From 69aed52d9d1f1910909af13bdce83982c4e51dec Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 26 Nov 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-11-26 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken --- .../BWBR0004052/README.md | 68 ++++--------------- 1 file changed, 14 insertions(+), 54 deletions(-) diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index f2025824bbe..4d317c0d5ff 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -1039,13 +1039,9 @@ b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. **7.** De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal recht kan bestaan. Indien aan de in het eerste lid van genoemd artikel gestelde voorwaarden voor het toekennen van ouderschapsverlofkorting is voldaan en een ouderschapsverlofkorting is toegekend, heeft de ambtenaar op zijn aanvraag tevens recht op het verschil tussen de maximale ouderschapsverlofkorting, bedoeld in de eerste volzin, en de toegekende ouderschapsverlofkorting. De ambtenaar dient zijn aanvraag in binnen zes maanden nadat de ouderschapsverlofkorting is toegekend. -**8.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling van bezoldiging als bedoeld in het zevende lid toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. +**8.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. De ambtenaar kan worden ontheven van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. -**9.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het achtste lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. - -**10.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. De ambtenaar kan worden ontheven van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. - -**11.** +**9.** De ambtenaar meldt het voornemen verlof te nemen ten minste twee maanden voor het door hem gewenste tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk, onder opgave van: @@ -1055,9 +1051,9 @@ c. de spreiding van de verlofuren over de week. De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging. -**12.** Met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, wordt ingestemd, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. Aan de aanvraag behoeft niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te worden gegeven dan vier weken na de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. +**10.** Met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, wordt ingestemd, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. Aan de aanvraag behoeft niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te worden gegeven dan vier weken na de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. -**13.** Na overleg met de ambtenaar kan de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang worden gewijzigd tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. +**11.** Na overleg met de ambtenaar kan de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang worden gewijzigd tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. ### Artikel 45c @@ -1095,10 +1091,6 @@ d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministrat **5.** Achteraf kan van de ambtenaar worden verlangd dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft verricht in verband met de noodzakelijke verzorging als bedoeld in het eerste en tweede lid. -**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling van bezoldiging als bedoeld in het eerste en tweede lid toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. - -**7.** Indien aan gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het zesde lid is voldaan, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het zesde lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. - ### Artikel 46 **1.** Buitengewoon verlof van lange duur kan aan de ambtenaar op zijn aanvraag worden verleend, al dan niet met behoud van bezoldiging en al dan niet onder bepaalde voorwaarden. @@ -1111,15 +1103,11 @@ d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministrat **5.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een benoeming van de ambtenaar tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren, van een centrale of van een internationale organisatie van zodanige verenigingen, wordt dit verleend zonder behoud van bezoldiging en voor ten hoogste twee jaren. Artikel 43c, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend als bedoeld in het eerste lid, met geheel of gedeeltelijk behoud van bezoldiging, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. Indien de financiële tegemoetkoming hoger is dan hetgeen over de verlofuren wordt doorbetaald aan bezoldiging wordt de inhouding vastgesteld op het laatstbedoelde bedrag. +**6.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen de huwelijkspartner, indien deze als ambtenaar buiten Nederland wordt geplaatst, te vergezellen, wordt dat verlof in beginsel verleend voor de duur van de plaatsing van de huwelijkspartner, zonder behoud van bezoldiging. -**7.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het zesde lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. +**7.** Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend op grond van het eerste lid in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, dan wel van een functie als bedoeld in het vierde of vijfde lid, na afloop van het verlof een passende functie aan. Indien plaatsing niet aanstonds mogelijk is, wordt de ambtenaar ter beschikking gehouden overeenkomstig artikel 27, vierde lid. -**8.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen de huwelijkspartner, indien deze als ambtenaar buiten Nederland wordt geplaatst, te vergezellen, wordt dat verlof in beginsel verleend voor de duur van de plaatsing van de huwelijkspartner, zonder behoud van bezoldiging. - -**9.** Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend op grond van het eerste lid in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, dan wel van een functie als bedoeld in het vierde of vijfde lid, na afloop van het verlof een passende functie aan. Indien plaatsing niet aanstonds mogelijk is, wordt de ambtenaar ter beschikking gehouden overeenkomstig artikel 27, vierde lid. - -**10.** Een passende functie als bedoeld in het negende lid, dient zo mogelijk ten minste gelijkwaardig te zijn aan de functie waarop het buitengewoon verlof betrekking had. +**8.** Een passende functie als bedoeld in het negende lid, dient zo mogelijk ten minste gelijkwaardig te zijn aan de functie waarop het buitengewoon verlof betrekking had. ### Artikel 46a @@ -1345,26 +1333,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. -### Artikel 54ab - -**1.** - -De ambtenaar, bedoeld in artikel 54a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen: - -a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en -b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. - -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering. - -**3.** - -De uitkering eindigt in ieder geval: - -a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden. - -**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering grond van artikel 54a, derde of vierde lid, vervalt laatstbedoelde recht. - ### Artikel 54b **1.** @@ -1776,39 +1744,31 @@ b. wordt in plaats van «de wet en het plaatselijk gebruik», genoemd in het twe **3.** Aan de ambtenaar, die op grond van het eerste lid is verplicht om scholing te volgen, kan scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend. -**4.** Indien de ambtenaar aan wie scholingsverlof als bedoeld in het derde lid is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. Indien de financiële tegemoetkoming hoger is dan hetgeen over de verlofuren wordt doorbetaald aan bezoldiging wordt de inhouding vastgesteld op het laatstbedoelde bedrag. - -**5.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het vierde lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. - -**6.** +**4.** De ambtenaar, die op grond van het eerste lid is verplicht om scholing te volgen, kan worden verplicht tot terugbetaling van de aan hem toegekende vergoeding van de scholingskosten: a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij tussentijds afbreken van de scholing, indien dit aan eigen schuld of toedoen van de ambtenaar is te wijten; b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en in bijzondere gevallen bij ontslag binnen een termijn van maximaal drie jaren na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij de ambtenaar binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen. -**7.** De verplichting tot terugbetaling wordt niet opgelegd aan de ambtenaar die binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 58c en 58d, op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend wegens de aanvaarding van een functie buiten de Rijksdienst. +**5.** De verplichting tot terugbetaling wordt niet opgelegd aan de ambtenaar die binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 58c en 58d, op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend wegens de aanvaarding van een functie buiten de Rijksdienst. -**8.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van dit artikel nadere regels worden gesteld. +**6.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van dit artikel nadere regels worden gesteld. ### Artikel 68 **1.** Aan de ambtenaar die op eigen initiatief scholing gaat volgen, kan op zijn aanvraag een vergoeding van de noodzakelijk te maken scholingskosten worden toegekend of scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend, indien het belang van de Rijksdienst bij het volgen van de scholing is gebaat. -**2.** Indien de ambtenaar aan wie scholingsverlof als bedoeld in het eerste lid is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. - -**3.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het tweede lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. - -**4.** +**2.** De ambtenaar, aan wie op grond van het eerste lid een vergoeding van scholingskosten is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling van die vergoeding: a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij tussentijds afbreken van de scholing, indien dit aan eigen schuld of toedoen van de ambtenaar is te wijten; b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en bij ontslag binnen een termijn van maximaal drie jaren na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij de ambtenaar binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen. -**5.** De verplichting tot terugbetaling wordt niet opgelegd aan de ambtenaar die binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 58c en 58d, op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend wegens de aanvaarding van een functie buiten de Rijksdienst. +**3.** De verplichting tot terugbetaling wordt niet opgelegd aan de ambtenaar die binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 58c en 58d, op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend wegens de aanvaarding van een functie buiten de Rijksdienst. -**6.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van dit artikel nadere regels worden gesteld. +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van dit artikel nadere regels worden gesteld. ### Artikel 69 @@ -1953,7 +1913,7 @@ Het is de ambtenaar verboden gedurende de werktijd zonder toestemming van het be **1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum, overeenkomstig de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 79, eerste lid, van het ARAR te stellen regels. -**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 99 of 104, eerste lid, onder e, wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. +**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 99 of 104, eerste lid, onder e, wordt een diensttijdgratificatie toegekend, indien binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. De diensttijdgratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. De berekeningsgrondslag van de gratificatie wordt bij een ontslag op grond van artikel 104, eerste lid, onder e, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller overeenkomt met het aantal uren waarvoor de ambtenaar ontslag is verleend en de noemer met het aantal uren waarvoor hij voorafgaand aan het ontslag was aangesteld. ## Hoofdstuk XIIa. Melden van een misstand