diff --git a/amvb/besluit-mestbassins-milieubeheer/BWBR0004990/README.md b/amvb/besluit-mestbassins-milieubeheer/BWBR0004990/README.md index 5827a4a0bde..699c16355bf 100644 --- a/amvb/besluit-mestbassins-milieubeheer/BWBR0004990/README.md +++ b/amvb/besluit-mestbassins-milieubeheer/BWBR0004990/README.md @@ -25,9 +25,9 @@ b. bewaren van dunne mest: het bewaren van dunne mest in één of meer bassins, c. dunne mest: mest die verpompbaar is en die bestaat uit faeces of urine van landbouwhuisdieren, al dan niet vermengd met mors-, spoel-, reinigings- of regenwater; d. bassin: een reservoir bestemd en geschikt voor het bewaren van dunne mest, dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een stal en dat tot stand is gebracht na 1 juni 1987; e. woning: een gebouw of een deel van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd; -f. gevoelig object: een gebouw of deel van een gebouw dat tot het verblijf van personen is bestemd, een gebouw of terrein dat is bestemd voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een kampeerterrein als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, of artikel 8, derde lid, van de Wet op de openluchtrecreatie, een gebouw dat deel uitmaakt van een agrarisch bedrijf en ter beschikking wordt gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, of een als kamphuis of blokhut aan te merken bouwwerk, dat ter beschikking wordt gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf; -g. zeer kwetsbaar gebied: zeer kwetsbaar gebied in de zin van de Wet ammoniak en veehouderij; -h. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een omgevingvergunning voor de inrichting waar dunne mest wordt bewaard, te verlenen. +f. gevoelig object: een gebouw of deel van een gebouw dat tot het verblijf van personen is bestemd, een gebouw of terrein dat is bestemd voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een kampeerterrein als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder *a*, of artikel 8, derde lid, van de Wet op de openluchtrecreatie, een gebouw dat deel uitmaakt van een agrarisch bedrijf en ter beschikking wordt gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, of een als kamphuis of blokhut aan te merken bouwwerk, dat ter beschikking wordt gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf; +g. voor verzuring gevoelig gebied: een voor verzuring gevoelig gebied in de zin van de Interimwet ammoniak en veehouderij; +h. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor de inrichting waar dunne mest wordt bewaard, te verlenen. **2.** @@ -36,19 +36,21 @@ Dit besluit is niet van toepassing op een inrichting waar dunne mest wordt bewaa a. op minder dan 50 m afstand van een woning van derden, die behoort tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen inrichting voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren; b. op minder dan 100 m afstand van een gevoelig object van derden of een woning van derden, niet zijnde een woning als bedoeld onder *a*. -**3.** Indien de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige bassins minder bedraagt dan 350 m², bedragen de in het tweede lid bedoelde afstanden respectievelijk 25 en 50 m. +**3.** Indien de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige bassins minder bedraagt dan 350 m², bedragen de in het derde lid bedoelde afstanden respectievelijk 25 en 50 m. ### Artikel 2 -Degene die een inrichting drijft, waarin dunne mest wordt bewaard, dient te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in dit besluit en de bij dit besluit behorende bijlage I, alsmede aan de krachtens die voorschriften door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen. +**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin dunne mest wordt bewaard, dient te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in dit besluit en de bij dit besluit behorende bijlage I, alsmede aan de krachtens die voorschriften door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen. + +**2.** Een beschikking waarin nadere eisen worden gesteld, wordt gezonden aan de inspecteur. ### Artikel 3 -Indien een inrichting tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort, niet uitsluitend omdat daarin dunne mest wordt bewaard, geldt een voor de inrichting verleende omgevingsvergunning ook voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van de inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dit oprichten, in werking hebben of veranderen dan wel veranderen van de werking betrekking heeft op het bewaren van dunne mest overeenkomstig artikel 1. +Indien een inrichting tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort, niet uitsluitend omdat daarin dunne mest wordt bewaard, geldt een voor de inrichting krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleende vergunning ook voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van de inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dit oprichten, in werking hebben of veranderen dan wel veranderen van de werking betrekking heeft op het bewaren van dunne mest overeenkomstig artikel 1. ### Artikel 4 -**1.** Degene die voornemens is een inrichting op te richten, voor zover dit oprichten betrekking heeft op het bewaren van dunne mest, meldt dit tenminste vier weken voor het oprichten aan het bevoegd gezag. +**1.** Degene die voornemens is een inrichting op te richten, voor zover dit oprichten betrekking heeft op het bewaren van dunne mest, meldt dit tenminste vier weken voor het oprichten aan het bevoegd gezag en de inspecteur. **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het uitbreiden of wijzigen van een inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dat betrekking heeft op het bewaren van dunne mest. Deze melding is niet vereist, indien eerder een melding overeenkomstig het bepaalde in dit artikel is gedaan en door dit uitbreiden, wijzigen of veranderen van de werking van de inrichting geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens. @@ -60,7 +62,7 @@ Indien een inrichting tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milie **1.** Gedurende één jaar vanaf het tijdstip waarop dit besluit van toepassing wordt op een reeds opgerichte inrichting waar dunne mest wordt bewaard, zijn de artikelen 2 en 3 niet van toepassing. -**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid, meldt degene die de inrichting drijft, ten hoogste zes maanden na het in dat lid bedoelde tijdstip aan het bevoegd gezag dat hij de inrichting in werking heeft. De melding dient te geschieden overeenkomstig artikel 4, derde lid. +**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid, meldt degene die de inrichting drijft, ten hoogste zes maanden na het in dat lid bedoelde tijdstip aan het bevoegd gezag en de inspecteur dat hij de inrichting in werking heeft. De melding dient te geschieden overeenkomstig artikel 4, derde lid. **3.** @@ -84,9 +86,7 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mestbassins milieubeheer. 1. Bij een melding of kennisgeving als bedoeld in de artikelen 4, eerste en tweede lid, en 5, tweede lid, moeten de volgende gegevens worden verstrekt: -2. Indien het bevoegd gezag van oordeel is dat de verklaring als bedoeld onder 1, sub e, onvoldoende gegevens bevat om te beoordelen of aan de bedoelde voorschriften kan worden voldaan, kan het nadere eisen stellen, inhoudende dat de daartoe nodige nadere of verdere, door haar aangeduide gegevens moeten worden verstrekt; dergelijke nadere eisen kunnen niet worden gesteld, indien uit de verklaring blijkt dat: - -3. Met een geaccrediteerde instelling als bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt gelijkgesteld een instelling die is geaccrediteerd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt nagestreefd. +2. Indien het bevoegd gezag van oordeel is dat de verklaring als bedoeld onder 1, sub *e*, onvoldoende gegevens bevat om te beoordelen of aan de bedoelde voorschriften kan worden voldaan, kan het nadere eisen stellen, inhoudende dat de daartoe nodige nadere of verdere, door haar aangeduide gegevens moeten worden verstrekt; dergelijke nadere eisen kunnen niet worden gesteld, indien uit de verklaring blijkt dat: ## Bijlage III. Behorende bij het