2008-01-01 | BWBR0002339 | Waterleidingbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4bbc8a4222
commit 6bdd8a22ae

View file

@ -139,21 +139,23 @@ De eigenaar draagt zorg, op de wijze en in de mate, welke redelijkerwijs van hem
### Artikel 6
**1.** De eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet stelt voor 1 januari 2002 dan wel voorafgaand aan het tijdstip van ingebruikneming van een waterleidingbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet een meetprogramma op overeenkomstig de in bijlage B opgenomen tabellen I en II.
**1.** Indien een waterleidingbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet in gebruik is, beschikt de eigenaar daarvan over een daarop betrekking hebbend meetprogramma dat voldoet aan de in bijlage B opgenomen tabellen Ia, Ib, Ic en II. Bij majeure wijzigingen in de feitelijke situatie past de eigenaar daaraan voorafgaand het meetprogramma daarop aan.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet of van een collectieve watervoorziening voor warm tapwater, uitsluitend voor zover daarmee, berekend over een kalenderjaar, per dag gemiddeld minder dan 100 m^3 drinkwater, onderscheidenlijk minder dan 30 m^3 warm tapwater, wordt gedistribueerd.
**3.** De eigenaar van een waterleidingbedrijf legt voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde tijdstippen het meetprogramma ter goedkeuring voor aan de toezichthouder in de door deze aangegeven vorm.
**3.** Een meetprogramma als bedoeld in het eerste lid dat betrekking heeft op een waterleidingbedrijf behoeft goedkeuring van de toezichthouder. Het programma wordt daartoe door de eigenaar van dat bedrijf na vaststelling of wijziging voorgelegd aan de toezichthouder, in de door deze aangegeven vorm.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectieve watervoorziening voor zover deze voor de winning of behandeling van water, dat als leidingwater aan derden ter beschikking wordt gesteld, gebruik maakt van grondwater, oppervlaktewater, zeewater of een overeenkomstige grondstof of halffabrikaat.
**5.** De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderzoekt het water in de frequentie en op de plaatsen zoals aangegeven in het meetprogramma, bedoeld in het eerste lid. Indien en zo lang als geen gevolg is gegeven aan een op grond van het eerste lid bestaande verplichting tot het opstellen van een meetprogramma, verricht de eigenaar metingen overeenkomstig de in bijlage B opgenomen tabellen I en II, tenzij de toezichthouder anders bepaalt.
**5.** De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderzoekt het water in de frequentie en op de plaatsen, aangegeven in het meetprogramma, bedoeld in dat lid.
**6.** Voor micro-organismen, parasieten of stoffen die niet zijn genoemd in de in bijlage A opgenomen tabellen I, II en III, verricht de eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet metingen indien er redenen zijn om aan te nemen dat deze aanwezig zijn in aantallen per volume-eenheid of concentraties die nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben.
**6.** Indien en voor zolang de eigenaar niet beschikt over een meetprogramma dat in overeenstemming is met het eerste lid dan wel, in de gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid, niet beschikt over een goedgekeurd meetprogramma, verricht hij metingen overeenkomstig de in bijlage B opgenomen tabellen Ia, Ib, Ic en II.
**7.** De toezichthouder kan bepalen dat door hem aangegeven parameters, genoemd in tabel I van bijlage B, frequenter worden onderzocht dan in tabel II van bijlage B is aangegeven. Tevens kan hij bepalen dat andere dan de in tabel I van bijlage B genoemde, door hem aangegeven parameters, onderzocht worden in een door hem aangegeven frequentie, indien dat naar zijn oordeel van belang is voor het verkrijgen van voldoende inzicht in de kwaliteit van het water.
**7.** Voor micro-organismen, parasieten of stoffen die niet zijn genoemd in de in bijlage A opgenomen tabellen I, II en III, verricht de eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet metingen indien er redenen zijn om aan te nemen dat deze aanwezig zijn in aantallen per volume-eenheid of concentraties die nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben.
**8.**
**8.** De toezichthouder kan bepalen dat door hem aangegeven parameters, genoemd in tabel I van bijlage B, frequenter worden onderzocht dan in tabel II van bijlage B is aangegeven. Tevens kan hij bepalen dat andere dan de in tabel I van bijlage B genoemde, door hem aangegeven parameters, onderzocht worden in een door hem aangegeven frequentie, indien dat naar zijn oordeel van belang is voor het verkrijgen van voldoende inzicht in de kwaliteit van het water.
**9.**
De toezichthouder kan toestaan dat de meetfrequentie van parameters die in tabel I van bijlage B zijn aangemerkt als «bewaking» wordt verlaagd, indien:
@ -162,15 +164,15 @@ b. het aannemelijk is dat er geen factor aanwezig is waardoor de kwaliteit van h
Bij verlaging van de frequentie bedraagt het aantal te nemen monsters ten minste de helft van de in tabel II van bijlage B genoemde aantallen.
**9.** De toezichthouder kan toestaan dat de meetfrequentie van parameters die in tabel I van bijlage B zijn aangemerkt als «audit» wordt verlaagd, indien wordt vastgesteld dat de desbetreffende parameter niet in het leidingwater voorkomt in aantallen per volume-eenheid of concentraties die kunnen leiden tot het risico dat de in bijlage A genoemde waarden worden overschreden.
**10.** De toezichthouder kan toestaan dat de meetfrequentie van parameters die in tabel I van bijlage B zijn aangemerkt als «audit» wordt verlaagd, indien wordt vastgesteld dat de desbetreffende parameter niet in het leidingwater voorkomt in aantallen per volume-eenheid of concentraties die kunnen leiden tot het risico dat de in bijlage A genoemde waarden worden overschreden.
**10.** De eigenaar van een waterleidingbedrijf die drinkwater van een ander betrekt teneinde dit zonder behandeling aan derden ter beschikking te stellen, onderzoekt dit ter plaatse waar hij dit water betrekt overeenkomstig de tabellen I en II, opgenomen in bijlage B. Indien in dit geval drinkwater wordt betrokken van een ander waterleidingbedrijf kan de inspecteur toestaan dat bedoeld onderzoek op andere, door hem aan te geven wijze wordt uitgevoerd.
**11.** De eigenaar van een waterleidingbedrijf die drinkwater van een ander betrekt teneinde dit zonder behandeling aan derden ter beschikking te stellen, onderzoekt dit ter plaatse waar hij dit water betrekt overeenkomstig de tabellen I en II, opgenomen in bijlage B. Indien in dit geval drinkwater wordt betrokken van een ander waterleidingbedrijf kan de inspecteur toestaan dat bedoeld onderzoek op andere, door hem aan te geven wijze wordt uitgevoerd.
**11.** In alle overige gevallen dan bedoeld in het tiende lid, worden de monsters aan de tappunten genomen, met uitzondering van de monsters waarvan in de kolom« monsterplaats» in tabel I van bijlage B is aangegeven voor welke parameters de monsters of een deel daarvan ter plaatse van de inname van het gebruikte grondwater of oppervlaktewater dan wel na behandeling mogen worden genomen.
**12.** In alle overige gevallen dan bedoeld in het tiende lid, worden de monsters aan de tappunten genomen, met uitzondering van de monsters waarvan in de kolom« monsterplaats» in tabel I van bijlage B is aangegeven voor welke parameters de monsters of een deel daarvan ter plaatse van de inname van het gebruikte grondwater of oppervlaktewater dan wel na behandeling mogen worden genomen.
**12.** De monstername geschiedt op een zodanig tijdstip en op zodanige wijze, dat de uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor de hoedanigheid van het desbetreffende water.
**13.** De monstername geschiedt op een zodanig tijdstip en op zodanige wijze, dat de uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor de hoedanigheid van het desbetreffende water.
**13.** Een monster dat niet ter plaatse wordt geanalyseerd wordt zodanig bewaard dat daardoor de uitkomsten van het onderzoek niet in betekenende mate worden beïnvloed.
**14.** Een monster dat niet ter plaatse wordt geanalyseerd wordt zodanig bewaard dat daardoor de uitkomsten van het onderzoek niet in betekenende mate worden beïnvloed.
### Artikel 6a
@ -379,7 +381,7 @@ a. in instellingen:
1. als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi;
2. als bedoeld in artikel 5.2, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WTZi;
3. die een of meer vormen van zorg verlenen als bedoeld in artikel 1.2, nummers 17 tot en met 21, van het Uitvoeringsbesluit WTZi, niet in combinatie met verblijf, binnen een op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bekostigd gebouw;
b. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan met een logiesfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003, met uitzondering van zomerhuisjes,
b. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan met een logiesfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003, met uitzondering van zomerhuisjes, huisjes op volkstuincomplexen en gebouwen waar uitsluitend wordt overnacht door personen die ter plaatse werkzaam zijn;
c. in een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers,
d. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan met een celfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003,
e. in een badinrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden,