2011-06-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2011-06-01 12:00:00 +00:00
parent e6b40de619
commit 6c95d18e24

View file

@ -182,7 +182,7 @@ b. € 29 350 bij een meerpersoonshuishouden;
c. € 19 247,35 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 25 478,80 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag, en verder vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag, en verder vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
**3.**
@ -213,8 +213,8 @@ Het minimum-inkomensijkpunt bedraagt, herrekend naar een jaarinkomen in het bere
a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, zoals die bedragen naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zullen luiden, verhoogd met € 313;
b. voor een meerpersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, verhoogd met € 251;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 2 340;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 2 512.
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 2 340;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 2 512.
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 194,33.