From 6ca325e1e7d7a1db2d58d4af8d94c2675ec84dd4 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 29 Nov 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-11-29 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000 --- .../BWBR0011825/README.md | 119 +++++++++++++----- 1 file changed, 85 insertions(+), 34 deletions(-) diff --git a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md index d2a05cf22e1..25b5352036c 100644 --- a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md +++ b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md @@ -31,6 +31,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - richtlijn langdurig ingezetenen: richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16), zoals gewijzigd door richtlijn 2011/51/EU van het Europees Parlement en de Raad teneinde haar werkingssfeer uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten (PbEU 2011, L 132); - richtlijn 2005/71/EG: richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek (PbEU L 289); - richtlijn 2009/50/EG: Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (PbEU L 155); +- richtlijn 2014/66/EU: richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157); - Schengeninformatiesysteem: het in artikel 1, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengensysteem van de tweede generatie (SIS II) bedoelde informatiesysteem (PbEU 2006, L 381); - Schengen Uitvoeringsovereenkomst: de op 19 juni 1990 te Schengen tot stand gekomen Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de bondsrepubliek Duitsland en de Franse republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145), alsmede de daarop gebaseerde Protocollen; - Schengengebied: het grondgebied van de staten waarop de Schengengrenscode en de Schengen Uitvoeringsovereenkomst van toepassing zijn; @@ -98,6 +99,8 @@ Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of w **2.** Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven als houder van de Europese blauwe kaart, kan als referent optreden de werkgever, met wie de vreemdeling een arbeidsovereenkomst of gastovereenkomst heeft gesloten of die de vreemdeling heeft aangesteld. +**3.** Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor een overplaatsing binnen een onderneming, kan als referent optreden de gastentiteit in de zin van artikel 3, onder d, van richtlijn 2014/66/EU. + ### Artikel 1.10 Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor het verrichten van seizoenarbeid of arbeid in loondienst, kan als referentoptreden de werkgever, die, voor zover op grond van de Handelsregisterwet 2007 vereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, en die: @@ -290,7 +293,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze De toegang wordt evenmin geweigerd, indien de vreemdeling uit een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie naar Nederland terugkeert als: -a. houder of voormalig houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart; +a. houder of voormalig houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart of verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming»; b. gezinslid van een vreemdeling als bedoeld in onderdeel a, voor zover dat gezinslid houder is of is geweest van een door Onze Minister afgegeven verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van die vreemdeling. ### Artikel 2.1b @@ -606,18 +609,19 @@ c. arbeid als zelfstandige; d. arbeid als kennismigrant; e. verblijf als houder van de Europese blauwe kaart; f. seizoenarbeid; -g. arbeid in loondienst; -h. grensoverschrijdende dienstverlening; -i. wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG; -j. lerend werken; -k. arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel; -l. studie; -m. het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst; -n. uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag; -o. medische behandeling; -p. tijdelijke humanitaire gronden; -q. het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap; -r. niet-tijdelijke humanitaire gronden. +g. overplaatsing binnen een onderneming; +h. arbeid in loondienst; +i. grensoverschrijdende dienstverlening; +j. wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG; +k. lerend werken; +l. arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel; +m. studie; +n. het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst; +o. uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag; +p. medische behandeling; +q. tijdelijke humanitaire gronden; +r. het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap; +s. niet-tijdelijke humanitaire gronden. **2.** De beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning. @@ -640,14 +644,15 @@ a. verblijf als familie- of gezinslid, indien de hoofdpersoon: 1°. tijdelijk verblijfsrecht heeft, of 2°. houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is; b. seizoenarbeid; -c. grensoverschrijdende dienstverlening; -d. lerend werken; -e. studie; -f. het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst; -g. uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag; -h. medische behandeling; -i. tijdelijke humanitaire gronden; -j. het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap. +c. overplaatsing binnen een onderneming; +d. grensoverschrijdende dienstverlening; +e. lerend werken; +f. studie; +g. het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst; +h. uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag; +i. medische behandeling; +j. tijdelijke humanitaire gronden; +k. het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit verbindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties, gevallen worden aangewezen waarin het verblijfsrecht, in afwijking van het tweede lid, niet-tijdelijk van aard is. @@ -1028,6 +1033,10 @@ d. in het internationale wegtransport in dienst van een Nederlandse werkgever, v **2.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de werkgever niet als referent aangewezen. +**3.** De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», in welk geval laatstgenoemde verblijfsvergunning ambtshalve wordt verleend, onverminderd artikel 24a, derde lid, van de Wet. + +**4.** De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling onder de reikwijdte van richtlijn 2014/66/EU valt en niet in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», tenzij de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. + ### Artikel 3.30b **1.** @@ -1089,6 +1098,42 @@ Indien de werkgever geen verklaring als bedoeld in het tweede lid, onder f, heef a. wordt voldaan aan hoofdstuk 3 van de richtlijn langdurig ingezetenen, in welk geval Onze Minister de hoofdpersoon als referent aanwijst; b. de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen. +### Artikel 3.30d + +**1.** + +De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» verleend aan een vreemdeling, niet zijnde een burger van de Unie, ten behoeve van een tijdelijke overplaatsing voor beroepsactiviteiten of opleiding, naar een gastentiteit in Nederland die behoort tot een buiten het grondgebied van de Europese Unie gevestigde onderneming, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: + +a. de vreemdeling voldoet aan de definitie van leidinggevende, specialist of trainee-werknemer in de zin van artikel 3, onder e, f of g, van richtlijn 2014/66/EU; +b. de gastentiteit, bedoeld in artikel 3, onder d, van richtlijn 2014/66/EU, en de in een derde land gevestigde onderneming behoren tot dezelfde onderneming of tot dezelfde groep van ondernemingen, bedoeld in artikel 3, onder l, van die richtlijn; +c. de vreemdeling is onmiddellijk voorafgaand aan de overplaatsing in dienst bij dezelfde onderneming of groep of ondernemingen voor een ononderbroken periode van drie maanden; +d. de vreemdeling beschikt over een geldige arbeidsovereenkomst met de buiten de Europese Unie gevestigde onderneming, met daarin onderstaande gegevens, en, indien deze die gegevens niet bevat, een opdrachtbrief van de werkgever, met daarin: + +1°. nadere bijzonderheden over de duur van de overplaatsing en de vestigingsplaats van de gastentiteit; +2°. gegevens die aantonen dat de vreemdeling in de gastentiteit in Nederland een functie zal bekleden als leidinggevende, specialist of trainee-werknemer; +3°. de bezoldiging en de overige arbeidsvoorwaarden tijdens de overplaatsing; +4°. gegevens die aantonen dat de vreemdeling na het einde van de overplaatsing kan worden overgeplaatst naar een entiteit die tot dezelfde onderneming of groep van ondernemingen behoort en in een derde land is gevestigd; +e. de vreemdeling bezit de beroepskwalificaties en ervaring die zijn vereist in de gastentiteit waarnaar hij wordt overgeplaatst als leidinggevende of specialist, of, in het geval van een trainee-werknemer, het masterdiploma; +f. voor zover hij een gereglementeerd beroep in de zin van artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties wil uitoefenen, beschikt over een erkenning van de beroepskwalificaties in de zin van artikel 5 van die wet; +g. van de te vervullen arbeidsplaats liggen de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden ten minste op het niveau dat wettelijk is vereist en in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is; +h. indien de vreemdeling een trainee-werknemer is, legt hij een trainee-overeenkomst over die verband houdt met de voorbereiding voor zijn toekomstige functie binnen de onderneming of groep van ondernemingen, met een beschrijving van het traineeprogramma waaruit blijkt dat het doel van het verblijf is de trainee-werknemer op te leiden voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfstechnieken en -methoden, de duur ervan en de wijze waarop tijdens de overplaatsing toezicht zal worden uitgeoefend op de trainee-werknemer; +i. de gastentiteit is niet opgericht met als belangrijkste doel de binnenkomst van binnen een onderneming overgeplaatste personen te vergemakkelijken; +j. Nederland is de lidstaat waar over het geheel genomen het langst durende verblijf tijdens de overplaatsing zal plaatsvinden; +k. de vreemdeling heeft op het tijdstip van de aanvraag zijn hoofdverblijf buiten Nederland; +l. geen afwijzingsgrond uit artikel 16, eerste lid, onder a tot en met g, van de Wet is van toepassing. + +**2.** + +De aanvraag kan worden afgewezen indien: + +a. aan de werkgever of de gastentiteit in de periode van maximaal vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag een sanctie is opgelegd wegens overtreding van artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen of wegens het niet of onvoldoende afdragen van loonbelasting, premies voor de werknemersverzekeringen of premies voor de volksverzekeringen; +b. geen economische activiteit plaatsvindt bij de werkgever of gastentiteit; +c. de vreemdeling in de periode van zes maanden direct voorafgaande aan de aanvraag in Nederland heeft verbleven voor een eerdere overplaatsing binnen een onderneming in de zin van richtlijn 2014/66/EU. + +**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, d, f, g, i, k en l, en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een houder van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning met de vermelding «ICT» die in Nederland wil verblijven voor een overplaatsing binnen een onderneming in het kader van langetermijnmobiliteit in de zin van artikel 22 van richtlijn 2014/66/EU, met dien verstande dat de aanvraag niet wordt afgewezen op artikel 16, eerste lid, onder a, van de Wet. De aanvraag wordt afgewezen indien Nederland de lidstaat is waar over het geheel genomen het langst durende verblijf tijdens de overplaatsing zal plaatsvinden. De aanvraag wordt voorts afgewezen indien de gastentiteit gelijktijdig een kennisgeving voor kortetermijnmobiliteit heeft ingediend voor de vreemdeling. + +**4.** Onze Minister besluit niet over de verlening, verlenging of intrekking van de verblijfsvergunning dan nadat hij advies heeft gevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen omtrent de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met i, en de afwijzingsgronden, bedoeld in het tweede lid. Onze Minister is niet verplicht om advies te vragen indien de referent erkend is of indien de verblijfsvergunning wordt geweigerd of ingetrokken op grond van het eerste lid, onder j, k of l. + ### Artikel 3.31 **1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan onder de beperking «arbeid in loondienst» worden verleend indien geen afwijzingsgrond van toepassing is uit artikel 16 van de Wet en de artikelen 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen, tenzij het seizoenarbeid betreft. @@ -1413,20 +1458,21 @@ Een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor een verblijfsdoel als b | d. «Arbeid als kennismigrant» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | | e. «Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart» | De duur van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3.30b, eerste lid, onder a, aangevuld met drie maanden, maar tezamen niet langer dan vier jaar | Telkens met ten hoogste vier jaar | | f. «Seizoenarbeid» | Ten hoogste 24 weken | Niet verlengbaar na 24 weken | -| g. «Arbeid in loondienst» | De geldigheidsduur, genoemd in artikel 14, vijfde lid, van de Wet | Telkens verlengbaar voor ten hoogste: – één jaar, | +| g. «Overplaatsing binnen een onderneming» | Ten hoogste drie jaar in geval van een leidinggevende of specialist en ten hoogste een jaar in geval van een trainee-werknemer, met aftrek van eerder verblijf in andere lidstaten in geval van mobiliteit | Niet verlengbaar na drie jaar in geval van een leidinggevende of specialist en niet verlengbaar na één jaar in geval van een trainee-werknemer, met aftrek van eerder verblijf in andere lidstaten in geval van mobiliteit | +| h. «Arbeid in loondienst» | De geldigheidsduur, genoemd in artikel 14, vijfde lid, van de Wet | Telkens verlengbaar voor ten hoogste: – één jaar, | | | | – drie jaar indien met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen, of | | | | – vijf jaar, indien de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt of een verdrag daartoe verplicht | -| h. «Grensoverschrijdende dienstverlening» | De duur van de werkzaamheden als vermeld in de krachtens artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen door de dienstverrichter verstrekte verklaring, met een maximum van twee jaar | Niet verlengbaar na twee jaar | -| i. «Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | -| j. «Lerend werken» | Ten hoogste één jaar | Niet verlengbaar na één jaar | -| k. «Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | -| l. «Studie» | De duur van de studie met inbegrip van de voorbereiding daarop en de afronding daarvan, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | -| m. «Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» | Ten hoogste één jaar, en, indien het de vergunning, bedoeld in artikel 3.31b, betreft, zoveel langer als de vreemdeling wegens het ontbreken van een verblijfsvergunning geen toegang tot de arbeidsmarkt had | Niet verlengbaar na één jaar | -| n. «Uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag» | Ten hoogste één jaar | Niet verlengbaar na één jaar | -| o. «Medische behandeling» | Ten hoogste één jaar of voor vijf jaar, indien de medische behandeling naar het oordeel van Onze Minister blijvend aan Nederland gebonden is | Telkens met ten hoogste één jaar | -| p. «Tijdelijke humanitaire gronden» | Ten hoogste één jaar | Telkens met ten hoogste één jaar | -| q. «Het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap» | Ten hoogste één jaar | Telkens met ten hoogste één jaar | -| r. «Niet-tijdelijke humanitaire gronden» | Ten hoogste vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | +| i. «Grensoverschrijdende dienstverlening» | De duur van de werkzaamheden als vermeld in de krachtens artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen door de dienstverrichter verstrekte verklaring, met een maximum van twee jaar | Niet verlengbaar na twee jaar | +| j. «Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | +| k. «Lerend werken» | Ten hoogste één jaar | Niet verlengbaar na één jaar | +| l. «Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | +| m. «Studie» | De duur van de studie met inbegrip van de voorbereiding daarop en de afronding daarvan, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | +| n. «Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» | Ten hoogste één jaar, en, indien het de vergunning, bedoeld in artikel 3.31b, betreft, zoveel langer als de vreemdeling wegens het ontbreken van een verblijfsvergunning geen toegang tot de arbeidsmarkt had | Niet verlengbaar na één jaar | +| o. «Uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag» | Ten hoogste één jaar | Niet verlengbaar na één jaar | +| p. «Medische behandeling» | Ten hoogste één jaar of voor vijf jaar, indien de medische behandeling naar het oordeel van Onze Minister blijvend aan Nederland gebonden is | Telkens met ten hoogste één jaar | +| q. «Tijdelijke humanitaire gronden» | Ten hoogste één jaar | Telkens met ten hoogste één jaar | +| r. «Het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap» | Ten hoogste één jaar | Telkens met ten hoogste één jaar | +| s. «Niet-tijdelijke humanitaire gronden» | Ten hoogste vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar | **2.** @@ -1531,7 +1577,8 @@ n. die de echtgenoot, geregistreerde partner of partner is, dan wel het biologis o. die minderjarig is, Nederland is ingereisd als houder van een geldig Nederlands nationaal paspoort en na de vaststelling dat het paspoort ten onrechte is verstrekt, alsnog een aanvraag indient voor een verblijfsvergunning regulier verband houdend met verblijf ter adoptie, tenzij onjuiste gegevens zijn verstrekt die hebben geleid tot de afgifte van dat paspoort; p. die een minderjarig kind is van een houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder a, b dan wel c, en onder het gezag staat van en verblijft bij die houder; q. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder d, e of f, dan wel het minderjarige kind van die vreemdeling dat onder het gezag staat van en verblijft bij die vreemdeling; -r. die houder is van een door de autoriteiten van een andere staat die Partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie afgegeven Europese blauwe kaart en gedurende ten minste achttien maanden als houder van die kaart in die staat heeft verbleven. +r. die houder is van een door de autoriteiten van een andere staat die Partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie afgegeven Europese blauwe kaart en gedurende ten minste achttien maanden als houder van die kaart in die staat heeft verbleven; +s. die houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning met de vermelding «ICT» die in Nederland wil verblijven voor een overplaatsing binnen een onderneming in het kader van langetermijnmobiliteit in de zin van artikel 22 van richtlijn 2014/66/EU, dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is die zelf houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging van die houder, tenzij sprake is van gezinsvorming. **3.** Onze Minister kan het eerste lid buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. @@ -2210,6 +2257,8 @@ De aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanv **4.** Indien Onze Minister beslist op een aanvraag tot het verlenen van een Europese blauwe kaart ten behoeve van een vreemdeling die door een andere lidstaat van de Europese Unie reeds in het bezit is gesteld van een Europese blauwe kaart, doet hij daarvan mededeling aan de autoriteiten van die staat. +**5.** Indien Onze Minister een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» verleent aan een vreemdeling in het kader van langetermijnmobiliteit in de zin van artikel 22 van richtlijn 2014/66/EU, doet hij daarvan mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat die als eerste een verblijfsvergunning heeft afgegeven voor de binnen een onderneming overgeplaatste persoon. + ### Artikel 3.103aa **1.** Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of afwijzing van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan van een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, met de aantekening dat die staat de vreemdeling internationale bescherming heeft verleend, verzoekt Onze Minister die staat te bevestigen of de vreemdeling aldaar nog steeds internationale bescherming geniet. In het bevestigend geval zet Onze Minister de vreemdeling uit naar die staat, onverminderd het toepasselijke Unierecht en het beginsel van de eenheid van het gezin. @@ -2223,6 +2272,8 @@ Indien de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling di a. de internationale bescherming inmiddels is ingetrokken, of b. is voldaan aan artikel 3.105c, tweede lid, onder a of b. +**4.** Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» en de vreemdeling in een tweede lidstaat verblijfsrecht geniet in het kader van mobiliteit in de zin van artikel 21 of 22 van richtlijn 2014/66/EU, doet Onze Minister van die intrekking onmiddellijk mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat van het tweede verblijf. + ### Artikel 3.103b **1.** Indien Onze Minister een inreisverbod uitvaardigt, registreert Onze Minister dit inreisverbod in het Schengen Informatiesysteem.