From 6a29db49d2470d4d2c65b0572594faa67cc691f8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-07-01 | BWBR0005792 | Wet toezicht kredietwezen 1992 --- .../BWBR0005792/README.md | 346 ++++++++++++++---- 1 file changed, 279 insertions(+), 67 deletions(-) diff --git a/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md b/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md index 00c8fd6a482..5b871cd7ccc 100644 --- a/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md +++ b/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md @@ -20,8 +20,11 @@ citeertitel: Wet toezicht kredietwezen 1992 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: -a. kredietinstelling: een onderneming of instelling die haar bedrijf maakt van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen; -b. centrale kredietinstelling: een kredietinstelling, die met betrekking tot een groep kredietinstellingen een mede beleidsbepalend karakter draagt; +a. kredietinstelling: + +1°. een onderneming of instelling die haar bedrijf maakt van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen; dan wel +2°. een onderneming of instelling, anders dan bedoeld onder 1°, die gelden ter beschikking krijgt in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft. +b. centrale kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in onderdeel a, onder 1°, die met betrekking tot een groep kredietinstellingen een mede beleidsbepalend karakter draagt; c. financiële instelling: een onderneming of instelling, niet zijnde een kredietinstelling, die in hoofdzaak haar bedrijf maakt van het verrichten van één of meer van de werkzaamheden genoemd onder 2 tot en met 12 in bijlage I van de Richtlijn dan wel van het verwerven of het houden van deelnemingen; d. representatieve organisatie: een organisatie, die met betrekking tot de uitvoering van deze wet door Onze minister, de Bank gehoord, als representatieve organisatie voor een groep van ondernemingen en instellingen is aangewezen; e. Onze minister: Onze minister van Financiën; @@ -33,19 +36,20 @@ j. de Richtlijn: Richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad k. bijkantoor: één of meer onderdelen zonder rechtspersoonlijkheid van een kredietinstelling of een financiële instelling die in een andere Staat is gevestigd dan die waarin de kredietinstelling of de financiële instelling gevestigd is; l. verrichten van diensten: het in een Staat, zonder gebruikmaking van een bijkantoor in die Staat, verrichten dan wel aanbieden van werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn door een kredietinstelling of een financiële instelling die in een andere Staat is gevestigd; m. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 5 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 5 procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling; -n. dochtermaatschappij: een onderneming of instelling als omschreven in artikel 24*a* van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; -o. groep: een groep als bedoeld in artikel 24*b* van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap: +n. dochtermaatschappij: een onderneming of instelling als omschreven in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; +o. groep: een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap: 1°. via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur invloed kan uitoefenen op een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen; of -2°. in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24*c *van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, voor zover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie, +2°. in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, voor zover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie, -die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep. +die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep; +p. elektronisch geld: een geldswaarde die is opgeslagen op een elektronische drager. **2.** De Bank wordt niet beschouwd als kredietinstelling in de zin van deze wet. -**3.** Onze minister kan bepalen dat ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden groep ondernemingen of instellingen niet als kredietinstellingen in de zin van deze wet worden beschouwd, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan zijn beschikking voorschriften verbinden. +### Artikel 1a -**4.** De Bank kan bepalen dat een onderneming of instelling niet als kredietinstelling in de zin van deze wet wordt beschouwd, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden. +Op een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 is verleend, is het bepaalde in de artikelen 45 tot en met 51 niet van toepassing. ### Paragraaf 2. Uitoefening van toezicht door de Bank @@ -57,7 +61,7 @@ De Bank oefent toezicht uit: a. vervallen; b. in het belang van hun solvabiliteit op de in Nederland gevestigde kredietinstellingen en op de bijkantoren in Nederland van in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstellingen; -c. in het belang van hun liquiditeit op de in Nederland gevestigde kredietinstellingen en op de bijkantoren in Nederland van niet in Nederland gevestigde kredietinstellingen; en +c. in het belang van hun liquiditeit op de in Nederland gevestigde kredietinstellingen en op de bijkantoren in Nederland van niet in Nederland gevestigde kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°; en d. in het belang van hun solvabiliteit op de in Nederland gevestigde financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45 hebben verkregen. **2.** De Bank werkt bij de uitoefening van toezicht op in één van de Lid-Staten gevestigde kredietinstellingen samen met de betrokken toezichthoudende autoriteiten van de andere Lid-Staten. De Bank pleegt daartoe in voorkomende gevallen overleg met deze toezichthoudende autoriteiten van de andere Lid-Staten. @@ -72,7 +76,7 @@ d. in het belang van hun solvabiliteit op de in Nederland gevestigde financiële ### Artikel 4 -**1.** Bij koninklijk besluit kan, op advies van de Bank en nadat daarover het advies van de betrokken instantie is ingewonnen, worden bepaald, dat een bij een centrale kredietinstelling aangesloten groep van kredietinstellingen van het toezicht door de Bank, voorzover dit toezicht strekt in het belang van de solvabiliteit, liquiditeit en administratieve organisatie van die instellingen, is vrijgesteld, voorzover deze centrale kredietinstelling krachtens haar statuten en de statuten van de bij haar aangesloten kredietinstellingen of krachtens een overeenkomst met de bij haar aangesloten kredietinstellingen dit toezicht op voldoende wijze uitoefent op deze instellingen. +**1.** Bij koninklijk besluit kan, op advies van de Bank en nadat daarover het advies van de betrokken instantie is ingewonnen, worden bepaald, dat een bij een centrale kredietinstelling aangesloten groep van kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van het toezicht door de Bank, voorzover dit toezicht strekt in het belang van de solvabiliteit, liquiditeit en administratieve organisatie van die instellingen, is vrijgesteld, voorzover deze centrale kredietinstelling krachtens haar statuten en de statuten van de bij haar aangesloten kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of krachtens een overeenkomst met de bij haar aangesloten kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° dit toezicht op voldoende wijze uitoefent op deze instellingen. **2.** De centrale kredietinstelling richt zich bij het toezicht naar de aanwijzingen van de Bank. @@ -94,11 +98,29 @@ d. in het belang van hun solvabiliteit op de in Nederland gevestigde financiële ### Artikel 6 -Het is een in Nederland gevestigde onderneming of instelling verboden het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen, behoudens voor zover zij daartoe van de Bank een vergunning heeft verkregen. +**1.** Het is een in Nederland gevestigde onderneming of instelling verboden het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen, behoudens voor zover zij daartoe van de Bank een vergunning heeft verkregen. + +**2.** Onze minister kan ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden categorie ondernemingen of instellingen vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan de vrijstelling voorschriften verbinden. + +**3.** De Bank kan een onderneming of instelling ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden. ### Artikel 7 -Het is een kredietinstelling, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen, in verband met het ingevolge deze wet uitgeoefende toezicht toegestaan ten minste de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn te verrichten, tenzij in de vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald en onverminderd de toepasselijkheid van andere op deze werkzaamheden betrekking hebbende wettelijke voorschriften. +Het is een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen, in verband met het ingevolge deze wet uitgeoefende toezicht toegestaan ten minste de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn te verrichten, tenzij in de vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald en onverminderd de toepasselijkheid van andere op deze werkzaamheden betrekking hebbende wettelijke voorschriften. + +### Artikel 7a + +**1.** + +Het is een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen, niet toegestaan naast het ter beschikking krijgen van gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven andere dan de volgende werkzaamheden te verrichten: + +a. het verrichten van met de uitgifte van elektronisch geld samenhangende diensten; +b. het uitgeven en beheren van andere betaalmiddelen, met uitsluiting van de werkzaamheden bedoeld onder punt 2 van bijlage I van de Richtlijn; +c. het vastleggen van informatie op een elektronische drager ten behoeve van andere ondernemingen of instellingen. + +**2.** Een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, houdt uitsluitend een deelneming in een andere onderneming of instelling, indien die onderneming of instelling werkzaamheden verricht, die samenhangen met de bedrijfsvoering van de kredietinstelling. + +**3.** Onder een deelneming als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een rechtstreeks of middellijk belang van 20 procent of meer van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van 20 procent of meer van de stemrechten in een onderneming. #### Paragraaf 2. Aanvragen van de vergunning @@ -176,7 +198,7 @@ h. de Bank op grond van gegevens als omschreven in artikel 8, tweede lid, onder **1.** -De Bank kan ten aanzien van een kredietinstelling besluiten dat de artikelen 8, tweede lid, met uitzondering van onderdeel *e*, 9 eerste lid, met uitzondering van onderdeel *f*, of derde lid, 10, 11, 13, 14, 15, eerste lid, onderdeel *c*, onderdeel *d* - behoudens voor zover dit onderdeel betrekking heeft op artikel 9, eerste lid, onderdeel *f* - of onderdeel *g*, dan wel 30 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven, mits +De Bank kan ten aanzien van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° besluiten dat de artikelen 8, tweede lid, met uitzondering van onderdeel *e*, 9 eerste lid, met uitzondering van onderdeel *f*, of derde lid, 10, 11, 13, 14, 15, eerste lid, onderdeel *c*, onderdeel *d* - behoudens voor zover dit onderdeel betrekking heeft op artikel 9, eerste lid, onderdeel *f* - of onderdeel *g*, dan wel 30 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven, mits a. de kredietinstelling is aangesloten bij een centrale kredietinstelling; b. de centrale kredietinstelling erop toeziet dat de aangesloten kredietinstelling de richtlijnen en algemene voorschriften als bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 naleeft; @@ -202,14 +224,26 @@ e. het ingevolge artikel 20 uitgeoefende toezicht op de centrale kredietinstelli De Bank kan, indien: -a. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens de artikelen 10, 11 of 30 bepaalde; -b. zich bij de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder *b*, *c*, *d* of *e*, voordoet; +a. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens de artikelen 7a, 10, 11 of 30 bepaalde; +b. zich bij de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder *b*, *c*, *d* of *e*, voordoet; onderscheidenlijk c. de verklaring als bedoeld in artikel 30, tweede lid, een verklaring is die een andere inhoud heeft dan dat de jaarrekening als bedoeld in artikel 30, eerste lid, een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar; of -d. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens artikel 85a bepaalde; -de bevoegde organen van de kredietinstelling een aanwijzing geven om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen, teneinde te bereiken dat, binnen een door de Bank te bepalen termijn, wordt voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 10, 11 of 30 bepaalde, zich bij de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder *b*, *c*, *d* of *e*, niet meer voordoet , de verklaring, bedoeld in artikel 30, tweede lid, betreffende de jaarrekening over een door de Bank te bepalen boekjaar wordt gegeven die inhoudt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar, onderscheidenlijk wordt voldaan aan het krachtens artikel 85a bepaalde. +de bevoegde organen van de kredietinstelling een aanwijzing geven om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen, teneinde te bereiken dat, binnen een door de Bank te bepalen termijn, wordt voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 7a, 10, 11 of 30 bepaalde, zich bij de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder *b*, *c*, *d* of *e*, niet meer voordoet , onderscheidenlijk de verklaring, bedoeld in artikel 30, tweede lid, betreffende de jaarrekening over een door de Bank te bepalen boekjaar wordt gegeven die inhoudt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar. -**2.** De Bank kan, indien zich bij een kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder d of e voordoet, aan de personen die via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur het beleid van de groep waartoe deze kredietinstelling behoort bepalen, de aanwijzing geven dat één of meer personen die het beleid of het dagelijks beleid van deze groep bepalen niet uit dien hoofde tevens het beleid of het dagelijks beleid van de kredietinstelling mogen mede bepalen, teneinde te bereiken dat, binnen een door de Bank te bepalen termijn, zich bij een kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder d of e niet meer voordoet. +**2.** Onze minister kan, indien de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens artikel 85a of 85b bepaalde, de bevoegde organen van de kredietinstelling een aanwijzing geven om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen, teneinde te bereiken dat, binnen een in de aanwijzing te bepalen termijn, wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 85a of 85b bepaalde. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de bevoegdheid van Onze minister tot het geven van een aanwijzing worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze wet jegens Onze minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen. + +**4.** + +Een overdracht als bedoeld in het derde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet: + +a. hij dient in staat te zijn de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid naar behoren uit te oefenen; +b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke uitoefening van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid is gewaarborgd. + +**5.** Aan de overdracht, bedoeld in het derde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. + +**6.** De Bank kan, indien zich bij een kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder d of e voordoet, aan de personen die via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur het beleid van de groep waartoe deze kredietinstelling behoort bepalen, de aanwijzing geven dat één of meer personen die het beleid of het dagelijks beleid van deze groep bepalen niet uit dien hoofde tevens het beleid of het dagelijks beleid van de kredietinstelling mogen mede bepalen, teneinde te bereiken dat, binnen een door de Bank te bepalen termijn, zich bij een kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder d of e niet meer voordoet. ### Artikel 14a @@ -225,12 +259,11 @@ De Bank kan een vergunning intrekken, indien: a. de kredietinstelling daarom verzoekt; b. de onderneming of instelling, aan welke de vergunning is verleend, opgehouden heeft kredietinstelling te zijn; -c. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens de artikelen 10, 11 of 30 bepaalde; +c. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens de artikelen 7a, 10, 11 of 30 bepaalde; d. zich bij de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, c, d, e of f, derde, vierde of vijfde lid, voordoet; e. de verklaring als bedoeld in artikel 30, tweede lid, een verklaring is die een andere inhoud heeft dan dat de jaarrekening als bedoeld in artikel 30, eerste lid, een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar; -f. de kredietinstelling niet voldoet aan hetgeen krachtens artikel 85a is bepaald; -g. de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de vergunning dan wel zijn verkregen in het kader van artikel 2, tweede lid, zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op het verzoek om verlening van een vergunning een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van het verzoek de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; of -h. de kredietinstelling niet voldoet aan het bepaalde in de regeling bedoeld in artikel 84, tweede tot en met vierde lid. +f. de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de vergunning dan wel zijn verkregen in het kader van artikel 2, tweede lid, zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op het verzoek om verlening van een vergunning een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van het verzoek de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; of +g. de kredietinstelling niet voldoet aan het bepaalde in de regeling bedoeld in artikel 84, tweede tot en met vierde lid. **2.** De Bank beslist binnen dertien weken na de ontvangst van het verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder *a*. @@ -248,7 +281,7 @@ h. de kredietinstelling niet voldoet aan het bepaalde in de regeling bedoeld in ### Artikel 16 -**1.** Een kredietinstelling, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen en die voornemens is één of meerdere van de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn uit te oefenen door middel van een bijkantoor in een andere Lid-Staat, dient, alvorens daartoe over te gaan, de Bank van haar voornemen schriftelijk kennis te geven. Het is de kredietinstelling verboden om aan haar voornemen gevolg te geven zolang de mededeling als bedoeld in het derde lid niet is gedaan. +**1.** Een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen en die voornemens is één of meerdere van de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn uit te oefenen door middel van een bijkantoor in een andere Lid-Staat, dient, alvorens daartoe over te gaan, de Bank van haar voornemen schriftelijk kennis te geven. Het is de kredietinstelling verboden om aan haar voornemen gevolg te geven zolang de mededeling als bedoeld in het derde lid niet is gedaan. **2.** @@ -275,6 +308,29 @@ d. de identiteit van de personen, die het dagelijks beleid van het bijkantoor zu ### Artikel 16a +**1.** Een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen en die voornemens is door middel van een bijkantoor in een andere Lid-Staat gelden ter beschikking te krijgen in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven, geeft, alvorens daartoe over te gaan, de Bank van haar voornemen schriftelijk kennis. Het is de kredietinstelling verboden om aan haar voornemen gevolg te geven zolang de mededeling, bedoeld in het derde lid, niet is gedaan. + +**2.** + +De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder opgave van: + +a. de Lid-Staat waarin de kredietinstelling voornemens is het bijkantoor te vestigen; +b. een programma van werkzaamheden waarin de voorgenomen werkzaamheden van het bijkantoor en de voorziene administratieve organisatie – met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle – ten behoeve van het bijkantoor zijn vermeld; +c. het adres van het bijkantoor; en +d. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen. + +**3.** De Bank doet binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, en de gegevens bedoeld in het tweede lid, mededeling van die gegevens, van de omvang van het eigen vermogen en de solvabiliteitsratio van de kredietinstelling aan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat bedoeld in het tweede lid, onder a. De Bank stelt de kredietinstelling schriftelijk van het doen van deze mededeling in kennis. + +**4.** Indien de Bank van oordeel is dat de kredietinstelling, gezien de werkzaamheden die zij door middel van het bijkantoor, bedoeld in het eerste lid, voornemens is te verrichten, redelijkerwijs niet zal kunnen voldoen aan de richtlijnen, bedoeld in de artikelen 30b en 30c, doet zij, in afwijking van het derde lid, geen mededeling aan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat, bedoeld in het tweede lid, onder a. De Bank stelt de kredietinstelling hiervan binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, en de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a, in kennis. + +**5.** Indien zich een wijziging voordoet van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met d, of indien het voornemen bestaat om het verrichten van werkzaamheden door middel van het bijkantoor, bedoeld in het eerste lid, te staken, stelt de kredietinstelling de Bank en de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat daarvan ten minste vier weken voor de wijziging ingaat of het voornemen wordt uitgevoerd, schriftelijk in kennis. + +**6.** Indien de Bank, op grond van de gegevens waarvan zij ingevolge het vijfde lid kennis heeft genomen, van oordeel is dat de kredietinstelling, gezien de werkzaamheden die zij door middel van het bijkantoor, bedoeld in het eerste lid, verricht, redelijkerwijs niet langer zal kunnen voldoen aan de richtlijnen, bedoeld in de artikelen 30b en 30c, kan zij aan de kredietinstelling ter zake een aanwijzing geven om binnen een door haar te bepalen termijn ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen. + +**7.** Artikel 16, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16b + **1.** Een kredietinstelling, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen en die voornemens is één of meerdere van de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn uit te oefenen door middel van een bijkantoor in een Staat, die niet een Lid-Staat is, geeft, alvorens daartoe over te gaan, de Bank van haar voornemen schriftelijk kennis. Het is de kredietinstelling verboden om aan haar voornemen gevolg te geven zolang de Bank niet van haar instemming blijk heeft gegeven. **2.** @@ -303,13 +359,13 @@ b. de werkzaamheden welke de kredietinstelling voornemens is te verrichten. **3.** De Bank doet binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid en de gegevens als bedoeld in het tweede lid, mededeling van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder *b*, aan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat als bedoeld in het tweede lid, onder *a*. De Bank stelt de kredietinstelling schriftelijk van het doen van deze mededeling in kennis. -### Afdeling 3. Toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling +### Afdeling 3. Toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel A, onder 1° #### Paragraaf 1. Algemene bepalingen ### Artikel 18 -De artikelen 19 tot en met 30, met uitzondering van 25 en 25a, hebben betrekking op iedere kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen. +De artikelen 19 tot en met 30, met uitzondering van 25 en 25a, hebben betrekking op iedere kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen. #### Paragraaf 2. Monetair toezicht @@ -440,7 +496,7 @@ d. Onze minister van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leide ### Artikel 25 -**1.** De Bank kan, ter uitvoering van bepalingen in richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen, aan houders van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, die financiële instelling zijn waarvan de dochtermaatschappijen uitsluitend of hoofdzakelijk kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *a*, of financiële instellingen zijn en waarvan ten minste één dochtermaatschappij een kredietinstelling is die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen, algemene voorschriften geven om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op laatstbedoelde kredietinstelling die in strijd is met een gezond bankbeleid. +**1.** De Bank kan, ter uitvoering van bepalingen in richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen, aan houders van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, die financiële instelling zijn waarvan de dochtermaatschappijen uitsluitend of hoofdzakelijk kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, of financiële instellingen zijn en waarvan ten minste één dochtermaatschappij een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° is die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen, algemene voorschriften geven om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op laatstbedoelde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° die in strijd is met een gezond bankbeleid. **2.** @@ -453,13 +509,13 @@ d. de door de houder als bedoeld in het eerste lid te verstrekken inlichtingen a **3.** In de algemene voorschriften wordt bepaald, wat wordt verstaan onder de begrippen, waaromtrent algemene voorschriften worden gegeven. -**4.** De Bank kan voor een houder als bedoeld in het eerste lid ontheffing van de algemene voorschriften verlenen, mits die houder, in overeenstemming met de Richtlijn, door een toezichthoudende autoriteit van een andere Lid-Staat bij het toezicht op kredietinstellingen wordt betrokken. +**4.** De Bank kan voor een houder als bedoeld in het eerste lid ontheffing van de algemene voorschriften verlenen, mits die houder, in overeenstemming met de Richtlijn, door een toezichthoudende autoriteit van een andere Lid-Staat bij het toezicht op kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt betrokken. **5.** Met betrekking tot de algemene voorschriften zijn de artikelen 24, zesde lid, en 26, zesde lid, aanhef en onder *d*, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn als bedoeld in artikel 24, zesde lid, door de Bank wordt vastgesteld. ### Artikel 25a -**1.** Voor het geval van een houder van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, die aan het hoofd staat van een groep waartoe een of meer kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *a*, en een of meer verzekeraars als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *h*, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of artikel 1, onderdeel *c*, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf behoren en waartoe ten minste één kredietinstelling behoort die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen, kan de Bank, in overeenstemming met de autoriteit die ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf belast is met het toezicht op verzekeraars, op grond van de overwegingen als bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdelen *a* en *b*, voorschriften formuleren. +**1.** Voor het geval van een houder van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, die aan het hoofd staat van een groep waartoe een of meer kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, en een of meer verzekeraars als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *h*, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of artikel 1, onderdeel *c*, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf behoren en waartoe ten minste één kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° behoort die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen, kan de Bank, in overeenstemming met de autoriteit die ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf belast is met het toezicht op verzekeraars, op grond van de overwegingen als bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdelen *a* en *b*, voorschriften formuleren. **2.** De voorschriften worden overeenkomstig artikel 24, derde lid, door Onze minister aan een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid verbonden. @@ -572,6 +628,68 @@ d. leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid **6.** De accountant die op grond van het vierde of vijfde lid tot een melding aan de Bank is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat, gelet op alle feiten en omstandigheden, in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan. +### Afdeling 4. Toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel A, onder 2° + +### Artikel 30a + +De artikelen 30b tot en met 30f hebben betrekking op iedere kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen. + +### Artikel 30b + +**1.** De Bank kan, al dan niet tevens op geconsolideerde basis, aan de kredietinstellingen richtlijnen voor hun bedrijfsvoering geven in het belang van de liquiditeit en de solvabiliteit van die instellingen. + +**2.** De richtlijnen worden slechts gegeven of gewijzigd na overleg met de daarbij betrokken representatieve organisaties. Het overleg over wijziging van de richtlijnen kan worden geopend door de Bank dan wel door de betrokken representatieve organisatie. De richtlijnen kunnen voor de verschillende categorieën van kredietinstellingen verschillend zijn. + +**3.** + +De richtlijnen kunnen uitsluitend inhouden: + +a. bepalingen inzake het eigen vermogen dat ten minste dient te worden aangehouden in verhouding tot de financiële verplichtingen die met uitgegeven elektronisch geld verband houden; +b. de beperking ten aanzien van of het aan voorschriften binden van: + +1°. de beleggingen en overige activa; +2°. de verplichtingen buiten de balanstelling; +3°. de rente-, wisselkoers- en andere marktrisico's; +c. bepalingen inzake de minimale omvang van de liquide middelen of onderdelen daarvan in verhouding tot de ter beschikking verkregen gelden. + +**4.** De Bank kan aan een kredietinstelling geheel of gedeeltelijk ontheffing van de richtlijnen verlenen, indien de liquiditeit en de solvabiliteit van die kredietinstelling naar het oordeel van de Bank anderszins voldoende zijn gewaarborgd. De Bank kan aan de ontheffing beperkingen stellen en voorschriften verbinden. + +**5.** In de richtlijnen wordt bepaald, wat wordt verstaan onder de begrippen, waaromtrent richtlijnen worden gegeven. + +### Artikel 30c + +**1.** De Bank kan aan de kredietinstellingen aanbevelingen en algemene richtlijnen voor hun bedrijfsvoering geven met betrekking tot de administratieve organisatie, met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle, alsmede met het oog op het voorkomen van belangenconflicten. + +**2.** De aanbevelingen en algemene richtlijnen worden slechts gegeven of gewijzigd na overleg met de daarbij betrokken representatieve organisaties. Het overleg over wijziging van de aanbevelingen en algemene richtlijnen kan worden geopend door de Bank dan wel door de betrokken representatieve organisatie. De aanbevelingen en algemene richtlijnen kunnen voor de verschillende categorieën van kredietinstellingen verschillend zijn. + +**3.** De Bank kan in bijzondere gevallen of onder bijzondere omstandigheden aan een kredietinstelling geheel of gedeeltelijk ontheffing van de algemene richtlijnen verlenen. De Bank kan aan de ontheffing beperkingen stellen en voorschriften verbinden. + +**4.** In de aanbevelingen en algemene richtlijnen wordt bepaald, wat wordt verstaan onder de begrippen waaromtrent de aanbevelingen en algemene richtlijnen worden gegeven. + +**5.** De aanbevelingen worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant. + +### Artikel 30d + +**1.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die voornemens is een gekwalificeerde deelneming van 10 procent of meer in een kredietinstelling te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat daardoor de omvang van deze deelneming de 20, 33, of 50 procent overschrijdt of de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling uit te oefenen, stelt, alvorens daartoe over te gaan, de Bank van het voornemen schriftelijk in kennis. Het is de natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden om aan dit voornemen gevolg te geven zolang de mededeling, bedoeld in het derde lid niet is gedaan. + +**2.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens gekwalificeerde deelneming zodanig wijzigt dat de omvang van de deelneming onder de 10, 20, 33, of 50 procent daalt, of dat de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn, stelt de Bank daarvan in kennis. + +**3.** Indien de Bank van oordeel is dat het voornemen bedoeld in het eerste lid niet zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken kredietinstelling die in strijd is met een gezond bankbeleid deelt zij de natuurlijke persoon of rechtspersoon binnen acht weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, mede dat geen bezwaar bestaat tegen het voornemen. + +**4.** Een kredietinstelling stelt, voor zover haar bekend, de Bank in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze kredietinstelling houdt. Tevens stelt een kredietinstelling, zodra zulks haar bekend wordt, de Bank in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze kredietinstelling waardoor de omvang van deze deelneming boven onderscheidenlijk onder 10, 20, 33 of 50 procent stijgt onderscheidenlijk daalt of waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt onderscheidenlijk ophoudt een dochtermaatschappij te zijn. + +**5.** Ingeval het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid geschiedt, zonder dat voor het houden, het verwerven of het vergroten van de gekwalificeerde deelneming de mededeling, bedoeld in het derde lid, is gedaan, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank, binnen wier rechtsgebied de kredietinstelling gevestigd is, vernietigd, indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend, anders zou hebben geluid dan wel niet zou zijn genomen. De rechtbank regelt voor zover nodig de gevolgen van de vernietiging. + +### Artikel 30e + +**1.** Indien de Bank constateert dat een kredietinstelling de richtlijnen, bedoeld in de artikelen 30b en 30c, niet naleeft, of andere tekenen ontwaart van een ontwikkeling die naar haar oordeel de liquiditeit of de solvabiliteit van de kredietinstelling in gevaar brengt of zou kunnen brengen, vestigt zij daarop de aandacht van die kredietinstelling. + +**2.** Artikel 28, tweede lid, derde lid, onder a en b, en vierde tot en met zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 30f + +De artikelen 29 en 30 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot kredietinstellingen, bedoeld in deze afdeling. + ## Hoofdstuk III. Kredietinstellingen die in een andere Lid-Staat zijn gevestigd ### Afdeling 1. Toegang tot het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling in Nederland @@ -598,30 +716,45 @@ c. de Bank de ontvangst van de kennisgeving als bedoeld onder *b* aan de onderne **3.** De in de andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid dient de Bank en de toezichthoudende autoriteit van die andere Lid-Staat ten minste vier weken van te voren in kennis te stellen van elke wijziging van de gegevens als bedoeld in het eerste lid, onder *b*, sub (1), (2), (3) of (5) of, in voorkomend geval, van het voornemen om het verrichten van werkzaamheden door middel van het bijkantoor als bedoeld in het eerste lid te staken. +**4.** Onze minister kan ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden categorie ondernemingen of instellingen vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan de vrijstelling voorschriften verbinden. + +**5.** De Bank kan een onderneming of instelling ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden. + #### Paragraaf 2. Verrichten van diensten ### Artikel 32 **1.** -Het is een in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling uitoefent, verboden al dan niet op termijn opvorderbare gelden van het publiek ter beschikking te verkrijgen door middel van het verrichten van diensten in Nederland, tenzij +Het is een in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° uitoefent, verboden al dan niet op termijn opvorderbare gelden van het publiek ter beschikking te verkrijgen door middel van het verrichten van diensten in Nederland, tenzij a. zij van de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling benodigde vergunning heeft verkregen; en b. zij een kennisgeving heeft gezonden aan de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat, welke bevat een opgave van de voorgenomen werkzaamheden. **2.** Het is de in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling die krachtens het eerste lid opvorderbare gelden van het publiek ter beschikking te verkrijgen door middel van het verrichten van diensten in Nederland, echter niet toegestaan werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn te verrichten, indien het verrichten van die werkzaamheden door de vergunning bedoeld in het eerste lid, onder *a*, wordt uitgesloten dan wel de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid, onder *b*, het verrichten van die werkzaamheden niet vermeldt. +**3.** Onze minister kan ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden categorie ondernemingen of instellingen vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan de vrijstelling voorschriften verbinden. + +**4.** De Bank kan een onderneming of instelling ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden. + +### Artikel 32a + +Het is een in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 2°, uitoefent, verboden door middel van het verrichten van diensten in Nederland gelden ter beschikking te krijgen in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven, tenzij; + +a. zij van de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, benodigde vergunning heeft verkregen; en +b. zij een kennisgeving heeft gezonden aan de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat, welke een opgave van de voorgenomen werkzaamheden bevat. + #### Paragraaf 3. Bijzondere bepalingen ### Artikel 33 **1.** Indien een Lid-Staat de Richtlijn niet of onvolledig heeft uitgevoerd, kan Onze minister, de Bank gehoord, bepalen dat voor in die Lid-Staat gevestigde ondernemingen en instellingen het tweede en derde lid gelden. -**2.** Op een onderneming of instelling als bedoeld in het eerste lid, zijn, met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling door middel van een bijkantoor in Nederland, in plaats van artikel 31, de artikelen 38 tot en met 44 van toepassing. +**2.** Op een onderneming of instelling als bedoeld in het eerste lid, zijn, met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° door middel van een bijkantoor in Nederland, in plaats van artikel 31, de artikelen 38 tot en met 44 van toepassing. **3.** Op een onderneming of instelling als bedoeld in het eerste lid, is, met betrekking tot het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden door middel van het verrichten van diensten in Nederland, in plaats van artikel 32, artikel 82 van toepassing. -**4.** Met ingang van het tijdstip waarop de maatregel als bedoeld in het eerste lid ten aanzien van een Lid-Staat wordt ingetrokken, wordt de in die Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die op dat tijdstip het bedrijf van kredietinstelling door middel van een bijkantoor in Nederland uitoefent en die daarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen, geacht te hebben voldaan aan artikel 31, eerste lid, onder *b* en *c*; de aan deze onderneming of instelling verleende vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid vervalt op dat tijdstip van rechtswege. +**4.** Met ingang van het tijdstip waarop de maatregel als bedoeld in het eerste lid ten aanzien van een Lid-Staat wordt ingetrokken, wordt de in die Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die op dat tijdstip het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° door middel van een bijkantoor in Nederland uitoefent en die daarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen, geacht te hebben voldaan aan artikel 31, eerste lid, onder *b* en *c*; de aan deze onderneming of instelling verleende vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid vervalt op dat tijdstip van rechtswege. ### Afdeling 2. Toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling in Nederland @@ -629,21 +762,21 @@ b. zij een kennisgeving heeft gezonden aan de toezichthoudende autoriteit van de ### Artikel 34 -De artikelen 19 en 21 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling uitoefent. +De artikelen 19 en 21 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling uitoefent. #### Paragraaf 2. Bijzondere maatregelen ### Artikel 35 -**1.** Indien de Bank constateert, dat een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling uitoefent, de richtlijnen als bedoeld in artikel 21 niet naleeft, of andere tekenen ontwaart van een ontwikkeling, die naar haar oordeel de liquiditeit van het bijkantoor in gevaar brengt of zou kunnen brengen, is artikel 28, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de liquiditeit van het bijkantoor. +**1.** Indien de Bank constateert, dat een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° uitoefent, de richtlijnen als bedoeld in artikel 21 niet naleeft, of andere tekenen ontwaart van een ontwikkeling, die naar haar oordeel de liquiditeit van het bijkantoor in gevaar brengt of zou kunnen brengen, is artikel 28, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de liquiditeit van het bijkantoor. -**2.** Indien de Bank niet binnen twee weken na bekendmaking van de aanwijzing als bedoeld in artikel 28, tweede lid, een haar bevredigend antwoord heeft ontvangen of indien naar haar oordeel niet of onvoldoende aan haar aanwijzing gevolg is gegeven, kan de Bank de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat waar de kredietinstelling gevestigd is, daarvan in kennis stellen en die toezichthoudende autoriteit verzoeken te bewerkstelligen dat alsnog binnen een door de Bank te stellen termijn aan de aanwijzing gevolg wordt gegeven. +**2.** Indien de Bank niet binnen twee weken na bekendmaking van de aanwijzing als bedoeld in artikel 28, tweede lid, een haar bevredigend antwoord heeft ontvangen of indien naar haar oordeel niet of onvoldoende aan haar aanwijzing gevolg is gegeven, kan de Bank de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat waar de kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° gevestigd is, daarvan in kennis stellen en die toezichthoudende autoriteit verzoeken te bewerkstelligen dat alsnog binnen een door de Bank te stellen termijn aan de aanwijzing gevolg wordt gegeven. **3.** Indien de Bank niet binnen de laatstbedoelde door haar gestelde termijn een haar bevredigend antwoord heeft ontvangen of indien naar haar oordeel niet of onvoldoende aan haar aanwijzing gevolg is gegeven, is, nadat de Bank de toezichthoudende autoriteit van die andere Lid-Staat daarvan in kennis heeft gesteld, artikel 28, derde, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de liquiditeit van het bijkantoor. -**4.** Indien de Bank bij een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling uitoefent, tekenen ontwaart van een ontwikkeling die naar haar oordeel de liquiditeit van het bijkantoor in gevaar brengt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk maakt, kan de Bank, niettegenstaande het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, met overeenkomstige toepassing van artikel 28, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot het bijkantoor maatregelen treffen die zij onontbeerlijk acht voor de bescherming van de belangen van de crediteuren van het bijkantoor. +**4.** Indien de Bank bij een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° uitoefent, tekenen ontwaart van een ontwikkeling die naar haar oordeel de liquiditeit van het bijkantoor in gevaar brengt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk maakt, kan de Bank, niettegenstaande het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, met overeenkomstige toepassing van artikel 28, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot het bijkantoor maatregelen treffen die zij onontbeerlijk acht voor de bescherming van de belangen van de crediteuren van het bijkantoor. -**5.** De Bank kan, met overeenkomstige toepassing van artikel 28, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot het bijkantoor tevens maatregelen treffen, ingeval zij daartoe een verzoek heeft gekregen van de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat waar de kredietinstelling gevestigd is. +**5.** De Bank kan, met overeenkomstige toepassing van artikel 28, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot het bijkantoor tevens maatregelen treffen, ingeval zij daartoe een verzoek heeft gekregen van de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat waar de kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° gevestigd is. **6.** De Bank doet van de maatregelen als bedoeld in het vierde en vijfde lid onverwijld mededeling aan de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. @@ -651,11 +784,11 @@ De artikelen 19 en 21 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in N ### Artikel 36 -Een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling uitoefent, dient voor zijn bedrijf hier te lande ten minste een zodanige boekhouding te voeren, dat de Bank de haar bij deze wet opgelegde taak kan uitoefenen. +Een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling uitoefent, dient voor zijn bedrijf hier te lande ten minste een zodanige boekhouding te voeren, dat de Bank de haar bij deze wet opgelegde taak kan uitoefenen. ### Artikel 37 -Een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling uitoefent, is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de kredietinstelling waarvan het onderdeel uitmaakt, de boekhoudbescheiden, aangewezen krachtens de Handelsregisterwet 1996 bij de Bank in te dienen. +Een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, dat overeenkomstig artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° uitoefent, is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° waarvan het onderdeel uitmaakt, de boekhoudbescheiden, aangewezen krachtens de Handelsregisterwet 1996 bij de Bank in te dienen. ## Hoofdstuk IV. Kredietinstellingen die in een Staat, die niet een Lid-Staat is, zijn gevestigd @@ -669,6 +802,18 @@ Een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietin **2.** Het is een kredietinstelling, die een vergunning als bedoeld in het eerste lid heeft verkregen, in verband met het ingevolge deze wet uitgeoefende toezicht toegestaan ten minste de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn te verrichten, tenzij in de vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald en onverminderd de toepasselijkheid van andere op deze werkzaamheden betrekking hebbende wettelijke voorschriften. +**3.** Onze minister kan ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden categorie ondernemingen of instellingen vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan de vrijstelling voorschriften verbinden. + +**4.** De Bank kan een onderneming of instelling ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden. + +### Artikel 38a + +**1.** Het is een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde onderneming of instelling verboden door middel van het verrichten van diensten in Nederland gelden ter beschikking te krijgen in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft. + +**2.** Onze minister kan ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden categorie ondernemingen of instellingen vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan de vrijstelling voorschriften verbinden. + +**3.** De Bank kan een onderneming of instelling ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden. + #### Paragraaf 2. Vergunning ### Artikel 39 @@ -685,13 +830,17 @@ Niettegenstaande het bepaalde in artikel 9 en onverminderd het bepaalde in artik ### Artikel 41 -De artikelen 19, 20, 21, 22, 23 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen. +**1.** De artikelen 20 tot en met 23 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid, heeft verkregen. + +**2.** De artikelen 30b en 30c zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid, heeft verkregen. #### Paragraaf 2. Bijzondere maatregelen ### Artikel 42 -Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen. +**1.** Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen. + +**2.** Artikel 30e is van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid, heeft verkregen. #### Paragraaf 3. Boekhouding en verslaglegging @@ -819,7 +968,7 @@ De Bank draagt zorg voor de inschrijving van iedere kredietinstelling: a. die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen; b. die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen; c. die krachtens artikel 31 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen; -d. die krachtens artikel 32 in Nederland haar werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mag verrichten; +d. die krachtens artikel 32 of 32a in Nederland haar werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mag verrichten; en van iedere financiële instelling: @@ -834,7 +983,7 @@ De Bank draagt zorg voor de doorhaling van een inschrijving van iedere kredietin a. waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 6 is ingetrokken; b. waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid is ingetrokken; c. die niet langer krachtens artikel 31 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen; -d. die niet langer krachtens artikel 32 in Nederland haar werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mag verrichten; +d. die niet langer krachtens artikel 32 of 32a in Nederland haar werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mag verrichten; en van iedere financiële instelling: @@ -872,7 +1021,7 @@ De Bank is bevoegd bij een kredietinstelling die ingevolge artikel 52 tweede lid **3.** Indien de Bank zulks in het belang van een doelmatig toezicht noodzakelijk acht, kan zij een kredietinstelling opdragen staten als bedoeld in het eerste lid, bij haar in te dienen die betrekking hebben op tijdstippen met een kortere tussenpoos of op kortere termijnen dan ingevolge het tweede lid is bepaald. -**4.** De verplichtingen als omschreven in het eerste lid gelden niet voor zover aan een kredietinstelling een ontheffing als bedoeld in de artikelen 20, vierde lid, of 21, vierde lid, is verleend. +**4.** De verplichtingen als omschreven in het eerste lid gelden niet voor zover aan een kredietinstelling een ontheffing als bedoeld in de artikelen 20, vierde lid, 21, vierde lid, of 30b, derde lid is verleend. **5.** De staten als bedoeld in het eerste lid moeten periodiek zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De kredietinstelling is verplicht bij de opdracht tot het onderzoek de accountant schriftelijk te machtigen desgevraagd of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de kredietinstelling, de accountant en de Bank aan de Bank alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de juiste uitvoering van de taak, bij deze wet aan de Bank opgelegd. De Bank stelt de kredietinstelling in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de accountant. @@ -893,9 +1042,11 @@ d. leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid ### Artikel 56 -**1.** Een kredietinstelling die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* of *b*, is geregistreerd, is verplicht de Bank onverwijld in kennis te stellen van het geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan de richtlijnen als bedoeld in de artikelen 20, 21 of 22. +**1.** Een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* of *b*, is geregistreerd, is verplicht de Bank onverwijld in kennis te stellen van het geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan de richtlijnen als bedoeld in de artikelen 20, 21 of 22. -**2.** Een kredietinstelling die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *c*, is geregistreerd, is verplicht de Bank onverwijld in kennis te stellen van het geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan de richtlijnen als bedoeld in artikel 21. +**2.** Een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *c*, is geregistreerd, is verplicht de Bank onverwijld in kennis te stellen van het geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan de richtlijnen als bedoeld in artikel 21. + +**3.** Een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder a of b, is geregistreerd, is verplicht de Bank onverwijld in kennis te stellen van het geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan de richtlijnen als bedoeld in de artikelen 30b of 30c. ### Artikel 56a @@ -1041,7 +1192,7 @@ b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenla ### Artikel 67 -**1.** De Bank doet van iedere verlening en van iedere intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 6 onverwijld mededeling aan de toezichthoudende autoriteiten van de andere Lid-Staten en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. +**1.** De Bank doet van iedere verlening en van iedere intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 6 met betrekking tot een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, onverwijld mededeling aan de toezichthoudende autoriteiten van de andere Lid-Staten en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. **2.** De Bank doet van iedere verlening en van iedere intrekking van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onverwijld mededeling aan de toezichthoudende autoriteiten van de andere Lid-Staten en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. @@ -1216,11 +1367,12 @@ Onze minister kan bepalen dat a. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 8 en 9, de Bank de behandeling van door dochtermaatschappijen van in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde vergunningen als bedoeld in artikel 6 voor een bepaalde termijn opschort, met dienovereenkomstige opschorting van de termijn als bedoeld in artikel 8, derde lid, dan wel dat de Bank slechts een door Onze minister te bepalen aantal door dochtermaatschappijen van in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde vergunningen als bedoeld in artikel 6 zal verlenen; en b. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 24 en 26 de behandeling van door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, voor een bepaalde termijn worden opgeschort, met dienovereenkomstige opschorting van de termijn als bedoeld in artikel 26, derde lid, dan wel dat slechts een door Onze minister te bepalen aantal door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, zullen worden verleend; en -c. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 31 onderscheidenlijk 32 het bepaalde in de artikelen 38 tot en met 44 onderscheidenlijk 82 van toepassing is op in een Staat, niet zijnde een Staat die lid is van de Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde ondernemingen of instellingen die een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling benodigde vergunning verkrijgen en die dochtermaatschappij zijn van in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen. +c. in afwijking van het bepaalde in artikel 30d de beslissing van de Bank, nadat zij door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen in kennis is gesteld overeenkomstig artikel 30d, eerste lid, voor een bepaalde termijn wordt opgeschort, met dienovereenkomstige opschorting van de termijn als bedoeld in artikel 30d, derde lid, dan wel dat de Bank, nadat zij door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen in kennis is gesteld overeenkomstig artikel 30d, eerste lid, slechts in een door Onze minister te bepalen aantal gevallen meedeelt dat geen bezwaar bestaat tegen het voornemen; en. +d. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 31 onderscheidenlijk 32 dan wel 32a het bepaalde in de artikelen 38 tot en met 44 onderscheidenlijk 82 van toepassing is op in een Staat, niet zijnde een Staat die lid is van de Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde ondernemingen of instellingen die een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling benodigde vergunning verkrijgen en die dochtermaatschappij zijn van in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de bedoelde dochtermaatschappijen onderscheidenlijk gekwalificeerde deelnemingen tevens dochtermaatschappijen onderscheidenlijk gekwalificeerde deelnemingen zijn van in één van de Lid-Staten gevestigde ondernemingen of instellingen die een voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling benodigde vergunning hebben verkregen. -**3.** De Bank doet onverwijld mededeling aan Onze minister van iedere aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder *a*, en van iedere aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid, onder *b*. +**3.** De Bank doet onverwijld mededeling aan Onze minister van iedere aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder a, van iedere aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid, onder b, en van iedere inkennisstelling als bedoeld in het eerste lid, onder c. **4.** Onze minister kan bepalen dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 9, de Bank voor bijkantoren in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstellingen gevraagde vergunningen als bedoeld in artikel 38, eerste lid weigert dan wel slechts verleent onder het stellen van beperkingen en het verbinden van voorschriften met inachtneming van door Onze minister te stellen richtlijnen. @@ -1240,7 +1392,7 @@ c. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 31 onderscheidenlijk 32 het bep De in het eerste lid genoemde verboden zijn niet van toepassing op: -a. ondernemingen en instellingen welke ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* tot en met *d*, zijn geregistreerd; +a. ondernemingen en instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, welke ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* tot en met *d*, zijn geregistreerd; b. de Bank; c. de Lid-Staten, alsmede de regionale of locale overheden van de Lid-Staten; en d. internationaal publiekrechtelijke instellingen waarin of waaraan één of meer Lid-Staten deelnemen. @@ -1271,11 +1423,11 @@ c. iedere in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die van d ### Artikel 84 -**1.** De Bank pleegt overleg met de betrokken representatieve organisaties over de invoering van een regeling omtrent een garantie voor nader te bepalen schuldvorderingen van natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen tot een nader te bepalen maximum op kredietinstellingen, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a*, zijn geregistreerd, tegen het risico, dat een zodanige onderneming of instelling haar verplichtingen met betrekking tot die schuldvorderingen niet nakomt. +**1.** De Bank pleegt overleg met de betrokken representatieve organisaties over de invoering van een regeling omtrent een garantie voor nader te bepalen schuldvorderingen van natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen tot een nader te bepalen maximum op kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a*, zijn geregistreerd, tegen het risico, dat een zodanige onderneming of instelling haar verplichtingen met betrekking tot die schuldvorderingen niet nakomt. **2.** Bij koninklijk besluit kan, indien het overleg bedoeld in het eerste lid leidt tot overeenstemming tussen de Bank en alle betrokken representatieve organisaties, worden bepaald, dat de kredietinstellingen bedoeld in het eerste lid alsmede de instellingen die gebruik maken van de vrijstelling bedoeld in artikel 12 van richtlijn 94/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 mei 1994 inzake de depositogarantiestelsels (*PbEG* L 135) verplicht zijn aan de uitvoering van die regeling mede te werken. -**3.** Onze Minister kan besluiten dat een kredietinstelling, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *b*, is geregistreerd, verplicht is aan de uitvoering van de regeling bedoeld in het eerste lid mee te werken, indien de Bank van oordeel is dat voor de schuldvorderingen op die kredietinstelling geen garantieregeling van toepassing is, welke gelijkwaardig is aan de dekking bedoeld in artikel 6, eerste lid, van richtlijn 94/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 mei 1994 inzake de depositogarantiestelsels (*PbEG* L 135). +**3.** Onze Minister kan besluiten dat een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *b*, is geregistreerd, verplicht is aan de uitvoering van de regeling bedoeld in het eerste lid mee te werken, indien de Bank van oordeel is dat voor de schuldvorderingen op die kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° geen garantieregeling van toepassing is, welke gelijkwaardig is aan de dekking bedoeld in artikel 6, eerste lid, van richtlijn 94/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 mei 1994 inzake de depositogarantiestelsels (*PbEG* L 135). **4.** Bij koninklijk besluit kan, indien het overleg bedoeld in het eerste lid niet binnen een door Onze minister te bepalen termijn leidt tot overeenstemming, dan wel indien de regeling, waaromtrent overeenstemming is bereikt, niet de instemming van Onze minister heeft, een regeling als bedoeld in het eerste lid worden ingevoerd, nadat de Bank, de Bankraad en de betrokken representatieve organisaties in de gelegenheid zijn gesteld hun gevoelen omtrent de inhoud van de in te voeren regeling kenbaar te maken. @@ -1287,7 +1439,7 @@ c. iedere in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die van d ### Artikel 85 -Bij koninklijk besluit kunnen, nadat de Bank daarover advies heeft uitgebracht, aan kredietinstellingen die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* of *b*, zijn geregistreerd voorschriften worden gegeven omtrent de rente en de overige voorwaarden die zij met betrekking tot de direct opvraagbare tegoeden van natuurlijke personen, verenigingen en stichtingen in acht moeten nemen. +Bij koninklijk besluit kunnen, nadat de Bank daarover advies heeft uitgebracht, aan kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* of *b*, zijn geregistreerd voorschriften worden gegeven omtrent de rente en de overige voorwaarden die zij met betrekking tot de direct opvraagbare tegoeden van natuurlijke personen, verenigingen en stichtingen in acht moeten nemen. ### Paragraaf 5. Verstrekking van informatie aan het publiek @@ -1297,7 +1449,7 @@ Bij koninklijk besluit kunnen, nadat de Bank daarover advies heeft uitgebracht, **2.** Onze minister kan, op aanvraag, bepalen dat een kredietinstelling of een financiële instelling niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste lid bedoelde regels indien de kredietinstelling of de financiële instelling aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt. Onze minister kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen zodanig zijn gewijzigd dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer worden bereikt. -**3.** De artikelen 14, eerste lid, onderdeel b, 53, 54 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** Onze minister is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit artikel bepaalde. De artikelen 53 en 54 zijn van overeenkomstige toepassing. **4.** Taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen. @@ -1310,13 +1462,36 @@ b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binne **6.** Aan de overdracht, bedoeld in het vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. -### Paragraaf 6. Kosten van de toezichttaken +### Paragraaf 6. Omwisseling elektronisch geld + +### Artikel 85b + +**1.** Het door een kredietinstelling uitgegeven elektronisch geld vertegenwoordigt een waarde die ten minste gelijk is aan de waarde van de voor de uitgifte ontvangen gelden. + +**2.** Een kredietinstelling wisselt, op verzoek van een houder van elektronisch geld het elektronisch geld om door middel van uitbetaling van het elektronische geld in munten of bankbiljetten of door storting op een rekening, waarbij uitsluitend de voor de omwisseling noodzakelijke kosten mogen worden berekend. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling, bedoeld in het tweede lid. + +**4.** Onze minister is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit artikel bepaalde. De artikelen 53 en 54 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen. + +**6.** + +Een overdracht als bedoeld in het vijfde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet: + +a. hij dient in staat te zijn de in het vijfde lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen; +b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het vijfde lid bedoelde taken en bevoegdheden zo veel mogelijk is gewaarborgd. + +**7.** Aan de overdracht, bedoeld in het vijfde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. + +### Paragraaf 7. Kosten van de toezichttaken ### Artikel 86 Kosten, die zijn verbonden aan de uitvoering van deze wet en de krachtens deze wet genomen besluiten, kunnen overeenkomstig door Onze minister goed te keuren regelen op de betrokken ondernemingen en instellingen worden verhaald. -### Paragraaf 7. Publicaties en verslagen +### Paragraaf 8. Publicaties en verslagen ### Artikel 87 @@ -1326,19 +1501,19 @@ Kosten, die zijn verbonden aan de uitvoering van deze wet en de krachtens deze w ### Artikel 88 -De Bank brengt jaarlijks aan Onze minister verslag uit over de uitvoering van deze wet en van de krachtens deze wet genomen besluiten. Dit verslag wordt door de zorg van de Bank gepubliceerd, behoudens het gedeelte van het verslag, handelende over de uitvoering van de artikelen 10, vijfde lid, 11, vijfde lid, 14, 28, 29, 30, derde lid, 35 en 42, met dien verstande dat zonder schriftelijke toestemming van de bij het te publiceren gedeelte van het verslag betrokkenen gegevens met betrekking tot afzonderlijke ondernemingen en instellingen niet gepubliceerd worden. +De Bank brengt jaarlijks aan Onze minister verslag uit over de uitvoering van deze wet en van de krachtens deze wet genomen besluiten. Dit verslag wordt door de zorg van de Bank gepubliceerd, behoudens het gedeelte van het verslag, handelende over de uitvoering van de artikelen 10, vijfde lid, 11, vijfde lid, 14, 28, 29, 30, derde lid, 30e, 35 en 42, met dien verstande dat zonder schriftelijke toestemming van de bij het te publiceren gedeelte van het verslag betrokkenen gegevens met betrekking tot afzonderlijke ondernemingen en instellingen niet gepubliceerd worden. -### Paragraaf 8. Aanwijzingsrecht van de minister van Financiën +### Paragraaf 9. Aanwijzingsrecht van de minister van Financiën ### Artikel 89 Vervallen -### Paragraaf 9. Advisering door de Bank +### Paragraaf 10. Advisering door de Bank ### Artikel 89a -**1.** Indien onze minister de Bank advies vraagt over een voorgenomen besluit als bedoeld in artikel 1, derde lid, of een vrijstelling als bedoeld in artikel 82, derde lid, of artikel 83, derde lid, is de Bank verplicht het advies uit te brengen. +**1.** Indien onze minister de Bank advies vraagt over een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, 31, vierde lid, 32, derde lid, 38, derde lid, 38a, tweede lid, 82, derde lid, of 83, derde lid, is de Bank verplicht het advies uit te brengen. **2.** De Bank verstrekt Onze Minister desgevraagd de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van voorgenomen wettelijke voorschriften en algemene beleidsvoornemens, voor zover deze betrekking hebben op het kredietwezen. @@ -1348,7 +1523,7 @@ Vervallen **1.** In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd -**2.** Ingeval beroep wordt ingesteld tegen besluiten, genomen ter uitvoering van de artikelen 14, 26, eerste lid, 28, 29, 35 of 90a, eerste lid, zal de terechtzitting worden gehouden met gesloten deuren. De uitspraak wordt alsdan medegedeeld aan de verzoeker en de Bank onderscheidenlijk Onze minister. +**2.** Ingeval beroep wordt ingesteld tegen besluiten, genomen ter uitvoering van de artikelen 14, 26, eerste lid, 28, 29, 30e, 35 of 90a, eerste lid, zal de terechtzitting worden gehouden met gesloten deuren. De uitspraak wordt alsdan medegedeeld aan de verzoeker en de Bank onderscheidenlijk Onze minister. ## Hoofdstuk XIIIA. Onderzoek door onze minister @@ -1378,20 +1553,33 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 65, eerste lid, ### Artikel 90b -**1.** Onze Minister of de Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, 7, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 14, eerste en tweede lid, 15, vijfde lid, 16, zesde en achtste lid, 19, eerste lid, derde lid, tweede volzin, en vijfde lid, tweede volzin, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, zevende lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste lid en tweede lid, eerste volzin, 31, eerste lid, onder a, en tweede lid, 32, eerste lid, onder a, en tweede lid, 36, 37, 38, 43, 44, 50, eerste lid, 51, 55, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 56a, 58, eerste en tweede lid, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede en derde lid, 66a, tweede lid, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste en vierde lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85 en 85a,,“85,,” moet zijn “85,”. voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. +**1.** Onze Minister of de Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 7, 7a, eerste en tweede lid, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 14, eerste, tweede en zesde lid, 15, vijfde lid, 16, zesde en achtste lid, 16a, zesde lid, 19, eerste lid, derde lid, tweede volzin, en vijfde lid, tweede volzin, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, zevende lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste lid en tweede lid, eerste volzin, 30d, eerste, tweede en vierde lid, 31, eerste lid, onder a, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste lid, onder a, tweede, derde en vierde lid, 32a onder a, 36, 37, 38, eerste, tweede, derde en vierde lid, 38a, eerste, tweede en derde lid, 43, 44, 50, eerste lid, 51, 55, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 56a, 58, eerste en tweede lid, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede en derde lid, 66a, tweede lid, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste en vierde lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85, 85a, eerste lid, en 85b, eerste en tweede lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. **2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. **3.** Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de bevoegdheid van Onze minister tot het opleggen van een last onder dwangsom worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze wet jegens Onze minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen. + +**5.** + +Een overdracht als bedoeld in het vierde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet: + +a. hij dient in staat te zijn de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid naar behoren uit te oefenen; +b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke uitoefening van de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid is gewaarborgd. + +**6.** Aan de overdracht, bedoeld in het vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. + ### Artikel 90c -**1.** Onze Minister of de Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, 7, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 13, 14, eerste en tweede lid, 15, vijfde lid, 16, eerste, tweede, vijfde, zesde en achtste lid, 16a, eerste lid, 17, eerste en tweede lid, 19, eerste lid, derde lid, tweede volzin, en vijfde lid, tweede volzin, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, zevende lid, 27, eerste en tweede lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste lid, tweede lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, 31, eerste lid, onder a, tweede en derde lid, 32, eerste lid, onder a, onder b en tweede lid, 36, 37, 38, 43, 44, 48, eerste, tweede en vijfde lid, 49, eerste en tweede lid, 50, eerste en tweede lid, 51, 55, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 56, eerste en tweede lid, 56a, 58, eerste en tweede lid, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede en derde lid, 66a, tweede lid, 69, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste en vierde lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85 en 85a,,“85,,” moet zijn “85,”. voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. +**1.** Onze Minister of de Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 7, 7a, eerste en tweede lid, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 13, 14, eerste, tweede en zesde lid, 15, vijfde lid, 16, eerste, tweede, vijfde, zesde en achtste lid, 16a, eerste, tweede, vijfde, en zesde lid, 16b, eerste lid, 17, eerste en tweede lid, 19, eerste lid, derde lid, tweede volzin, en vijfde lid, tweede volzin, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, zevende lid, 27, eerste en tweede lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste lid, tweede lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, 30d, eerste, tweede en vierde lid, 31, eerste lid, onder a, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste lid, onder a, onder b, tweede, derde en vierde lid, 32a, onder a en onder b, 36, 37, 38, eerste, tweede, derde en vierde lid, 38a, eerste, tweede en derde lid, 43, 44, 48, eerste, tweede en vijfde lid, 49, eerste en tweede lid, 50, eerste en tweede lid, 51, 55, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 56, eerste, tweede en derde lid, 56a, 58, eerste en tweede lid, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede en derde lid, 66a, tweede lid, 69, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste en vierde lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85, 85a, eerste lid, en 85b, eerste en tweede lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. **2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat indien deze door de Minister van Financiën is opgelegd, of aan de Bank indien deze door haar is opgelegd. **3.** Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de bevoegdheid van Onze minister tot het opleggen van een bestuurlijke boete worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze wet jegens Onze minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen. Het vierde en vijfde lid van artikel 90b zijn van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 90d **1.** Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. @@ -1402,7 +1590,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 65, eerste lid, **4.** Onze Minister, dan wel de Bank voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. -**5.** In afwijking van het eerste lid worden de bedragen van de boetes terzake van overtreding van de afzonderlijke regels, gesteld bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 85a, bepaald op de wijze als voorzien in die algemene maatregel van bestuur. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**5.** In afwijking van het eerste lid worden de bedragen van de boetes terzake van overtreding van de afzonderlijke regels, gesteld bij de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in de artikelen 85a en 85b, bepaald op de wijze als voorzien in die algemene maatregel van bestuur. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 90e @@ -1558,11 +1746,35 @@ Bevat wijzigingen in andere regelgeving. ### Artikel 112 -**1.** De vergunning die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, op grond van artikel 2 van de Wet toezicht kredietwezen (*Stb.* 1978, 255) is verleend dan wel op grond van artikel 62 van die wet of artikel 7 van de Postbankwet (*Stb.* 1985, 510) wordt geacht te zijn verleend aan een in Nederland gevestigde kredietinstelling, wordt geacht aan die kredietinstelling te zijn verleend op grond van artikel 6. +**1.** De vergunning die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, op grond van artikel 2 van de Wet toezicht kredietwezen (*Stb.* 1978, 255) is verleend dan wel op grond van artikel 62 van die wet of artikel 7 van de Postbankwet (*Stb.* 1985, 510) wordt geacht te zijn verleend aan een in Nederland gevestigde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt geacht aan die kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° te zijn verleend op grond van artikel 6. -**2.** De vergunning die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, op grond van artikel 2 van de Wet toezicht kredietwezen is verleend dan wel op grond van artikel 62 van die wet wordt geacht te zijn verleend aan een buiten de Unie dan wel in een Lid-Staat ten aanzien waarvan Onze minister op dat tijdstip een maatregel als bedoeld in artikel 33, eerste lid, heeft genomen, gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling door middel van een bijkantoor in Nederland uitoefent, wordt geacht aan die kredietinstelling te zijn verleend op grond van artikel 38, eerste lid. +**2.** De vergunning die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, op grond van artikel 2 van de Wet toezicht kredietwezen is verleend dan wel op grond van artikel 62 van die wet wordt geacht te zijn verleend aan een buiten de Unie dan wel in een Lid-Staat ten aanzien waarvan Onze minister op dat tijdstip een maatregel als bedoeld in artikel 33, eerste lid, heeft genomen, gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° door middel van een bijkantoor in Nederland uitoefent, wordt geacht aan die kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° te zijn verleend op grond van artikel 38, eerste lid. -**3.** De in een andere Lid-Staat, niet zijnde een Lid-Staat ten aanzien waarvan Onze minister een maatregel als bedoeld in artikel 33, eerste lid, heeft genomen, gevestigde onderneming of instelling die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, het bedrijf van kredietinstelling door middel van een bijkantoor in Nederland uitoefent en die daarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet toezicht kredietwezen heeft verkregen dan wel op grond van artikel 62 van die wet geacht wordt te hebben verkregen, wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 31, eerste lid, onder *b* en *c*. +**3.** De in een andere Lid-Staat, niet zijnde een Lid-Staat ten aanzien waarvan Onze minister een maatregel als bedoeld in artikel 33, eerste lid, heeft genomen, gevestigde onderneming of instelling die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° door middel van een bijkantoor in Nederland uitoefent en die daarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet toezicht kredietwezen heeft verkregen dan wel op grond van artikel 62 van die wet geacht wordt te hebben verkregen, wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 31, eerste lid, onder *b* en *c*. + +### Artikel 112a + +**1.** Een onderneming of instelling die op het tijdstip dat dit artikel in werking treedt, in Nederland het bedrijf van kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, uitoefent, wordt geacht over een vergunning als bedoeld in artikel 6 te beschikken. + +**2.** Een in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt, in Nederland door middel van een bijkantoor dan wel het verrichten van diensten het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, uitoefent, wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 31, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 32a. + +**3.** Een onderneming of instelling als bedoeld in het eerste of tweede lid, meldt zich binnen één maand na het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt bij de Bank en verstrekt binnen zes maanden na het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt aan de Bank alle gegevens die de Bank nodig heeft om te beoordelen of de onderneming of instelling voldoet aan deze wet. + +**4.** Indien de Bank op grond van de gegevens waarvan zij ingevolge het derde lid kennis heeft genomen, van oordeel is dat de onderneming of instelling niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn het eerste en het tweede lid niet langer van toepassing. + +**5.** Indien een onderneming of instelling als bedoeld in het eerste en het tweede lid, niet binnen zes maanden na het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt, heeft voldaan aan het bepaalde in het derde lid zijn het eerste en het tweede lid niet langer van toepassing. + +### Artikel 112b + +**1.** Indien een Lid-Staat richtlijn nr. 2000/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 september 2000 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het bedrijfseconomisch toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld (Pb EG L 275) en richtlijn nr. 2000/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 september 2000 tot wijziging van Richtlijn 2000/12/EG betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (Pb EG L 275) niet of onvolledig heeft uitgevoerd, kan Onze minister, de Bank gehoord, bepalen dat voor in die Lid-Staat gevestigde ondernemingen en instellingen het tweede en derde lid gelden. + +**2.** Op een onderneming of instelling als bedoeld in het eerste lid, zijn, met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, door middel van een bijkantoor in Nederland, in plaats van artikel 31, eerste lid, de artikelen 38 tot en met 44 van toepassing. + +**3.** Op een onderneming of instelling als bedoeld in het eerste lid, is, met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, door middel van het verrichten van diensten in Nederland, in plaats van artikel 32a, artikel 82a van toepassing. + +**4.** Met ingang van het tijdstip waarop de maatregel, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een Lid-Staat wordt ingetrokken, wordt de in die Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die op dat tijdstip het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, door middel van een bijkantoor in Nederland uitoefent en die daarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid, heeft verkregen, geacht te hebben voldaan aan artikel 31, eerste lid, onder b en c. De aan deze onderneming of instelling verleende vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid, vervalt op dat tijdstip van rechtswege. + +**5.** Met ingang van het tijdstip waarop de maatregel, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een Lid-Staat wordt ingetrokken, wordt de in die Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die op dat tijdstip het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, door middel van het verrichten van diensten in Nederland uitoefent en die daarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 82a, tweede lid, heeft verkregen, geacht te hebben voldaan aan artikel 32a. De aan deze onderneming of instelling verleende ontheffing als bedoeld in artikel 82a, tweede lid, vervalt op dat tijdstip van rechtswege. ### Artikel 113 @@ -1580,7 +1792,7 @@ Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 8 van de Wet toezicht kredie **1.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 42 van de Wet toezicht kredietwezen wordt geacht te zijn verleend op grond van artikel 82. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, het bedrijf van kredietinstelling uitoefent en al dan niet op termijn opvorderbare gelden ter beschikking verkrijgt door middel van het verrichten van diensten in Nederland en die daarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 42 van de Wet toezicht kredietwezen heeft verkregen en die van de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling benodigde vergunning heeft verkregen, geacht te hebben voldaan aan artikel 32, eerste lid, onder *b*. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° uitoefent en al dan niet op termijn opvorderbare gelden ter beschikking verkrijgt door middel van het verrichten van diensten in Nederland en die daarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 42 van de Wet toezicht kredietwezen heeft verkregen en die van de toezichthoudende autoriteit van de andere Lid-Staat een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° benodigde vergunning heeft verkregen, geacht te hebben voldaan aan artikel 32, eerste lid, onder *b*. ### Artikel 116