2009-07-01 | BWBR0013060 | Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-01 12:00:00 +00:00
parent 9c015b2446
commit 6c31d3a0d5

View file

@ -326,7 +326,7 @@ a. personen die recht hebben op een uitkering op grond van wetten als bedoeld in
b. werknemers, die kunnen aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen redelijkerwijs valt aan te nemen dat zij recht zullen hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;
c. personen die ingezetene zijn als bedoeld in artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervinden of hebben ondervonden bij het volgen van onderwijs.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering heeft tot taak het registreren van werkzoekenden en van vacatures van werkgevers en het voordragen van geschikte vacatures aan werkzoekenden en het voordragen van geschikte werkzoekenden voor vacatures.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering heeft tot taak het registreren van werkzoekenden en van vacatures van werkgevers en het voordragen van geschikte vacatures aan werkzoekenden en het voordragen van geschikte werkzoekenden voor vacatures. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader afspraken met werkgevers op basis waarvan concrete, passende arbeid kan worden aangeboden aan personen, die ten minste 52 weken onafgebroken recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet hebben gehad. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken is artikel 20, achtste lid, van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing.
**3.**
@ -1099,53 +1099,29 @@ Vervallen
### Artikel 83c
**1.** Indien degene die ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdeel c, gehouden is tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen op grond van artikel 54, eerste lid, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en hij deze niet dan wel niet binnen de op grond van artikel 54, vierde lid, gestelde termijn verstrekt, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een bestuurlijke boete van ten hoogste €1500 opleggen.
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1500 opleggen aan de persoon, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdelen b en c, die op grond van artikel 54, eerste lid, gehouden is tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Centrale organisatie werk en inkomen, indien hij deze niet dan wel niet binnen de op grond van artikel 54, vierde lid, gestelde termijn verstrekt.
**2.** Indien het aan opzet of grove schuld van de persoon, bedoeld in het eerste lid, is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige inlichtingen zijn verstrekt kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste €5000.
**3.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren na de dag waarop de in artikel 54, vierde lid, gestelde termijn is verstreken.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5000 opleggen aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, indien het aan opzet of grove schuld van hem is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige inlichtingen zijn verstrekt.
### Artikel 83d
**1.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen jegens de persoon, bedoeld in artikel 83c, een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is die persoon niet langer verplicht in verband hiermee enige verklaring af te leggen. Die persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
**2.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voornemens is om een boete op grond van artikel 83c op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de persoon, bedoeld in dat artikel, onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
**3.** Indien de persoon de kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van die persoon zorg voor dat de in de kennisgeving vermelde gronden worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
**5.** Indien de persoon zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, en hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de persoon kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
Vervallen
### Artikel 83e
**1.** De beschikking waarbij de boete is opgelegd, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald.
**2.** Indien de persoon, bedoeld in artikel 83c, de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zorg voor dat de in de beschikking vermelde informatie wordt medegedeeld in een voor die persoon begrijpelijke taal.
**3.** De beschikking waarbij de boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van Boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**4.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de beschikking waarbij de boete is opgelegd met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op de kosten van de persoon, bedoeld in artikel 83c, betekend tenuitvoergelegd en wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
Vervallen
### Artikel 83f
**1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang het feit op grond waarvan de boete kan worden opgelegd wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
**2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien terzake van dat feit tegen de persoon een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen op grond van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
**3.** Het Openbaar Ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en het tweede lid mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Vervallen
### Artikel 83g
**1.** Een boete op grond van artikel 83c wordt opgelegd binnen een jaar nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon, bedoeld in artikel 83c, overeenkomstig artikel 83d in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2.** Indien aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het Openbaar Ministerie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
Vervallen
### Artikel 83h
**1.** Geen boete wordt opgelegd indien de persoon, bedoeld in 83c, eerste lid, is overleden.
**2.** Voorzover een boete nog niet is geïnd of betaald, vervalt zij door het overlijden van de persoon aan wie zij is opgelegd.
Vervallen
## Hoofdstuk 10B. Overgangsbepalingen
@ -1233,7 +1209,7 @@ De rechten en verplichtingen van de Centrale organisatie werk en inkomen die voo
### Artikel 84
**1.** Overtreding van de artikelen 30c, tweede en derde lid, 54, eerste, vierde en vijfde lid, en 55, tweede en derde lid, van deze wet, 27a, vijfde lid, en 36, zesde lid, van de Werkloosheidswet, 33, vijfde lid, en 45a, vijfde lid, van de Ziektewet, 77, zesde lid, en 91, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen29a, vijfde lid, en 57, zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48, vijfde lid, en 63, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 40, vijfde lid, en 55, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 14a, vijfde lid, en 20, zesde lid, van de Toeslagenwet, 17c, vijfde lid, en 24, zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 17a, vijfde lid, en 24, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 39, vijfde lid en 53, zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
**1.** Overtreding van de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, 54, eerste, vierde en vijfde lid, en 55, tweede en derde lid, van deze wet, 27a, vierde lid, en 36, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, 33, vijfde lid, en 45a, vierde lid, van de Ziektewet, 77, vijfde lid, en 91, vierde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 29a, vierde lid, en 57, vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48, vierde lid, en 63, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 40, vierde lid, en 55, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 14a, vierde lid, en 20, vijfde lid, van de Toeslagenwet, 17c, vierde lid, en 24, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 17a, vierde lid, en 24, vijfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 39, vierde lid, en 53, vijfde lid, van de Algemene nabestaandenwet wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
**2.** De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.