2010-10-01 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
This commit is contained in:
parent
eb24f9acf3
commit
6b39ffbd38
1 changed files with 15 additions and 33 deletions
|
|
@ -259,11 +259,11 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt ten aanzien van emissies
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
*bevoegd gezag*: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1 van de wet, alsmede het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de wet voor de betrokken inrichting te verlenen of de beheerder, indien het lozen betreft als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
|
||||
*bevoegd gezag*: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1 van de wet, alsmede het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen of de beheerder, indien het lozen betreft als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
|
||||
|
||||
*inrichting type A*: een inrichting:
|
||||
|
||||
a. waarvoor op grond van artikel 8.1 van de wet geen vergunning is vereist;
|
||||
a. waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
|
||||
b. waar, indien binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn, in de periode tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld vier of minder transportbewegingen, als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer dan 3500 kilogram is;
|
||||
c. waarbij mede op basis van de aard van de inrichting, niet aannemelijk is dat in enig vertrek van de inrichting het equivalente geluidsniveau (Leq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -288,11 +288,11 @@ g. waarbinnen geen van de in hoofdstukken 3 en 4 alsmede de in de hoofdstukken 3
|
|||
12°. het opslaan in verpakking van maximaal 50 liter gasolie of biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;
|
||||
13°. het opslaan in verpakking van stoffen, niet zijnde gevaarlijke stoffen; en
|
||||
|
||||
*inrichting type B*: een inrichting waarvoor op grond van artikel 8.1 van de wet geen vergunning is vereist en die geen inrichting type A of C is;
|
||||
*inrichting type B*: een inrichting waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en die geen inrichting type A of C is;
|
||||
|
||||
*inrichting type C*: een inrichting:
|
||||
|
||||
a. die behoort tot een categorie van inrichtingen die op grond van artikel 8.1, tweede lid, van de wet is aangewezen;
|
||||
a. die behoort tot een categorie van inrichtingen die op grond van artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangewezen, voor zover daartoe geen gpbv-installatie behoort;
|
||||
b. die een landbouwinrichting is;
|
||||
c. die een glastuinbouwbedrijf type B als bedoeld in het Besluit glastuinbouw is; of
|
||||
d. die uitsluitend bestaat uit één of meer bassins voor het bewaren van dunne mest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van het Besluit mestbassins milieubeheer;
|
||||
|
|
@ -302,8 +302,6 @@ d. die uitsluitend bestaat uit één of meer bassins voor het bewaren van dunne
|
|||
a. een beschikking waarbij het bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
|
||||
b. een ontheffing waarbij het bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
|
||||
|
||||
*vergunning*: de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de wet;
|
||||
|
||||
*wet*: de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.3
|
||||
|
|
@ -348,7 +346,7 @@ e. hoofdstuk 1, afdelingen 2.1, 2.2, 2.4 en 2.10 en hoofdstuk 6 voor zover deze
|
|||
|
||||
### Artikel 1.5
|
||||
|
||||
De in artikel 8.1, tweede lid, van de wet bedoelde categorieën van inrichtingen worden in bijlage 1 genoemd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 1.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -442,13 +440,13 @@ a. 100 meter voor een windturbine met een rotordiameter vanaf 20 meter en tot 3
|
|||
b. 200 meter voor een windturbine met een rotordiameter vanaf 30 meter en tot 50 meter; en
|
||||
c. 300 meter voor een windturbine met een rotordiameter vanaf 50 meter.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan besluiten dat het overleggen van een rapport van een akoestisch onderzoek als bedoeld in het eerste, tweede, of derde lid niet is vereist, indien aannemelijk is dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L_Ar,LT) en de maximale geluidsniveaus (L_Amax) veroorzaakt door de inrichting niet meer bedragen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20, 6.12 dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de milieuvergunning, het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan besluiten dat het overleggen van een rapport van een akoestisch onderzoek als bedoeld in het eerste, tweede, of derde lid niet is vereist, indien aannemelijk is dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L_Ar,LT) en de maximale geluidsniveaus (L_Amax) veroorzaakt door de inrichting niet meer bedragen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20, 6.12 dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning, het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw.
|
||||
|
||||
**5.** Indien er een melding is gedaan als bedoeld in artikel 1.10, eerste of tweede lid, en aannemelijk is dat, in andere gevallen dan die genoemd in het eerste, tweede en derde lid, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L_Ar,LT) of het maximaal geluidsniveau (L_Amax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten of veroorzaakt door de verandering daarvan, meer bedragen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20, 6.12 dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de milieuvergunning, het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw, kan het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten dat binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn een rapport van een akoestisch onderzoek wordt overgelegd.
|
||||
**5.** Indien er een melding is gedaan als bedoeld in artikel 1.10, eerste of tweede lid, en aannemelijk is dat, in andere gevallen dan die genoemd in het eerste, tweede en derde lid, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L_Ar,LT) of het maximaal geluidsniveau (L_Amax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten of veroorzaakt door de verandering daarvan, meer bedragen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20, 6.12 dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning, het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw, kan het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten dat binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn een rapport van een akoestisch onderzoek wordt overgelegd.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag kan binnen vier weken na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 1.10, besluiten dat een rapport van een akoestisch onderzoek wordt overgelegd indien de inrichting is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en een rapport van een akoestisch onderzoek noodzakelijk is voor zonebeheer.
|
||||
|
||||
**7.** Uit het rapport van een akoestisch onderzoek blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of aan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20, 6.12 dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de milieuvergunning, het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw kan worden voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de in de eerste volzin bedoelde waarden worden overschreden.
|
||||
**7.** Uit het rapport van een akoestisch onderzoek blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of aan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20, 6.12 dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning, het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw kan worden voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de in de eerste volzin bedoelde waarden worden overschreden.
|
||||
|
||||
**8.** Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3229,7 +3227,7 @@ b. indien het lozen in een oppervlaktewaterlichaam plaatsvindt: paragraaf 4.1.5.
|
|||
|
||||
**2.** Degene die de inrichting drijft doet de melding, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na het tijdstip van het van toepassing worden van artikel 1.4, tweede of derde lid, op die inrichting. Afdeling 1.2 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op het tijdstip van het van toepassing worden van artikel 1.4, tweede lid, op een inrichting type B ten aanzien van die inrichting nog niet is beslist op een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 8.1 van de wet, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing en wordt de aanvraag om een vergunning aangemerkt als een melding overeenkomstig artikel 1.10.
|
||||
**3.** Indien op het tijdstip van het van toepassing worden van artikel 1.4, tweede lid, op een inrichting type B ten aanzien van die inrichting nog niet is beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een inrichting, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing en wordt de aanvraag om een vergunning aangemerkt als een melding overeenkomstig artikel 1.10.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -3255,6 +3253,10 @@ Voor de toepassing van dit besluit wordt als eerste dag van de termijn waarbinne
|
|||
|
||||
**5.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.30 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 van toepassing was, is dat artikel tot 1 januari 2013 van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.7a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.2. Overgangsrecht energiebesparing
|
||||
|
||||
### Artikel 6.8
|
||||
|
|
@ -3619,25 +3621,7 @@ van toepassing was of zou zijn geweest, zijn tot het tijdstip van inwerkingtredi
|
|||
|
||||
### Artikel 6.40
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd bijlage 1, gelden de in artikel 8.1, eerste lid, van de wet opgenomen verboden voor de volgende categorieën van inrichtingen:
|
||||
|
||||
a. inrichtingen waar gelegenheid wordt geboden voor het afmeren van pleziervaartuigen met een opslag van ingenomen afgewerkte olie, bilgewater en gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van onderhoud en reparatie van pleziervaartuigen in tanks met een maximale capaciteit van 150 kubieke meter;
|
||||
b. inrichtingen met een opslag van meer dan 35, maar minder dan 100 kubieke meter afgedankte apparatuur, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur die conform artikel 4 van die regeling zijn ingenomen bij het ter beschikking stellen van een nieuw product;
|
||||
c. inrichtingen voor het voor hergebruik geschikt maken van afgedankte apparatuur, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur voor zover deze apparatuur vanuit de inrichting ter beschikking wordt gesteld aan particulieren in Nederland en de opslagoppervlakte voor deze apparatuur maximaal 1.000 vierkante meter is;
|
||||
d. inrichtingen voor het opslaan van maximaal vier autowrakken in het kader van hulpverlening aan kentekenhouders door een daartoe aangewezen instantie of in het kader van onderzoek door politie of justitie, en inrichtingen waar onderhoud en reparatie van motorvoertuigen plaatsvindt en waar autowrakken worden opgeslagen indien deze inrichtingen op 31 december 2007 niet onder het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen vielen dan wel zouden vallen;
|
||||
e. inrichtingen met een opslag van gevaarlijke afvalstoffen ontstaan bij bouwwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden of herstelwerkzaamheden die buiten de inrichting zijn verricht door degene die de inrichting drijft, waarop op 31 december 2007:
|
||||
|
||||
1°. het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer;
|
||||
2°. het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer;
|
||||
3°. het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer;
|
||||
4°. het Besluit textielreinigingbedrijven milieubeheer; dan wel
|
||||
5°. het Besluit jachthavens milieubeheer,
|
||||
|
||||
niet van toepassing was dan wel zou zijn geweest.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.29. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -3676,6 +3660,4 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit algemene regels voor inrichtingen mili
|
|||
|
||||
## Bijlage 1. Lijst van vergunningplichtige inrichtingen
|
||||
|
||||
De in artikel 8.1, eerste lid van de wet opgenomen verboden gelden voor de volgende categorieën van inrichtingen:
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van ll blijven buiten beschouwing:
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue