2025-04-23 | BWBR0047743 | Sanctieregeling Haïti 2022
This commit is contained in:
parent
de315c6c2b
commit
6c02a9f425
1 changed files with 5 additions and 5 deletions
|
|
@ -16,19 +16,19 @@ In deze regeling wordt verstaan onder *Verordening (EU) 2022/2309*: Verordening
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 10, eerste lid en 11, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2022/2309.
|
||||
**1.** Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, 10, eerste lid en 11, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2022/2309.
|
||||
|
||||
**2.** Een verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 5, 6, eerste en tweede lid, 6 bis, eerste lid, 6 ter, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, 9, 11, vijfde lid of lid 5 bis, van Verordening (EU) 2022/2309 van toepassing is.
|
||||
**2.** Een verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 2, derde, vierde of vijfde lid, artikel 5, 6, eerste en tweede lid, 6 bis, eerste lid, 6 ter, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, 9, 11, vijfde lid of lid 5 bis, van Verordening (EU) 2022/2309 van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, dan wel over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar, natuurlijke personen of rechtspersonen die door het bij punt 19 van Resolutie 2653 (2022) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ingestelde comité zijn aangewezen, dan wel aan of ten behoeve van de in bijlage II van Besluit (GBVB) 2022/2319 van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2022 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Haïti (Pb EU 2022, L 47) opgenomen personen en entiteiten, ongeacht of de goederen afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, dan wel over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar, personen of entiteiten in Haïti ongeacht of de goederen afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 6, eerste en tweede lid, 6 bis, eerste lid, 6 ter, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/2309 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/2309 verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/2309 verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 10 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.
|
||||
**1.** De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, 6 bis, eerste lid, 6 ter, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/2309 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/2309 verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/2309 verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 10 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 6, eerste en tweede lid, 6 bis, eerste lid, 6 ter, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, en 10, eerste lid, van Verordening (EU) 2022/2309 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
|
||||
**2.** De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, 6 bis, eerste lid, 6 ter, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, en 10, eerste lid, van Verordening (EU) 2022/2309 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 2022/2309, is de Minister van Financiën voor zover het betreft tegoeden, de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor zover het betreft vastgoed, inclusief bedrijfspanden, de Minister van Economische Zaken en Klimaat voor zover het betreft niet-beursgenoteerde ondernemingen, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor zover het betreft kunst- en cultuurobjecten en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor zover het betreft vaar- en luchtvaartuigen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue