwaarden verbinden die uitsluitend betrekking hebben op:
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2;
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a;
b. het in gebruik geven van een afzonderlijk afsluitbare verblijfsruimte die voldoet aan de daarvoor geldende eisen van de bouwregelgeving aan iedere arbeidsmigrant die geen huishouden vormt met een andere arbeidsmigrant; of
c. de voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voeding, wasruimte en doucheruimte die in het gebouw waarin de verblijfsruimte gelegen is aanwezig moeten zijn, rekening houdend met het maximaal aantal arbeidsmigranten die in dat gebouw kunnen verblijven.
**3.** Indien de verblijfsruimte een woonruimte betreft die bestemd is of gebruikt wordt voor de huisvesting van arbeidsmigranten, kunnen burgemeester en wethouders, onverminderd het tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, ook de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c verbinden.
**3.** Indien de verblijfsruimte een woonruimte betreft die bestemd is of gebruikt wordt voor de huisvesting van arbeidsmigranten, kunnen burgemeester en wethouders, onverminderd het tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, ook de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel b verbinden.
**4.** De voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan uitsluitend aan de vergunning, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, worden verbonden voor verblijfsruimte die in gebruik wordt genomen na inwerkingtreding van deze wet. Voor verblijfsruimte die reeds in gebruik was voor inwerkingtreding van deze wet of waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet, is verstrekt voor inwerkingtreding van deze wet, kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarde aan de vergunning verbinden dat de desbetreffende verblijfsruimte binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid onderdeel b, moet voldoen.
@ -187,7 +197,7 @@ c. de voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voeding, wasruimte en douch
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, uitsluitend intrekken voor één of meerdere woon- of verblijfsruimten indien:
a. ter zake het niet naleven van de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze regels opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd;
a. ter zake het niet naleven van de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze regels opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd;
b. ter zake het niet naleven van de aan de vergunning verbonden voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze voorwaarden opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd;
c. die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
d. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet voor de realisatie van die woon- of verblijfsruimte, of een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, geheel of gedeeltelijk is ingetrokken;
@ -216,7 +226,7 @@ c. het verrichten van alle handelingen met betrekking tot die woon- of verblijfs
Burgemeester en wethouders kunnen de verhuurder verplichten tot het aan een beheerder in beheer geven van een woon- of verblijfsruimte of een gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen, indien:
a. de verhuurder binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering dat hij handelt in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2, reeds tweemaal een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met die regels; en
a. de verhuurder binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering dat hij handelt in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, reeds tweemaal een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met die regels; en
b. in het geval genoemd in artikel 7, vierde lid.
**2.** Burgemeester en wethouders verplichten de verhuurder tot het aan een beheerder in beheer geven van een woon- of verblijfsruimte of een gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen, in het geval genoemd in artikel 10, vierde lid.
@ -251,7 +261,7 @@ In het besluit, bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, stellen burgemeeste
Burgemeester en wethouders beëindigen het beheer:
a. als de verhuurder door middel van een verhuurplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de toekomst zal handelen in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2, of de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid;
a. als de verhuurder door middel van een verhuurplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de toekomst zal handelen in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid;
b. indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, zijn uitgevoerd; en
c. indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in artikel 15, vierde lid, door de verhuurder zijn voldaan.
@ -281,10 +291,10 @@ Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving va
**1.**
De bestuurlijke boete ter zake van het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2, bedraagt ten hoogste:
De bestuurlijke boete ter zake van het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of het verbod, bedoeld in artikel 2b, bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2, of, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a of het verbod, bedoeld in artikel 2b, of, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
**2.** Indien de gemeenteraad een verhuurverordening vaststelt, bepaalt hij dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
@ -293,13 +303,13 @@ b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23
De op grond van het tweede lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van die verboden of het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2.
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van die verboden of het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a.
### Artikel 20
**1.**
Burgemeester en wethouders maken het feit dat een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19, is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2, overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen, openbaar teneinde de naleving ervan te bevorderen, woningzoekenden en huurders te informeren en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht op de naleving van deze artikelen, met dien verstande dat:
Burgemeester en wethouders maken het feit dat een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19, is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b, artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen, openbaar teneinde de naleving ervan te bevorderen, woningzoekenden en huurders te informeren en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht op de naleving van deze artikelen, met dien verstande dat:
a. de namen van betrokken natuurlijke personen niet openbaar worden gemaakt, indien het belang van openbaarmaking naar het oordeel van de burgemeester en wethouders niet opweegt tegen het belang, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid;
b. geen openbaarmaking plaatsvindt, indien het belang van de openbaarmaking naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet opweegt tegen de belangen, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel c of d, van de Wet open overheid.
@ -312,7 +322,7 @@ b. geen openbaarmaking plaatsvindt, indien het belang van de openbaarmaking naar
**5.** Indien de openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het toezicht op de naleving dat door de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren wordt uitgeoefend, blijft openbaarmaking achterwege.
**6.** De openbaarmaking van het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2, of overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, wordt verwijderd vier jaar na de dagtekening van het besluit van openbaarmaking.
**6.** De openbaarmaking van het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b of artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, wordt verwijderd vier jaar na de dagtekening van het besluit van openbaarmaking.
**7.** De openbaarmaking van het feit dat een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen wordt verwijderd op het moment dat burgemeester en wethouders besluiten tot het beëindigen van het beheer op grond van artikel 16.
@ -354,6 +364,16 @@ b. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van deze
**6.** Het tijdvak van acht jaar, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a met betrekking tot een verbod als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, en de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 4°, vangt aan op het tijdstip waarop het verbod, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, in werking treedt.
**7.** In afwijking van het tweede lid geldt dat de informatie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, onder 6°, enkel schriftelijk wordt verstrekt aan de huurder voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur.
### Artikel 23a
**1.** Artikel 2a, eerste lid, is niet van toepassing op huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur.
**2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 2a, eerste lid, van toepassing op voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur afgesloten huurovereenkomsten die betrekking hebben op zelfstandige woonruimten met een op dat tijdstip krachtens artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldende maximale huurprijs die niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, en indien de feitelijke huurprijs niet hoger is dan dat bedrag.
**3.** In afwijking van het eerste lid is artikel 2a, eerste lid, een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur van toepassing op de voor dat tijdstip afgesloten huurovereenkomsten die betrekking hebben op zelfstandige woonruimten met een op dat tijdstip krachtens artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldende maximale huurprijs die lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, indien de feitelijke huurprijs hoger is dan dat bedrag.
### Artikel 24
Indien de gemeenteraad een verhuurverordening vaststelt, geldt voor verhuurders die een woon- of verblijfsruimte voor de inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in artikel 5, onderdeel a of b, verhuurden, dat dit verbod niet eerder dan zes maanden na de inwerkingtreding ervan geldt.
@ -372,9 +392,7 @@ Wijzigt deze wet.
### Artikel 28
Wijzigt deze wet.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b, zoals dat onderdeel luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur, blijft gedurende een jaar na dat tijdstip van toepassing op vergunningen die voor dat tijdstip zijn verleend.
## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen