2002-01-01 | BWBR0012065 | Aanpassingsbesluit van enige uitvoeringsbesluiten (belastingherziening 2001)
This commit is contained in:
parent
e12e2b643d
commit
6b7f9489c9
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -47,11 +47,11 @@ Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 3.127, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, juncto de in Hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Ra, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 opgenomen overgangsregeling voor de inhaal van pensioentekorten, worden de in de kalenderjaren 1994 tot en met 2000 niet aangewende bedragen berekend en in aanmerking genomen als volgt:
|
||||
Voor de toepassing van artikel 3.127, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, juncto de in Hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Ra, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 opgenomen overgangsregeling voor de inhaal van pensioentekorten, worden de in de kalenderjaren 1994 tot en met 2000 niet aangewende bedragen berekend en in aanmerking genomen als volgt:
|
||||
|
||||
a. berekend overeenkomstig de in artikel 3.127, eerste tot en met vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het kalenderjaar 2001 geldende grondslagen en bedragen, met dien verstande dat als bedragen, genoemd in artikel 3.127, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in aanmerking worden genomen de bedragen die gelden in het kalenderjaar waarin de niet aangewende bedragen aan premies voor lijfrenten zijn betaald of verrekend;
|
||||
a. berekend overeenkomstig de in artikel 3.127, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het kalenderjaar 2001 geldende grondslagen en bedragen, met dien verstande dat als bedragen, genoemd in artikel 3.127, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in aanmerking worden genomen de bedragen die gelden in het kalenderjaar waarin de niet aangewende bedragen aan premies voor lijfrenten zijn betaald of verrekend;
|
||||
b. berekend op basis van het persoonlijke inkomen, zoals dat op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat in die jaren luidde, is vastgesteld; en
|
||||
c. verminderd met de in de desbetreffende kalenderjaren gerealiseerde opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve, waarbij de vermindering in verband met de opbouw van pensioenaanspraken wordt berekend op basis van de in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 opgenomen uitgangspunten.
|
||||
c. verminderd met de in de desbetreffende kalenderjaren gerealiseerde opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve, waarbij de vermindering in verband met de opbouw van pensioenaanspraken wordt berekend op basis van de in artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 opgenomen uitgangspunten.
|
||||
|
||||
Op het aldus berekende bedrag aan ruimte worden vervolgens voor de berekening van de met ingang van het kalenderjaar 2001 alsnog in aanmerking te nemen bedragen, de ingevolge artikel 45a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat in die jaren luidde, in aanmerking genomen premies voor lijfrenten in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -67,7 +67,7 @@ Indien de belastingplichtige na 1 januari 1998 onder algemene titel vermogen ver
|
|||
|
||||
a. worden voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, tweede lid, onderdeel b, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 mede in aanmerking genomen de winstuitdelingen die door de verdwijnende rechtspersoon, volgens een bestendige gedragslijn, in de drie kalenderjaren die onmiddellijk voorafgaan aan 1 januari 2001, per jaar zijn verricht;
|
||||
b. wordt voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, tweede lid, onderdeel d, van die wet mede in aanmerking genomen het resultaat van de verdwijnende rechtspersoon;
|
||||
c. worden voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, zesde lid, van die wet mede in aanmerking genomen de winstuitdelingen die in totaliteit door de verdwijnende rechtspersoon in de periode van 1 januari 2001 tot het fusietijdstip zijn verricht en wordt mede in aanmerking genomen de waarde in het economische verkeer van het in dat lid bedoelde saldo van de verdwijnende rechtspersoon.
|
||||
c. worden voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, zesde lid, van die wet mede in aanmerking genomen de winstuitdelingen die in totaliteit door de verdwijnende rechtspersoon in de periode van 1 januari 2001 tot het fusietijdstip zijn verricht en wordt mede in aanmerking genomen de waarde in het economische verkeer van het in dat lid bedoelde saldo van de verdwijnende rechtspersoon.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue