2005-03-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
This commit is contained in:
parent
d4abff851a
commit
6c99d2f6f5
1 changed files with 112 additions and 0 deletions
|
|
@ -18,6 +18,118 @@ citeertitel: Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
|
|||
|
||||
## 4
|
||||
|
||||
RWN: artikelen
|
||||
3.1; 3.3 (oud);
|
||||
4 (oud) en 14.2
|
||||
|
||||
BW: artikel
|
||||
1:207
|
||||
|
||||
WCN: artikelen
|
||||
5b.f en 5c
|
||||
|
||||
Geen.
|
||||
|
||||
### 4-alg. Toelichting algemeen
|
||||
|
||||
#### 1. Algemeen
|
||||
|
||||
Tot 1 april 2003 verkreeg een minderjarige vreemdeling de Nederlandse
|
||||
nationaliteit door erkenning en/of wettiging door een Nederlander (artikel 4 RWN (oud)). Thans kan
|
||||
een erkende en/of gewettigde minderjarige na drie jaar opvoeding en verzorging
|
||||
door de Nederlandse man het Nederlanderschap verkrijgen door optie. Zie artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
c, RWN.
|
||||
|
||||
Sinds 1 april 1998 kan op grond van artikel 1:207 BW gerechtelijk
|
||||
worden vastgesteld wie de vader van een kind is. Door deze vaststelling van het
|
||||
vaderschap komt het kind vanaf de geboorte in familierechtelijke betrekking met de
|
||||
vader te staan (zie artikel 1:207,
|
||||
vijfde lid, BW). Voor de beoordeling of het kind daardoor tevens de
|
||||
Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, moet onderscheid worden gemaakt tussen
|
||||
de volgende situaties.
|
||||
|
||||
– Is het kind geboren vóór 1 januari 1985, en is de vaststelling van het
|
||||
vaderschap onherroepelijk geworden vóór 1 april 2003, dan leidt de
|
||||
vaststelling van het vaderschap niet tot verkrijging van het Nederlanderschap
|
||||
door het kind. Zie verder de toelichting in paragraaf 2.
|
||||
– Is het kind geboren op 1 januari 1985 of daarna, en is het vaderschap
|
||||
vastgesteld vóór 1 april 2003, zie de toelichting in de
|
||||
paragrafen 3, 4 en 5.
|
||||
– Is de vaststelling van het vaderschap ná 1 april 2003 onherroepelijk
|
||||
geworden, dan verkrijgt het kind het Nederlanderschap. Zie de toelichting bij artikel 4, eerste lid, RWN.
|
||||
|
||||
#### 2. Kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling
|
||||
vaderschap vóór 1 april 2003
|
||||
|
||||
Indien het kind is geboren vóór 1 januari 1985 en de vaststelling van het
|
||||
vaderschap in beginsel
|
||||
25
|
||||
Met (in beginsel) onherroepelijk wordt de situatie bedoeld dat de
|
||||
termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen zijn verstreken. Dit neemt
|
||||
niet weg dat een onbekend gebleven belanghebbende alsnog de gerechtelijke
|
||||
vaststelling van het vaderschap door middel van een rechterlijke procedure kan
|
||||
aantasten.
|
||||
onherroepelijk is geworden vóór 1 april 2003, heeft het kind het
|
||||
Nederlanderschap niet verkregen. Weliswaar vestigt de vaststelling van het
|
||||
vaderschap een familierechtelijke betrekking tussen vader en kind vanaf de
|
||||
geboorte, maar dit leidt dit niet tot verkrijging van het Nederlanderschap.
|
||||
Immers, artikel 1, aanhef en onder a, WNI (die gold tot 1 januari 1985) kent een
|
||||
limitatieve opsomming voor verkrijging van het Nederlanderschap, namelijk: “het
|
||||
wettig, gewettigd, of door den vader erkend natuurlijk kind”. In de opsomming
|
||||
wordt niet genoemd de familierechtelijke betrekking tussen vader en kind, ontstaan
|
||||
door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Het ligt daarom niet in de
|
||||
rede om deze rechtsfiguur, die pas in 1998 werd ingevoerd in het Nederlands
|
||||
familierecht, met terugwerkende kracht ‘in te lezen’ in een wet die stamt uit 1892
|
||||
en die bovendien niet meer van kracht is. De rechtszekerheid, die in het
|
||||
nationaliteitsrecht zware eisen stelt, staat hier geen ruimere dan een
|
||||
grammaticale interpretatie toe. Een andere opvatting zou in strijd zijn met
|
||||
artikel 25 RWN. Uit het
|
||||
voorgaande volgt tevens dat geen beroep mogelijk is op artikel 1, aanhef en onder
|
||||
b, WNI noch op artikel 2, aanhef en onder a, WNI.
|
||||
|
||||
#### 3. Kind geboren op of ná 1 januari 1985; Nederlandse vaststelling vaderschap
|
||||
vóór 1 april 2003
|
||||
|
||||
Door een Nederlandse vaststelling van het vaderschap op grond van artikel 1:207 BW verwerft het
|
||||
kind het Nederlanderschap indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
– het kind is geboren op of na 1 januari 1985; én
|
||||
– de Nederlandse gerechtelijke vaststelling is vóór 1 april 2003 (in beginsel)
|
||||
onherroepelijk geworden; én
|
||||
– de man, van wie het vaderschap is vastgesteld, bezit het Nederlanderschap op
|
||||
het moment van de geboorte van het kind (of is voor de geboorte als
|
||||
Nederlander overleden). Zie voor de uitzondering indien de man geen
|
||||
Nederlander is paragraaf 5.
|
||||
|
||||
#### 4. Kind geboren op of na 1 januari 1985, buitenlandse
|
||||
vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
|
||||
|
||||
Indien naar Nederlands internationaal privaatrecht vóór 1 april 2003 in het
|
||||
buitenland het vaderschap rechtsgeldig is vastgesteld, is van belang of die
|
||||
buitenlandse vaststelling –net als een vaststelling ex artikel 1:207 BW –terugwerkende
|
||||
kracht heeft tot de geboorte van het kind. Als dat het geval is, is het hierboven
|
||||
in paragraaf 3 vermelde van overeenkomstige toepassing. Heeft de
|
||||
buitenlandse vaststelling van het vaderschap geen terugwerkende kracht, dan heeft
|
||||
de vaststelling geen verkrijging van het Nederlanderschap tot gevolg.
|
||||
|
||||
#### 5. Uitzondering: de vader is geen Nederlander (kind geboren
|
||||
op of na 1 januari 1985; vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003)
|
||||
|
||||
Ook als de vader niet de Nederlandse nationaliteit bezit, kan het
|
||||
Nederlanderschap zijn verkregen op grond van een gerechtelijke vaststelling van
|
||||
het vaderschap als bedoeld in de paragrafen 3 en 4. Er kan namelijk sprake kan
|
||||
zijn van verkrijging op grond van het zogenaamde grootouder artikel 3, derde lid, RWN
|
||||
(oud). Als de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap terugwerkt tot
|
||||
geboorte, wordt het kind geacht Nederlander te zijn vanaf geboorte indien bij de
|
||||
geboorte van het kind de niet-Nederlandse man, van wie het vaderschap is
|
||||
vastgesteld, in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba woonde en hij zelf is
|
||||
geboren uit een moeder die ten tijde van zijn geboorte in één van die landen
|
||||
woonde.
|
||||
|
||||
### 4-1. Ad artikel 4, eerste lid
|
||||
|
||||
### 4-2. Ad artikel 4, tweede lid
|
||||
|
||||
## 5
|
||||
|
||||
## 5a
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue