diff --git a/zbo/suppletieregeling-filminvesteringen-nederland/BWBR0022008/README.md b/zbo/suppletieregeling-filminvesteringen-nederland/BWBR0022008/README.md index 56ed85f20fa..bb2812bc670 100644 --- a/zbo/suppletieregeling-filminvesteringen-nederland/BWBR0022008/README.md +++ b/zbo/suppletieregeling-filminvesteringen-nederland/BWBR0022008/README.md @@ -38,10 +38,12 @@ In deze regeling en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder: – bestuur: het bestuur van het Fonds; – bioscoopfilm: elk audiovisueel werk dat primair is bestemd voor vertoning in bioscopen met een vertoningduur van ten minste 60 minuten; – completion guarantor: de verzekeraar die waarborgt dat de bioscoopfilm zal worden afgemaakt en opgeleverd onder in de verzekeringspolis opgenomen (budgettaire) voorwaarden voor of op de overeengekomen uiterste opleveringsdatum, of dat – als de productie zou worden gestaakt – de tot dan toe gemaakte filmkosten worden terugbetaald; -– filmkosten: de totale kosten gemoeid met de voortbrenging van een bioscoopfilm, de uitbrengkopieën en de marketingkosten van de uitbreng van de bioscoopfilm in bioscopen in Nederland; +– *Deferment:* het afzien van het in rekening brengen van kosten onder de voorwaarde dat deze kosten terugbetaald worden uit de eventuele opbrengsten van de bioscoopfilm; +– *Filmkosten:* Productiekosten (de kosten gemoeid met de voortbrenging van een bioscoopfilm), vermeerderd met de kosten voor de uitbrengkopieën en de marketing van de bioscoopfilm in bioscopen in Nederland. – filmplan: het plan van de aanvrager tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten dat bestaat uit het financieren, voortbrengen en (doen) exploiteren van een bioscoopfilm; – Fonds: de stichting Nederlands Fonds voor de Film; – garantieopbrengst: een voorschot op exploitatieopbrengsten dat niet terugvorderbaar, maar verrekenbaar is met opbrengsten die een bioscoopfilm kan genereren door vertoning in bioscopen en verdere exploitatie in de ruimste zin des woords; +– *Investering:* een financiële bijdrage van een marktpartij, die ten genoegen van het bestuur aantoonbaar in de productie van de bioscoopfilm wordt geïnvesteerd en die niet bestaat uit een deferment of een, naar het oordeel van het bestuur daaraan gelijkgestelde bijdrage of een sponsorbijdrage in natura; – marktpartijen: partijen wier reguliere professionele activiteiten zijn gericht op het distribueren en exploiteren van bioscoopfilms, in de ruimste zin des woords, ofwel op het doen van risicodragende investeringen; – Uitvoeringsregeling lange speelfilm: de subsidieregeling van het Fonds, zoals gelijktijdig met deze regeling gepubliceerd in de Staatscourant. @@ -51,15 +53,17 @@ In deze regeling en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder: **1.** -Ten behoeve van de voortbrenging van een bioscoopfilm kan op grond van deze regeling aan de aanvrager een subsidie worden verleend die: +Ten behoeve van de voortbrenging van de bioscoopfilm kan op grond van deze regeling aan de aanvrager een subsidie worden verleend die: -a. maximaal 140 procent bedraagt van het bedrag dat door marktpartijen wordt geïnvesteerd in de filmkosten van een bioscoopfilm; en: +a. maximaal 140 procent bedraagt van het bedrag dat door marktpartijen wordt geïnvesteerd in de filmkosten van de bioscoopfilm; en: b. maximaal 35 procent van de filmkosten bedraagt; en: -c. niet meer bedraagt dan € 2.500.000,–. +c. niet meer bedraagt dan € 1.500.000,–. **2.** Aan een bioscoopfilm waarvoor één of meer Nederlandse bestuursorganen en/of het Fonds op grond van een andere dan de onderhavige regeling een financiële bijdrage heeft verleend, kan op grond van deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend, dat het totaal van de door Nederlandse bestuursorganen en/of het Fonds verleende financiële bijdragen niet meer bedraagt dan 50 procent van de met de voortbrenging van de film gemoeide filmkosten. -**3.** Indien de aanvraag subsidie-verlening betreft voor een bioscoopfilm die voldoet aan de nationale criteria voor moeilijke films of low budget-films, zoals vastgesteld door het Fonds in artikel 5, derde lid, van de Uitvoeringsregeling lange speelfilm, is het vorige lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het genoemde percentage niet meer bedraagt dan 75 procent van de met de voortbrenging van de film gemoeide filmkosten. +**3.** Indien de aanvraag subsidieverlening betreft voor een bioscoopfilm die voldoet aan de nationale criteria voor moeilijke films of low budget-films, zoals vastgesteld door het Fonds in artikel 5, derde lid, van de Uitvoeringsregeling lange speelfilm, is het vorige lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het genoemde percentage niet meer bedraagt dan 55 procent van de productiekosten. + +**4.** Indien na de indiening van de aanvraag en het financieringsplan, maar vóór de subsidieverlening, nieuwe financiële bijdragen worden verkregen, dan zal het Fonds die bijdragen in mindering brengen op de aangevraagde subsidie. ### Artikel 4 @@ -71,10 +75,10 @@ Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op grond van deze regeling b **1.** -Het bestuur van het Fonds verleent op basis van een daartoe door de aanvrager gedaan verzoek een subsidie ter dekking van de begrote filmkosten van een bioscoopfilm, wanneer deze bioscoopfilm naar het oordeel van het bestuur voldoet aan de volgende criteria: +Het bestuur van het Fonds kan op basis van een daartoe door de aanvrager gedaan verzoek een subsidie ter dekking van de begrote filmkosten van een bioscoopfilm verlenen, wanneer deze bioscoopfilm naar het oordeel van het bestuur voldoet aan de volgende criteria: -a. van de begrote filmkosten, zoals opgenomen in het filmplan, ten minste 65 procent reeds is gedekt door bijdragen van derden die ofwel schriftelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst ofwel schriftelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de begrote filmkosten; en: -b. de investeringen van marktpartijen tenminste 25 procent bedragen van de begrote filmkosten, zoals opgenomen in het filmplan, waarin is begrepen een bedrag gelijk aan ten minste 10 procent van de begrote filmkosten, dat op marktconforme voorwaarden is toegezegd als investering door een filmdistributeur, of daarmee gelijkgestelde marktpartij, als garantieopbrengst of als bijdrage in de kosten van de voorgenomen bioscoopuitbreng in Nederland. +a. van de begrote filmkosten, zoals opgenomen in het filmplan, is ten minste 65 procent reeds gedekt door bijdragen van derden, die ofwel schriftelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst ofwel schriftelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de begrote filmkosten. Het aantal als deferments aangemerkte bijdragen mogen de hoogte van de in de begroting opgenomen en door het Fonds goedkeurde producers fee en overhead niet te boven gaan; en: +b. de investeringen van marktpartijen bedragen tenminste 25 procent van de begrote filmkosten, zoals opgenomen in het filmplan, waarin is begrepen een bedrag gelijk aan ten minste 10 procent van de begrote filmkosten, dat op marktconforme voorwaarden is toegezegd als investering door een filmdistributeur als garantieopbrengst of als bijdrage in de kosten van de voorgenomen bioscoopuitbreng in Nederland. Maximaal 30% van de investering als garantieopbrengst (de Minimum Guarantee) van de distributeur kan door de aanvrager dan wel door een door de aanvrager aan te wijzen marktpartij worden ingevuld. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onder b, zijn de begrote filmkosten die dienen als grondslag voor de bepaling van de omvang van de door de filmdistributeur toezegde investering gemaximeerd op een bedrag van € 5.000.000,–. @@ -82,7 +86,7 @@ b. de investeringen van marktpartijen tenminste 25 procent bedragen van de begro **1.** -Het bestuur van het Fonds beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van subsidie op grond van deze regeling, indien naar het oordeel van het bestuur: +Het bestuur van het Fonds beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag tot verlenen van subsidie op grond van deze regeling, indien naar het oordeel van het bestuur: a. verlening van de subsidie niet valt onder de doelstelling van deze regeling; of: b. de bioscoopfilm waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen culturele waarde heeft, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, of een reclamefilm of een voorlichtingsfilm betreft; of: @@ -91,10 +95,10 @@ d. niet aannemelijk is dat de bioscoopfilm voortgebracht kan worden conform de i e. niet aannemelijk is dat verlening van de subsidie noodzakelijk is voor de voortbrenging van de bioscoopfilm; of: f. niet aannemelijk is dat de bioscoopfilm zal worden uitgebracht in bioscopen in Nederland; of: g. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het filmplan naar behoren wordt uitgevoerd; of: -h. vervallen; +h. de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikelen 3 en 5 van deze regeling dan wel overigens niet voldoet aan deze regeling. i. de aanvraag overigens niet voldoet aan deze regeling. -**2.** Het bestuur van het Fonds beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van subsidie op grond van deze regeling, indien de aanvrager, of de binnen de organisatie van de aanvrager voor het beleid verantwoordelijke natuurlijke persoon of personen,in de periode van vijf kalenderjaren voorafgaand aan een subsidie-aanvraag niet hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van ten minste één bioscoopfilm die na première minimaal drie weken gelijktijdig is vertoond in drie of meer bioscopen in Nederland. +**2.** Het bestuur van het Fonds beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van subsidie op grond van deze regeling, indien de aanvrager, of de binnen de organisatie van de aanvrager voor het beleid verantwoordelijke natuurlijke persoon of personen, in de periode van zeven kalenderjaren voorafgaand aan een subsidieaanvraag niet hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van ten minste één bioscoopfilm, die na première minimaal drie weken gelijktijdig is vertoond in drie of meer bioscopen in Nederland én in die periode door minimaal 50.000 personen is bezocht. Indien de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar nogmaals een aanvraag voor een bioscoopfilm indient, dan wordt een dergelijke aanvraag afgewezen indien een, in de voornoemde periode van zeven kalenderjaren door de aanvrager voortgebrachte bioscoopfilm niet door minimaal 100.000 bezoekers is bezocht. **3.** Het bestuur van het Fonds beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van subsidie op grond van deze regeling, indien naar het oordeel van het bestuur verlening van de gevraagde subsidie ertoe zou leiden dat aan de aanvrager op grond van deze regeling in een kalenderjaar voor een totaalbedrag groter dan € 2.500.000 aan subsidies wordt verleend ten behoeve van de voortbrenging van meerdere bioscoopfilms door dezelfde aanvrager. @@ -122,7 +126,7 @@ a. het scenario, inclusief synopsis van de bioscoopfilm, terzake waarvan wordt a b. een gespecificeerde begroting van de filmkosten; en: c. een financieringsplan waarin is gespecificeerd: -i. het percentage van de begrote filmkosten van de bioscoopfilm, zoals opgenomen in het filmplan, dat reeds is gedekt door bijdragen van derden die ofwel schriftelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst, ofwel schriftelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de begrote filmkosten; en: +i. het percentage van de begrote filmkosten van de bioscoopfilm, zoals opgenomen in het filmplan, dat reeds is gedekt door bijdragen van derden die ofwel schriftelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst, ofwel schriftelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de begrote filmkosten. Het aantal als deferments aangemerkte bijdragen mogen de hoogte van de in de begroting opgenomen en door het Fonds goedkeurde producers fee en overhead niet te boven gaan; en: ii. een beschrijving van de (bedrijfs)achtergrond, de concernverhoudingen, de solvabiliteit en de vermogenspositie van de partijen die mede bijdragen aan de financiering van de bioscoopfilm waarvoor een subsidie wordt aangevraagd; en d. een gespecificeerd verkoop- en exploitatieplan, uit welker specificatie onder meer blijkt: @@ -137,6 +141,8 @@ e. een gespecificeerd marketing- en promotieplan. **5.** Indien de aanvrager er niet in slaagt om binnen de termijn als bedoeld in lid 4 de aanvraag aan te vullen, wordt een uiterste termijn van 10 werkdagen gesteld, waarbinnen de aanvraag nog kan worden aangevuld. Aanvulling binnen de uiterste termijn leidt er toe dat de dag waarop het verzoek voldoet aan de voorwaarden van deze regeling met betrekking tot de behandeling, als datum van ontvangst geldt. +**6.** Indien het ingediende financieringsplan niet aan de eisen genoemd in artikelen 3 en 5 voldoet, wordt de aanvrager gedurende vijf werkdagen in de gelegenheid gesteld het financieringsplan aan te passen. + ### Artikel 8 **1.** @@ -154,6 +160,8 @@ d. de aanvrager, of een daarmee op de voet van artikel 6, vijfde lid gelijk te s **4.** Bij de kennisgeving, zoals bedoeld in het vorige lid, stelt het Fonds de aanvrager in de gelegenheid om de aanvraag binnen 10 werkdagen schriftelijk aan te vullen met na indiening van de aanvraag gewijzigde gegevens. Indien de aanvrager deze gegevens binnen een termijn van 10 werkdagen verstrekt en de aldus aangevulde aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het in behandeling nemen van de aanvraag, wordt de aanvulling niet beschouwd als een aanvulling in de zin van artikel 7, vijfde lid, en geldt de datum van de oorspronkelijke aanvraag als datum van ontvangst. +**5.** Indien een aanvraag, ingediend vóór 1 januari 2010, op grond van lid 2 wordt aangehouden dan wordt de aanvrager bij de kennisgeving als bedoeld in lid 4 tevens in de gelegenheid gesteld om een coproducent bij het filmplan te betrekken, die ten genoegen van het bestuur aantoonbaar aan de eisen genoemd in artikel 6 lid 2 kan voldoen. De aanvrager krijgt hiervoor een termijn van 10 werkdagen. De coproducent wordt vervolgens als aanvrager van de gevraagde subsidie aangemerkt. + ### Paragraaf 6. Subsidieverlening ### Artikel 9 @@ -176,17 +184,17 @@ In geval van subsidie-verlening op grond van deze regeling, is de aanvrager verp a. een schriftelijke verklaring over te leggen van elk van de bij de financiering van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend betrokken partijen, waarin deze verklaren dat zij onderling niet gelieerd zijn en hun financiële bijdrage voor eigen rekening en risico verlenen; en: b. de terzake van de financiering en exploitatie van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend definitieve schriftelijke overeenkomsten met alle bij de financiering van de bioscoopfilm betrokken partijen over te leggen, waaruit onomstotelijk blijkt dat elk van deze partijen zich heeft verbonden tot het verstrekken van financiering ten behoeve van de voortbrenging van de bioscoopfilm overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag overgelegde gegevens en op voorwaarden die verenigbaar zijn met de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidieverlening op grond van deze regeling en die voortvloeien uit de door het Fonds gehanteerde model-uitvoeringsovereenkomst; en: -c. een schriftelijke verklaring te overleggen van een completion guarantor, waaruit onomstotelijk blijkt dat de begrote filmkosten van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend, zoals op genomen in de projectbegroting, toereikend zijn en dat de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend vallen onder de dekking van deze completion guarantor vanaf het moment waarop de bioscoopfilmopnamen starten. +c. een schriftelijke verklaring te overleggen van een completion guarantor, waaruit onomstotelijk blijkt dat de begrote filmkosten van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend, zoals op genomen in de projectbegroting, toereikend zijn en dat de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend vallen onder de dekking van deze completion guarantor vanaf het moment waarop de bioscoopfilmopnamen starten. Deze verplichting geldt voor bioscoopfilms met een productiebudget (productiekosten) vanaf twee miljoen euro. **2.** Binnen een termijn van acht weken na ontvangst van alle bescheiden, zoals bedoeld in het eerste lid, zal het Fonds de aanvrager schriftelijk mededelen of naar zijn oordeel is voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in het eerste lid. **3.** De aanvrager is verplicht er voor zorg te dragen dat de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend starten binnen uiterlijk 12 maanden na de subsidieverlening. -**4.** Van de termijnen, zoals genoemd in het eerste en derde lid, kan niet worden afgeweken. Indien de aanvrager deze termijnen overschrijdt, zal het Fonds de subsidieverlening intrekken. De intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend. +**4.** Van de termijnen, zoals genoemd in het eerste en derde lid, kan niet worden afgeweken. Indien de aanvrager deze termijnen overschrijdt, zal het Fonds de subsidieverlening intrekken. Het besluit tot intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend. ### Artikel 11 -**1.** De aanvrager is verplicht er zorg voor te dragen dat de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend niet eerder starten dan nadat én door het Fonds is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, én de completion guarantor definitieve dekking heeft verleend voor de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend. +**1.** De aanvrager is verplicht er zorg voor te dragen dat de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend niet eerder starten dan nadat én door het bestuur is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, én – indien van toepassing – de completion guarantor definitieve dekking heeft verleend voor de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend. **2.** De aanvrager is verplicht het Fonds voorafgaand in kennis te stellen van het moment waarop de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend starten. @@ -208,7 +216,9 @@ c. de wijze waarop de met exploitatie van de bioscoopfilm te genereren opbrengst ### Artikel 13 -In geval de aanvrager niet heeft voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie, is het Fonds bevoegd de subsidieverlening in trekken of te wijzigen ten nadele van de aanvrager. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. +**1.** In geval de aanvrager toerekenbaar is tekortgeschoten in de uitvoering van, dan wel niet heeft voldaan aan de verplichtingen, die zijn verbonden aan de subsidieverlening, is het Fonds bevoegd de subsidieverlening in trekken of te wijzigen ten nadele van de aanvrager. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. + +**2.** Het bestuur is voorts bevoegd de subsidieverlening ten nadele van de aanvrager te wijzigen wanneer de aanvrager na de subsidieverlening, maar vóór de vaststelling van de subsidie, nieuwe financiële bijdragen als bedoeld in artikel 5, lid 1, heeft verkregen, en de subsidie te verlagen met een bedrag gelijk aan die financiële bijdrage(n). Het bedrag waarmee de subsidie wordt verlaagd wordt in eerste instantie verrekend met de nog te verlenen voorschotten. Mocht dat niet toereikend zijn dan zullen reeds uitbetaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd. ### Paragraaf 8. Vaststelling van de subsidie @@ -226,7 +236,8 @@ a. Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat de daa b. Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat de werkelijke filmkosten van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend meer dan 2,5 procent en meer dan € 50.000,- lager zijn geweest dan de filmkosten, zoals die in de subsidieaanvraag waren begroot; of: c. De exploitatie-gerede bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend naar het oordeel van de betrokken filmdistributeur zodanig is, dat door de filmdistributeur toegezegde investering in de uitbrengkosten in redelijkheid niet in stand gehouden kan worden en, voorzover de door de filmdistributeur ten tijde van de subsidieaanvraag als garantieopbrengst toegezegde investering minder dan 10 procent van de begrote filmkosten bedroeg, voor dat deel alsnog als garantie-opbrengst wordt verantwoord; of: d. Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat het totaal van de verleende subsidie en de financiële bijdragen van een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds op grond van een andere dan de onderhavige regeling meer bedraagt dan 50 procent van de werkelijk gemaakte kosten voor de voortbrenging van de film; of: -e. Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat het totaal van de verleende subsidie en de financiële bijdragen van een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds op grond van een andere dan de onderhavige regeling meer bedraagt dan 75 procent van de werkelijk gemaakte kosten voor de voortbrenging van de film, in geval het betreft een bioscoopfilm die voldoet aan de criteria, zoals bedoeld in artikel 5, derde lid, van de Uitvoeringsregeling lange speelfilm. +e. Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat het totaal van de verleende subsidie en de financiële bijdragen van een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds op grond van een andere dan de onderhavige regeling meer bedraagt dan 55 procent van de werkelijk gemaakte productiekosten. Deze uitzondering geldt voor een bioscoopfilm, die voldoet aan de criteria, zoals bedoeld in artikel 5, derde lid, van de Uitvoeringsregeling lange speelfilm; of: +f. Uit de bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie verstrekte gegevens blijkt dat de aanvrager, behalve de in het ingediende financieringplan genoemde bijdragen, nog aanvullende financiële bijdragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, heeft verkregen. ### Artikel 16 @@ -253,7 +264,7 @@ Het subsidiebedrag wordt betaald binnen 4 weken na de subsidievaststelling, over Een aanvraag tot het verlenen van een voorschot wordt afgewezen, indien: a. met betrekking tot de verleende subsidie geen uitvoeringsovereenkomst met de aanvrager is afgesloten; of: -b. voor de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend nog geen definitieve verzekeringsdekking is gegeven door de completion guarantor, of +b. voor de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvan de productiekosten minimaal twee miljoen euro bedragen en waarvoor subsidie is verleend nog geen definitieve verzekeringsdekking is gegeven door de completion guarantor; of: c. de hoofdvestiging van de aanvrager niet in Nederland is gelegen en de aanvrager nalaat aan te tonen dat zij beschikt over een nevenvestiging in Nederland met ten minste één werknemer in vaste dienst. **3.** Aan het verlenen van voorschotten kan het Fonds, indien daartoe gerede aanleiding bestaat, nadere voorwaarden stellen ten aanzien van het verstrekken van zekerheden door de aanvrager of de partijen die financieringsbijdragen hebben toegezegd aan de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend. @@ -281,8 +292,6 @@ b. het bezwaar kennelijk ongegrond is; of c. de indiener van het bezwaar heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord; of: d. aan het bezwaar volledig wordt tegemoet gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. -**3.** Het bestuur beslist binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift. - ### Paragraaf 12. Looptijd en tussentijdse wijziging ### Artikel 22