From 69f863c95262728b70a346cfb27207b139777dbc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 4 Aug 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-08-04 | BWBR0020128 | Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB --- .../BWBR0020128/README.md | 91 ++++--------------- 1 file changed, 16 insertions(+), 75 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md index b371adcde9f..642d85543ff 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB bwb_id: BWBR0020128 type: beleidsregel status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2008-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2006-08-04' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020128 citeertitel: Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB --- @@ -12,30 +12,24 @@ citeertitel: Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB ### Artikel 1 -Voor de toepassing van deze regeling wordt aangesloten bij de terminologie van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en verordening 796/2004. +Voor de toepassing van deze regeling wordt aangesloten bij de terminologie van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. ### Artikel 2 -**1.** - -Indien in strijd wordt gehandeld met de verplichtingen, bedoeld in artikel 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt de inkomenssteun, behoudens overmacht en het bepaalde in het derde lid, gekort met een percentage dat afhankelijk is gesteld van: - -– de beoordeling van een niet-naleving, -– het aantal niet-nalevingen, en -– het beleidsterrein waartoe de overtreden randvoorwaarden behoren. +**1.** Indien in strijd wordt gehandeld met de verplichtingen, bedoeld in artikel 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt de inkomenssteun, behoudens overmacht, gekort met een percentage dat afhankelijk is gesteld van het aantal geconstateerde overtredingen en het beleidsterrein waartoe de overtreden besluiten of normen behoren. **2.** -De beoordeling van een niet-naleving gebeurt aan de hand van vier criteria: +De beoordeling van een niet-naleving geschiedt op basis van vier criteria: a. herhaling; b. omvang; c. ernst; d. permanent karakter. -**3.** De minister kan aan de hand van de criteria bedoeld in het tweede lid, nadat een niet-naleving onmiddellijk is of tijdens de hercontrole blijkt te zijn hersteld, besluiten dat een niet-naleving van gering belang wordt beschouwd zoals bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Verordening (EG) 73/2009. +**3.** De randvoorwaarden per beleidsterrein zijn opgenomen in bijlage 1. -**4.** De randvoorwaarden per beleidsterrein zijn opgenomen in de bijlage. +**4.** De in het eerste lid bedoelde percentages zijn opgenomen in de tabel van bijlage 2. ### Artikel 3 @@ -48,7 +42,7 @@ d. goede landbouw- en milieuconditie. ### Artikel 4 -**1.** De randvoorwaarden worden voor zover van toepassing benoemd en gecontroleerd op het terrein van de onderscheiden artikelen in de betrokken nationale regelgeving. +**1.** De randvoorwaarden worden benoemd en gecontroleerd op het niveau van de onderscheiden artikelen in de betrokken nationale regelgeving. **2.** Indien de feitelijke na te leven eisen in één verordening of richtlijn dezelfde norm bevatten, wordt deze norm benoemd als één te controleren eis. @@ -58,76 +52,27 @@ Kortingen worden toegepast op steunaanvragen die in de loop van het kalenderjaar ### Artikel 6 -De berekening van de korting vindt als volgt plaats: +**1.** Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van verschillende besluiten of normen die tot hetzelfde terrein van de randvoorwaarden behoren worden die gevallen voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving. -a. De beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, leidt tot een initiële korting per randvoorwaarde die is weergegeven in de kolom ‘initiële korting’ in de bijlage. -b. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van hetzelfde besluit of dezelfde norm worden die niet-nalevingen voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per besluit of norm de niet-naleving met de hoogste initiële korting als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage wordt genomen. -c. Per besluit of norm wordt overeenkomstig artikel 66, eerste lid, tweede alinea, van verordening 796/2004 beoordeeld of er factoren zijn die tot een verhoging of een verlaging van het in onderdeel b vastgestelde kortingspercentage moet leiden. In dat geval dient het verhoogde dan wel verlaagde kortingspercentage als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage. Indien de niet-naleving van gering belang wordt beschouwd, wordt ten aanzien van het desbetreffende besluit of desbetreffende norm geen korting toegepast. -d. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van verschillende besluiten of normen die tot hetzelfde terrein van randvoorwaarden behoren worden die gevallen, na toepassing van onderdeel b en c, voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per terrein van randvoorwaarden de niet-naleving met de hoogste korting als uitgangspunt voor de berekening van de korting wordt genomen. -e. De uit onderdeel d voortvloeiende kortingspercentages worden bij elkaar opgeteld. De maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen op alle terreinen en over het totale bedrag aan de toe te kennen steun is niet hoger dan 5%, tenzij sprake is van herhaalde of opzettelijke niet-naleving van een randvoorwaarde. +**2.** Meerdere niet-nalevingen per terrein van randvoorwaarden, worden voor de berekening van de korting beschouwd als één niet-naleving. + +**3.** De maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen op alle terreinen en over het totale bedrag aan de toe te kennen steun is niet hoger dan 5%, tenzij sprake is van herhaalde of opzettelijke niet-naleving van een randvoorwaarde. ### Artikel 7 -**1.** - -Indien er sprake is van herhaalde niet-nalevingen als bedoeld in artikel 41 van verordening 796/2004, geldt dat het kortingspercentage voor de herhaalde niet-naleving als volgt wordt berekend: - -a. Voor de eerste herhaalde niet-naleving: beoordeeld wordt of het initiële kortingspercentage als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, voor de herhaalde niet-naleving verhoogd of verlaagd moet worden, al naar gelang de situatie ten opzichte van de vorige niet-naleving verbeterd of verslechterd is. De uitkomst van die beoordeling wordt vermenigvuldigd met de factor drie. -b. Voor de tweede en verdere herhaalde niet-nalevingen: het percentage dat is opgelegd voor de voorgaande herhaling wordt vermenigvuldigd met de factor drie. +**1.** Indien er sprake is van een herhaalde niet-naleving als bedoeld in artikel 41 van 796/2004, geldt dat het eerder opgelegde percentage voor die eis of norm bij voornoemde herhaling wordt vermenigvuldigd met de factor 3. **2.** Het kortingspercentage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt in totaal ten hoogste 15%. **3.** Bij de toepassing van het in het tweede lid bedoelde kortingspercentage van 15% deelt de minister de landbouwer schriftelijk mee dat een volgende niet-naleving van de desbetreffende eis of norm zal worden beschouwd als een opzettelijke niet-naleving. -**4.** In het geval dat een herhaalde niet-naleving wordt geconstateerd samen met een andere niet-naleving of een andere herhaalde niet-naleving worden de daaruit voortvloeiende kortingspercentages bij elkaar opgeteld. Onverminderd het bepaalde in de derde alinea, is de maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen niet hoger dan 15% van het totale bedrag aan de toe te kennen steun, tenzij sprake is van opzettelijke niet-naleving. - -**5.** - -Niet-nalevingen die zijn geconstateerd vóór 1 januari 2008 ten aanzien van de randvoorwaarden onder respectievelijk: - -a. punt 3, -b. punt 6, -c. punten 7 en 8, -d. punt 8bis, -e. punt 9, -f. punten 13 tot en met 15 van bijlage III van verordening 1782/2003 en -g. het onderdeel bodemerosie, als bedoeld in bijlage IV van verordening 1782/2003, - -worden voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van herhaling beschouwd als niet-nalevingen van de onderdelen respectievelijk: - -a. 3, -b. 6, -c. 7, -d. 8, -e. 9, -f. 15 en -g. 20 - -van de bijlage zoals deze vanaf 1 januari 2008 luidt. - ### Artikel 8 **1.** Bij opzettelijke niet-nalevingen bedraagt de korting voor die niet-naleving van een eis of norm in de regel 20%. -**2.** +**2.** Op basis van beoordeling op de 4 criteria, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan de minister adviseren het kortingspercentage op het niveau van een randvoorwaardenterrein te verlagen tot niet minder dan 15% of te verhogen tot ten hoogste 100%. -De beoordeling van opzet gebeurt in ieder geval aan de hand van de volgende criteria: - -a. in de omschrijving van de betrokken randvoorwaarde wordt een rechtstreeks verband met de opzettelijkheid van de niet-naleving gelegd; -b. de mate van complexiteit van de betreffende randvoorwaarde; -c. de vraag of er sprake is van langdurig bestendig beleid; -d. de vraag of er sprake is van een actieve handeling dan wel bewust nalaten van een handeling; -e. de omstandigheid dat de landbouwer reeds eerder op de hoogte is gesteld van onvolkomenheden in de naleving ten aanzien van de betreffende randvoorwaarde; -f. de mate waarin de randvoorwaarde niet wordt nageleefd. - -**3.** Op basis van beoordeling op de 4 criteria, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan de minister adviseren het kortingspercentage op het niveau van een randvoorwaardenterrein te verlagen tot niet minder dan 15% of te verhogen tot ten hoogste 100%. - -**4.** - -Indien de opzettelijke niet-naleving betrekking heeft op een specifieke steunregeling, wordt de landbouwer hiervoor voor het betrokken kalenderjaar uitgesloten. Dit betreft in ieder geval niet-naleving van de bepalingen van - -a. Bijlage II, Punt B, onderdeel 9, van Verordening 73/2009 voor de specifieke steunregelingen, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, en -b. Bijlage II, Punt A, onderdeel 7 en Punt B, onderdeel 10, van Verordening 73/2009 voor de specifieke steunregeling artikel 2, onderdeel c, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. +**3.** Indien de opzettelijke niet-naleving betrekking heeft op één welbepaalde steunregeling als bedoeld in artikel 2 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt de landbouwer hiervoor voor het betrokken kalenderjaar uitgesloten. ### Artikel 9 @@ -149,10 +94,6 @@ De minister beoordeelt het permanent karakter van een niet-naleving aan de hand **3.** In geval van een extreem geval van niet-naleving en in het geval van herhaalde opzettelijke niet-nalevingen, wordt de landbouwer van de betrokken steunregeling uitgesloten voor het lopende en het daaropvolgende kalenderjaar. -### Artikel 12a - -De artikelen 6 en 7, vierde lid, zoals deze artikelen luiden vanaf 1 januari 2008 worden toegepast op uitbetalingen van inkomenssteun die betrekking hebben op het jaar 2008 en later. - ### Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB. @@ -161,6 +102,6 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GL Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. -## Bijlage +## Bijlage 1. De beheerseisen en de GLMC-eisen op grond van -^1 In geval de PVV-verordening niet (langer) van kracht is, gelden de bepalingen van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten: ze zijn elkaars vangnet. +## Bijlage 2. Puntentelling Randvoorwaarden GLB 2006