2015-01-09 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
This commit is contained in:
parent
bcf46e2b9e
commit
6bd0461144
1 changed files with 70 additions and 29 deletions
|
|
@ -3940,21 +3940,23 @@ Let op! Voor deze bepaling geldt overgangsrecht. Zie de toelichting bij artikel
|
|||
|
||||
Het begrip inburgering is tweeledig: enerzijds moet de verzoeker beschikken over kennis van de Nederlandse taal en anderzijds moet hij zich hebben doen opnemen in de Nederlandse samenleving.
|
||||
|
||||
Sinds 1 april 2003 geldt dat er een diploma moet worden overgelegd als bewijs dat de verzoeker als ingeburgerd kan worden beschouwd. Per die datum is de naturalisatietoets geïntroduceerd (zie de toen geldende handleiding voor een nadere uitleg van die bepaling). Sinds 1 april 2007 is geregeld dat de naturalisatietoets het inburgeringsexamen is.
|
||||
Sinds 1 april 2003 geldt dat er een diploma moet worden overgelegd als bewijs dat de verzoeker als ingeburgerd kan worden beschouwd. Per die datum is de naturalisatietoets geïntroduceerd (zie de toen geldende handleiding voor een nadere uitleg van die bepaling). Sinds 1 april 2007 is geregeld dat de naturalisatietoets het inburgeringsexamen is.
|
||||
|
||||
Verzoekers die op of na 1 april 2007 een verzoek om naturalisatie hebben ingediend, moeten het in 2007 ingevoerde inburgeringsexamen hebben afgelegd. In sommige gevallen kan verzoeker in aanmerking komen voor een (gedeeltelijke) vrijstelling of ontheffing van het inburgeringsexamen. Op basis van een advies van de burgemeester stelt Onze Minister vast of verzoeker (gedeeltelijk) vrijgesteld is en beoordeelt hij of de verzoeker in aanmerking komt voor ontheffing.
|
||||
Verzoekers die op of na 1 april 2007 een verzoek om naturalisatie hebben ingediend, moeten het in 2007 ingevoerde inburgeringsexamen hebben afgelegd. In sommige gevallen kan verzoeker in aanmerking komen voor een (gedeeltelijke) vrijstelling of ontheffing van het inburgeringsexamen. Op basis van een advies van de burgemeester stelt Onze Minister vast of verzoeker (gedeeltelijk) vrijgesteld is en beoordeelt hij of de verzoeker in aanmerking komt voor ontheffing.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 april 2007 geldt een nieuwe procedure aangaande medische ontheffing en een verzwaarde eis aangaande de vrijsteling op basis van het WIN-certificaat. Ook zijn de vereisten voor een beroep op ontheffing op grond van het ondanks geleverde inspanningen redelijkerwijs niet kunnen behalen van het inburgeringsexamen verzwaard (door invoering van de toets gesproken Nederlands).
|
||||
Op 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd. Kort komt het erop neer dat het Elektronisch Praktijkexamen (EPE) en het decentraal praktijkexamen zijn vervallen. Tot 1 januari 2015 was er een overgangstermijn waarin kandidaten gebruik konden maken van de oude examens. In plaats van deze twee examens zijn er drie nieuwe examenonderdelen bij gekomen. De vaardigheden lezen, luisteren en schrijven in de Nederlandse taal op niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen van de verzoeker worden getoetst. De onderdelen Toets Gesproken Nederlands (TGN) en Kennis Nederlandse Samenleving (KNS) blijven bestaan.
|
||||
|
||||
Op 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd. Kort komt het erop neer dat het Elektronisch Praktijkexamen (EPE) en het decentraal praktijkexamen komen te vervallen. Er is nog wel een overgangstermijn tot 1 januari 2015 waarin kandidaten gebruik kunnen maken van deze examens. In plaats van deze twee examens zijn drie nieuwe examenonderdelen erbij gekomen. De vaardigheden lezen, luisteren en schrijven in de Nederlandse taal op niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen van de verzoeker worden getoetst. De onderdelen Toets Gesproken Nederlands (TGN) en Kennis Nederlandse Samenleving (KNS) blijven bestaan.
|
||||
Verzoekers die op 1 januari 2013 al bezig waren met het inburgeringsexamen zoals dit luidde tot 1 januari 2013, krijgen 2 jaar de tijd om het inburgeringsexamen oude stijl af te maken. Deze verzoekers konden er ook voor kiezen om het inburgeringsexamen oude stijl niet af te maken, maar het inburgeringsexamen nieuwe stijl af te leggen. Zie voor uitgebreidere informatie over het examen zoals dat tussen april 2007 en tot 1 januari 2015 werd afgenomen in oudere teksten van de Handleiding.
|
||||
|
||||
Verzoekers die op 1 januari 2013 al bezig zijn met het inburgeringsexamen zoals dit luidde tot 1 januari 2013, krijgen 2 jaar de tijd om het inburgeringsexamen oude stijl af te maken. Deze verzoekers kunnen er ook voor kiezen om het inburgeringsexamen oude stijl niet af te maken, maar het inburgeringsexamen nieuwe stijl af te leggen.
|
||||
Verzoekers die na 1 januari 2013 zijn begonnen met het afleggen van het inburgeringsexamen, zullen dus zowel het inburgeringsexamen oude stijl als nieuwe stijl kunnen doen.
|
||||
|
||||
Verzoekers die na 1 januari 2013 beginnen met het afleggen van het inburgeringsexamen, zullen dus zowel het inburgeringsexamen oude stijl als nieuwe stijl kunnen doen.
|
||||
Dit betekent dat in ieder geval vanaf 1 januari 2013 twee verschillende inburgeringsdiploma’s overgelegd kunnen worden.
|
||||
|
||||
Dit betekent dat in ieder geval vanaf 1 januari 2013 twee verschillende inburgeringsdiploma’s overgelegd kunnen worden.
|
||||
De taken met betrekking tot de uitvoering van de Wet inburgering zijn op 1 januari 2013 overgegaan van de gemeente naar de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. De Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO) voert deze taken in mandaat namens de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel uit. Het gaat hier om handhaving van de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtige vreemdelingen die op of na 1 januari 2013 rechtmatig verblijf krijgen in Nederland. De gemeente blijft de handhaving verzorgen van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 al rechtmatig verblijf hadden in Nederland.
|
||||
|
||||
De taken met betrekking tot de uitvoering van de Wet inburgering gaan op 1 januari 2013 over van de gemeente naar de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. De Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO) voert deze taken in mandaat namens de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel uit. Het gaat hier om handhaving van de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtige vreemdelingen die op of na 1 januari 2013 rechtmatig verblijf krijgen in Nederland. De gemeente blijft de handhaving verzorgen van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 al rechtmatig verblijf hadden in Nederland.
|
||||
Aan het inburgeringsexamen is aan het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving vanaf 1 januari 2015 het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt toegevoegd. Voor meer toelichting op het nieuwe examenonderdeel, zie de nota van Toelichting bij het Besluit van 16 oktober 2014 tot wijziging van het Besluit inburgering en het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de toevoeging van een praktijkexamen ten behoeve van de oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt aan het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving en enkele andere wijzigingen (Stb 2014, 404).
|
||||
|
||||
In het kader van de naturalisatietoets zijn twee categorieën vreemdelingen vrijgesteld van het afleggen van onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Zie hiervoor paragraaf 2.2.1 Gedeeltelijke vrijstelling.
|
||||
|
||||
#### 2. Procedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -3962,30 +3964,37 @@ De taken met betrekking tot de uitvoering van de Wet inburgering gaan op 1 janu
|
|||
|
||||
Aan de indiening van het verzoek om naturalisatie gaat een voorlichtingsfase vooraf, waarin de burgemeester de aspirant-verzoeker zal infomeren over het inburgeringsvereiste. In dit stadium behoeft deze laatste nog geen verzoek om naturalisatie in te dienen en dus ook geen naturalisatiegelden te voldoen. De burgemeester legt dan ook geen dossier aan, totdat door de verzoeker een verzoek om naturalisatie daadwerkelijk wordt ingediend. In de regel gebeurt dit pas nadat betrokkene het inburgeringsexamen heeft afgelegd en het bijbehorende inburgeringsdiploma kan overleggen.
|
||||
|
||||
De burgemeester verstrekt tijdens de voorlichtingsfase een brochure en informatie over het inburgeringsexamen en verwijst betrokkene naar de exameninstellingen als het gaat om het praktijkexamen oude stijl. Als betrokkene het inburgeringsexamen nieuwe stijl doet, dan verwijst de burgemeester betrokkene naar DUO. De exameninstellingen en meer informatie over het examen zijn terug te vinden op de site www.inburgeren.nl of www.kce.nl. De burgemeester wijst erop dat voor naturalisatie alle onderdelen van het examen moeten zijn behaald op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen.
|
||||
|
||||
Dit is het inburgeringsexamen oude stijl. Let op! Op grond van de overgangsperiode kan dit examen oude stijl tot 2015 worden gedaan.
|
||||
|
||||
Het examen bestaat uit twee onderdelen: een praktijkdeel en een centraal deel.
|
||||
|
||||
Het praktijkdeel van het examen bestaat uit een onderzoek naar de vijf taalvaardigheden: spreken, luisteren, lezen, schrijven en gespreksvaardigheid. Deze vaardigheden zijn verbonden aan veel voorkomende praktijksituaties die van groot belang zijn om voldoende te kunnen deelnemen in de Nederlandse samenleving. Het praktijkdeel bestaat uit een portfolio of assessment of een combinatie van beide. Dit praktijkdeel wordt afgenomen door exameninstellingen die door de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel daartoe zijn aangewezen (assessment, portfolio of combinatie van beiden) en door DUO (alleen portfolio).
|
||||
|
||||
Het centraal deel van het examen bestaat uit drie examens die met behulp van een computer worden afgenomen: kennis van de Nederlandse samenleving (KNS), het elektronisch praktijkexamen (EPE) en toets gesproken Nederlands (TGN).
|
||||
|
||||
Als de verzoeker verzoekt om ontheffing van het inburgeringsvereiste wordt hij verwezen naar een door het college van burgemeester en wethouders van zijn woonplaats aangewezen onafhankelijke arts of het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) van Amsterdam (zie hieronder paragraaf 2.3).
|
||||
De burgemeester verstrekt tijdens de voorlichtingsfase een brochure en informatie over het inburgeringsexamen en verwijst betrokkene naar DUO. De burgemeester wijst erop dat voor naturalisatie alle onderdelen van het examen moeten zijn behaald op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen.
|
||||
|
||||
Dit is het inburgeringsexamen nieuwe stijl. Het examen op niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
1. leesvaardigheid;
|
||||
2. luistervaardigheid;
|
||||
3. schrijfvaardigheid;
|
||||
4. spreekvaardigheid (Toets Gesproken Nederlands (TGN)); en
|
||||
5. Kennis van de Nederlandse samenleving (KNS).
|
||||
1. Mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal:
|
||||
|
||||
a. leesvaardigheid;
|
||||
b. luistervaardigheid;
|
||||
c. schrijfvaardigheid;
|
||||
d. spreekvaardigheid (Toets Gesproken Nederlands (TGN)); en
|
||||
2. Kennis van de Nederlandse samenleving (KNS):
|
||||
|
||||
a. kennis van de Nederlandse maatschappij.
|
||||
|
||||
Behalve het onderdeel schrijfvaardigheid worden alle andere onderdelen met de computer afgenomen.
|
||||
|
||||
Het examen wordt afgenomen door DUO namens de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. DUO verstrekt informatie over de inhoud van het examen. De tarieven voor de onderdelen van het examen zijn vastgesteld in artikel 3.1 van de Regeling inburgering. Deze staan ook op www.inburgeren.nl en www.ind.nl.
|
||||
|
||||
Het inburgeringsexamen bestaat vanaf 1 januari 2015 uit de volgende onderdelen
|
||||
|
||||
1. Mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal:
|
||||
|
||||
a. leesvaardigheid;
|
||||
b. luistervaardigheid;
|
||||
c. schrijfvaardigheid;
|
||||
d. spreekvaardigheid (Toets Gesproken Nederlands (TGN)); en
|
||||
2. Kennis van de Nederlandse samenleving (KNS):
|
||||
|
||||
a. kennis van de Nederlandse maatschappij;
|
||||
b. oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
##### 2.1.2. Aanvraagfase
|
||||
|
||||
De verzoeker legt bij zijn verzoek om naturalisatie het in het eerste lid, van artikel 5, BNT bedoelde inburgeringsdiploma (bedoeld in artikel 14, tweede lid van de Wet inburgering zoals dat luidde tot 1 januari 2013) of diploma (bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanhef en onder g van de Wet inburgering) over waaruit blijkt dat alle onderdelen op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen zijn behaald, tenzij hij voor (gedeeltelijke) vrijstelling of gehele ontheffing in aanmerking komt (artikel 34, eerste lid, BVVN). Als de verzoeker niet voor vrijstelling of gehele ontheffing in aanmerking komt (of daarover moet in het geval van ontheffing nog nader onderzoek plaatsvinden), noch het inburgeringsdiploma op het juiste niveau kan overleggen, wordt hem door de burgemeester ontraden een verzoek om naturalisatie in te dienen. Staat hij er toch op een verzoek in te dienen, dan wordt zijn verzoek in ontvangst genomen. In dit geval wordt verzoeker door de burgemeester erop gewezen dat zijn verzoek om naturalisatie door de IND kan worden afgewezen, en dat hij de betaalde naturalisatiegelden niet terug krijgt. Geadviseerd wordt dat de burgemeester de verzoeker een verklaring ‘geïnformeerd over negatief advies’ laat ondertekenen. Deze verklaring is opgenomen in de handleiding als model 2.21.
|
||||
|
|
@ -4060,7 +4069,7 @@ Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volg
|
|||
|
||||
• certificaat Naturalisatietoets waaruit blijkt dat deel I is behaald; en
|
||||
• resultaatbrief ‘geslaagd’ voor onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid (TGN) van het inburgeringsexamen nieuwe stijl; of
|
||||
• de resultaatbrief “geslaagd” voor de onderdelen EPE, TGN en het praktijkexamen van het inburgeringsexamen oude stijl.
|
||||
• de resultaatbrief ‘geslaagd’ voor de onderdelen EPE, TGN en het praktijkexamen van het inburgeringsexamen oude stijl.
|
||||
|
||||
De verzoeker is vrijgesteld van het onderdeel Kennis Nederlandse Samenleving (KNS) als hij de volgende documenten overlegt:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4092,7 +4101,7 @@ De verzoeker die een Verklaring Educatie ROC met alle taalonderdelen ten minste
|
|||
• de onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid (TGN) van het inburgeringsexamen nieuwe stijl; of
|
||||
• de onderdelen EPE, TGN en het praktijkexamen van het inburgeringsexamen oude stijl.
|
||||
|
||||
In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen. Dit toont hij aan door het overleggen van de resultaatbrief “geslaagd” voor het examenonderdeel KNS.
|
||||
In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen. Dit toont hij aan door het overleggen van de resultaatbrief ‘geslaagd’ voor het examenonderdeel KNS.
|
||||
|
||||
Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4112,11 +4121,17 @@ d. de naam en geboortedatum van de deelnemer aan het NT2-taaltraject die overeen
|
|||
e. de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier taalvaardigheden Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken;
|
||||
f. de datum waarop de toetsresultaten zijn behaald.
|
||||
|
||||
*Ad a.*
|
||||
|
||||
De meeste ROC’s noemen de Verklaring educatie een ‘schoolverklaring’, ‘certificaat’ of ‘diploma’. Daarnaast komen benamingen voor als ‘niveauoverzicht NT2’ of ‘scorelijst NT2’, ‘(toets)rapport’, ‘verklaring leerresultaten’, of ‘verklaring Trajecttoets/NIVOR-toets’.
|
||||
|
||||
*Ad c.*
|
||||
|
||||
Met echtheidskenmerken wordt een logo of een stempel van het ROC bedoeld. De naam en de handtekening van de verantwoordelijke van het ROC zijn relevant om de herkomst van het document te kunnen achterhalen en om bij twijfel over de echtheid van het document de toner te kunnen verwijzen naar het opleidingencentrum dat verantwoordelijk is geweest voor afgifte van het document. De verantwoordelijke kan de directeur of een mentor van een ROC zijn.
|
||||
|
||||
Alleen als alle toetsonderdelen voor 1 januari 2007 zijn behaald kan er vrijstelling worden verleend. Let op! Deze verklaring educatie kan nimmer vrijstelling verlenen voor het onderdeel KNS van het inburgeringsexamen.
|
||||
*Ad f.*
|
||||
|
||||
Alleen als alle toetsonderdelen voor 1 januari 2007 zijn behaald kan er vrijstelling worden verleend. Let op! Deze verklaring educatie kan nimmer vrijstelling verlenen voor het onderdeel KNS van het inburgeringsexamen.
|
||||
|
||||
De verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van de onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid (TGN) van het inburgeringsexamen nieuwe stijl of de onderdelen EPE, TGN en het praktijkexamen van het inburgeringsexamen oude stijl, als hij één van de volgende documenten overlegt:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4127,13 +4142,39 @@ De verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van de onderdelen leesvaardigheid,
|
|||
5. Certificaat Profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs (ERK-niveau B2);
|
||||
6. Certificaat Profiel Academische Taalvaardigheid (ERK-niveau C1).
|
||||
|
||||
In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen. Dit toont hij aan door het overleggen van de resultatenbrief “geslaagd” voor het examenonderdeel KNS.
|
||||
In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen. Dit toont hij aan door het overleggen van de resultatenbrief ‘geslaagd’ voor het examenonderdeel KNS.
|
||||
|
||||
Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:
|
||||
|
||||
• één van hiervoor genoemde certificaten Nederlands als Vreemde taal; en
|
||||
• resultaatbrief ‘geslaagd’ voor onderdeel KNS.
|
||||
|
||||
Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn vrijgesteld:
|
||||
|
||||
a. de verzoeker die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt;
|
||||
b. de verzoeker die zich voor 1 januari 2015 bij DUO heeft aangemeld voor de naturalisatietoets of een onderdeel van die toets en van wie DUO voor 1 februari 2015 het verschuldigde examengeld heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
*Ad a:*
|
||||
|
||||
De leeftijd van de naturalisatieverzoeker op de datum van de beslissing op het naturalisatieverzoek is bepalend voor het zijn vrijgesteld of niet. Op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek hoeft de verzoeker dus nog niet pensioengerechtigd te zijn.
|
||||
|
||||
*Ad b:*
|
||||
|
||||
Om in aanmerking te komen hiervoor moet de verzoeker:
|
||||
|
||||
1. zich voor 1 januari 2015 hebben aangemeld voor het hele examen of een onderdeel daarvan; en
|
||||
2. moet DUO voor 1 februari 2015 het verschuldigde examengeld hebben ontvangen.
|
||||
|
||||
Voorbeeld van 2:
|
||||
|
||||
De Japanse Sonia woont sinds 2004 in Nederland en heeft sindsdien een reguliere verblijfsvergunning met de beperking ‘arbeid als zelfstandige’. Zij is niet inburgeringsplichtig en valt dus niet onder de Wet inburgering. Om te naturaliseren moet zij het inburgeringsexamen/naturalisatietoets halen. In 2008 heeft zij de toenmalige Toets Gesproken Nederlands gedaan. Die heeft zij toen niet gehaald. Als zij zich in 2015 weer aanmeldt voor het inburgeringsexamen, heeft zij niet de verplichting om het onderdeel ‘oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’ af te leggen. Haar aanmelding in 2015 wordt gezien als voortzetting van het examen waaraan zij in 2008 is begonnen.
|
||||
|
||||
De verwachting bij 2 is dat het hier voornamelijk zal gaan om vreemdelingen die voor 1 januari 2015 al bezig zijn met (onderdelen van) het examen. Dit sluit natuurlijk niet uit dat ook vreemdelingen zich nog voor 1 januari 2015 voor het eerst zullen aanmelden voor het examen en tijdig een bedrag overmaken zodat zij het nieuwe examenonderdeel niet hoeven te doen.
|
||||
|
||||
Dit betekent ook dat vreemdelingen die voor 1 januari 2015 al in het bezit zijn van een inburgeringsdiploma met alle onderdelen op niveau A2, maar pas na 1 januari 2015 een verzoek om naturalisatie indienen, niet alsnog het examenonderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt hoeven te doen. Zij kunnen met hun ‘oude’ inburgeringsdiploma een naturalisatieverzoek indienen.
|
||||
|
||||
Ter informatie: vreemdelingen die vanaf 1 januari 2015 inburgeringsplichtig worden, zijn niet vrijgesteld van dit examenonderdeel.
|
||||
|
||||
###### 2.2.2. Procedure (gedeeltelijke) vrijstelling
|
||||
|
||||
Voor indiening van het verzoek beoordeelt de burgemeester of het overgelegde document dat recht op (gedeeltelijke) vrijstelling kan geven origineel is en of de personalia overeenkomen met die van de verzoeker. Daarnaast beoordeelt de burgemeester of het diploma of getuigschrift recht geeft op een (gedeeltelijk) vrijstelling. Bij twijfel kan contact worden opgenomen met de DUO; ook bij diploma’s verkregen/afgegeven buiten Europees Nederland.
|
||||
|
|
@ -7823,7 +7864,7 @@ Onze Ministers van Justitie van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten houden e
|
|||
|
||||
De Nederlandse Antillen en Aruba hebben eveneens een openbaar register, waarin ten aanzien van de aldaar wonende personen dezelfde gegevens worden bijgehouden als die genoemd in artikel 22, eerste lid, RWN. De in deze bepaling bedoelde registers zijn dus zowel in de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba, als bij de IND in Rijswijk, Nederland aanwezig. Voor wat betreft de in de Nederlandse Antillen respectievelijk in Aruba uitgebrachte optieverklaringen volgt dit ook uit artikel 18, eerste lid, BVVN en artikel 24, eerste lid, BVVN.
|
||||
|
||||
20101624214-10-201008-10-20102010/220101624214-10-201008-10-20102010/210-10-2010De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.01-01-2015Stcrt. 2015, 1793, datum inwerkingtreding 22-01-2015, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2015.Onze Ministers van Justitie van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten houden een openbaar register van de in het eerste lid bedoelde akten welke betrekking hebben op personen die in hun land woonachtig zijn.Ten aanzien van personen woonachtig in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba berusten de optieregisters bij:*Bonaire*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenBoulevard Julio A. Abraham 1KralendijkBonaireCaribisch Nederland*Curaçao*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenA.M. Chumaceiro Bulevar 13WillemstadCuraçaoSabaBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van SabaThe BottomSabaCaribisch NederlandSint EustatiusBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Sint Eustatius (Census Office) Fort OranjeOranjestadSint EustatiusCaribisch NederlandSint MaartenBurgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen (Census Office) Sualouiga Road 6, PondfillPhilipsburgSint MaartenHet register met verleningen wordt gehouden door:Centraal Bureau voor Registratuur en Archiefzaken CuraçaoTen aanzien van personen woonachtig in Aruba berusten de registers bij:Buro Burgerlijke Stand en BevolkingsregisterSchoolstraat 2OranjestadArubaAruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben eveneens een openbaar register, waarin ten aanzien van de aldaar wonende personen dezelfde gegevens worden bijgehouden als die genoemd in artikel 22, eerste lid, RWN. De in deze bepaling bedoelde registers zijn dus zowel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als bij de IND in Rijswijk, Europees Nederland aanwezig. Voor wat betreft de in voornoemde landen uitgebrachte optieverklaringen volgt dit ook uit artikel 18, eerste lid, BVVN en artikel 24, eerste lid, BVVN.01-01-2015Stcrt. 2015, 1793, datum inwerkingtreding 22-01-2015, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2015.Onze Ministers van Justitie van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten houden een openbaar register van de in het eerste lid bedoelde akten welke betrekking hebben op personen die in hun land woonachtig zijn.Ten aanzien van personen woonachtig in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba berusten de optieregisters bij:*Bonaire*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenBoulevard Julio A. Abraham 1KralendijkBonaireCaribisch Nederland*Curaçao*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenA.M. Chumaceiro Bulevar 13WillemstadCuraçaoSabaBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van SabaThe BottomSabaCaribisch NederlandSint EustatiusBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Sint Eustatius (Census Office) Fort OranjeOranjestadSint EustatiusCaribisch NederlandSint MaartenBurgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen (Census Office) Sualouiga Road 6, PondfillPhilipsburgSint MaartenHet register met verleningen wordt gehouden door:Centraal Bureau voor Registratuur en Archiefzaken CuraçaoTen aanzien van personen woonachtig in Aruba berusten de registers bij:Buro Burgerlijke Stand en BevolkingsregisterSchoolstraat 2OranjestadArubaAruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben eveneens een openbaar register, waarin ten aanzien van de aldaar wonende personen dezelfde gegevens worden bijgehouden als die genoemd in artikel 22, eerste lid, RWN. De in deze bepaling bedoelde registers zijn dus zowel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als bij de IND in Rijswijk, Europees Nederland aanwezig. Voor wat betreft de in voornoemde landen uitgebrachte optieverklaringen volgt dit ook uit artikel 18, eerste lid, BVVN en artikel 24, eerste lid, BVVN.
|
||||
20101624214-10-201008-10-20102010/220101624214-10-201008-10-20102010/210-10-2010De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
|
||||
|
||||
## 23
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue