2014-01-01 | BWBR0020421 | Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
This commit is contained in:
parent
6a01404ffb
commit
697402f089
1 changed files with 279 additions and 208 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
|
|||
bwb_id: BWBR0020421
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2011-07-22'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-12-06'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020421
|
||||
citeertitel: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -254,224 +254,221 @@ d. indien de onderneming is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Vakbekwaamheid van medewerkers
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.1. Eindtermen van vakbekwaamheid
|
||||
### Paragraaf 2.1. Bewijzen van vakbekwaamheid
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
De personen, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, zijn vakbekwaam, indien zij voldoen aan de in onderdeel 1 van bijlage B genoemde eindtermen alsmede, voorzover zij zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten met betrekking tot de hierna in de onderdelen a tot en met e genoemde onderwerpen, aan de eindtermen genoemd in het daarop betrekking hebbende onderdeel van bijlage B:
|
||||
|
||||
a. hypothecair krediet, al dan niet gecombineerd met opstal-, inboedel-, arbeidsongeschiktheids-, kapitaal- of overlijdensrisicoverzekeringen, waarbij de verplichting van de aanbieder tot het doen van een uitkering of een reeks van uitkeringen alleen dan ontstaat, indien het overlijden van degene op wiens leven de verzekering betrekking heeft plaatsvindt voor de in de polis genoemde datum: onderdeel 2 van bijlage B;
|
||||
b. consumptief krediet, al dan niet gecombineerd met arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: onderdeel 3 van bijlage B;
|
||||
c. schadeverzekeringen: onderdeel 4 van bijlage B;
|
||||
d. levensverzekeringen, al dan niet gecombineerd met arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: onderdeel 5 van bijlage B;
|
||||
e. pensioenverzekeringen, al dan niet gecombineerd met arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: onderdelen 5 en 7 van bijlage B; of
|
||||
f. premiepensioenvorderingen: onderdeel 7 van bijlage B.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de financiëledienstverlener, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, optreedt als gevolmachtigde agent of als ondergevolmachtigde agent, zijn de in dat lid bedoelde personen vakbekwaam, indien zij voldoen aan de in onderdeel 6 van bijlage B genoemde eindtermen en de in het eerste lid bedoelde onderdelen van die bijlage, met betrekking tot het financiële product waarmee zij zich rechtstreeks bezighouden.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van financiële diensten met betrekking tot een arbeidsongeschiktheidsverzekeringverzekering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, d of e, of een opstal-, inboedel-, of overlijdensrisicoverzekering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die wordt gecombineerd met het in het desbetreffende onderdeel genoemde onderwerp.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.2. Bewijs van vakbekwaamheid
|
||||
- *inkomensverzekering:* schadeverzekering ter dekking van het risico van financiële schade ten gevolge van arbeidsongeschiktheid of werkloosheid;
|
||||
- *pensioen:* pensioenverzekering en premiepensioenvordering als bedoeld in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
- *schadeverzekering particulier:* schadeverzekering, niet zijnde een inkomensverzekering of een schadeverzekering zakelijk;
|
||||
- *schadeverzekering zakelijk:* schadeverzekering ten behoeve van een cliënt handelend in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, met uitzondering van een inkomensverzekering;
|
||||
- *vermogen:* levensverzekeringen, niet zijnde pensioenverzekeringen, en lijfrentespaarrekeningen als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, spaarrekeningen eigen woning als bedoeld in artikel 3.116a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, rechten van deelneming in beleggingsinstellingen voor zover vrijgesteld op grond van artikel 2:104, eerste lid, van de wet en beleggingsobjecten;
|
||||
- *zorgverzekering:* een schadeverzekering ten behoeve van een verzekeringsplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet en een aanvullende ziektekostenverzekering.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, eerste volzin, van de wet, indien:
|
||||
Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien:
|
||||
|
||||
a. zijn werknemers en andere personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening, met uitzondering van feitelijk leidinggevenden, allen beschikken over een geldig diploma voor de in hun geval relevante eindtermen, bedoeld in artikel 5, afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut als bedoeld in artikel 9, eerste lid of over een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties; of
|
||||
b. hij zijn bedrijfsvoering zodanig heeft ingericht dat deze een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende waarborgt.
|
||||
a. hij zijn bedrijfsvoering zodanig heeft ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd;
|
||||
b. de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met werkzaamheden als bedoeld in artikel 7, daartoe beschikken over:
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
1°. een geldig, op grond van die artikelen vereist diploma, afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut als bedoeld in artikel 11a; dan wel
|
||||
2°. een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties; en
|
||||
c. de personen, bedoeld in onderdeel b, voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen.
|
||||
|
||||
Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, tweede volzin, van de wet, indien:
|
||||
|
||||
a. de in die volzin bedoelde feitelijk leidinggevenden beschikken over een geldig diploma voor de in hun geval relevante eindtermen, bedoeld in artikel 5, afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut of over een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties; of
|
||||
b. hij een financiëledienstverlener is met een op jaarbasis gemiddeld aantal voltijdse werknemers van meer dan 50 en hij zijn bedrijfsvoering zodanig heeft ingericht dat deze een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten, voldoende waarborgt.
|
||||
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd het eerste en tweede lid voldoet een bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, van de wet aan het bepaalde in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien zijn bedrijfsvoering onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder voor welke hij bemiddelt zodanig is ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd het eerste en tweede lid voldoet een aangesloten onderneming als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet aan het bepaalde in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien haar bedrijfsvoering onder de verantwoordelijkheid van de rechtspersoon waarbij zij is aangesloten zodanig is ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd.
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdelen b en c, is niet van toepassing op de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties is slechts geldig, indien de houder ervan:
|
||||
|
||||
a. voor 1 januari 2014 of, indien artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, later in werking treedt dan 1 januari 2014, voor de datum van inwerkingtreding van genoemd artikel I, onderdeel E, op de door Onze Minister vastgestelde wijze heeft voldaan aan de voor de houder relevante toetstermen voor permanente educatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid; of
|
||||
b. voor 1 januari 2014 of, indien artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, later in werking treedt dan 1 januari 2014, voor de datum van inwerkingtreding van genoemd artikel I, onderdeel E, met goed gevolg een examen heeft afgelegd van een door Onze Minister erkend exameninstituut dat voldoet aan de voor de houder relevante toetstermen die tegelijkertijd met de toetstermen voor permanente educatie openbaar zijn gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een houder van een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn heeft voldaan aan de in zijn geval relevante toetstermen voor permanente educatie, is het diploma of de erkenning van beroepskwalificaties ongeldig vanaf het einde van die termijn tot hij alsnog daaraan voldoet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.3. Vaststellen toetstermen
|
||||
Werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder verantwoordelijkheid van een financiëledienstverlener bezighouden met advisering met betrekking tot een in tabel 1 genoemde onderwerp, beschikken daartoe over het ingevolge die tabel vereiste diploma.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden toetstermen vastgesteld voor de examens die leiden tot afgifte van een diploma als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien ontwikkelingen op de financiële markten of relevante wettelijke voorschriften daartoe aanleiding geven worden bij ministeriële regeling toetstermen vastgesteld met betrekking tot permanente educatie, alsmede de wijze waarop aan deze toetstermen kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister draagt er zorg voor dat de inwerkingtreding van de toetstermen voor examens en de inwerkingtreding van de daarbij aansluitende toetstermen voor permanente educatie gelijktijdig plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. Exameninstituten
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister erkent een exameninstituut op aanvraag, indien de aanvrager heeft aangetoond te kunnen voldoen aan artikel 10, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, voorzover het in die leden bepaalde op de aanvrager van toepassing is.
|
||||
**1.** Een diploma als bedoeld in artikel 7 wordt afgegeven, indien de ingevolge tabel 1 of 2 aan dat diploma ten grondslag liggende modules alle met goed gevolg zijn afgerond.
|
||||
|
||||
**2.** De examens van de modules, bedoeld in het eerste lid, worden afgelegd bij een op grond van artikel 11a erkend exameninstituut.
|
||||
|
||||
**3.** De examens van de modules, bedoeld in het eerste lid, kunnen, indien Onze Minister daar gelegenheid toe biedt, tevens bij Onze Minister worden afgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de eindtermen en toetstermen vastgesteld voor de in het eerste lid bedoelde modules.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Personen die over een in tabel 3 genoemd diploma beschikken, zijn tevens vakbekwaam te adviseren over het daarbij in de tabel vermelde onderwerp, indien de advisering over dat onderwerp gecombineerd wordt met advisering over het onderwerp waarop het diploma betrekking heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De houder van een diploma of erkenning als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, is uitsluitend bevoegd werkzaamheden als bedoeld in artikel 7 te verrichten, indien hij periodiek, met tussenpozen van ten hoogste 36 maanden, met goed gevolg een examen aflegt. Het eerste periodieke examen dient uiterlijk 36 maanden na het behalen van het diploma of het verkrijgen van de erkenning met goed gevolg te worden afgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De houder van een diploma of erkenning die beschikt over een door een op grond van artikel 11a erkend exameninstituut afgegeven certificaat waaruit blijkt dat hij gedurende een bepaalde periode vakinhoudelijk betrokken is geweest bij het afnemen van examens of de ontwikkeling van examenmateriaal met betrekking tot de voor zijn beroepskwalificatie relevante eindtermen en toetstermen, wordt voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met de houder van een diploma of erkenning die op de laatste dag van die periode een examen als bedoeld in het eerste lid heeft afgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de houder van een diploma of erkenning op grond van het eerste lid niet langer bevoegd is de in artikel 7 bedoelde werkzaamheden te verrichten, kan hij een bijzonder examen afleggen. Indien dit examen met goed gevolg wordt afgelegd, herleeft de bevoegdheid om de in artikel 7 bedoelde werkzaamheden te verrichten. Vervolgens dient het eerstvolgende periodieke examen uiterlijk 36 maanden na het behalen van het bijzondere examen te worden afgelegd.
|
||||
|
||||
**5.** De examens, bedoeld in het eerste en vierde lid, voldoen aan bij ministeriële regeling vast te stellen eindtermen en toetstermen en worden afgelegd bij een op grond van artikel 11a erkend exameninstituut.
|
||||
|
||||
**6.** De examens, bedoeld in het eerste en vierde lid, voldoen aan bij ministeriële regeling vast te stellen eindtermen en toetstermen en kunnen, indien Onze Minister daar gelegenheid toe biedt, tevens bij Onze Minister worden afgelegd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.2. Exameninstituten
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister erkent een exameninstituut op aanvraag, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan de artikelen 11b en 11c.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.
|
||||
**3.** Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften of een bepaalde termijn verbinden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een erkenning intrekken:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van het erkende exameninstituut;
|
||||
b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning na de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat de erkenning zou zijn geweigerd, dan wel niet zonder het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest; of
|
||||
c. indien het exameninstituut niet langer voldoet aan artikel 10 of 11 of aan een voorschrift, verbonden aan de erkenning.
|
||||
b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning, na de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken dat de erkenning zou zijn geweigerd, dan wel niet zonder daaraan voorschriften te verbinden zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest;
|
||||
c. indien het exameninstituut niet langer voldoet aan de artikelen 11b en 11c;
|
||||
d. indien het exameninstituut artikel 11d of de aan de erkenning verbonden voorschriften niet naleeft.
|
||||
|
||||
**5.** Van een besluit tot erkenning of tot intrekking van de erkenning van een exameninstituut doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.
|
||||
**5.** Na intrekking van een erkenning draagt het exameninstituut de administratie inzake certificaten en diploma’s over aan Onze Minister. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing, indien de aan de erkenning verbonden termijn eindigt.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
### Artikel 11b
|
||||
|
||||
**1.** Een erkend exameninstituut geeft een diploma af aan een kandidaat die een door het erkende exameninstituut afgenomen examen met goed gevolg heeft afgelegd.
|
||||
**1.** Een erkend exameninstituut neemt ten aanzien van de wijze van examinering de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat examens op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een erkend exameninstituut dat tevens opleidingen aanbiedt, brengt een zodanige scheiding aan in de bedrijfsvoering tussen het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en het afnemen van examens dat belangenverstrengeling tussen deze activiteiten wordt voorkomen. Daartoe treft een erkend exameninstituut in ieder geval adequate maatregelen, gericht op:
|
||||
|
||||
a. het voeren van gescheiden administraties voor het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en voor het afnemen van examens; en
|
||||
b. het voorkomen van toegang tot examenmateriaal van werknemers die op enige wijze betrokken zijn bij de ontwikkeling of de verzorging van een opleiding, gericht op het desbetreffende examen.
|
||||
|
||||
**3.** Een erkend exameninstituut stelt de door hem aangeboden examens open voor een ieder.
|
||||
|
||||
**4.** Een door een erkend exameninstituut af te nemen examen voldoet binnen zes maanden na de openbaarmaking ervan aan de door Onze Minister vastgestelde toetstermen, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Een erkend exameninstituut neemt ten aanzien van de wijze van examinering de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat examens op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd.
|
||||
|
||||
**6.** Een erkend exameninstituut draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van afgenomen examens.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Een erkend exameninstituut beschikt over en handelt in overeenstemming met een examenreglement waarin ten minste de volgende onderwerpen adequaat zijn geregeld:
|
||||
|
||||
a. de wijze van aanmelding van kandidaten;
|
||||
b. het aantal malen per jaar dat gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van de afzonderlijke examens;
|
||||
c. de wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van aanvang der examens;
|
||||
d. de vaststelling van de identiteit van kandidaten;
|
||||
d. de vaststelling van de identiteit van de kandidaten;
|
||||
e. de duur en wijze van examineren;
|
||||
f. de maatregelen indien onregelmatigheden worden geconstateerd;
|
||||
g. de aanwijzing van de examinatoren bij de mondelinge examens;
|
||||
h. de beoordeling van de examens;
|
||||
i. de termijn waarbinnen de examenuitslagen worden bekendgemaakt, alsmede de termijn waarbinnen de diploma’s worden uitgereikt;
|
||||
j. de aanwijzing van degene of degenen die de uitslag van het schriftelijk examen vaststelt onderscheidenlijk vaststellen;
|
||||
k. de wijze van vaststelling van de beoordelingsnormen en normen voor slagen en afwijzen;
|
||||
l. de wijze van verkrijgbaarstelling van de richtlijnantwoorden na afloop van een examen;
|
||||
m. de inzage in afgelegde examens;
|
||||
n. de bewaartermijnen voor de afgelegde examens; en
|
||||
o. de interne klachtenprocedure.
|
||||
|
||||
**8.** Een erkend exameninstituut verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een opgave van het aantal in het vorige kalenderjaar afgenomen en beoordeelde examens, alsmede een analyse van de resultaten van deze examens, de klachten die over de examinering en de resultaten zijn ingediend en de beslissingen hierop van het exameninstituut.
|
||||
|
||||
**9.** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op uit ’s rijks kas bekostigde opleidingen van instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Een erkend exameninstituut verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van zijn in dit hoofdstukomschreven taken.
|
||||
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving van de artikelen 9 en 10 zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.5. Instituten voor permanente educatie
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
Aan artikel 7, eerste lid, voldoet degene die binnen achttien maanden na inwerkingtreding van PE-toetstermen:
|
||||
|
||||
1. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend instituut voor permanente educatie waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een PE-onderwijsprogramma heeft gevolgd met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen;
|
||||
2. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een PE-toets heeft afgelegd met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen;
|
||||
3. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut waaruit blijkt dat hij vakinhoudelijk betrokken is geweest bij het afnemen van examens of bij de ontwikkeling van examenmateriaal met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen bij dat exameninstituut; of
|
||||
4. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend instituut voor permanente educatie waaruit blijkt dat hij als geregistreerd docent betrokken is geweest bij de uitvoering van een PE-onderwijsprogramma met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen bij dat instituut voor permanente educatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 11b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister erkent een instituut voor permanente educatie op aanvraag, indien de aanvrager heeft aangetoond te zullen voldoen aan artikel 11c, voor zover het in dat artikel bepaalde op de aanvrager van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een erkenning intrekken:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van het erkende instituut voor permanente educatie;
|
||||
b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning, na de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat de erkenning zou zijn geweigerd of zonder voorschriften zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest; of
|
||||
c. indien het instituut voor permanente educatie niet langer voldoet aan artikel 11c of artikel 11d of aan een voorschrift of voorwaarde, verbonden aan de erkenning.
|
||||
g. de termijn waarbinnen de examenuitslagen worden bekendgemaakt, alsmede de termijn waarbinnen de certificaten en diploma’s worden uitgereikt;
|
||||
h. de interne klachtenprocedure.
|
||||
|
||||
### Artikel 11c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een kandidaat die met goed gevolg het examen voor een module als bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft afgelegd, ontvangt ten bewijze daarvan een certificaat.
|
||||
|
||||
Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over:
|
||||
**2.** Een kandidaat die alle voor een diploma benodigde certificaten heeft behaald, ontvangt ten bewijze daarvan een diploma.
|
||||
|
||||
a. aantoonbare en actuele ervaring met het op zorgvuldige en betrouwbare wijze vervaardigen en verzorgen van cursussen en het beoordelen van individuele kandidaten;
|
||||
b. gekwalificeerde docenten in inhoudelijk, onderwijskundig en toetstechnisch opzicht en maakt daar bij de uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s ook uitsluitend gebruik van;
|
||||
c. een registratie waaruit de vakbekwaamheid van de docenten voor een PE-onderwijsprogramma blijkt;
|
||||
d. een evaluatiesysteem voor het afgenomen PE-onderwijsprogramma;
|
||||
e. een adequaat kwaliteitsborgingssysteem.
|
||||
**3.** Een kandidaat die met goed gevolg het examen, bedoeld in artikel 11, eerste of vierde lid, heeft afgelegd, ontvangt ten bewijze daarvan een certificaat.
|
||||
|
||||
**2.** Een erkend instituut voor permanente educatie biedt een PE-onderwijsprogramma meerdere malen in Nederland aan waarbij kandidaten die beschikken over het relevante diploma, bedoeld in artikel 6, worden toegelaten.
|
||||
### Artikel 11ca
|
||||
|
||||
**3.** Een erkend instituut voor permanente educatie stemt in met een door Onze Minister te organiseren controle.
|
||||
**1.** Het certificaat wordt ondertekend door het exameninstituut dat het examen, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, heeft afgenomen.
|
||||
|
||||
**4.** Een erkend instituut voor permanente educatie verzorgt het PE-onderwijsprogramma met een toetsend element dat alle PE-toetstermen voor de desbetreffende module omvat en levert daarbij tevens cursusmateriaal dat als naslagwerk kan dienen voor kandidaten.
|
||||
**2.** Het diploma wordt ondertekend door het exameninstituut dat het laatste examen heeft afgenomen dat benodigd is voor het behalen van het diploma.
|
||||
|
||||
**5.** Een erkend instituut voor permanente educatie stelt Onze Minister in kennis van een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma.
|
||||
**3.** Het certificaat wordt aan de kandidaat uitgereikt of toegezonden door het exameninstituut, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Een erkend instituut voor permanente educatie legt een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma ter beoordeling voor aan Onze Minister.
|
||||
**4.** Het diploma wordt aan de kandidaat uitgereikt of toegezonden door het exameninstituut, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**7.** Een erkend instituut voor permanente educatie draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van de aangeboden PE-onderwijsprogramma’s.
|
||||
**5.** Duplicaten van certificaten en diploma’s worden uitsluitend door Onze Minister verstrekt. Verstrekking geschiedt tegen betaling van de kostprijs.
|
||||
|
||||
**8.** Een erkend instituut voor permanente educatie neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat PE-onderwijsprogramma’s op een correcte en eerlijke wijze worden aangeboden en draagt zorg voor een vakinhoudelijke juiste en objectieve beoordeling van kandidaten.
|
||||
|
||||
**9.** Het aantal kandidaten per PE-onderwijsprogramma dat een erkend instituut voor permanente educatie aanbiedt, bedraagt ten hoogste 25 personen.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over en handelt in overeenstemming met een PE-reglement waarin ten minste de volgende onderwerpen met betrekking tot het PE-onderwijsprogramma adequaat zijn geregeld:
|
||||
|
||||
a. wijze van aanmelding van de kandidaten;
|
||||
b. aantal malen per jaar dat gelegenheid wordt gegeven tot het volgen van een PE-onderwijsprogramma;
|
||||
c. wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van de start- en eindtijden van het PE-onderwijsprogramma;
|
||||
d. opbouw, verschillende interactieve onderwijsvormen en uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s gericht op actieve participatie van de kandidaten en de wijze van beoordelen van kandidaten ten aanzien van hun inhoudelijke vakbekwaamheid betreffende de PE-toetstermen;
|
||||
e. vaststelling van de identiteit van kandidaten en docenten;
|
||||
f. vaststelling van de presentie van de kandidaten;
|
||||
g. vaststelling van de rechten en plichten van de kandidaten;
|
||||
h. maatregelen om fraude te voorkomen;
|
||||
i. bewaartermijnen voor de gegevens van afgelegde PE-onderwijsprogramma’s wat betreft inhoud en evaluatie, gegevens van docenten en gegevens van kandidaten;
|
||||
j. interne klachtenprocedure.
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de afgifte van certificaten en diploma’s of de verstrekking van duplicaten daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 11d
|
||||
|
||||
**1.** Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister twee maanden na de periode, bedoeld in artikel 7, een opgave van het aantal afgenomen PE-onderwijsprogramma’s, de geanonimiseerde klachten over de PE-onderwijsprogramma’s, de slagingspercentages die zijn geregistreerd door het instituut voor permanente educatie en een analyse daarvan.
|
||||
**1.** Een erkend exameninstituut verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van zijn in dit hoofdstuk omschreven taken.
|
||||
**2.** Een erkend exameninstituut verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een opgave van het aantal in het vorige kalenderjaar afgenomen en beoordeelde examens, alsmede een analyse van de resultaten van deze examens, de klachten die over de examinering en de resultaten zijn ingediend, en de beslissingen hierop van het exameninstituut.
|
||||
|
||||
**3.** Met het toezicht op de naleving van de artikelen 11b en 11c zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
|
||||
**3.** Een erkend exameninstituut stemt in met een door Onze Minister aangewezen controle.
|
||||
|
||||
**4.** Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
### Paragraaf 2.3. Centrale examenbank
|
||||
|
||||
### Artikel 11e
|
||||
|
||||
Een erkenning die is verleend op grond van artikel 3 van de Erkenningsregeling permanente educatie Wft berust na de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2010 op artikel 11b, eerste lid.
|
||||
**1.** Er is een centrale examenbank ten behoeve van de examinering van de examens van de modules, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en de examens, bedoeld in artikel 11, eerste en vierde lid. De centrale examenbank wordt beheerd door Onze minster.
|
||||
|
||||
**2.** Een exameninstituut maakt ten behoeve van de examens van de modules, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en de examens, bedoeld in artikel 11, eerste en vierde lid, uitsluitend gebruik van de centrale examenbank.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting en beheer van de centrale examenbank.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. Informatiesysteem inzake beroepskwalificaties
|
||||
|
||||
### Artikel 11f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het informatiesysteem inzake beroepskwalificaties, bedoeld in artikel 4:9a, eerste lid, van de wet bevat persoonsgegevens van:
|
||||
|
||||
a. kandidaten die beschikken over een diploma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, of een erkenning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°;
|
||||
b. kandidaten die deelnemen aan een examen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, of 11, eerste of vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde personen worden, naast het in artikel 4:9a, derde lid, van de wet, genoemde burgerservicenummer, of bij het ontbreken daarvan aan de kandidaat toegekend nummer, de volgende gegevens opgenomen:
|
||||
|
||||
a. geslachtsnaam, voornamen en voorletters;
|
||||
b. geboortedatum;
|
||||
c. geboorteplaats;
|
||||
d. geslacht;
|
||||
e. de afgelegde examens;
|
||||
f. de resultaten van afgelegde examens;
|
||||
g. de datum waarop betrokkene een diploma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, heeft behaald;
|
||||
h. de datum waarop betrokkene een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, verkrijgt;
|
||||
i. de datum waarop een examen is afgelegd als bedoeld in artikel 9, tweede lid, of 11, eerste of vierde lid;
|
||||
j. de datum van de laatste dag van de periode, bedoeld in artikel 11, tweede lid;
|
||||
k. de naam van het exameninstituut, waar het examen is afgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 11g
|
||||
|
||||
**1.** Een erkend exameninstituut verstrekt aan de beheerder van het informatiesysteem inzake beroepskwalificaties uit eigen beweging of op verzoek alle gegevens als bedoeld in artikel 11f, tweede lid, die noodzakelijk zijn voor het bijhouden dan wel schonen van de gegevens in het informatiesysteem.
|
||||
|
||||
**2.** Persoonsgegevens die zijn opgenomen in het informatiesysteem inzake beroepskwalificaties worden slechts ter beschikking gesteld aan erkende exameninstituten en aan Onze Minister. De gegevens worden niet gebruikt voor een ander doel dan de uitvoering van de krachtens artikel 4:9, derde en vierde lid, gestelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 11h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De in het informatiesysteem opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 11f, worden verwijderd:
|
||||
|
||||
a. na verloop van tien jaren, of
|
||||
b. indien de betrokken persoon is overleden.
|
||||
|
||||
**2.** De termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, vangt aan op de dag waarop de laatste mutatie van de in artikel 11f, tweede lid, genoemde gegevens in het informatiesysteem heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 11i
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot het informatiesysteem inzake beroepskwalificaties is Onze Minister de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke gegevensverwerking in de centrale examenbank ten behoeve van het afnemen van examens.
|
||||
|
||||
### Artikel 11j
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting en beheer van het informatiesysteem inzake beroepskwalificaties.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.5. Doorberekening kosten
|
||||
|
||||
### Artikel 11k
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister brengt de kosten die verband houden met de uitvoering van de krachtens artikel 4:9, derde lid, van de wet, gestelde regels in rekening bij exameninstituten als bedoeld in artikel 4:9, derde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de centrale examenbank;
|
||||
b. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de examenvragen;
|
||||
c. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van het informatiesysteem, bedoeld in artikel 4:9a, eerste lid, van de wet;
|
||||
d. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en artikel 11, vijfde en zesde lid;
|
||||
e. kosten die verband houden met de controle op een ordelijk verloop van de afname van examens.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt het tarief vastgesteld dat per examen in rekening wordt gebracht in verband met de in het eerste lid bedoelde kosten. Voorts kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid genoemde kosten in rekening worden gebracht.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, is voor het in behandeling nemen van een aanvraag een bij ministeriële regeling vastgesteld tarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Betrouwbaarheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -705,7 +702,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 31c
|
||||
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming of beheerder van een icbe of een beleggingsonderneming beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent.
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming of beheerder van een icbe beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -761,15 +758,15 @@ d. regelmatig een controle en indien nodig een gepaste bijstelling van de proced
|
|||
|
||||
### Artikel 32a
|
||||
|
||||
**1.** Een aanbieder als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst inzake het aanbevolen product met de consument onderscheidenlijk de cliënt, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het verkochte financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.
|
||||
**1.** Een aanbieder als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst inzake het aanbevolen product met de consument onderscheidenlijk de cliënt, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het verkochte financiële product, gedurende ten minste vijf jaren vanaf het moment van advisering.
|
||||
|
||||
**2.** Een adviseur als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, en het aanbevolen financiële product niet tevens aanbiedt aan de consument of cliënt of met betrekking tot het aanbevolen financiële product niet tevens bemiddelt of optreedt als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, bewaart de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.
|
||||
**2.** Een adviseur als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, en het aanbevolen financiële product niet tevens aanbiedt aan de consument of cliënt of met betrekking tot het aanbevolen financiële product niet tevens bemiddelt of optreedt als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, bewaart de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste vijf jaren vanaf het moment van advisering.
|
||||
|
||||
**3.** Een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst met de consument onderscheidenlijk de cliënt inzake het aanbevolen product, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.
|
||||
**3.** Een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst met de consument onderscheidenlijk de cliënt inzake het aanbevolen product, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste vijf jaren vanaf het moment van advisering.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op financiële ondernemingen die bij de advisering uitsluitend te werk gaan volgens een gestandaardiseerde en gesystematiseerde procedure die voor de Autoriteit Financiële Markten verifieerbaar is, en die aan de hand van deze procedure aan de Autoriteit Financiële Markten kunnen aantonen welke informatie zij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet over consumenten onderscheidenlijk cliënten inwinnen en welke adviezen consumenten onderscheidenlijk cliënten op basis van de aldus ingewonnen informatie worden gegeven.
|
||||
|
||||
**5.** Een aanbieder, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die in het kader van een door hem verstrekt advies met een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt een overeenkomst aangaat onderscheidenlijk bemiddelt bij de totstandkoming van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan waarover hij de consument onderscheidenlijk de cliënt heeft geadviseerd, is gedurende ten minste één jaar na de totstandkoming van de overeenkomst in staat om aan de Autoriteit Financiële Markten aan te tonen dat de consument onderscheidenlijk de cliënt in weerwil van het advies de keuze heeft gemaakt voor het aangaan van die overeenkomst.
|
||||
**5.** Een aanbieder, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die in het kader van een door hem verstrekt advies met een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt een overeenkomst aangaat onderscheidenlijk bemiddelt bij de totstandkoming van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan waarover hij de consument onderscheidenlijk de cliënt heeft geadviseerd, is gedurende ten minste vijf jaren na de totstandkoming van de overeenkomst in staat om aan de Autoriteit Financiële Markten aan te tonen dat de consument onderscheidenlijk de cliënt in weerwil van het advies de keuze heeft gemaakt voor het aangaan van die overeenkomst.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -1349,9 +1346,9 @@ c. de informatie actueel is en, zolang dat voor de cliënt van belang is, op de
|
|||
|
||||
### Artikel 49b
|
||||
|
||||
Een cliënt die als niet-professionele belegger is gekwalificeerd, kan door een beleggingsonderneming op schriftelijk verzoek als professionele belegger worden behandeld indien is voldaan aan het in artikel 4:18c van de wet bepaalde, en:
|
||||
Een cliënt die als niet-professionele belegger is gekwalificeerd, kan door een beleggingsonderneming of beheerder van een beleggingsinstelling op schriftelijk verzoek als professionele belegger worden behandeld indien is voldaan aan het in artikel 4:18c van de wet bepaalde, en:
|
||||
|
||||
a. de beleggingsonderneming de cliënt schriftelijk waarschuwt voor het lagere beschermingsniveau en het niet van toepassing zijn van het beleggerscompensatiestelsel; en
|
||||
a. de beleggingsonderneming of beheerder van een beleggingsinstelling de cliënt schriftelijk waarschuwt voor het lagere beschermingsniveau en het niet van toepassing zijn van het beleggerscompensatiestelsel; en
|
||||
b. de cliënt in een afzonderlijk document bevestigt dat hij zich bewust is van de gevolgen die aan het lagere beschermingsniveau verbonden zijn.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen
|
||||
|
|
@ -1548,7 +1545,7 @@ In een reclame-uiting over een beheerder van een beleggingsinstelling, belegging
|
|||
|
||||
a. de naam van de beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsinstelling, beheerder van een icbe of icbe;
|
||||
b. het feit dat het een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsinstelling, beheerder van een icbe of icbe betreft;
|
||||
c. dat de beheerder van een beleggingsinstelling, wordt beheerder van een icbe, beleggingsinstelling, of icbe is opgenomen in het register dat wordt gehouden door de Autoriteit Financiële Markten; en
|
||||
c. dat de beheerder van een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsinstelling, beheerder van een icbe of icbe is opgenomen in het register dat wordt gehouden door de Autoriteit Financiële Markten; en
|
||||
d. indien het een icbe betreft: waar het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de wet, verkrijgbaar is.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing op reclame-uitingen op radio en televisie.
|
||||
|
|
@ -1560,7 +1557,7 @@ Onverminderd artikel 52 wordt in een reclame-uiting anders dan via de televisie
|
|||
a. de icbe voornamelijk belegt in financiële derivaten;
|
||||
b. de icbe een aandelen- of obligatie-index volgt;
|
||||
c. de waarde van de activa van de icbe als gevolg van het beleggingsbeleid sterk kan fluctueren; of
|
||||
d. aan de icbe een ontheffing als bedoeld in artikel 136, tweede lid, is verleend onder vermelding van de staat, het openbaar lichaam of de internationale organisatie die de financiële instrumenten, bedoeld in het artikel 136, tweede lid, uitgeeft of garandeert waarin de icbe beleggingsinstelling voor meer dan vijfendertig procent van het beheerde vermogen belegt.
|
||||
d. aan de icbe een ontheffing als bedoeld in artikel 136, tweede lid, is verleend onder vermelding van de staat, het openbaar lichaam of de internationale organisatie die de financiële instrumenten, bedoeld in het artikel 136, tweede lid, uitgeeft of garandeert waarin de icbe voor meer dan vijfendertig procent van het beheerde vermogen belegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
|
|
@ -1848,11 +1845,11 @@ h. de looptijd van de overeenkomst;
|
|||
i. de premie, verschuldigd voor de hoofddekking en, indien de overeenkomst voorziet in een of meer nevenuitkeringen, de premies die voor elk van de nevenuitkeringen zijn verschuldigd en, indien deze premies gedurende de looptijd fluctueren, een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de wijze waarop ze worden berekend en van de factoren waardoor het beloop ervan wordt bepaald;
|
||||
j. een opgave of de premie eenmalig is verschuldigd dan wel periodiek;
|
||||
k. de periode gedurende welke premie verschuldigd is;
|
||||
l. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe:
|
||||
l. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe of icbe:
|
||||
|
||||
1°. de kosten die worden ingehouden op de premie, bedoeld in onderdeel i, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
|
||||
2°. de kosten die worden ingehouden op de waarde van de rechten van deelneming, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
|
||||
3°. de kosten die de beheerder van een beleggingsinstelling of beheerder van een icbe jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van de rechten van deelneming in die beleggingsinstelling of icbe;
|
||||
3°. de kosten die de beheerder van een beleggingsinstelling of icbe of beheerder van een icbe jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van de rechten van deelneming in die beleggingsinstelling of icbe;
|
||||
4°. de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder 1°, 2° en 3°, op het rendement en de uitkering, verbonden aan de overeenkomst;
|
||||
5°. de wijze waarop de kosten, bedoeld onder 1°, 2° en 3°, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst met de cliënt;
|
||||
m. een omschrijving van de gevolgen van een verhoging of verlaging van de premie, met inbegrip van premievrijmaken, en, indien de overeenkomst in die mogelijkheid voorziet, van afkoop, en een opgave van de afkoopwaarde gedurende ten minste de eerste tien jaren van de looptijd, onder vermelding van het voor de berekening gehanteerde rendementspercentage;
|
||||
|
|
@ -2288,7 +2285,7 @@ a. zijn naam en adres, de hoedanigheid waarin hij optreedt tegenover de consume
|
|||
b. de aard van zijn financiële dienstverlening;
|
||||
c. voorzover artikel 4:17 van de wet van toepassing is: zijn interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, onderdeel a, van de wet en de erkende geschilleninstantie waarbij hij is aangesloten;
|
||||
d. zijn inschrijving in het door de toezichthouder gehouden register;
|
||||
e. de naam van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in het handelsregister waarvan hij is ingeschreven en het nummer van de inschrijving;
|
||||
e. het nummer van de inschrijving in het handelsregister;
|
||||
f. de belangrijkste kenmerken van het financiële product;
|
||||
g. de risico’s die met het financiële product samenhangen;
|
||||
h. de totale kosten of, wanneer de exacte kosten niet kunnen worden genoemd, de grondslag voor de berekening van de kosten, zodat de consument de kosten kan verifiëren;
|
||||
|
|
@ -2522,7 +2519,7 @@ Een financiële onderneming voert een beleid inzake beloningen dat erop is geric
|
|||
|
||||
### Artikel 86b
|
||||
|
||||
Artikelen 86c is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten die zijn aangegaan op of na inwerkingtreding van dat artikel.
|
||||
Artikel 86c is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten die zijn aangegaan op of na inwerkingtreding van dat artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 86c
|
||||
|
||||
|
|
@ -2537,7 +2534,12 @@ b. provisies die noodzakelijk zijn voor het verlenen van de desbetreffende finan
|
|||
c. provisies die worden verschaft door een bemiddelaar of adviseur, niet zijnde een aanbieder of gevolmachtigde agent, aan een andere bemiddelaar of adviseur;
|
||||
d. relatiegeschenken, voor zover de gezamenlijke waarde daarvan op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 100.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene die, in combinatie met een complex product of een hypothecair krediet, beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op personen die ingevolge artikel 2:104, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld van artikel 2:96, eerste lid, van de wet voor zover die personen in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen:
|
||||
|
||||
a. als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe voor zover die personen in Nederland orders mogen doorgeven aan beleggingsinstellingen of icbe’s die in Nederland rechten van deelneming mogen aanbieden en aan banken en beleggingsondernemingen die in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen;
|
||||
b. als bedoeld in onderdeel d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe.
|
||||
|
||||
### Artikel 86d
|
||||
|
||||
|
|
@ -2673,6 +2675,34 @@ c. relatiegeschenken, voor zover de gezamenlijke waarde daarvan op jaarbasis nie
|
|||
|
||||
### Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.1.0. Afwikkelondernemingen
|
||||
|
||||
### Artikel 87a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een afwikkelonderneming waaraan de Nederlandsche Bank een vergunning heeft verleend voor het uitoefenen van het bedrijf van afwikkelonderneming geeft aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk kennis van het voornemen tot een substantiële wijziging van:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop zij eerlijke en vrije toegang biedt tot haar diensten en systemen op basis van objectieve, risicogebaseerde en openbaar gemaakte deelnemingscriteria;
|
||||
b. de wijze waarop zij zorg draagt voor het tijdig en efficiënt verlenen van haar diensten;
|
||||
c. de mechanismen waarmee periodiek het kostenniveau, prijsniveau en serviceniveau en de efficiëntie van de door haar verleende diensten worden beoordeeld;
|
||||
d. de internationaal aanvaarde communicatieprocedures en -standaarden waarvan zij gebruik maakt ter ondersteuning van een efficiënte dienstverlening of de wijze waarop zij het gebruik daarvan bevordert; en
|
||||
e. de wijze waarop zij betaaldienstverleners waarmee zij een overeenkomst heeft gesloten, inzicht biedt in de financiële risico’s en de kosten die zijn verbonden aan de afwikkeldiensten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met betrekking tot het voornemen legt de afwikkelonderneming over:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
b. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan de artikelen 4:76a tot en met 4:76d van de wet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De afwikkelonderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming:
|
||||
|
||||
a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of
|
||||
b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.1.1. Beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s
|
||||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
|
@ -2762,7 +2792,7 @@ Een beheerder van een icbe zendt een afschrift van elke met een bewaarder van ee
|
|||
|
||||
**3.** Een beheerder van een icbe meldt het voornemen tot vervanging van de beheerder of de bewaarder die aan de icbe is verbonden ten minste een maand tevoren schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.
|
||||
|
||||
**4.** De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het derde en vierde lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.
|
||||
**4.** De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het tweede en derde lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 92
|
||||
|
||||
|
|
@ -3025,6 +3055,27 @@ c. correspondentie tussen de accountant en de financiële onderneming die rechts
|
|||
|
||||
**3.** Indien de accountant schriftelijk gegevens verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten, zendt hij onverwijld aan de financiële onderneming een afschrift van de gegevens en, indien van toepassing, van de begeleidende brief.
|
||||
|
||||
### Afdeling 9.3. Instemmingsvereiste centrale tegenpartij
|
||||
|
||||
### Artikel 108a
|
||||
|
||||
**1.** Een centrale tegenpartij als bedoeld in verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201) geeft aan de Nederlandsche Bank schriftelijk kennis van het voornemen tot een substantiële wijziging van de wijze waarop zij invulling geeft aan hetgeen is bepaald in de titels IV en V van die verordening.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met betrekking tot het voornemen legt de afwikkelonderneming over:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen in de titels IV en V van de verordening, bedoeld in het eerste lid, is bepaald.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De centrale tegenpartij geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming:
|
||||
|
||||
a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving;
|
||||
b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving; of
|
||||
c. indien de Nederlandsche Bank de Autoriteit Financiële Markten om advies heeft gevraagd, binnen vier weken na ontvangst van dat advies.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden
|
||||
|
||||
### Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten
|
||||
|
|
@ -3189,6 +3240,8 @@ De waarde van de woning is:
|
|||
2°. de koopsom of aannemingsom dan wel de kosten volgens de begroting van een bouwkundig bedrijf, eventueel vermeerderd met de kosten van de grond, kosten van de bouw, inclusief de kosten voor meerwerk, bouwrente en renteverlies tijdens de bouwperiode, en de aansluiting op nutsvoorzieningen; of
|
||||
3°. de marktwaarde van de woning blijkens een door een deskundig taxateur opgemaakt taxatierapport dat op het moment van aangaan van het hypothecair krediet niet ouder is dan een jaar, eventueel na verbouwing.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het zesde lid, onder 3°, mag tevens worden uitgegaan van de waarde van de woning zoals laatstelijk bepaald op grond van de Wet waardering onroerende zaken, indien sprake is van een aanvraag van een hypothecair krediet met betrekking tot een woning die reeds geheel of gedeeltelijk in eigendom is van de consument of met betrekking tot een woning die door erfopvolging geheel of gedeeltelijk door de consument wordt verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 115a
|
||||
|
||||
Een aanbieder van krediet rekent geen hogere kredietvergoeding dan op grond van het Besluit kredietvergoeding ten hoogste toegelaten kredietvergoeding.
|
||||
|
|
@ -3518,8 +3571,8 @@ g. alle andere dan in onderdeel a tot en met f bedoelde naar soort onderscheiden
|
|||
h. de wijze waarop de op- en afslagen zijn berekend, aan wie de op- en afslagen ten goede zijn gekomen en, voor zover van toepassing, de wijze waarop zij zijn verwerkt in de jaarrekening;
|
||||
i. de overige eenmalige kosten die deelnemers in de icbe betalen bij in- en uittreding, inclusief de berekeningsgrondslag;
|
||||
j. een vergelijkend overzicht van de naar soort onderscheiden volgens het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de wet, te maken kosten en de daadwerkelijk gemaakte kosten;
|
||||
k. de naar soort onderscheiden kosten die voortvloeien uit directe of indirecte beleggingen in andere beleggingsinstellingen of icbe’s;
|
||||
l. het niveau van de kosten van de icbe gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten; indien de icbe gemiddeld tien procent of meer van haar vermogen direct of indirect in andere belegginginstellingen of icbe’s belegt, worden de kosten van de andere beleggingsinstellingen of icbe’s meegenomen bij het bepalen van het niveau van de kosten van de icbe of wordt vermeld dat en waarom het niet mogelijk is de kosten van een andere beleggingsinstelling of icbe mee te nemen, alsmede dat de kosten van de betreffende andere beleggingsinstelling of icbe van invloed zijn op het resultaat van de icbe;
|
||||
k. de naar soort onderscheiden kosten die voortvloeien uit directe of indirecte beleggingen in andere beleggingsinstellingen of icbe’s of icbe’s;
|
||||
l. het niveau van de kosten van de icbe gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten; indien de icbe gemiddeld tien procent of meer van haar vermogen direct of indirect in andere belegginginstellingen of icbe’s of icbe’s belegt, worden de kosten van de andere beleggingsinstellingen of icbe’s of icbe’s meegenomen bij het bepalen van het niveau van de kosten van de icbe of wordt vermeld dat en waarom het niet mogelijk is de kosten van een andere beleggingsinstelling of icbe mee te nemen, alsmede dat de kosten van de betreffende andere beleggingsinstelling of icbe van invloed zijn op het resultaat van de icbe;
|
||||
m. indien de icbe 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe: het niveau van de kosten van de andere beleggingsinstelling of icbe gerelateerd aan de gemiddelde intrinsieke waarde van de andere beleggingstelling of icbe, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten;
|
||||
n. indien van toepassing: de retourprovisies die niet ten goede zijn gekomen aan de icbe en aan wie deze retourprovisies ten goede zijn gekomen;
|
||||
o. indien van toepassing: de door de beheerder van een icbe, de bestuurders van de beleggingsmaatschappij, de beheerder van een icbe of de bewaarden van de icbe, de bewaarder van de icbe, de met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van de icbe gelieerde partijen of derden voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van icbe ontvangen of in het vooruitzicht gestelde goederen; en
|
||||
|
|
@ -3811,7 +3864,7 @@ Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor de berekening van het totale risico in financiële derivaten van een feeder-icbe wordt het eigen directe risico in financiële derivaten, bedoeld in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de feeder-instelling voor collectieve belegging gecombineerd met:
|
||||
Voor de berekening van het totale risico in financiële derivaten van een feeder-icbe wordt het eigen directe risico in financiële derivaten, bedoeld in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de feeder-icbe gecombineerd met:
|
||||
|
||||
a. het reële risico in financiële derivaten van de master-icbe naar evenredigheid van de belegging van de feeder-icbe in rechten van deelneming in de master-icbe; of
|
||||
b. het potentiële totale maximumrisico in financiële derivaten dat de master-icbe volgens haar fondsreglement of statuten, naar evenredigheid van de belegging van de feeder-icbe in rechten van deelneming in de master-icbe, mag aangaan.
|
||||
|
|
@ -3890,7 +3943,7 @@ c. de index wordt op passende wijze bekendgemaakt.
|
|||
|
||||
### Artikel 139
|
||||
|
||||
**1.** Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt tot ten hoogste twintig procent belegd in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen of icbe’s als bedoeld in artikel 130, onderdeel d of e, die zijn uitgegeven door dezelfde beleggingsinstelling.
|
||||
**1.** Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt tot ten hoogste twintig procent belegd in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen of icbe’s als bedoeld in artikel 130, onderdeel d of e, die zijn uitgegeven door dezelfde beleggingsinstelling of icbe.
|
||||
|
||||
**2.** De beleggingen in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen of icbe’s als bedoeld in artikel 130, onderdeel e, bedragen in totaal niet meer dan dertig procent van het beheerde vermogen van de icbe.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4191,7 +4244,7 @@ b. de feeder-icbe een deelnemer wordt van een uit een splitsing voortkomende icb
|
|||
|
||||
**3.** De feeder-icbe neemt na ontvangst van de instemming op een aanvraag, als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, zo spoedig mogelijk de maatregelen om aan het bepaalde in artikel 147f te voldoen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de Autoriteit Financiële Markten nog geen besluit heeft genomen op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel b of c, biedt de feeder-icbe haar rechten van deelneming in de master-icbe ter inkoop of terugbetaling aan op grond van de artikelen 4:61b, tweede lid, en 4:62h van de wet, op de werkdag voorafgaand aan de laatste dag waarop de feeder-icbe haar rechten van deelneming in de master-instelling voor collectieve belegging ter inkoop of terugbetaling kan aanbieden.
|
||||
**4.** Indien de Autoriteit Financiële Markten nog geen besluit heeft genomen op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel b of c, biedt de feeder-icbe haar rechten van deelneming in de master-icbe ter inkoop of terugbetaling aan op grond van de artikelen 4:61b, tweede lid, en 4:62h van de wet, op de werkdag voorafgaand aan de laatste dag waarop de feeder-icbe haar rechten van deelneming in de master-icbe ter inkoop of terugbetaling kan aanbieden.
|
||||
|
||||
**5.** De feeder-icbe biedt haar rechten van deelneming in de master-icbe op grond van het vierde lid tevens aan om te zorgen dat geen afbreuk wordt gedaan aan het recht van haar deelnemers, bedoeld in artikel 147f, eerste lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4434,6 +4487,32 @@ c. een bank met zetel in de Verenigde Staten van Amerika, Japan, Australië, Can
|
|||
|
||||
De artikelen 159 en 160 zijn van overeenkomstige toepassing op de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:76, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12a. Aanvullende regels betreffende afwikkelondernemingen
|
||||
|
||||
### Artikel 161a
|
||||
|
||||
**1.** De deelnemingscriteria van een afwikkelonderneming zijn erop gericht de veiligheid en efficiëntie voor de afwikkelonderneming en haar deelnemers te waarborgen.
|
||||
|
||||
**2.** Een afwikkelonderneming ziet op permanente basis toe op de naleving van haar criteria voor deelneming.
|
||||
|
||||
**3.** Een afwikkelonderneming heeft openbare procedures op grond waarvan de deelneming kan worden geschorst of beëindigd indien niet meer aan de deelnemingscriteria wordt voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 161b
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het tijdig en efficiënt verlenen van diensten, bedoeld in artikel 4:76b van de wet, heeft een afwikkelonderneming duidelijk omschreven doelen die meetbaar en haalbaar zijn met betrekking tot een minimaal dienstenniveau, risicobeheersingsverwachtingen en zakelijke prioriteiten.
|
||||
|
||||
### Artikel 161c
|
||||
|
||||
De afwikkelonderneming maakt gebruik van communicatieprocedures die een effectieve communicatie van informatie van de afwikkelonderneming en haar deelnemers mogelijk maken met behulp van gestandaardiseerde berichtverzending.
|
||||
|
||||
### Artikel 161d
|
||||
|
||||
Het inzicht, bedoeld in artikel 4:76d, eerste lid, van de wet dat een afwikkelonderneming biedt in de financiële risico’s en de kosten die zijn verbonden aan afwikkeldiensten, heeft betrekking op tarieven en basisgegevens over transactievolumes- en waarden en omvat een beschrijving van het gebruikte systeem.
|
||||
|
||||
### Artikel 161e
|
||||
|
||||
De Autoriteit Financiële Markten kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de toegang en de criteria voor deelneming op basis van risicogerelateerde eisen, de communicatieprocedures, de doelen die een afwikkelonderneming heeft ten behoeve van het tijdig en efficiënt verlenen van diensten, de communicatieprocedures en het inzicht dat een afwikkelonderneming biedt in de financiële risico’s en de kosten die zijn verbonden aan afwikkeldiensten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 162
|
||||
|
|
@ -4621,21 +4700,32 @@ e. de frequentie van rapportage aan de cliënt.
|
|||
|
||||
### Artikel 168a
|
||||
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming verschaft of ontvangt voor het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst geen provisie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de betreffende dienst of deze mogelijk maakt.
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming verschaft of ontvangt, rechtstreeks of middellijk, geen provisie met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. provisies die worden verschaft door of aan de cliënt;
|
||||
b. provisies die worden verschaft door of aan een derde, indien:
|
||||
a. provisies die rechtstreeks worden verschaft door de cliënt of degene die namens hem optreedt;
|
||||
b. provisies die noodzakelijk zijn voor het verlenen van de betreffende dienst of de betreffende dienst mogelijk maken;
|
||||
c. provisies met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst aan een professionele belegger of een in aanmerking komende tegenpartij en provisies voor het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in de onderdelen e en f van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, indien:
|
||||
|
||||
1°. de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling wordt gedaan van het bestaan, de aard en het bedrag of, indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening daarvan, van de provisie voordat de desbetreffende dienst wordt verleend; en
|
||||
2°. de verschaffing van de provisie de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten goede komt en geen afbreuk doet aan de verplichting van de beleggingsonderneming om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt.
|
||||
1°. de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling wordt gedaan van het bestaan, de aard en het bedrag, of indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening daarvan, van de provisie voordat de desbetreffende dienst wordt verleend; en
|
||||
2°. de provisie de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten goede komt en geen afbreuk doet aan de verplichting van de beleggingsonderneming om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt;
|
||||
d. provisies die worden verschaft door een beleggingsonderneming aan een door die beleggingsonderneming met inachtneming van artikel 2:97, vijfde lid, van de wet aangemelde verbonden agent dan wel provisies die door die verbonden agent aan de betrokken beleggingsonderneming worden verschaft;
|
||||
e. relatiegeschenken, voor zover de gezamenlijke waarde daarvan op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 100.
|
||||
|
||||
**3.** De beleggingsonderneming voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°, indien zij in samengevatte vorm mededeling doet van de essentiële voorwaarden van de regelingen voor provisies en zij de cliënt informeert over de mogelijkheid om nadere bijzonderheden te verkrijgen en deze op verzoek van de cliënt verstrekt.
|
||||
### Artikel 168aa
|
||||
|
||||
**4.** Onder cliënt of derde in de zin van het tweede lid worden mede verstaan personen die handelen namens de cliënt onderscheidenlijk de derde.
|
||||
**1.** Artikel 168a is niet van toepassing op het verlenen van beleggingsdiensten of nevendiensten met betrekking tot transacties in financiële instrumenten, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe die op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, die voor 1 januari 2014 zijn verricht. Op de bedoelde diensten blijft artikel 168a zoals dat luidde op 31 december 2013 van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Artikel 168a is tot en met 31 december 2014 niet van toepassing op het verlenen van beleggingsdiensten of nevendiensten met betrekking tot transacties in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe die op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, indien:
|
||||
|
||||
1°. de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling wordt gedaan van het bestaan, de aard en het bedrag, of indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening daarvan, van de provisie voordat de desbetreffende dienst wordt verleend;
|
||||
2°. de provisie de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten goede komt en geen afbreuk doet aan de verplichting van de beleggingsonderneming om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt;
|
||||
3°. de provisie in zijn geheel wordt doorbetaald aan de cliënt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -4687,38 +4777,17 @@ Tot 1 oktober 2007 is artikel 6 niet van toepassing op financiëledienstverlene
|
|||
|
||||
### Artikel 171
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een financiëledienstverlener die onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, over een vergunning beschikte en op dat moment voldeed aan artikel 4:9, tweede lid, van de wet, behoeft gedurende een termijn van 24 maanden, gerekend vanaf de dag waarop genoemd artikel I, onderdeel E, in werking treedt, niet te voldoen aan artikel 6 eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
Een diploma is voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, tevens geldig, indien het diploma:
|
||||
**2.** Een financiëledienstverlener die binnen zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit, in werking treedt, een vergunning heeft aangevraagd, behoeft gedurende die zes maanden niet te voldoen aan artikel 6 eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
a. tussen 1 januari 2000 en 1 oktober 2007 is behaald; en
|
||||
b. wordt genoemd in de eerste kolom van bijlage K en is afgegeven door een in de tweede kolom genoemde instelling, voor de eindtermen, bedoeld in de derde kolom van die bijlage.
|
||||
**3.** Een financiëledienstverlener als bedoeld in het tweede lid die werknemers en andere natuurlijke personen als bedoeld in artikel 6 eerste lid, onderdeel b, in dienst heeft, behoeft gedurende een termijn van 24 maanden, gerekend vanaf de dag waarop artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, in werking treedt, niet te voldoen aan artikel 6 eerste lid, onderdeel b, voor zover die personen op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van genoemd artikel I, onderdeel E, over een geldig diploma of geldige erkenning van beroepskwalificaties beschikten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een diploma is voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, tevens geldig, indien het diploma:
|
||||
|
||||
a. vóór 1 januari 2000 is behaald;
|
||||
b. wordt genoemd in de eerste kolom van bijlage K en is afgegeven door een in de tweede kolom genoemde instelling, voor de eindtermen, bedoeld in de derde kolom van die bijlage; en
|
||||
c. wordt gehouden door een persoon die in de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006 ten minste drie jaar relevante werkervaring heeft opgedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het diploma, bedoeld in het eerste of tweede lid, een diploma betreft voor hypothecair krediet of levensverzekering, voldoet de houder van het diploma vanaf 1 oktober 2007 tevens op de door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen wijze aan de eindtermen, opgenomen in de onderdelen 2.5 tot en met 2.7 onderscheidenlijk 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan in aanvulling op het eerste en tweede lid bij ministeriële regeling een ander diploma aanwijzen als geldig diploma, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a. Indien een op grond van de vorige volzin aangewezen diploma is behaald voor 1 januari 2000 is het slechts geldig, indien de houder van het diploma in de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006 ten minste drie jaar relevante werkervaring heeft opgedaan.
|
||||
|
||||
**5.** De instellingen, genoemd in de tweede kolom van bijlage K, beschikken van rechtswege over een erkenning als bedoeld in artikel 9 voor het afgeven van diploma’s, genoemd in de eerste kolom. Onverminderd het eerste en tweede lid, is een diploma als genoemd in de eerste kolom van bijlage K dat wordt afgegeven na 1 januari 2006, slechts geldig voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, indien de in de tweede kolom genoemde instelling op het moment van het afgeven van het diploma over een erkenning beschikt.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gelijkstelling van reeds bestaande diploma’s met diploma’s als bedoeld in artikel 7.
|
||||
|
||||
### Artikel 171a
|
||||
|
||||
**1.** Een financiëledienstverlener die op 31 december 2011 voldeed aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet, ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot levensverzekeringen, wordt geacht vanaf 1 januari 2012 tot en met 30 december 2013 te voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot pensioenverzekeringen, indien hij voldoet aan het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een financiëledienstverlener die reeds op 31 december 2011 financiële diensten verleende met betrekking tot premiepensioenvorderingen, wordt geacht vanaf 1 januari 2012 tot en met 30 december 2013 te voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot premiepensioenvorderingen, indien hij voldoet aan het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** De financiëledienstverlener, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft voor 1 februari 2012 bij de Autoriteit Financiële Markten aangegeven dat hij voornemens is zijn financiële dienstverlening met betrekking tot pensioenverzekeringen of premiepensioenvorderingen te continueren. Hij heeft dit gedaan op de door de Autoriteit Financiële Markten voorgeschreven wijze.
|
||||
|
||||
**4.** De financiëledienstverlener, bedoeld in het eerste en tweede lid, heeft voor 1 juli 2012 op een door de Autoriteit Financiële Markten voorgeschreven wijze aangetoond dat en op welke wijze hij zal voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot pensioenverzekeringen of premiepensioenvorderingen.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met vierde lid is van toepassing op de financiëledienstverlener totdat hij, op een door de Autoriteit Financiële Markten voorgeschreven wijze, heeft aangetoond te voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet, voor zover het betreft het verlenen van financiële diensten met betrekking tot pensioenverzekeringen of premiepensioenvorderingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 172
|
||||
|
||||
|
|
@ -4756,6 +4825,8 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemin
|
|||
|
||||
## Bijlage B. behorend bij
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage C. behorend bij
|
||||
|
||||
## Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue