2024-10-01 | BWBR0050183 | Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

This commit is contained in:
Coornhert 2024-10-01 12:00:00 +00:00
parent f9093a4be8
commit 6adcfc37ca

View file

@ -343,12 +343,10 @@ c. al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet e
1°. indien de veehouderijonderneming bij het bevoegd gezag een omgevingsrechtelijke melding heeft gedaan dat op de te verlaten veehouderijlocatie niet langer landbouwhuisdieren worden gehouden door de veehouderijonderneming; of
2°. indien het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit voor de te verlaten veehouderijlocatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de te verlaten veehouderijlocatie landbouwhuisdieren te houden;
d. indien de veehouder beschikt over een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor de te verlaten veehouderijlocatie, deze vergunning is ingetrokken, tenzij onderdeel e van toepassing is;
e. in het geval de veehouder op de locatie na de sluiting andere activiteiten verricht die stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied:
e. in het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen:
1°. gedeputeerde staten een besluit heeft genomen op grond van artikel 11.9 in samenhang met artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
2°. door het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is verleend waaraan een voorschrift is verbonden;
op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend en, ingeval van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, dat de daarmee gemoeide ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied niet in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
1°. op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend,
2°. waarbij voor zover het besluit een wijziging van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit betreft de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming;
f. indien het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de te verlaten veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het omgevingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderijonderneming kan worden gevestigd;
g. indien de veehouder zich met gebruikmaking van de in bijlage 3 bij de regeling opgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om:
@ -564,8 +562,8 @@ d. indien de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europ
Bij de in het vierde lid bedoelde informatieverstrekking worden de volgende bescheiden gevoegd:
a. een kopie van de omgevingsrechtelijke melding, dan wel intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel c;
b. een kopie van het besluit, of indien het besluit nog niet is vastgesteld, het ingediende verzoek om een besluit, tot intrekking van de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of, indien op de locatie na de sluiting andere activiteiten worden verricht, de berekening van de stikstofdepositie als gevolg van die activiteiten;
c. indien uit de in onderdeel b bedoelde berekening blijkt dat deze activiteiten stikstofdepositie op overbelast Natura 2000-gebied veroorzaken: een kopie van het besluit van gedeputeerde staten respectievelijk het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel e;
b. een kopie van het besluit, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel d, of, indien dit besluit nog niet is vastgesteld, van de aanvraag daartoe; of
c. indien op de locatie na de sluiting andere activiteiten worden verricht, een kopie van het besluit, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel e, of, indien dit besluit nog niet is vastgesteld, van de aanvraag daartoe;
d. een kopie van het verzoek, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel f, en van een bericht van de gemeente waaruit blijkt dat het verzoek in behandeling is genomen.
**7.** De subsidieontvanger houdt zich aan de verplichtingen die hij jegens de Staat der Nederlanden is aangegaan op grond van artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g.