From 6c402f43bc46d8da5da43312afce9e25e7584312 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 14 Mar 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-03-14 | BWBR0002691 | Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers --- .../BWBR0002691/README.md | 80 +++---------------- 1 file changed, 10 insertions(+), 70 deletions(-) diff --git a/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md b/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md index dfa6152e2e8..04c5d19bbd5 100644 --- a/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md +++ b/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md @@ -342,7 +342,7 @@ c. indien de belanghebbende daarom verzoekt. **1.** Voor tijd vóór 1 januari 1986 is de pensioengrondslag de wedde. -**2.** De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien deze laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de wedde verminderd met € 2 867,89 per 12 december 2002: € 3.912,71. Het bedrag van € 2 867,89 per 12 december 2002: € 3.912,71wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro’s, op 1 januari 1985 € 28 678,91 bedroeg. +**2.** De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien deze laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de wedde verminderd met € 2 867,89 per 14 maart 2003: € 4.061,00. Het bedrag van € 2 867,89 per 14 maart 2003: € 4.061,00wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro’s, op 1 januari 1985 € 28 678,91 bedroeg. **3.** De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met een debruteringsfactor overeenkomstig artikel 14a, tweede lid, indien deze laatstelijk is genoten na 31 december 1994. Op het aldus gevonden bedrag is het tweede lid van dit artikel van toepassing. @@ -482,26 +482,6 @@ b. als gewezen minister in de periode, waarover hem een uitkering is toegekend, **3.** Het derde en vierde lid van artikel 22*a* zijn van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 22c - -**1.** De nabestaande die recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet en op 1 januari 1998 55 jaar of ouder is, heeft recht op een toeslag op zijn volgens artikel 22 berekende pensioen, indien dat is berekend of mede berekend over diensttijd na 31 december 1985, indien en voor zo lang hij recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of negende lid van die wet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de nabestaande vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon onafgebroken ongehuwd samenwoont. - -**2.** - -De toeslag bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar na 31 december 1985 2,5 procent van het verschil tussen 75 procent van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de nabestaandenuitkering en de vakantie-uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet zonder vermindering en het verminderde bedrag. De toeslag bedraagt niet meer dan 75 procent van het in de eerste volzin eerstbedoelde bedrag. - -De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de vanaf die datum geldende bedragen krachtens de Algemene nabestaandenwet en wordt vervolgens nader vastgesteld met ingang van 1 januari en 1 juli aan de hand van de ontwikkeling van die bedragen. - -**3.** - -Het recht op de toeslag vervalt: - -a. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt; -b. met ingang van de maand volgend op die waarin de nabestaande trouwt of partij is bij een aanmelding; -c. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de vermindering van de nabestaandenuitkering, bedoeld in het eerste lid, ongedaan wordt gemaakt. - -**4.** Artikel 22a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 22b is niet van toepassing. - ### Artikel 23 **1.** Het bijzonder pensioen van de nabestaande van een minister, van een gewezen minister of van een gepensioneerd minister wordt op dezelfde wijze berekend als het pensioen van de nabestaande van een minister, van een gewezen minister of van een gepensioneerd minister, met dien verstande dat slechts de diensttijd medetelt die is gelegen vóór de ontbinding van het huwelijk dan wel vóór het tijdstip waarop de aanmelding is geëindigd. @@ -562,7 +542,7 @@ b. voor de wees bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, 0,75 percent van het **3.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van degene die recht heeft op bijzonder nabestaandenpensioen, noch degene wiens nabestaandenpensioen wegens hertrouwen of een aanmelding opnieuw is vastgesteld. -**4.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 12 december 2002: € 34.171,21. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. +**4.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 14 maart 2003: € 35.466,30. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. ### Artikel 27b @@ -570,7 +550,7 @@ b. voor de wees bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, 0,75 percent van het **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een pensioen als daar bedoeld verstaan het pensioen nadat eventueel hoofdstuk 17 toepassing heeft gevonden. -**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 12 december 2002: € 34.171,21. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. +**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 14 maart 2003: € 35.466,30. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. ### Artikel 28 @@ -963,7 +943,7 @@ c. indien de belanghebbende daarom verzoekt. **1.** Voor tijd vóór 1 januari 1986 is de pensioengrondslag de berekeningsgrondslag. -**2.** De berekeningsgrondslag wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien de schadeloosstelling laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de schadeloosstelling verminderd met € 2 867,89 per 12 december 2002: € 3.912,71. Het bedrag van € 2 867,89 per 12 december 2002: € 3.912,71wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro’s, op 1 januari 1985 € 28 678,91 bedroeg. +**2.** De berekeningsgrondslag wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien de schadeloosstelling laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de schadeloosstelling verminderd met € 2 867,89 per 14 maart 2003: € 4.061,00. Het bedrag van € 2 867,89 per 14 maart 2003: € 4.061,00wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro’s, op 1 januari 1985 € 28 678,91 bedroeg. **3.** De berekeningsgrondslag wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met een debruteringsfactor overeenkomstig artikel 59a, tweede lid, indien de schadeloosstelling laatstelijk is genoten na 31 december 1994. Op het aldus gevonden bedrag is het tweede lid van dit artikel van toepassing. @@ -1101,26 +1081,6 @@ b. als gewezen kamerlid in de periode, waarover hem een uitkering is toegekend, **3.** Het derde en vierde lid van artikel 22*a* zijn van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 67c - -**1.** De nabestaande die recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet en op 1 januari 1998 55 jaar of ouder is, heeft recht op een toeslag op zijn volgens artikel 67 berekende pensioen, indien dat is berekend of mede berekend over diensttijd na 31 december 1985, indien en voor zo lang hij recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of negende lid van die wet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de nabestaande vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon onafgebroken ongehuwd samenwoont. - -**2.** - -De toeslag bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar na 31 december 1985 2,5 procent van het verschil tussen 75 procent van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de nabestaandenuitkering en de vakantie-uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet zonder vermindering en het verminderde bedrag. De toeslag bedraagt niet meer dan 75 procent van het in de eerste volzin eerstbedoelde bedrag. - -De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de vanaf die datum geldende bedragen krachtens de Algemene nabestaandenwet en wordt vervolgens nader vastgesteld met ingang van 1 januari en 1 juli aan de hand van de ontwikkeling van die bedragen. - -**3.** - -Het recht op de toeslag vervalt: - -a. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt; -b. met ingang van de maand volgend op die waarin de nabestaande trouwt of partij is bij een aanmelding; -c. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de vermindering van de nabestaandenuitkering, bedoeld in het eerste lid, ongedaan wordt gemaakt. - -**4.** Artikel 67a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 67b is niet van toepassing. - ### Artikel 68 **1.** Het bijzonder pensioen van de nabestaande van een kamerlid, van een gewezen kamerlid of van een gepensioneerd kamerlid wordt op dezelfde wijze berekend als het pensioen van de nabestaande van een kamerlid, van een gewezen kamerlid of van een gepensioneerd kamerlid, met dien verstande dat slechts de kamerlidtijd medetelt die is gelegen vóór de ontbinding van het huwelijk dan wel vóór het tijdstip waarop de aanmelding is geëindigd. @@ -1181,7 +1141,7 @@ b. voor de wees bedoeld in artikel 70, eerste lid, onder b, 0,75 percent van het **3.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van degene die recht heeft op bijzonder nabestaandenpensioen, noch degene wiens nabestaandenpensioen wegens hertrouwen of een aanmelding opnieuw is vastgesteld. -**4.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 12 december 2002: € 34.171,21. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. +**4.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 14 maart 2003: € 35.466,30. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. ### Artikel 73a @@ -1189,7 +1149,7 @@ b. voor de wees bedoeld in artikel 70, eerste lid, onder b, 0,75 percent van het **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een pensioen als daar bedoeld verstaan het pensioen nadat eventueel hoofdstuk 17 toepassing heeft gevonden. -**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 12 december 2002: € 34.171,21. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat op dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. +**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 14 maart 2003: € 35.466,30. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 105, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat op dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. ### Artikel 74 @@ -1909,7 +1869,7 @@ Provinciale staten onderscheidenlijk de raad kunnen bepalen dat voor de toepassi **1.** Voor tijd vóór 1 januari 1986 is de pensioengrondslag de wedde. -**2.** De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien deze laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de wedde verminderd met € 2 867,89 per 12 december 2002: € 3.912,71. Het bedrag van € 2 867,89 per 12 december 2002: € 3.912,71wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 157, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro’s, op 1 januari 1985 € 28 678,91 bedroeg. +**2.** De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien deze laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de wedde verminderd met € 2 867,89 per 14 maart 2003: € 4.061,00. Het bedrag van € 2 867,89 per 14 maart 2003: € 4.061,00wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 157, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro’s, op 1 januari 1985 € 28 678,91 bedroeg. **3.** De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met een debruteringsfactor overeenkomstig artikel 139a, tweede lid, indien deze laatstelijk is genoten na 31 december 1994. Op het aldus gevonden bedrag is het tweede lid van dit artikel van toepassing. @@ -2053,26 +2013,6 @@ b. als gewezen lid van gedeputeerde staten in de periode, waarover hem een uitke **3.** Het derde en vierde lid van artikel 145*a* zijn van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 145c - -**1.** De nabestaande die recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet en op 1 januari 1998 55 jaar of ouder is, heeft recht op een toeslag op zijn volgens artikel 145 berekende pensioen, indien dat is berekend of mede berekend over diensttijd na 31 december 1985, indien en voor zo lang hij recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of negende lid van die wet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de nabestaande vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon onafgebroken ongehuwd samenwoont. - -**2.** - -De toeslag bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar na 31 december 1985 2,5 procent van het verschil tussen 75 procent van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de nabestaandenuitkering en de vakantie-uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet zonder vermindering en het verminderde bedrag. De toeslag bedraagt niet meer dan 75 procent van het in de eerste volzin eerstbedoelde bedrag. - -De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de vanaf die datum geldende bedragen krachtens de Algemene nabestaandenwet en wordt vervolgens nader vastgesteld met ingang van 1 januari en 1 juli aan de hand van de ontwikkeling van die bedragen. - -**3.** - -Het recht op de toeslag vervalt: - -a. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt; -b. met ingang van de maand volgend op die waarin de nabestaande trouwt of partij is bij een aanmelding; -c. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de vermindering van de nabestaandenuitkering, bedoeld in het eerste lid, ongedaan wordt gemaakt. - -**4.** Artikel 145a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 145b is niet van toepassing. - ### Artikel 146 **1.** Het bijzonder pensioen van de nabestaande van een lid van gedeputeerde staten, van een gewezen lid van gedeputeerde staten of van een gepensioneerd lid van gedeputeerde staten wordt op dezelfde wijze berekend als het pensioen van de nabestaande van een lid van gedeputeerde staten, van een gewezen lid van gedeputeerde staten of van een gepensioneerd lid van gedeputeerde staten, met dien verstande dat slechts de diensttijd medetelt die is gelegen vóór de ontbinding van het huwelijk dan wel vóór het tijdstip waarop de aanmelding is geëindigd. @@ -2133,7 +2073,7 @@ b. voor de wees bedoeld in artikel 148, eerste lid, onder b, 0,75 percent van he **3.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van degene die recht heeft op bijzonder nabestaandenpensioen, noch degene wiens nabestaandenpensioen wegens hertrouwen dan wel een aanmelding opnieuw is vastgesteld. -**4.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 12 december 2002: € 34.171,21. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 157, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. +**4.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 14 maart 2003: € 35.466,30. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 157, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. ### Artikel 150b @@ -2141,7 +2081,7 @@ b. voor de wees bedoeld in artikel 148, eerste lid, onder b, 0,75 percent van he **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een pensioen als daar bedoeld verstaan het pensioen nadat eventueel hoofdstuk 25 toepassing heeft gevonden. -**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 12 december 2002: € 34.171,21. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 157, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. +**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste vijftien percent van f 72.309,80 per 14 maart 2003: € 35.466,30. Dit bedrag wordt telkens aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 157, derde lid, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag dat, omgerekend naar euro's, op 1 januari 1985  € 28 678,91 bedroeg. ### Artikel 151 @@ -2179,7 +2119,7 @@ Hoofdstuk 17 en de artikelen 125 tot en met 127 van deze wet zijn van overeenkom **1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op pensioenberekeningen over jaren gelegen voor 1 januari 1986. -**2.** Indien het bedrag dat tot grondslag heeft gestrekt voor de berekening van het pensioen, nadat dat bedrag is aangepast aan de hand van de regels, bedoeld in artikel 157, derde lid, op de dag met ingang waarvan artikel 155 voor de eerste maal ten aanzien van het pensioen toepassing vindt, lager is dan f 32.094,- per 12 december 2002: € 15.166,55, wordt het met toepassing van laatstgenoemd artikel berekende inbouwbedrag vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller is eerstbedoeld bedrag op bedoelde dag en waarvan de noemer is f 32.094,- per 12 december 2002: € 15.166,55. De uitkomst van deze vermenigvuldiging vormt in dat geval het inbouwbedrag. Het in de eerste volzin genoemd bedrag wordt gewijzigd bij de ministeriële regeling bedoeld in artikel 157. +**2.** Indien het bedrag dat tot grondslag heeft gestrekt voor de berekening van het pensioen, nadat dat bedrag is aangepast aan de hand van de regels, bedoeld in artikel 157, derde lid, op de dag met ingang waarvan artikel 155 voor de eerste maal ten aanzien van het pensioen toepassing vindt, lager is dan f 32.094,- per 14 maart 2003: € 15.741,36, wordt het met toepassing van laatstgenoemd artikel berekende inbouwbedrag vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller is eerstbedoeld bedrag op bedoelde dag en waarvan de noemer is f 32.094,- per 14 maart 2003: € 15.741,36. De uitkomst van deze vermenigvuldiging vormt in dat geval het inbouwbedrag. Het in de eerste volzin genoemd bedrag wordt gewijzigd bij de ministeriële regeling bedoeld in artikel 157. **3.** Indien het pensioen rechtstreeks of middellijk is afgeleid van een eigen pensioen, geldt voor de toepassing van het vorige lid als grondslag voor de berekening van het pensioen, het bedrag dat heeft gestrekt tot grondslag voor de berekening van het eigen pensioen.