diff --git a/amvb/besluit-vervoer-gevaarlijke-stoffen/BWBR0008080/README.md b/amvb/besluit-vervoer-gevaarlijke-stoffen/BWBR0008080/README.md index 9561239fbcf..9d0560d03b0 100644 --- a/amvb/besluit-vervoer-gevaarlijke-stoffen/BWBR0008080/README.md +++ b/amvb/besluit-vervoer-gevaarlijke-stoffen/BWBR0008080/README.md @@ -18,14 +18,15 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: Wet vervoer gevaarlijke stoffen; b. ADR: Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route; -c. ADN: Accord Européen relatif au Transport International des Marchandises Dangereuses par voie de Navigation; -d. RID: Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses. +c. ADNR: Règlement pour le transport des matières dangereuses sur le Rhin; +d. RID: Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses; +e. ontplofbare stoffen en voorwerpen: ontplofbare stoffen en voorwerpen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *b*, 1°, van de wet. ### Artikel 2 **1.** -Overeenkomstig het ADR, het ADN, het RID dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties, worden bij ministeriële regeling gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen aangewezen ten aanzien waarvan het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet met daarbij aangewezen vervoermiddelen: +Overeenkomstig het ADR, het ADNR, het RID dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties, worden bij ministeriële regeling gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen aangewezen ten aanzien waarvan het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet met daarbij aangewezen vervoermiddelen: a. niet is toegestaan; of b. is toegestaan mits daarbij gestelde regels in acht zijn genomen. @@ -49,16 +50,16 @@ b. met ontplofbare stoffen en voorwerpen door ambtenaren die als zodanig bevoegd c. door ambtenaren van onder Onze Minister van Defensie ressorterende opruimingsdiensten van explosieven ten behoeve van het ruimen van ontplofbare stoffen en voorwerpen; d. door personen die ingevolge de Wet wapens en munitie bevoegd zijn munitie voorhanden te hebben, met ten hoogste 2 000 stuks munitie of onderdelen van munitie voor geweren, revolvers en pistolen met een kaliber van ten hoogste 19,1 mm, onderscheidenlijk met ten hoogste 2 000 lege hulzen voorzien van een ontstekingsmiddel en ten hoogste één kilogram voor vulling van deze hulzen bestemd zwart of rookzwak buskruit; e. met munitie behorend bij toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten, voor zover gebruikt ten behoeve van beroep of onderneming, in een hoeveelheid van ten hoogste 10 000 stuks munitie onderscheidenlijk drie kilogram ontplofbare stof; -f. door landbouwondernemers of hun personeel voor het vervoer van gewasbeschermingsmiddelen of biociden, voor zover daarover krachtens artikel 2 voorschriften zijn gegeven, tussen hun landbouwbedrijf en daarbij behorende landbouwgronden via de redelijkerwijs kortste of snelste route; +f. door landbouwondernemers of hun personeel voor het vervoer van bestrijdingsmiddelen, voor zover daarover krachtens artikel 2 voorschriften zijn gegeven, tussen hun landbouwbedrijf en daarbij behorende landbouwgronden via de redelijkerwijs kortste of snelste route; g. anders dan ten behoeve van beroep of onderneming, met gevaarlijke stoffen die geschikt en bestemd zijn voor eigen huishoudelijk gebruik, in hoeveelheden die daarmee redelijkerwijs in overeenstemming zijn; of -h. met verpakt of onverpakt vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, voor eigen gebruik, in een hoeveelheid van ten hoogste 25 kilogram per vervoermiddel. +h. met verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit, voor eigen gebruik, in een hoeveelheid van ten hoogste 10 kilogram per vervoermiddel. **2.** Het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, is toegestaan, voor zover het betreft handelingen met: a. munitie voor noodsignaalmiddelen als bedoeld in artikel 8 van het Besluit wapens en munitie; of -b. de bij of krachtens de Schepenwet voorgeschreven reddingsmiddelen en voorzieningen; +b. reddingmiddelen en voorzieningen als bedoeld in bijlage XIA van het Schepenbesluit 1965; aan boord van het vaartuig tot de uitrusting waarvan zij redelijkerwijs behoren. @@ -97,38 +98,25 @@ d. voldoende sterk en bestand zijn tegen normale behandeling en normale vervoers **1.** -Een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 27 van de wet bevat in elk geval de volgende gegevens: +Bij ministeriële regeling worden gevaarlijke stoffen aangewezen als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet: -a. de herkomst en bestemming van het vervoer waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd, -b. indien een ontheffing voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden wordt aangevraagd, de te verwachten hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke stof die vervoerd wordt binnen die termijn, -c. indien een ontheffing voor onbepaalde tijd wordt aangevraagd of voor een termijn van meer dan twaalf maanden, de te verwachten hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke stof die vervoerd wordt gedurende twaalf aaneengesloten maanden, -d. het type vervoermiddel waarmee de betrokken gevaarlijke stof wordt vervoerd, -e. een vermelding van de periode van de dag, van de maand of van het jaar waarin het vervoer zal plaatsvinden, voor zover deze informatie beschikbaar is, en -f. een onderbouwing dat vervoer van de betrokken gevaarlijke stof over een andere route of door middel van een andere vervoersmodaliteit redelijkerwijs niet kan worden gevergd. +a. voor zover de gevaarzetting van de desbetreffende stof daartoe aanleiding geeft; +b. in nader te bepalen hoeveelheden. **2.** -Een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, van de wet bevat tevens gegevens en bescheiden waaruit blijkt: +Tot de stoffen, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval gerekend de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *b* van de wet: -a. of en in welke mate door de maatregel een beperking van de kans op of de effecten van een ongeval gedurende het vervoer is te verwachten, en -b. of de toepassing van de maatregel gedurende het vervoer is verzekerd. +a. onder 1°; +b. onder 2°, voor zover deze stoffen in het ADR als giftig worden aangemerkt; +c. onder 3°, 5°, 6°, 7°, 9° en 11°, voor zover deze stoffen in het ADR als zeer gevaarlijk worden aangemerkt. -**3.** Een aanvraag om een ontheffing met betrekking tot het spoorvervoer van chloor en ammoniak als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet bevat tevens een onderbouwing van het maatschappelijk belang van dat vervoer. +**3.** -**4.** +Bij ministeriële regeling kunnen voor het vervoer over de binnenwateren of over de spoorwegen gevaarlijke stoffen, in nader te bepalen gevallen, worden aangewezen als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet: -Aan een ontheffing als bedoeld in artikel 27 van de wet kunnen beperkingen worden verbonden die betrekking hebben op: - -a. de hoeveelheid van de te vervoeren gevaarlijke stof; -b. de wijze waarop het vervoer van de betrokken gevaarlijke stof plaatsvindt; -c. de termijn waarvoor de ontheffing geldt; -d. de periode van de dag, van de maand of van het jaar waarin het vervoer van de betrokken gevaarlijke stof is toegestaan; -e. de toegestane duur van oponthoud en onderbrekingen tijdens het vervoer; -f. indien het vervoer per trein plaatsvindt, de samenstelling of de snelheid van de trein. - -**5.** Aan een ontheffing ten aanzien van het spoorvervoer van chloor en ammoniak als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet, wordt de beperking verbonden dat deze alleen geldt op daarbij aangewezen hoofdspoorwegen. - -**6.** Dit artikel is niet van toepassing op een ontheffing op verzoek van Onze Minister van Defensie als bedoeld in artikel 27, derde en vijfde lid, van de wet. +a. voor zover de gevaarzetting van de desbetreffende stof daartoe aanleiding geeft; +b. in nader te bepalen hoeveelheden.Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ADR gelezen wordt: ADNR onderscheidenlijk RID. ### Paragraaf 3. Overgangs- en slotbepalingen