From 6cab4012093106e66433dacf71cf9526bee7eb68 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 22 Dec 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-12-22 | BWBR0008114 | Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk --- .../BWBR0008114/README.md | 40 ++++++++++++++----- 1 file changed, 30 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md index 725bcaa4343..3fabec43b3b 100644 --- a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md +++ b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk bwb_id: BWBR0008114 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2001-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2010-12-13' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008114 citeertitel: Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk --- @@ -80,9 +80,9 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va **1.** De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan de dag waarop het ontslag in werking treedt. -**2.** Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen van afdeling I van Hoofdstuk IIA en IIB, alsmede de artikelen 47, tweede en derde lid, 75, 76 en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3, alsmede de artikelen 47, tweede en derde lid, 75, 76, 76a, 77a en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. -**3.** In afwijking van het tweede lid is artikel 41 van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid en zijn de artikelen 34 en 35 van de Werkloosheidswet slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering indien de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de Werkloosheidswet overstijgen. +**3.** In afwijking van het tweede lid is artikel 41 van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid en zijn de artikelen 34, 35a en 35aa van de Werkloosheidswet slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering indien de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de Werkloosheidswet overstijgen. ### Artikel 4 @@ -113,13 +113,13 @@ c. in verband met het opnemen van een pleegkind gedurende ten hoogste vier aanee ### Artikel 6 -**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon over een tijdvak van 3 maanden. +**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering bedoeld in artikel 35 of 36 van de Ziektewet aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon over een tijdvak van 3 maanden. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de betrokkene geacht steeds onverminderd ziekengeld te hebben genoten. ### Artikel 7 -Indien ten aanzien van de werkloosheidsuitkering die betrokkene krachtens de Werkloosheidswet of krachtens de Ziektewet geniet een verplichting of een sanctie wordt opgelegd, wordt die verplichting eveneens opgelegd dan wel die sanctie op overeenkomstige wijze toegepast op de aanvullende uitkering. +Indien ten aanzien van de uitkering die betrokkene krachtens de Werkloosheidswet of krachtens de Ziektewet geniet een verplichting of een sanctie wordt opgelegd, wordt die verplichting eveneens opgelegd dan wel die sanctie op overeenkomstige wijze toegepast op de aanvullende uitkering. ## Hoofdstuk 3. Aansluitende uitkering bij werkloosheid @@ -127,15 +127,15 @@ Indien ten aanzien van de werkloosheidsuitkering die betrokkene krachtens de Wer **1.** Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van artikel 2 van dit besluit langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de Werkloosheidswet, heeft betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet heeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering, met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit. -**2.** Op de aansluitende uitkering zijn de artikelen van Hoofdstuk IIA, afdeling I, en de artikelen 75, 76 en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de aansluitende uitkering zijn hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3, en de artikelen 75, 76, 76a, 77a en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. -**3.** In afwijking van het tweede lid zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdelen a, b en i, en 20, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet, niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid. +**3.** In afwijking van het tweede lid zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdelen a, b, c en h, en 20, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet, niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid. **4.** Het recht op aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, maar uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. ### Artikel 9 -De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van artikel 2, eerste en tweede lid, van dit besluit verminderd met de terzake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet. +De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van artikel 2 verminderd met de terzake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet. ### Artikel 10 @@ -143,7 +143,7 @@ De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende **2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de aansluitende uitkering van de betrokkene die ten tijde van het ontslag de leeftijd van 55 jaar nog niet had bereikt, in de laatste twee jaar voor ommekomst van de aansluitende uitkering, 75% van het minimumloon dat voor betrokkene zou gelden, doch ten hoogste 70% van het dagloon. -**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing. +**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering is artikel 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 11 @@ -151,6 +151,26 @@ De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende **2.** Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van betrokkene ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de Ziektewet danwel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht had. Alleen uitkeringen die voortvloeien uit de dienstbetrekking op grond waarvan de uitkering bedoeld in het eerste lid wordt toegekend worden in mindering gebracht. +## Hoofdstuk 3a. Aanvullende uitkering voor buiten Nederland wonenden + +### Artikel 11b + +**1.** De betrokkene die uitsluitend op grond van artikel 65 van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU L 200) of op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel a ii en b ii van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Unie van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PbEU L28), geen recht op een werkloosheidsuitkering heeft, heeft recht op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering op grond van dit artikel, wanneer hij in zijn woonland recht heeft op een wettelijke werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder h, respectievelijk artikel 4, eerste lid, onder g, van de verordening. + +**2.** De bovenwettelijke werkloosheidsuitkering waarop de betrokkene op grond van het eerste lid recht heeft, is in hoogte en duur gelijk aan de werkloosheidsuitkering en de bovenwettelijke uitkering waarop de betrokkene recht zou hebben gehad indien hij in Nederland zou hebben gewoond. + +**3.** De uitkering wegens werkloosheid, die de betrokkene ontvangt naar het recht van zijn woonland, wordt geheel in mindering gebracht op de uitkering op grond van dit artikel over dezelfde periode. + +**4.** Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij krachtens werkloosheidswetgeving recht heeft op een werkloosheidsuitkering, (tijdelijk) wegens ziekte verhinderd is om arbeid te kunnen verrichten, waarbij in het woonland de werkloosheidsuitkering hierdoor niet tot uitbetaling kan komen omdat voor de werkloosheidsuitkering (tijdelijk) een uitkering wegens ziekte, zwangerschapsverlof of bevallingsverlof, naar het recht van zijn woonland in de plaats komt, wordt die uitkering voor de toepassing van het tweede lid gelijkgesteld met de overeenkomstige uitkering op grond van de Ziektewet. Deze gelijkstelling vindt plaats met een maximale duur van de overeenkomstige uitkering op grond van de Ziektewet. Zolang deze gelijkstelling duurt, is de uitkering op grond van dit artikel gelijk aan de uitkering op grond van de Ziektewet en de bovenwettelijke uitkering waarop de betrokkene recht zou hebben gehad indien hij in Nederland had gewoond. + +**5.** Voor de toepassing van het vierde lid wordt een uitkering op grond van artikel 3:10 van de Wet arbeid en zorg gelijkgesteld met een uitkering op grond van de Ziektewet. + +**6.** De uitkering wegens ziekte, zwangerschap, bevalling, arbeidsongeschiktheid of adoptie en pleegzorg die de betrokkene ontvangt naar het recht van zijn woonland, wordt geheel in mindering gebracht op de uitkering op grond van dit artikel over dezelfde periode. + +**7.** Sancties die zijn opgelegd krachtens de werkloosheidswetgeving, dan wel ziektewetgeving of arbeidsongeschiktheidswetgeving van de andere lidstaat, werken op gelijke wijze door in de hoogte van de uitkering op grond van dit besluit. + +**8.** Betrokkene is te allen tijde verplicht alle informatie die betrekking heeft, of kan hebben, op de hoogte van of het recht op de uitkering op grond van dit besluit, door te geven aan Onze Minister. + ## Hoofdstuk 4. Overige bepalingen ### Artikel 12