2010-01-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2010-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3a1f750101
commit 6a0e17c5ef

View file

@ -1137,6 +1137,26 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
### Artikel 37b
**1.**
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
**3.**
De uitkering eindigt in ieder geval:
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht.
### Artikel 38
**1.**
@ -1206,6 +1226,30 @@ De artikelen 37, vierde lid, 37a, tweede tot en met vijfde lid, 38, 38a en 69, t
Vervallen
### Artikel 40
**1.**
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging:
a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering.
### Artikel 40b
**1.** Het bevoegd gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het bevoegd gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren.
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het bevoegd gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het bevoegd gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
#### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering
### Artikel 40
@ -2647,6 +2691,20 @@ De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingedi
Artikel 69, tweede lid, is niet van toepassing op beroepsincidenten die zich hebben voorgedaan vóór 1 december 2005.
### Artikel 130c
In afwijking van artikel 97, tweede lid, wordt aan de ambtenaar die is geboren voor 1950 eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.
### Artikel 130d
**1.** In afwijking van artikel 97, tweede lid, geldt voor ambtenaren die zijn geboren in de jaren 1950 tot en met 1964 als ontslagleeftijd de dag waarop hun uitkering op grond van de krachtens het zevende lid van artikel 97 vastgestelde regeling eindigt.
**2.** Gedurende de periode waarin de ambtenaar aanspraak kan maken op de in het eerste lid bedoelde uitkering, verleent het bevoegd gezag de ambtenaar buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging. Artikel 97, vierde tot en met zesde lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «ontslag» wordt gelezen: verlof.
**3.** Indien de ambtenaar op de dag van ingang van zijn verlof nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn verlof genoot. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantie over een vol kalenderjaar, uitgaande van het salaris en de werktijd zoals die direct voorafgaand aan het verlof voor de ambtenaar golden en de leeftijd welke hij bereikt in het kalenderjaar waarin het verlof ingaat.
**4.** Indien op de dag van ingang van zijn verlof blijkt, dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder uur teveel genoten vakantie een bedrag schuldig ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn verlof genoot.
### Artikel 131
Op personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in het genot zijn van een wachtgeld, toegekend krachtens het Koninklijk besluit van 24 Juli 1869 (*Staatsblad* n°. 142), zooals dat besluit laatstelijk is gewijzigd, blijven de bepalingen van dat besluit van toepassing.