2018-05-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2018-05-01 12:00:00 +00:00
parent 7b9f1e6e81
commit 6b9465f728

View file

@ -70,11 +70,12 @@ e. *sector Rijk:* de ambtelijke diensten van:
8° de Kanselarij der Nederlandse Orden;
9° het secretariaat van de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
10° de Raad voor de rechtspraak, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van beroep voor het bedrijfsleven, de niet rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en van de besturen van voornoemde gerechten daaronder begrepen, en de gemeenschappelijke diensten die twee of meer van de in dit onderdeel genoemde organisaties in stand houden;
11° het secretariaat van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden;
f. *bevoegd gezag:*
1° het tot aanstelling bevoegd gezag, bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid;
2° Onze Minister, indien aanstelling bij koninklijk besluit als bedoeld in artikel 7, derde lid geschiedt, of
3° de vicepresident van de Raad van State, het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, voor zover de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt en betrekking heeft op een functie bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, respectievelijk de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
3° de vicepresident van de Raad van State, het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of de voorzitter van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden, voor zover de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt en betrekking heeft op een functie bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, respectievelijk de toetsingscommissie inzet bevoegdheden.
**2.** Tenzij anders is bepaald wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder salaris onderscheidenlijk bezoldiging, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering, hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
@ -173,7 +174,7 @@ b. meer dan drie door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst
**8.** Het zesde lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een aanstelling, aangegaan voor niet meer dan drie maanden, die onmiddellijk volgt op een aanstelling van 36 maanden of langer.
**9.** Voorzover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State of het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten dient in het derde, het vierde, het zesde en het zevende lid voor Onze Minister telkens te worden gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer, respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
**9.** Voorzover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of het secretariaat van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden dient in het derde, het vierde, het zesde en het zevende lid voor Onze Minister telkens te worden gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer, respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State, de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of de voorzitter van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden.
### Artikel 6a
@ -1039,7 +1040,7 @@ In dit hoofdstuk en in hoofdstuk X wordt verstaan onder:
### Artikel 35a
Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State en het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dient voor Onze Minister telkens respectievelijk te worden gelezen het college van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het secretariaat van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden, dient voor Onze Minister telkens respectievelijk te worden gelezen het college van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State, de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of de voorzitter van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden.
### Paragraaf 2. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en het medisch advies
@ -3040,7 +3041,7 @@ Onze Minister draagt er zorg voor dat de ambtenaar, die in het overleg optreedt
### Artikel 118
De artikelen 113 tot en met 117 zijn van overeenkomstige toepassing op de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, met dien verstande dat voor Onze Minister telkens wordt gelezen respectievelijk de vice-president van de Raad van State, het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
De artikelen 113 tot en met 117 zijn van overeenkomstige toepassing op de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het secretariaat van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden, met dien verstande dat voor Onze Minister telkens wordt gelezen respectievelijk de vice-president van de Raad van State, het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de voorzitter van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden.
### Artikel 118a