diff --git a/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md b/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md index 8518c5636a8..1a0f3a7cc97 100644 --- a/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md +++ b/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md @@ -1061,6 +1061,10 @@ c. niet is verwijderd overeenkomstig de voorschriften die aan de instemming zijn **2.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag tot instemming met het rapport over de verwijdering. +### Artikel 40g + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de inhoud van het nazorgplan, bedoeld in artikel 52g, derde lid, van de wet. + ### Afdeling 5.2. Mijnbouwinstallaties #### Paragraaf 5.2.1. Algemeen @@ -2129,7 +2133,7 @@ b. de resultaten gedurende de termijn van tien jaren, bedoeld in de aanhef, tege ### Artikel 117 -Onze Minister kan, zolang de termijnen van artikel 116 niet zijn verlopen, de in dat artikel bedoelde gegevens ter beschikking stellen aan de Mijnraad, de Technische commissie bodembeweging en de in artikel 81, onderdeel a, van de wet bedoelde vennootschap bedoelde vennootschap, voor zover deze gegevens worden gebruikt voor de volgende doeleinden: +Onze Minister kan, zolang de termijnen van artikel 116 niet zijn verlopen, de in dat artikel bedoelde gegevens ter beschikking stellen aan de Mijnraad en de in artikel 81, onderdeel a, van de wet bedoelde vennootschap, voor zover deze gegevens worden gebruikt voor de volgende doeleinden: a. het adviseren van Onze Minister inzake verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte en het opslaan van stoffen in de ondergrond; b. het ten behoeve van Onze Minister maken van reserveramingen en prognoses van delfstoffen, aardwarmte en opslagpotentieel van de ondergrond; @@ -2163,11 +2167,10 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 135, vierde lid, onderdeel a, van de wet; b. fonds: Waarborgfonds mijnbouwschade als bedoeld in artikel 135, eerste lid, van de wet; -c. mijnbouwactiviteiten: activiteiten als bedoeld in artikel 113, onderdeel b, van de wet; -d. mijnbouwondernemer: persoon als bedoeld in artikel 113, onderdeel c, van de wet of diens rechtsopvolger; +c. mijnbouwactiviteiten: activiteiten als bedoeld in artikel 134, eerste lid, onderdeel a, van de wet; +d. mijnbouwondernemer: persoon als bedoeld in artikel 134, eerste lid, onderdeel b, van de wet of diens rechtsopvolger; e. schadevergoeding: schadevergoeding als bedoeld in artikel 137 van de wet; -f. verkenningsonderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet, met uitzondering van onderzoek door of in opdracht van een mijnbouwondernemer die behoort tot een van de eerste drie in artikel 121, tweede lid, drie genoemde sectoren; -g. voorschot: voorschot als bedoeld in artikel 140 van de wet. +f. verkenningsonderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet, met uitzondering van onderzoek door of in opdracht van een mijnbouwondernemer die behoort tot een van de eerste drie in artikel 121, tweede lid, genoemde sectoren. ### Paragraaf 8.2. Het vermogen van het fonds @@ -2194,34 +2197,30 @@ De sectoren, genoemd in onderstaande tabel, dragen overeenkomstig de in die tabe ### Artikel 122 -**1.** De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot een van de eerste drie in artikel 121, tweede lid, genoemde sectoren, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds in verband met zijn mijnbouwactiviteiten zijn betaald. +**1.** -**2.** - -Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in het tekort, berekend overeenkomstig artikel 121, derde lid. De mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren, doen Onze Minister voor 1 maart gezamenlijk een gemotiveerd voorstel toekomen omtrent het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met: +De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot een van de eerste drie in artikel 121, tweede lid, genoemde sectoren, verschuldigd is, omvat een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in het tekort, berekend overeenkomstig artikel 121, derde lid. De mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren, doen Onze Minister voor 1 maart gezamenlijk een gemotiveerd voorstel toekomen omtrent het in de eerste volzin genoemde bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met: a. de aard en omvang van de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren; b. de uitkeringen die in de vijf voorafgaande kalenderjaren ten laste van het fonds in verband met de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer zijn gedaan. -**3.** Onze Minister stelt voor 1 april de bijdrage voor elke mijnbouwondernemer vast, met inachtneming van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, tenzij dat voorstel naar zijn oordeel niet voldoet aan de derde volzin van dat lid, dan wel het algemeen belang zich tegen dit voorstel verzet. Indien Onze Minister afwijkt van het voorstel, is de derde volzin van het tweede lid van overeenkomstige toepassing. +**2.** Onze Minister stelt voor 1 april de bijdrage voor elke mijnbouwondernemer vast, met inachtneming van het voorstel, bedoeld in het eerste lid, tenzij dat voorstel naar zijn oordeel niet voldoet aan de derde volzin van dat lid, dan wel het algemeen belang zich tegen dit voorstel verzet. Indien Onze Minister afwijkt van het voorstel, is de derde volzin van het eerste lid van overeenkomstige toepassing. -**4.** Indien de mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren niet voor 1 maart een voorstel overleggen, stelt Onze Minister voor 1 april de bijdrage ambtshalve vast. Het eerste lid en de eerste en de derde volzin van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** Indien de mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren niet voor 1 maart een voorstel overleggen, stelt Onze Minister voor 1 april de bijdrage ambtshalve vast. De eerste en de derde volzin van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 123 -Het tweede, derde en vierde lid van artikel 122 zijn van overeenkomstige toepassing op de verdeling van het aandeel van een sector in de eenmalige vorming van het initiële vermogen van het fonds, bedoeld in artikel 121, tweede lid, over de mijnbouwondernemers die tot die sector behoren, met dien verstande dat voor onderdeel b van het tweede lid wordt gelezen de hoogte van de schadevergoedingen die elke mijnbouwondernemer in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet aan natuurlijke personen heeft betaald in verband met zijn mijnbouwactiviteiten. +Artikel 122 is van overeenkomstige toepassing op de verdeling van het aandeel van een sector in de eenmalige vorming van het initiële vermogen van het fonds, bedoeld in artikel 121, tweede lid, over de mijnbouwondernemers die tot die sector behoren, met dien verstande dat voor onderdeel b van het tweede lid wordt gelezen de hoogte van de schadevergoedingen die elke mijnbouwondernemer in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet aan natuurlijke personen heeft betaald in verband met zijn mijnbouwactiviteiten. ### Artikel 124 -**1.** De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot de laatste in artikel 121, tweede lid, genoemde sector, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds zijn betaald in verband met zijn verkenningsonderzoeken. +**1.** De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot de laatste in artikel 121, tweede lid, genoemde sector, verschuldigd is, omvat een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in een tekort, berekend overeenkomstig artikel 121, derde lid. Het in de eerste volzin genoemde bedrag wordt bepaald door het aandeel van de sector in het tekort te verdelen over de mijnbouwondernemers die in het voorafgaande kalenderjaar verkenningsonderzoek hebben verricht, naar evenredigheid van het aantal onderzoeken dat ieder van hen in dat jaar heeft verricht. Onze Minister stelt de bijdrage voor 1 april vast. -**2.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in een tekort, berekend overeenkomstig artikel 121, derde lid. Het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag wordt bepaald door het aandeel van de sector in het tekort te verdelen over de mijnbouwondernemers die in het voorafgaande kalenderjaar verkenningsonderzoek hebben verricht, naar evenredigheid van het aantal onderzoeken dat ieder van hen in dat jaar heeft verricht. Onze Minister stelt de bijdrage voor 1 april vast. - -**3.** Indien in het voorafgaande kalenderjaar geen verkenningsonderzoek is verricht, is de bijdrage verschuldigd door de mijnbouwondernemers die in het aan dat kalenderjaar voorafgaande tijdvak van vijf kalenderjaren verkenningsonderzoek hebben verricht. De tweede en derde volzin van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Indien in het voorafgaande kalenderjaar geen verkenningsonderzoek is verricht, is de bijdrage verschuldigd door de mijnbouwondernemers die in het aan dat kalenderjaar voorafgaande tijdvak van vijf kalenderjaren verkenningsonderzoek hebben verricht. De tweede en derde volzin van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 125 -Indien een voorschot ten laste van het fonds is toegekend en nadien in een overeenkomst als bedoeld in artikel 900 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak wordt vastgesteld dat geen aanspraak op schadevergoeding bestaat dan wel de schadevergoeding op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag dat als voorschot is uitgekeerd, betaalt het fonds het bedrag, dat als voorschot is uitgekeerd, dan wel het verschil tussen dat bedrag en het toegekende schadebedrag terug aan de betrokken mijnbouwondernemer onverwijld nadat degene aan wie het voorschot was toegekend dit, overeenkomstig artikel 140, tweede lid, van de wet aan het fonds heeft terugbetaald. +Vervallen ### Artikel 126 @@ -2241,14 +2240,13 @@ Vervallen ### Artikel 129 -Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, bevat een verzoek om schadevergoeding onderscheidenlijk om een voorschot ten minste: +Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, bevat een verzoek om schadevergoeding ten minste: a. naam en adres van de desbetreffende mijnbouwondernemer; b. een opgave van de plaats en tijdstip van de mijnbouwactiviteiten; c. een opgave van de aard en omvang van de zaakschade; -d. een redelijke specificatie van het schadebedrag; -e. indien het een verzoek om schadevergoeding betreft, een opgave waaruit blijkt dat zich één van de omstandigheden, genoemd in artikel 137, onderdelen a of b, van de wet voordoet, alsmede een opgave van de in onderdeel c bedoelde vergoedingen van de schade uit anderen hoofde, en -f. indien het een verzoek om een voorschot betreft, een opgave waaruit blijkt dat de omstandigheden, genoemd in artikel 140, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet zich voordoen. +d. een redelijke specificatie van het schadebedrag; en +e. indien het een verzoek om schadevergoeding betreft, een opgave waaruit blijkt dat zich één van de omstandigheden, genoemd in artikel 137, onderdelen a of b, van de wet voordoet, alsmede een opgave van de in onderdeel c bedoelde vergoedingen van de schade uit anderen hoofde. ### Artikel 130