2012-04-01 | BWBR0012791 | Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
This commit is contained in:
parent
f50b42a414
commit
6a6c1e1eb7
1 changed files with 60 additions and 35 deletions
|
|
@ -10,7 +10,7 @@ citeertitel: Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
|
|||
|
||||
# Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
|
|
@ -19,16 +19,29 @@ citeertitel: Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. de wet: het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
b. een DNA-onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, eerste volzin, of vierde lid, eerste volzin, 151b, eerste volzin, 195a, eerste lid, eerste volzin, 195b, eerste lid, eerste volzin, of 195d, eerste lid, van de wet dan wel artikel 2, derde lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden;
|
||||
b. een DNA-onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, eerste volzin, of zesde lid, eerste volzin, 151b, eerste lid, eerste volzin, 151d, eerste lid, eerste volzin, 151da, eerste lid, eerste volzin, 195a, eerste lid, eerste volzin, 195b, eerste lid, eerste volzin, 195d, eerste lid, eerste volzin, 195f, eerste lid, eerste volzin, of 195g, eerste lid, eerste volzin, van de wet dan wel artikel 2, vierde lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden;
|
||||
c. de DNA-databank: de DNA-databank voor strafzaken, bedoeld in artikel 14, eerste lid;
|
||||
d. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
d. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
e. opsporingsambtenaar: een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Politiewet 1993, een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van die wet, voorzover deze is aangesteld voor de uitvoering van taken op het terrein van de technische recherche, of een militair van de Koninklijke marechaussee als bedoeld in artikel 141, onder c, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
f. veroordeelde: een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, of tweede lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden;
|
||||
g. het instituut: het Nederlands Forensisch Instituut;
|
||||
h. NEN-EN ISO/IEC 17025: Algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde in april 2000.
|
||||
g. onbekende verdachte: de verdachte, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de wet van wie in het kader van het strafbare feit celmateriaal in beslag genomen is of veilig gesteld is;
|
||||
h. het instituut: het Nederlands Forensisch Instituut;
|
||||
i. NEN-EN ISO/IEC 17025: Algemene eisen voor de bekwaamheid van beproevings- en kalibratielaboratoria, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde in januari 2007.
|
||||
|
||||
**2.** Met een veroordeling die in kracht van gewijsde is gegaan wordt voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld een strafbeschikking die onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Als misdrijven als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de wet, ten aanzien waarvan de hulpofficier van justitie de bevoegdheid heeft een DNA-onderzoek op basis van celmateriaal van een onbekende verdachte te verrichten, worden aangewezen de misdrijven, bedoeld in de artikelen 310 en 311, eerste lid, onderdelen 1°, 4° en 5°, van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
Als uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van een onbekende verdachte of een onbekend slachtoffer waarop een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151d, eerste lid, eerste volzin, of artikel 195f, eerste lid, eerste volzin, van de wet gericht kan zijn, worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. het geslacht;
|
||||
b. het ras;
|
||||
c. de oogkleur.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Wijze van afnemen van celmateriaal en waarborgen voor een zorgvuldige behandeling en registratie van afgenomen en inbeslaggenomen celmateriaal
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -86,7 +99,7 @@ c. ervoor zorgt dat het celmateriaal, bedoeld onder b, zo spoedig mogelijk in ee
|
|||
|
||||
**2.** De opsporingsambtenaar voorziet het proces-verbaal van de inbeslagneming van het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, van een identiteitszegel dat gelijk is aan het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid. Indien het te onderzoeken celmateriaal van een bekende verdachte is, vermeldt hij in het proces-verbaal diens naam en geboortedatum, -plaats en -land of, indien deze onbekend zijn, andere gegevens waarmee diens identiteit kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, na een opdracht van de officier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris tot het daaraan verrichten van DNA-onderzoek, zo spoedig mogelijk in een verpakking die hij heeft voorzien van een of meer sluitzegels bij het instituut wordt bezorgd.
|
||||
**3.** De opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, na een opdracht van de officier van justitie, de hulpofficier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris tot het daaraan verrichten van DNA-onderzoek, zo spoedig mogelijk in een verpakking die hij heeft voorzien van een of meer sluitzegels bij het instituut wordt bezorgd.
|
||||
|
||||
**4.** Voorzover een voorwerp waarop vermoedelijk celmateriaal van de veroordeelde aanwezig is, in beslag is genomen, verricht de functionaris, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder g, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of artikel 1, onder h, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, de handelingen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -101,13 +114,13 @@ Het instituut legt inzake het celmateriaal, bedoeld in de artikelen 2, derde lid
|
|||
a. de datum waarop het is ontvangen,
|
||||
b. het nummer van het identiteitszegel, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder a en b, en 5, eerste en tweede lid, alsmede het proces-verbaalnummer van de strafzaak waarin het celmateriaal is afgenomen en het parketnummer,
|
||||
c. een aanduiding van het misdrijf in verband waarmee het DNA-onderzoek wordt verricht alsmede van de maximale gevangenisstraf die op dat misdrijf is gesteld,
|
||||
d. de naam van de officier van justitie onderscheidenlijk rechter-commissaris die de opdracht tot het verrichten van DNA-onderzoek heeft gegeven,
|
||||
d. de naam van de officier van justitie, de hulpofficier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris die de opdracht tot het verrichten van DNA-onderzoek heeft gegeven,
|
||||
e. de naam van het laboratorium dat het DNA-onderzoek zal verrichten en de datum waarop het celmateriaal naar dat laboratorium is verzonden, tenzij het DNA-onderzoek in het laboratorium van het instituut zal worden verricht, en
|
||||
f. in geval van celmateriaal van een bekende persoon, de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van deze persoon of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, alsmede het aan hem toegekende strafrechtsketennummer.
|
||||
|
||||
**2.** Voorts worden inzake het celmateriaal gegevens vastgelegd die van belang zijn in verband met het tijdstip waarop het bijbehorende DNA-profiel uit de DNA-databank dient te worden verwijderd. De Justitiële Informatiedienst stelt het instituut daartoe in kennis van veroordelingen die in kracht van gewijsde zijn gegaan in zaken waarin DNA-onderzoek heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het celmateriaal van een veroordeelde of een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, is het eerste lid, onder b, voorzover dit betrekking heeft op het proces-verbaalnummer van de strafzaak waarin het celmateriaal is afgenomen en het parketnummer, niet van toepassing.
|
||||
**3.** Ten aanzien van het celmateriaal van een veroordeelde of een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder f, is het eerste lid, onder b, voorzover dit betrekking heeft op het proces-verbaalnummer van de strafzaak waarin het celmateriaal is afgenomen en het parketnummer, niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister is voor het centrale register, bedoeld in het eerste lid, verantwoordelijk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -132,7 +145,7 @@ b. een laboratorium dat gevestigd is in het buitenland, door een met de Raad voo
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het DNA-onderzoek, bedoeld in artikel 151a, vierde lid, eerste volzin, of artikel 195b, eerste lid, eerste volzin, van de wet wordt niet verricht door:
|
||||
Het DNA-onderzoek, bedoeld in artikel 151a, zesde lid, eerste volzin, of artikel 195b, eerste lid, eerste volzin, van de wet wordt niet verricht door:
|
||||
|
||||
a. de deskundige die het DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, eerste volzin, onderscheidenlijk artikel 195a, eerste lid, eerste volzin, van de wet heeft verricht, dan wel
|
||||
b. een deskundige die aan hetzelfde laboratorium is verbonden als de deskundige, bedoeld onder a.
|
||||
|
|
@ -147,7 +160,7 @@ b. een deskundige die aan hetzelfde laboratorium is verbonden als de deskundige,
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De deskundige verricht het DNA-onderzoek binnen de termijn die de officier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris die de opdracht tot het verrichten van het DNA-onderzoek heeft gegeven, heeft gesteld. De termijn wordt na overleg met het instituut vastgesteld.
|
||||
**1.** De deskundige verricht het DNA-onderzoek binnen de termijn die de officier van justitie, de hulpofficier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris die de opdracht tot het verrichten van het DNA-onderzoek heeft gegeven, heeft gesteld. De termijn wordt na overleg met het instituut vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De deskundige verricht het DNA-onderzoek volgens een van de methoden die zijn goedgekeurd bij het verlenen van de accreditatie aan het laboratorium waaraan hij is verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -168,22 +181,24 @@ d. de resultaten en de conclusies van het DNA-onderzoek.
|
|||
|
||||
De deskundige doet uiterlijk een week na dagtekening van het verslag:
|
||||
|
||||
a. het verslag toekomen aan de officier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris,
|
||||
a. het verslag toekomen aan de officier van justitie, de hulpofficier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris,
|
||||
b. een afschrift van het verslag toekomen aan het instituut, alsmede het DNA-profiel dat uit het DNA-onderzoek is verkregen, en
|
||||
c. een afschrift van het verslag toekomen aan de opsporingsambtenaar die betrokken is bij het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk vooronderzoek in het kader waarvan het DNA-onderzoek is verricht waarover de deskundige het verslag heeft opgesteld, met dien verstande dat dit afschrift geen DNA-profiel bevat.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid, onder a en c, is niet van toepassing ingeval het DNA-onderzoek ingevolge een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is verricht en het DNA-profiel van de veroordeelde niet overeenkomt met een ander in de DNA-databank vastgelegd DNA-profiel.
|
||||
**4.** Indien de deskundige het verslag, bedoeld in het derde lid, aan de hulpofficier van justitie doet toekomen, doet hij het tevens toekomen aan de officier van justitie.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**5.** Het derde lid, onder a en c, is niet van toepassing ingeval het DNA-onderzoek ingevolge een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is verricht en het DNA-profiel van de veroordeelde niet overeenkomt met een ander in de DNA-databank vastgelegd DNA-profiel.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De directeur van het instituut meldt de officier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk of:
|
||||
|
||||
a. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal van een bekende persoon overeenkomt met het DNA-profiel dat in verband met hetzelfde strafbare feit is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, dat toebehoort aan een onbekende verdachte, dan wel overeenkomt met een ander DNA-profiel dat is vastgelegd in de DNA-databank of
|
||||
b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende verdachte, overeenkomt met een DNA-profiel dat is vastgelegd in de DNA-databank.
|
||||
|
||||
**6.** In geval van artikel 2, vierde lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geeft de officier van justitie de functionaris, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder g, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of artikel 1, onder h, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen schriftelijk kennis van de uitslag van het DNA-onderzoek.
|
||||
**7.** In geval van artikel 2, vijfde lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geeft de officier van justitie de functionaris, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder g, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of artikel 1, onder h, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen schriftelijk kennis van de uitslag van het DNA-onderzoek.
|
||||
|
||||
**7.** De officier van justitie geeft een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, schriftelijk kennis van de uitslag van het DNA-onderzoek indien zijn DNA-profiel overeenkomt met een ander verwerkt DNA-profiel en het belang van het onderzoek dat toelaat.
|
||||
**8.** De officier van justitie geeft een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder f, schriftelijk kennis van de uitslag van het DNA-onderzoek indien zijn DNA-profiel overeenkomt met een ander verwerkt DNA-profiel en het belang van het onderzoek dat toelaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -193,7 +208,7 @@ b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5,
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Het aan de verdachte in rekening te brengen deel van de kosten, bedoeld in de artikelen 151a, vijfde lid, en 195b, tweede lid, van de wet, voor het verrichten van een DNA-onderzoek op verzoek van de verdachte bedraagt € 136.
|
||||
**1.** Het aan de verdachte in rekening te brengen deel van de kosten, bedoeld in de artikelen 151a, zevende lid, en 195b, tweede lid, van de wet, voor het verrichten van een DNA-onderzoek op verzoek van de verdachte bedraagt € 136.
|
||||
|
||||
**2.** Een DNA-onderzoek op verzoek van de verdachte wordt niet verricht dan nadat hij het bedrag, genoemd in het eerste lid, aan het instituut heeft betaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,9 +216,14 @@ b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5,
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Het instituut bewaart na afloop van een DNA-onderzoek zoveel celmateriaal als noodzakelijk is met het oog op een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151a, vierde lid, eerste volzin, of artikel 195b, eerste lid, eerste volzin, van de wet dan wel met het oog op het opnieuw bepalen van het bijbehorende, in de DNA-databank vastgelegde DNA-profiel.
|
||||
**1.** Het instituut bewaart na afloop van een DNA-onderzoek zoveel celmateriaal als noodzakelijk is met het oog op een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151a, zesde lid, eerste volzin, of artikel 195b, eerste lid, eerste volzin, van de wet dan wel met het oog op het opnieuw bepalen van het bijbehorende, in de DNA-databank vastgelegde DNA-profiel.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid vernietigt het instituut het celmateriaal van een derde terstond indien is vastgesteld dat het bijbehorende DNA-profiel niet overeenkomt met het DNA-profiel dat in verband met hetzelfde strafbare feit is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende verdachte.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid vernietigt het instituut het celmateriaal van een derde terstond:
|
||||
|
||||
a. indien is vastgesteld dat het bijbehorende DNA-profiel niet overeenkomt met het DNA-profiel dat in verband met hetzelfde strafbare feit is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende verdachte, of met het DNA-profiel van een overleden slachtoffer van een misdrijf, dan wel
|
||||
b. zodra de derde het instituut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn celmateriaal heeft ingetrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het celmateriaal van een overleden slachtoffer van een strafbaar feit, met dien verstande dat het instituut diens celmateriaal bewaart met het oog op het opsporen en vervolgen van de dader van het strafbare feit als gevolg waarvan het slachtoffer is overleden of waarbij het slachtoffer was betrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -213,7 +233,7 @@ b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5,
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Er is een DNA-databank voor strafzaken die tot doel heeft de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten te bevorderen.
|
||||
**1.** Er is een DNA-databank voor strafzaken die tot doel heeft het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten en het vaststellen van de identiteit van een lijk te bevorderen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister is voor de DNA-databank verantwoordelijk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -223,15 +243,18 @@ b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5,
|
|||
|
||||
Het instituut legt in de DNA-databank het nummer van het identiteitszegel, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, vast, alsmede
|
||||
|
||||
a. het bijbehorende DNA-profiel van overleden slachtoffers van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet,
|
||||
b. het bijbehorende DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van onbekende personen,
|
||||
c. het bijbehorende DNA-profiel van verdachten ter zake van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet,
|
||||
d. het bijbehorende DNA-profiel van veroordeelden ter zake van misdrijven als omschreven in het zesde lid, dan wel
|
||||
e. het bijbehorende DNA-profiel van personen die hun straf of maatregel volledig hebben ondergaan ter zake van misdrijven als omschreven in het zesde lid en die schriftelijk hebben toegestemd in het afnemen van celmateriaal ten behoeve van het bepalen en verwerken van hun DNA-profiel.
|
||||
a. het bijbehorende DNA-profiel van onbekende en bekende overleden slachtoffers van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet,
|
||||
b. het bijbehorende DNA-profiel van personen van wie vermoed wordt dat zij als gevolg van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet, vermist zijn,
|
||||
c. het bijbehorende DNA-profiel van onbekende verdachten,
|
||||
d. het bijbehorende DNA-profiel van verdachten ter zake van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet,
|
||||
e. het bijbehorende DNA-profiel van veroordeelden ter zake van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet, dan wel
|
||||
f. het bijbehorende DNA-profiel van personen die hun straf of maatregel volledig hebben ondergaan ter zake van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet en die schriftelijk hebben toegestemd in het afnemen van celmateriaal ten behoeve van het bepalen en verwerken van hun DNA-profiel.
|
||||
|
||||
**5.** De directeur van het instituut kan de DNA-profielen die in de DNA-databank zijn vastgelegd, opnieuw bepalen indien de stand van de techniek dat noodzakelijk maakt. Hij kan tevens de in de DNA-databank vastgelegde DNA-profielen onderling vergelijken met het oog op het doel, bedoeld in het eerste lid, en leden van het openbaar ministerie en met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht van de resultaten daarvan in kennis stellen.
|
||||
**5.** De directeur van het instituut kan de DNA-profielen die in de DNA-databank zijn vastgelegd, opnieuw bepalen indien de stand van de techniek dat noodzakelijk maakt.
|
||||
|
||||
**6.** Misdrijven als bedoeld in het vierde lid, onder d en e, zijn de misdrijven als omschreven in de artikelen 92 tot en met 95a, 108 tot en met 110, 115 tot en met 117, 121, 121a, 123, 123a, 124, 124a, 141, 157, 179, 240b, 242 tot en met 247, 248a, 248b, 249, 250, eerste lid, onder 1°, en tweede lid, 252, tweede en derde lid, 256, 273f, 278, 279, tweede lid, 281, eerste lid, onder 2°, 282, 282a, 285a, 285b, 287 tot en met 291, 293, 296, 300, eerste tot en met derde lid, 301, 302 en 303, 307, tweede lid, 312, 317, 385a, 385b, 385d, 395, tweede lid, onder 2° en 3°, en 396 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 118, 119, 120, onderdeel 1°, 122, 142, eerste en tweede lid, 143, eerste lid, en 159 van het Wetboek van Militair Strafrecht, artikel 5, tweede lid, van de Wet oorlogsstrafrecht, de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, onder a, b en f tot en met k, 5, eerste lid, onder a tot en met c, tweede lid, onder a, b, c, onderdelen 1° en 5°, en d, onderdeel 3°, derde lid, onder a tot en met e, vijfde lid, onder a tot en met c, j, m en o, en zesde lid, onder a, b en d, 6, eerste lid, onder a en c, tweede lid en derde lid, onder a en c, 7, tweede lid, onder a tot en met c, en 8, eerste lid en tweede lid, onder b, van de Wet internationale misdrijven, artikel 175, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 122, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, voorzover dit artikel betrekking heeft op artikel 36, eerste lid, van die wet.
|
||||
**6.** De directeur van het instituut kan de DNA-profielen die in de DNA-databank zijn vastgelegd, onderling vergelijken met het oog op het doel, bedoeld in het eerste lid. Indien de vergelijking een positief resultaat heeft, stelt hij de officier van justitie of de rechter-commissaris van dit resultaat in kennis.
|
||||
|
||||
**7.** De directeur van het instituut kan de DNA-profielen van de personen die ingevolge artikel 4:2, eerste lid, onder k, onderdeel 4°, van het Besluit politiegegevens aan de Minister van Veiligheid en Justitie worden verstrekt, vergelijken met de DNA-profielen van de personen, bedoeld in het vierde lid, onder d tot en met f. Indien de vergelijking een positief resultaat heeft, stelt hij de officier van justitie of de rechter-commissaris en het Korps landelijke politiediensten van dit resultaat in kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -240,7 +263,7 @@ e. het bijbehorende DNA-profiel van personen die hun straf of maatregel volledig
|
|||
Rechtstreekse toegang tot de DNA-databank hebben:
|
||||
|
||||
a. de ambtenaren die werkzaam zijn binnen het instituut, voorzover zij deze nodig hebben voor een goede vervulling van de aan hen door Onze Minister opgedragen taak, en
|
||||
b. de medewerkers van de nationale contactpunten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (Pb. EU L 210), voor zover zij deze nodig hebben ter uitvoering van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, van dat besluit en het de DNA-profielen van de personen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder b tot en met e, betreft.
|
||||
b. de medewerkers van de nationale contactpunten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (Pb. EU L 210), voor zover zij deze nodig hebben ter uitvoering van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, van dat besluit en het de DNA-profielen van de personen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder c tot en met f, betreft.
|
||||
|
||||
De binnen het instituut werkzame ambtenaren hebben tevens rechtstreekse toegang tot het centrale register, bedoeld in artikel 6, voorzover zij deze nodig hebben voor een goede vervulling van de aan hen door Onze Minister opgedragen taak.
|
||||
|
||||
|
|
@ -251,14 +274,14 @@ Het instituut verstrekt slechts gegevens uit de DNA-databank en het centrale reg
|
|||
a. de met vervolging belaste leden van de rechterlijke macht, voorzover zij deze nodig hebben voor de toepassing van het strafrecht, daarin begrepen de uitvoering van een verzoek om rechtshulp als bedoeld in artikel 552h van de wet, of voor de uitvoering van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden,
|
||||
b. de met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht, voorzover zij deze nodig hebben voor de toepassing van het strafrecht,
|
||||
c. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid van de Politiewet 1993, en de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voorzover zij deze nodig hebben voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde,
|
||||
d. het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993, voorzover het deze nodig heeft voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, en
|
||||
d. het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993, voorzover het deze nodig heeft voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, en ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de overleden slachtoffers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder a, en
|
||||
e. de Justitiële Informatiedienst, voorzover het deze nodig heeft ten behoeve van het ondersteunen van de leden van de rechterlijke macht, de ambtenaren van politie en de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld onder c, en het Centraal Justitieel Incassobureau, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, bij de uitvoering van hun taken.
|
||||
|
||||
**3.** Het instituut beperkt de verstrekking van gegevens aan de ambtenaren van politie en de militairen van de Koninklijke Marechaussee, bedoeld in het tweede lid, onder c, tot de naam van degene wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd, alsmede zijn geboortedatum, -plaats en -land of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, alsmede het parketnummer dat bij het DNA-profiel hoort.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het instituut beperkt de verstrekking van gegevens aan het Korps landelijke politiediensten tot de strafzaken die nog niet zijn opgelost en in het kader waarvan een opdracht tot DNA-onderzoek is gegeven, waarbij vermelding plaatsvindt
|
||||
Het instituut verstrekt aan het Korps landelijke politiediensten ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de overleden slachtoffers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder a, hun DNA-profielen, voor zover de identiteit van deze personen onbekend is, en beperkt de verstrekking van gegevens, voor zover het deze nodig heeft voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, tot de strafzaken die nog niet zijn opgelost en in het kader waarvan een opdracht tot DNA-onderzoek is gegeven, waarbij vermelding plaatsvindt
|
||||
|
||||
a. van het feit dat in die strafzaken geen celmateriaal is gevonden waaruit het DNA-profiel van een onbekende of bekende verdachte is verkregen, alsmede van de bij die strafzaken behorende proces-verbaalnummers,
|
||||
b. van het feit dat in die strafzaken celmateriaal is gevonden waaruit het DNA-profiel van een of meer onbekende of bekende verdachten is verkregen, alsmede van de bij die strafzaken behorende proces-verbaalnummers en de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de bekende verdachte of verdachten of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee de identiteit van de verdachte of de verdachten kan worden vastgesteld en
|
||||
|
|
@ -304,7 +327,7 @@ c. na het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring.
|
|||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde wegens een misdrijf als bedoeld in de artikelen 240b tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht na tachtig jaar vernietigd.
|
||||
|
||||
**5.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank of zodra deze persoon het instuut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn DNA-profiel heeft ingetrokken.
|
||||
**5.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder f, twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank of zodra deze persoon het instuut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn DNA-profiel heeft ingetrokken.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -315,15 +338,17 @@ b. twaalf jaar na vastlegging in de DNA-databank indien het slachtoffer is overl
|
|||
|
||||
**7.** In afwijking van het zesde lid bewaart het instituut het DNA-profiel van een overleden slachtoffer tachtig jaar indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld.
|
||||
|
||||
**8.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een onbekende verdachte overeenkomstig de termijnen, genoemd in het zesde en zevende lid.
|
||||
**8.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een vermist persoon overeenkomstig de termijnen, genoemd in het zesde en zevende lid, of zodra die persoon niet langer vermist is.
|
||||
|
||||
**9.** In afwijking van het achtste lid vernietigt het instituut het DNA-profiel van een onbekende verdachte zodra is vastgesteld dat het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde overeenkomt met dat DNA-profiel, en het openbaar ministerie het instituut ervan in kennis heeft gesteld dat diens veroordeling in verband met dat strafbare feit in kracht van gewijsde is gegaan of zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft voorgedaan en er geen sprake is van een veroordeling die in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het DNA-profiel van een overleden slachtoffer. Vernietiging van het DNA-profiel van een onbekende verdachte of het overleden slachtoffer kan telkens tien jaar worden uitgesteld indien de verdachte of veroordeelde daartoe schriftelijk een verzoek heeft ingediend bij het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie doet hem schriftelijk mededeling van de mogelijkheid een verzoek als bedoeld in de vorige zin in te dienen.
|
||||
**9.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een onbekende verdachte overeenkomstig de termijnen, genoemd in het zesde en zevende lid.
|
||||
|
||||
**10.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste tot en met negende lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b.
|
||||
**10.** In afwijking van het negende lid vernietigt het instituut het DNA-profiel van een onbekende verdachte zodra is vastgesteld dat het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde overeenkomt met dat DNA-profiel, en het openbaar ministerie het instituut ervan in kennis heeft gesteld dat diens veroordeling in verband met dat strafbare feit in kracht van gewijsde is gegaan of zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft voorgedaan en er geen sprake is van een veroordeling die in kracht van gewijsde is gegaan. Vernietiging van het DNA-profiel van een onbekende verdachte kan telkens tien jaar worden uitgesteld indien de verdachte of veroordeelde daartoe schriftelijk een verzoek heeft ingediend bij het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie doet hem schriftelijk mededeling van de mogelijkheid een verzoek als bedoeld in de vorige zin in te dienen.
|
||||
|
||||
**11.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**11.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste tot en met tiende lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b.
|
||||
|
||||
**12.** De Justitiële Informatiedienst verstrekt de informatie die deze dienst ingevolge artikel 8 van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden van het openbaar ministerie heeft verkregen, door aan het instituut, voor zover die informatie nodig is om te kunnen voldoen aan het eerste tot en met vierde lid. Het openbaar ministerie verstrekt het instituut de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan het vijfde tot en met negende lid.
|
||||
**12.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**13.** De Justitiële Informatiedienst verstrekt de informatie die deze dienst ingevolge artikel 8 van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden van het openbaar ministerie heeft verkregen, door aan het instituut, voor zover die informatie nodig is om te kunnen voldoen aan het eerste tot en met vierde lid. Het openbaar ministerie verstrekt het instituut de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan het vijfde tot en met tiende lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue