2008-08-01 | BWBR0004259 | Bekostigingsbesluit WEC
This commit is contained in:
parent
35b43e42b6
commit
6ccb55c2fa
1 changed files with 42 additions and 54 deletions
|
|
@ -41,7 +41,7 @@ bevoegd gezag van volgens de wet bekostigde scholen: voor wat betreft:
|
|||
a. een openbare school: het college van burgemeester en wethouders voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel het krachtens een gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;
|
||||
b. een bijzondere school: de rechtspersoon bedoeld in artikel 57 van de wet;
|
||||
|
||||
inspecteur: lid van de inspectie voor zover belast met taken op het gebied van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 5 van de wet;
|
||||
inspecteur: lid van de inspectie voor zover belast met taken op het gebied van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;
|
||||
|
||||
ouders: ouders, voogden of verzorgers;
|
||||
|
||||
|
|
@ -49,7 +49,11 @@ teldatum: een van de data, bedoeld in artikel 118 van de wet;
|
|||
|
||||
commissie: de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de wet;
|
||||
|
||||
leerling: een leerling die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster waartoe de school behoort alsmede een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die met toepassing van artikel 76a van de wet, bij de school is ingeschreven, tenzij anders bepaald;
|
||||
leerling: tenzij anders is bepaald een leerling:
|
||||
|
||||
a. die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd,
|
||||
b. die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die met toepassing van artikel 76a van de wet bij de school is ingeschreven, of
|
||||
c. van een residentiële instelling waarmee het bevoegd gezag een overeenkomst als bedoeld in artikel 71c van de wet heeft gesloten;
|
||||
|
||||
leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling:
|
||||
|
||||
|
|
@ -146,7 +150,7 @@ b. leerlingen van elk van de nevenvestigingen,
|
|||
c. leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van de wet, waartoe de school behoort,
|
||||
d. leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, vijfde lid, van de wet,
|
||||
e. leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet en
|
||||
f. leerlingen, die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet, dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die op de school zijn ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet.
|
||||
f. leerlingen, die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die op de school zijn ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet.
|
||||
|
||||
De directeur draagt er zorg voor dat de volledige administratie op de hoofdvestiging aanwezig is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -210,7 +214,7 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en
|
|||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Voor 15 oktober zendt het regionaal expertisecentrum aan Onze Minister, een opgave van het aantal leerlingen dat in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober een bevestigende beoordeling als bedoeld in artikel 28c, eerste lid, van de wet, heeft ontvangen.
|
||||
**1.** Voor 15 oktober zendt het regionaal expertisecentrum aan Onze Minister, een opgave van het aantal leerlingen dat in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober een bevestigende beoordeling van de commissie, bedoeld in artikel 28c, eerste lid, van de wet, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -402,7 +406,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in artikel 124 en artikel 131, eerste lid, van de wet vindt maandelijks plaats op een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor de verschillende onderdelen van de vergoeding verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
**1.** De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in artikel 124 en artikel 131, eerste lid, van de wet vindt maandelijks plaats op een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor de verschillende onderdelen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De betaling van de bekostiging voor personeelskosten bedoeld in artikel 131, tweede lid, van de wet vindt, tenzij bij beschikking anders wordt bepaald, plaats in een aantal gelijke maandelijkse termijnen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -427,63 +431,21 @@ d. leeftijdsbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat w
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde lid, onderdeel a, van de wet, wordt de formatie leraren voor scholen, niet zijnde instellingen, per leerling vastgesteld volgens de onderstaande tabel:
|
||||
|
||||
| Onderwijssoort | Speciaal onderwijs | Voortgezet speciaal onderwijs | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Jonger dan 8 jaar | 8 jaar en ouder | | |
|
||||
| a. dove kinderen | 0,2141 | 0,2117 | 0,2226 |
|
||||
| b. slechthorende kinderen | 0,1173 | 0,1157 | 0,2000 |
|
||||
| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 0,1173 | 0,1157 | |
|
||||
| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 0,1181 | 0,1181 | 0,2019 |
|
||||
| h1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 0,1043 | 0,1021 | 0,1835 |
|
||||
| h2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 0,1273 | 0,1262 | 0,1861 |
|
||||
| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 0,1090 | 0,1090 | 0,1598 |
|
||||
| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 0,1273 | 0,1262 | 0,1861 |
|
||||
| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 0,1273 | 0,1262 | 0,1861 |
|
||||
| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: | | | |
|
||||
| a +j | 0,4024 | 0,4007 | 0,4004 |
|
||||
| b + j | 0,1999 | 0,1987 | 0,2030 |
|
||||
| f + j | 0,1869 | 0,1869 | 0,2062 |
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van de berekening van bekostiging voor personeelskosten bedoeld in artikel 117, eerste lid, van de wet, wordt voor het aantal leerlingen op de teldatum dat is toegelaten op basis van artikel 117, zevende lid, van de wet en dat op 31 december van het voorafgaande schooljaar jonger is dan 8 jaar tevens formatie toegerekend ter grootte van het verschil tussen de in het eerste lid aangegeven formatie in de kolom «8 jaar en ouder» en de kolom «jonger dan 8 jaar».
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde lid, onderdeel b, van de wet wordt de formatie onderwijsondersteunend personeel voor scholen, niet zijnde instellingen, per leerling vastgesteld volgens de onderstaande tabel.
|
||||
|
||||
| Onderwijssoort | Speciaal onderwijs | Voortgezet speciaal onderwijs | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Jonger dan 8 jaar | 8 jaar en ouder | | |
|
||||
| a. dove kinderen | 0,1993 | 0,0531 | 0,0471 |
|
||||
| b. slechthorende kinderen | 0,1636 | 0,0676 | 0,0663 |
|
||||
| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 0,1573 | 0,0613 | |
|
||||
| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 0,2287 | 0,2287 | 0,1962 |
|
||||
| h1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 0,2087 | 0,0775 | 0,0572 |
|
||||
| h2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 0,1251 | 0,0573 | 0,0438 |
|
||||
| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 0,0892 | 0,0892 | 0,0717 |
|
||||
| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 0,1251 | 0,0573 | 0,0438 |
|
||||
| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 0,1251 | 0,0573 | 0,0438 |
|
||||
| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: | | | |
|
||||
| a + j | 0,2066 | 0,1067 | 0,0603 |
|
||||
| b + j | 0,1724 | 0,0993 | 0,0831 |
|
||||
| f + j | 0,2896 | 0,2896 | 0,2892 |
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van de berekening van bekostiging voor personeelskosten bedoeld in artikel 117, eerste lid, van de wet, wordt voor het aantal leerlingen op de teldatum dat is toegelaten op basis van artikel 117, zevende lid, van de wet en dat op 31 december van het voorafgaande schooljaar jonger is dan 8 jaar tevens formatie toegerekend ter grootte van het verschil tussen de in het eerste lid aangegeven formatie in de kolom «8 jaar en ouder» en de kolom «jonger dan 8 jaar».
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Voor de aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, derde lid, van de wet van scholen, niet zijnde instellingen, wordt een bedrag toegekend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is de uitkomst van de volgens de onderstaande tabel op de school van toepassing zijnde factor, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. In de onderstaande tabel wordt onder aantal leerlingen verstaan het aantal leerlingen op de teldatum, vermeerderd met het aantal leerlingen dat bepalend is voor de bekostiging ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling als bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet.
|
||||
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is de uitkomst van de volgens de onderstaande tabel op de school van toepassing zijnde factor, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
|
||||
|
||||
| Andere onderwijssoorten dan de hiernaast genoemde | Onderwijssoort meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie a+j, b+j of f+j | | | |
|
||||
| Andere onderwijssoorten dan de hiernaast genoemde | Onderwijssoort meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie a+j, b+j f+j of a+blind | | | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Aantal leerlingen | so of vso | sovso | so of vso | sovso |
|
||||
| 1 t/m 49 | 1 | 1 | 2 | 2 |
|
||||
|
|
@ -499,7 +461,7 @@ sovso = een school voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 117 van de wet wordt de formatie, bedoeld in de artikelen 33, 34 en 35, aan de hand waarvan de bekostiging wordt bepaald, tevens berekend over het aantal leerlingen dat bepalend is voor de bekostiging ten behoeve van leerlingen van residentiële instellingen als bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,6 +506,33 @@ b. de bekostiging, bedoeld in onderdeel a, berekend op basis van het aantal leer
|
|||
|
||||
**4.** Aanspraak op de aanvullende bekostiging ingevolge de voorafgaande leden ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar en wordt betaald in 7 maandelijkse termijnen.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
**1.** Voor de bekostiging van preventieve ambulante begeleiding, bedoeld in artikel 8a, derde lid, onderdeel a, van de wet wordt aan het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, een basisbedrag toegekend per leerling. Dit basisbedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid geldt het aantal leerlingen van de school op de teldatum of op 16 januari indien toepassing is gegeven aan artikel 37.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt de formatie bepaald op de hoeveelheid formatie als aangegeven in onderstaande tabel:
|
||||
|
||||
| Onderwijssoort | Speciaal onderwijs | Voortgezet speciaal onderwijs |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| a. dove kinderen | 0,0000 | 0,0122 |
|
||||
| b. slechthorende kinderen | 0,0114 | 0,0000 |
|
||||
| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 0,0115 | 0,0000 |
|
||||
| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 0,0494 | 0,0107 |
|
||||
| h. 1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 0,0005 | 0,0000 |
|
||||
| 2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 0,0030 | 0,0051 |
|
||||
| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 0,0012 | 0,0000 |
|
||||
| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 0,0030 | 0,0051 |
|
||||
| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 0,0030 | 0,0051 |
|
||||
| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: | | |
|
||||
| a + j | 0,0000 | 0,0000 |
|
||||
| b + j | 0,0000 | 0,0000 |
|
||||
| f + j | 0,0000 | 0,0000 |
|
||||
| a + blind | 0,0000 | 0,0000 |
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Voor de bekostiging van ambulante begeleiding wordt aan de bevoegd gezagsorganen van scholen waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met c, f en h, j, k, m en n, van de wet voor de in het tweede lid bedoelde leerlingen per leerling een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
|
||||
|
|
@ -569,10 +558,11 @@ Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leefti
|
|||
| a+j | | |
|
||||
| b+j | | |
|
||||
| f+j | 0,0851 | 0,0570 |
|
||||
| a + blind | 0,0851 | 0,0570 |
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Indien een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, bij de school is ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet, wordt met betrekking tot die leerling voor de berekening van de bekostiging voor personeelskosten uitgegaan van het bedrag per leerling dat behoort bij de onderwijssoort waarvoor die leerling toelaatbaar is verklaard.
|
||||
Indien een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, bij de school is ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet, wordt met betrekking tot die leerling voor de berekening van de bekostiging voor personeelskosten uitgegaan van het bedrag per leerling dat behoort bij de onderwijssoort waarvoor die leerling toelaatbaar is verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -584,8 +574,6 @@ Indien een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort
|
|||
|
||||
**4.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt het leeftijdsbedrag vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder leerling tevens verstaan de leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond die is toegelaten op basis van bekostiging die is toegekend ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde lid, onderdeel a en b, van de wet, bedraagt de formatie per leerling tezamen 0,0546 formatieplaats.
|
||||
|
|
@ -670,7 +658,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 56a
|
||||
|
||||
**1.** De vergoeding voor een regionaal expertisecentrum bedraagt € 27 200per 13 juli 2008 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2007: € 30.033, vermeerderd met € 9 100per 13 juli 2008 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2007: € 10.048 voor elke aan het regionaal expertisecentrum deelnemende school en vermeerderd met € 155per 13 juli 2008 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2007: € 171 voor elke leerling die in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober van het voorafgaande schooljaar een bevestigende beoordeling als bedoeld in artikel 28c, eerste lid, van de wet, heeft ontvangen, welk aantal leerlingen wordt verhoogd met 15%.
|
||||
**1.** De vergoeding voor een regionaal expertisecentrum bedraagt € 27 200per 13 juli 2008 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2007: € 30.033, vermeerderd met € 9 100per 13 juli 2008 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2007: € 10.048 voor elke aan het regionaal expertisecentrum deelnemende school en vermeerderd met € 155per 13 juli 2008 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2007: € 171 voor elke leerling die in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober van het voorafgaande schooljaar een bevestigende beoordeling van de commissie, bedoeld in artikel 28c, eerste lid, van de wet, heeft ontvangen, welk aantal leerlingen wordt verhoogd met 15%.
|
||||
|
||||
**2.** Het Rijk verstrekt elke maand van het schooljaar een twaalfde gedeelte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue