diff --git a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md index 2033205cd6b..e984200b802 100644 --- a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md +++ b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md @@ -21,7 +21,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder: - *Algemene groepsvrijstellingsverordening:* Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); - *alternatieve energiedragers:* energiebronnen die dienen als vervanging van fossiele bronnen en die ertoe kunnen bijdragen dat de energievoorziening koolstofvrij wordt en de milieuprestaties van de bouwsector verbeteren; -- *bouwsector:* sector van bedrijven, ingeschreven in het handelsregister onder de codes 39, 41, 42, 43, 4941, 50 201, 7712, 7732 of 7739 van de Standaard Bedrijfsindeling, evenals de onderliggende codes gericht op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan; +- *bouwsector:* sector van bedrijven, ingeschreven in het handelsregister onder de codes 39, 41, 42, 43, 4941, 50 201, 7712, 7732, 7734 of 7739 van de Standaard Bedrijfsindeling, evenals de onderliggende codes gericht op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan; - *bouwmachine:* a. bouwwerktuig: @@ -36,7 +36,7 @@ b. hulpfunctie: 2°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel B; of c. bouwvoertuig: -1°. voertuig dat op het moment van subsidievaststelling beschikt over de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3 en beschikt over de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF en indien het voertuigcategorie N2 betreft vanaf een gewicht van 4.250 kg; en +1°. voertuig dat op het moment van subsidievaststelling beschikt over de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N3 en beschikt over de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF; en 2°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel C; en d. indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch motorvermogen van 8 kilowatt of hoger; en e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht; @@ -70,17 +70,18 @@ e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaa - *SCR-katalysator:* nabehandelingssysteem voor selectieve katalytische reductie, dat overeenkomstig geldende standaarden op een motor van een bouwwerktuig kan worden geplaatst, teneinde emissies van NO_x significant te verminderen; - *RVO:* Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; - *eerste inschrijving en tenaamstelling:* eerste inschrijving en tenaamstelling, bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement; +- *verkoopprijs:* prijs van de emissieloze bouwmachine inclusief af-fabriekopties zoals vermeld op de overeenkomst verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting; - *verstrekkingsvoorbehoud:* registratie als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement, van de rechtspersoon of natuurlijk persoon die over de tenaamstellingscode van een voertuig in het kentekenregister kan beschikken; -- *voertuigkwalificaties N2 of N3:* voertuigkwalificaties N2 en N3 als bedoeld in bijlage II, onderdeel A, van de Verordening (EU) 2018/858 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1–218); +- *voertuigkwalificatie N3:* voertuigkwalificatie N3 als bedoeld in bijlage II, onderdeel A, van de Verordening (EU) 2018/858 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1–218); - *zeegaand bouwvaartuig:* vaartuig dat mede wordt ingezet voor bouwwerkzaamheden in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarvoor een geldig certificaat als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004 vereist is, dat is genoemd in bijlage 1, onderdeel D, bij deze regeling, niet zijnde een binnenvaartschip of drijvend werktuig als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG; ### Artikel 1.2 Deze regeling heeft als hoofddoel om de emissie van NO_x in de bouwsector te verminderen en als nevendoel om de emissie van CO_2 en fijnstof te verminderen, door: -a. de aanschaf van emissieloze bouwmachines voor bouwwerkzaamheden door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren; +a. de aanschaf van emissieloze bouwmachines en bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor voor bouwwerkzaamheden door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren; b. de ombouw van bouwmachines en zeegaande bouwvaartuigen door middel van NO_x-reducerende maatregelen door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren; -c. het ondersteunen van projecten gericht op technologie-, innovatie- en kennisontwikkeling in de pre-commerciële fase of aanschaf in het kader van een experimentele ontwikkeling, die een bijdrage leveren aan het bereiken van een reductie van met name de emissie van NO_x, alsmede de emissies van CO_2, en fijn stof, in de bouwsector, door het gebruik van bouwmachines zonder verbrandingsmotor die in hun energiebehoefte worden voorzien door elektriciteit, waterstof of niet petrochemische waterstofdragers. +c. het ondersteunen van projecten gericht op technologie-, innovatie- en kennisontwikkeling in de pre-commerciële fase of aanschaf in het kader van een experimentele ontwikkeling, die een bijdrage leveren aan het bereiken van een reductie van met name de emissie van NO_x, alsmede de emissies van CO_2, en fijn stof, in de bouwsector, door het gebruik van bouwmachines zonder verbrandingsmotor of bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die in hun energiebehoefte worden voorzien door elektriciteit, waterstof of niet petrochemische waterstofdragers. ### Artikel 1.3 @@ -90,47 +91,64 @@ Per aanvrager of groep wordt per kalenderjaar ten hoogste € 1.000.000 aan sub ### Artikel 2.1 -De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere emissieloze bouwmachines die voor het eerst in gebruik worden genomen na productie dan wel die voor datum vaststelling subsidie voor het eerst zijn ingeschreven en tenaamgesteld. +De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere emissieloze bouwmachines, of van één of meerdere bouwmachines met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor, die voor het eerst in gebruik worden genomen na productie dan wel die voor datum vaststelling subsidie voor het eerst zijn ingeschreven en tenaamgesteld. ### Artikel 2.2 -**1.** De subsidie bedraagt per emissieloze bouwmachine ten hoogste 25% van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwmachine, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000. +**1.** De subsidie bedraagt per emissieloos bouwwerktuig en emissieloze hulpfunctie ten hoogste een percentage van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwwerktuig of hulpfunctie, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000, waarbij dit percentage 14% voor kleine ondernemingen in het hoogste inkomstenbelastingtarief, 19% voor overige kleine en middelgrote ondernemingen, en 14% voor grote ondernemingen is. **2.** -De meerkosten, bedoeld in het eerste lid, worden per bouwmachine bepaald: +De meerkosten, bedoeld in het eerste lid, worden per bouwwerktuig of hulpfunctie als volgt bepaald: -a. in het geval van emissieloze bouwmachines met uitsluitend batterijpakket als energiedrager, met een elektrisch motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: A*kWh + M*kW + O, waarbij: A = € 700, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continue elektrisch motorvermogen in kilowatt van op de bouwmachine beschikbare elektromotoren, O = € 7.000; +a. in het geval van een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie met uitsluitend een batterijpakket als energiedrager, met een continu elektrisch motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: A*kWh + M*kW + O, waarbij: A = € 700, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continu elektrisch motorvermogen in kilowatt van op het bouwwerktuig of hulpfunctie beschikbare elektromotoren, O = € 7.000; b. indien de hulpfunctie bedoeld in onderdeel a, energie krijgt van het batterijpakket dat dient voor aandrijving van het emissieloos voertuig waarop de hulpfunctie is aangebracht, wordt voor 'accucapaciteit in kilowattuur' nul gerekend; -c. in het geval van een bouwmachine als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummers A2.2, A.2.7 en A2.11 door toepassing van de formule: B*kWh – P, waarbij B = € 450, P = € 6.000; -d. in het geval van overige emissieloze bouwmachines, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten, waarbij de kosten voor extra verwisselbare uitrustingsstukken zijn uitgesloten, behalve uitrustingsstukken die alleen geschikt zijn voor de elektrische variant van de machine; -e. in het geval een emissieloos bouwwerktuig gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten, door ten hoogste drie verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten te rekenen. Voor aanvullende verwisselbare batterijpakketten wordt de meerkostenformule als bedoeld in onderdeel c, gehanteerd. +c. in het geval van overige emissieloze bouwwerktuigen en hulpfuncties, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten, waarbij ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten worden gerekend en de kosten voor extra verwisselbare uitrustingsstukken zijn uitgesloten, behalve uitrustingsstukken die alleen geschikt zijn voor de elektrische variant van het bouwwerktuig of de hulpfunctie; +d. in het geval een emissieloos bouwwerktuig gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten, door ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten te rekenen. -**3.** De investeringskosten van een bouwvoertuig zijn de som van de investeringskosten van het chassis en de opbouw van het bouwvoertuig. +**3.** -**4.** De steunintensiteit wordt met 5 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming. +De subsidie bedraagt per emissieloos bouwvoertuig en bouwvoertuig met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor: -**5.** Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie of een andere tegemoetkoming is verstrekt voor de aanschaf van de bouwmachine wordt het bedrag dat door deze bestuursorganen is verstrekt in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt. +a. bij grote ondernemingen 11,1% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 43.900; +b. bij kleine of middelgrote onderneming 21% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 83.200. + +**4.** + +In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummers A2.2 en A2.7, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000: + +a. voor een grote onderneming € 70 per kWh opslag; +b. voor een kleine of middelgrote onderneming € 100 per kWh opslag. + +**5.** + +In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor bouwmachines als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.13, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000: + +a. voor een grote onderneming 20% van de investeringskosten met een maximum van: + +1°. € 1.500 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW; +2°. € 3.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW; +3°. € 9.200 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW; +4°. € 11.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 225 kW; +5°. € 14.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW. +b. voor een kleine of middelgrote onderneming 40% van de investeringskosten met een maximum van: + +1°. € 2.900 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW; +2°. € 7.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW; +3°. € 18.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW; +4°. € 23.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 225 kW; +5°. € 27.900 per DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW. **6.** -In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste 20% van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwmachine, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000, voor een: +In afwijking van het eerste lid bedraagt het subsidiepercentage voor bouwwerktuigen of hulpfuncties aangedreven door waterstof of waterstofdragers: -a. aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening, niet zijnde een hybride met verbrandingsmotor, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.2; -b. aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of waterstofdragers, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3; -c. mobiel batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh, niet zijnde een verwisselbaar batterijpakket behorend bij een bouwwerktuig, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7; of -d. vliegwiel voor vermogensvoorziening, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.12. +a. voor grote ondernemingen 25%; +b. voor kleine of middelgrote ondernemingen 30%. -**7.** In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine niet toegepast op bouwwerktuigen of hulpfuncties aangedreven door waterstof of waterstofdragers. +**7.** Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie of een andere tegemoetkoming is verstrekt voor de aanschaf van de bouwmachine wordt het bedrag dat door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie is verstrekt in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt. -**8.** - -De steunintensiteit wordt in afwijking van het vierde lid met 10 procentpunten verhoogd voor een: - -a. aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening, niet zijnde een hybride met verbrandingsmotor, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A nummer, A2.2 -b. aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of waterstofdragers, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3; -c. mobiel batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh, niet zijnde een verwisselbaar batterijpakket behorend bij een bouwwerktuig, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7; of -d. vliegwiel voor vermogensvoorziening, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.12. +**8.** Indien de berekeningswijze van het subsidiebedrag tot een hoger bedrag leidt dan voorgeschreven in de artikelen 36, 36bis en 36ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, zowel ten aanzien van de in aanmerking komende kosten als het maximale percentage, wordt het subsidiebedrag overeenkomstig deze artikelen verlaagd. ### Artikel 2.3 @@ -142,13 +160,17 @@ d. vliegwiel voor vermogensvoorziening, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, n **4.** Het subsidieplafond voor 2024 is € 36.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c. -**5.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in eerste lid,ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid. +**5.** Het subsidieplafond voor 2025 is € 28.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c, met uitzondering van de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13, tenzij het subsidieplafond in het zesde lid bereikt is. -**6.** De Minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2023 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld. +**6.** Het subsidieplafond voor 2025 is € 20.000.000 voor bouwmachines met de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13. -**7.** Indien het subsidieplafond wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant. +**7.** De Minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2025 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld. -**8.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het derde lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de artikelen 3.3, derde lid, of 4.3 vierde lid. +**8.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, bij het sluiten van de aanvraagperiode ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen van de artikelen 3.3, vierde lid, of 4.3, vijfde lid. + +**9.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, bij het sluiten van de aanvraagperiode ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen van artikel 2.3, zesde lid, tot ten hoogste het bedrag dat is bestemd voor verwisselbare batterijpakketten behorende bij een emissieloos bouwwerktuig als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel d. + +**10.** Indien bij het sluiten van de aanvraagperiode voor subsidies op grond van hoofdstuk 2 budget deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 3 en voor zover er daarna nog budget beschikbaar is, voor aanvragen op grond van hoofdstuk 4. ### Artikel 2.4 @@ -174,8 +196,7 @@ a. in 2022 voor: 2°. bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van ‘bouwmachine’ artikel 1.1, onderdeel c, van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 29 juli 2022; b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur; c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024, 12.00 uur; -d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur; -e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 12.00 uur. +d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur. **4.** @@ -190,30 +211,28 @@ f. de overeenkomst voor de aanschaf die: 1°. die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichting mag bevatten, en 2°. waarin tenminste zijn vermeld het merk, type, de handelsbenaming en, indien van toepassing, tenminste de volgende technische specificaties van de emissieloze bouwmachine: accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt en vermogen van de brandstofcel in kilowatt; -g. indien het een bouwmachine, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, betreft, een bewijs van minder dan drie maanden oud waaruit blijkt wat de netto referentiekosten zijn; +g. indien het een bouwmachine, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel c, betreft, een bewijs van minder dan drie maanden oud waaruit blijkt wat de netto referentiekosten zijn; h. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek van de aanvrager op het moment van de aanvraag; i. de aanduiding van de subsidieregeling en de hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies of andere tegemoetkomingen van andere bestuursorganen of de Europese Commissie voor de aanschaf van de bouwmachine; j. een getekende verklaring dat de bouwmachine gedurende de instandhoudingstermijn, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, hoofdzakelijk zal worden ingezet ten behoeve van de bouwsector in Nederland; -k. indien de aanvraag een aggregaat op waterstof of waterstofdrager als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3 betreft of een mobiel batterijpakket als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7, een bewijs dat voor het gebruiken van waterstof of waterstofdrager voor het aggregaat of het opladen van het mobiele batterijpakket wordt voldaan aan artikel 2 nummers 102 quater respectievelijk quinquies van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; +k. indien de aanvraag een aggregaat op waterstof of waterstofdrager als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3, een mobiel batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7, of een mobiele waterstof tankvoorziening, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.14 betreft, een bewijs dat voor het gebruiken van waterstof of waterstofdrager voor het aggregaat of het opladen van het mobiele batterijpakket wordt voldaan aan artikel 2 nummers 102 quater respectievelijk quinquies van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; l. indien de aanvraag een bouwwerktuig of hulpfunctie betreft die werkt op waterstof of waterstofdrager, uitgezonderd een aggregaat op waterstof of waterstofdrager als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3, een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 36 eerste lid ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. -**5.** Na bekendmaking van het bereiken van het subsidieplafond voor het betreffende jaar als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, kan in afwijking van artikel 2.5, derde lid, geen aanvraag meer worden ingediend. - ### Artikel 2.6 De Minister beslist in elk geval afwijzend op een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk, indien: -a. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; +a. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; b. het een aanvrager betreft, tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; c. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; d. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; -e. de energie voor de aandrijving van de bouwmachine wordt geleverd door een accupakket dat lood bevat; +e. de energie voor de aandrijving van de bouwmachine wordt geleverd door een batterijpakket dat lood bevat; f. de onderneming ten tijde van de aanvraag niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek; g. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen bedoeld in artikel 2.1 ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden; h. een bouwmachine met kenteken reeds is tenaamgesteld ten tijde van de indiening van de aanvraag; i. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt, en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is; j. de bouwmachine niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid, bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; -k. de hulpfunctie niet wordt gemonteerd op een voertuig met tenminste milieuklasse Euro VI; +k. de hulpfunctie niet wordt gemonteerd op een voertuig met tenminste milieuklasse Euro VI of bouwwerktuig met ten minste milieuklasse fase V; l. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot dezelfde bouwmachine; m. indien voor een bouwvoertuig als in bijlage 1, onderdeel C, reeds subsidie is verleend op basis van de Subsidieregeling Aanschaf Zero Emissie Trucks (AanZET); of n. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. @@ -224,7 +243,7 @@ De beschikking op een subsidieaanvraag wordt gegeven binnen 13 weken na de datum ### Artikel 2.8 -De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 90%. +De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 70%. ### Artikel 2.9 @@ -238,8 +257,9 @@ De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieve Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: -a. bijbehorende factuur en het betaalbewijs van de bouwmachine; -b. indien van toepassing, het kenteken van de gesubsidieerde bouwmachine. +a. bijbehorende factuur, waarop het kenteken of serienummer vermeld staat, en het betaalbewijs van de bouwmachine; +b. indien van toepassing, het kenteken van de gesubsidieerde bouwmachine; +c. foto’s van de aangeschafte bouwmachine, inclusief kenteken of serienummer. ### Artikel 2.10 @@ -288,7 +308,7 @@ De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, a a. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 19 kilowatt en kleiner dan 56 kW waarvoor de fase V emissienorm, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, geldt, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator die leidt tot een bouwwerktuig die voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling; b. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW waarvoor de fase II, fase III A of fase III B emissienormen, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, gelden, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de voor dat bouwwerktuig geldende fase V-emissienormen voor NO_x, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening; c. de ombouw van een bouwwerktuig met een motorvermogen groter dan 560 kW tot emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling; -d. de ombouw van een in gebruik zijnd bouwwerktuig tot emissieloos bouwwerktuig door inbouw en installatie van een elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend accupakket; +d. de ombouw van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie tot emissieloos bouwwerktuig of hulpfunctie door inbouw en installatie van een elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend batterijpakket; e. aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor vanaf 130 kW die voldoet aan emissienorm fase V als bedoeld in de NRMM-Verordening, of de aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend, voor een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een verbrandingsmotor tot en met 560 kW met emissienorm fase IIIB of ouder, of met een ongereguleerde verbrandingsmotor vanaf 560 kW; f. de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig; g. de ombouw van een bestaande verbrandingsmotor op een zeegaand bouwvaartuig zodat deze aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm; @@ -300,22 +320,24 @@ h. de aanschaf en inbouw van een elektrische installatie op een zeegaand bouwvaa De subsidie bedraagt: -a. per bouwwerktuig, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met e, ten hoogste 25% van de kosten van de maatregelen, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor het bouwwerktuig tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; -b. per maatregel, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen f en g, ten aanzien van een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 30% van de kosten van de maatregelen, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de maatregel tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; -c. voor de maatregel, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel h, ten aanzien van een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 30% van de kosten van de maatregel tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; -d. in afwijking van onderdeel a, wordt op bouwwerktuigen aangedreven door waterstof of waterstofdragers en bouwwerktuigen die worden voorzien van een SCR-katalysator, de vermindering met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine niet toegepast; -e. in het geval van ombouw naar een emissieloos bouwwerktuig dat gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten wordt ten hoogste één verwisselbaar batterijpakket tot de netto investeringskosten gerekend, waarbij voor aanvullende verwisselbare batterijpakketten de meerkostenformule B*kWh – P, waarbij B = € 450, P = € 6.000 wordt gehanteerd. +a. per bouwwerktuig of hulpfunctie, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met g, ten hoogste een percentage van de kosten van de maatregelen, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000, waarbij dit percentage 14% voor kleine ondernemingen in het hoogste belastingtarief, 19% voor overige kleine en middelgrote ondernemingen, en 14% voor grote ondernemingen bedraagt; +b. voor de maatregel, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel h, ten aanzien van een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 30% van de kosten van de maatregel tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; +c. in afwijking van onderdeel a, voor bouwwerktuigen of hulpfuncties aangedreven door waterstof of waterstofdragers en bouwwerktuigen die worden voorzien van een SCR-katalysator, ten hoogste 25% van de kosten van de maatregel tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; +d. in het geval van ombouw naar een emissieloos bouwwerktuig dat gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten wordt ten hoogste één verwisselbaar batterijpakket tot de netto investeringskosten gerekend, waarbij de subsidie voor aanvullende verwisselbare batterijpakketten als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7 bedraagt: -**2.** De kosten per bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de netto investeringskosten die onder artikel 3.1 subsidiabel zijn. +a. voor een grote onderneming € 70 per kWh opslag; +b. voor een kleine of middelgrote onderneming € 100 per kWh opslag. + +**2.** De kosten per bouwwerktuig, hulpfunctie of zeegaand bouwvaartuig, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de netto investeringskosten die onder artikel 3.1 subsidiabel zijn. **3.** De steunintensiteit wordt: -a. per bouwwerktuig met 5 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming; -b. per maatregel op een zeegaand bouwvaartuig met 20 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming. +a. in het geval van het eerste lid, onderdeel c, per bouwwerktuig of hulpfunctie met 5 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming; +b. per maatregel op een zeegaand bouwvaartuig met 15 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming. -**4.** Artikel 2.2, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 2.2, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3.3 @@ -325,7 +347,13 @@ b. per maatregel op een zeegaand bouwvaartuig met 20 procentpunten verhoogd voor **3.** Het subsidieplafond voor 2024 voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, is: € 10.000.000. -**4.** Artikel 2.3, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Het subsidieplafond voor 2025 voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, is: € 7.000.000. + +**5.** Artikel 2.3, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het vierde lid, bij het sluiten van de aanvraagperiode ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de artikelen 2.3, vijfde lid, of 4.3, vijfde lid. + +**7.** Indien bij het sluiten van de aanvraagperiode voor subsidies op grond van hoofdstuk 3 budget deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2 en voor zover er dan nog budget beschikbaar is voor aanvragen op grond van hoofdstuk 4. ### Artikel 3.4 @@ -360,29 +388,30 @@ g. een verklaring dat het bouwwerktuig gedurende de instandhoudingstermijn, bedo h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten; i. indien het een zeegaand bouwvaartuig betreft, een afschrift van een certificaat, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004, waarmee kan worden aangetoond dat het zeegaand bouwvaartuig werkzaamheden mag uitvoeren in de Nederlandse exclusieve economische zone; j. indien er een typegoedkeuring is uitgevoerd van de SCR-katalysator, het betreffende bewijsstuk; -k. indien de aanvraag de inbouw van een brandstofcel in een in gebruik zijnd bouwwerktuig betreft en als het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor betreft, een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 36, eerste lid, ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; +k. indien de aanvraag de inbouw van een brandstofcel in een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie betreft en als het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor betreft, een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 36, eerste lid, ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; l. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V of IMO MARPOL Tier III motor; -m. indien het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of bouwvaartuig betreft, het typegoedkeuringsbewijs respectievelijk het internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren van de nieuwe motor; -n. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V mono-fuel waterstofverbrandingsmotor of IMO MARPOL Tier III motor die tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia. - -**4.** Na bekendmaking van het bereiken van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.3, zevende lid, kan in afwijking van het tweede lid, geen aanvraag meer worden ingediend. +m. indien het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig, hulpfunctie of bouwvaartuig betreft, het typegoedkeuringsbewijs respectievelijk het internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren van de nieuwe motor; +n. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V mono-fuel waterstofverbrandingsmotor of IMO MARPOL Tier III motor die tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia; +o. foto’s van het huidige bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig, inclusief kenteken of serienummer, in de situatie voor de retrofit, waarop de onderdelen zichtbaar zijn waarop de retrofit wordt toegepast. ### Artikel 3.6 Met toepassing van de in artikel 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen, indien: a. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot hetzelfde bouwwerktuig; -b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; +b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; c. het een aanvrager betreft, tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; d. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; -f. de aanvraag betrekking heeft op hetgeen bedoeld is in artikel 3.1, onderdeel d, de energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat lood bevat; +f. de aanvraag betrekking heeft op hetgeen bedoeld is in artikel 3.1, onderdeel d, de energie voor de aandrijving wordt geleverd door een batterijpakket dat lood bevat; g. de aanvrager niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek; h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden; i. een typegoedkeuring van het nabehandelingssysteem ontbreekt zoals voorgeschreven in bijlage 3; j. de aanvrager op grond van Europees recht al verplicht is om een maatregel zoals beschreven in artikel 3.1 uit te voeren; k. het bouwwerktuig niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of zonder EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; of -l. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. +l. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels; +m. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is; +n. de hulpfunctie niet is gemonteerd op een voertuig met ten minste milieuklasse Euro VI of bouwwerktuig met ten minste milieuklasse fase V. ### Artikel 3.7 @@ -390,7 +419,7 @@ De beschikking op een aanvraag wordt gegeven binnen 13 weken na de datum van ont ### Artikel 3.8 -De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 90%. +De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 70%. ### Artikel 3.9 @@ -406,10 +435,11 @@ De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieve Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: -a. bijbehorende factuur en het betaalbewijs aangaande maatregelen als bedoeld in artikel 3.1; +a. bijbehorende factuur, waarop het kenteken of serienummer vermeld staat, en het betaalbewijs aangaande maatregelen als bedoeld in artikel 3.1; b. indien van toepassing, het kenteken van het gesubsidieerde omgebouwde bouwwerktuig; c. indien bij de aanvraag subsidieverlening voor een maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a, b en c, geen rapport typegoedkeuring aanwezig was, een enkelstuksgoedkeuring afgegeven door een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003,17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk, zoals voorgeschreven is in bijlage 3; -d. een verklaring dat het aangepaste bouwwerktuig in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet. +d. een verklaring dat het aangepaste bouwwerktuig in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; +e. foto’s van het huidige bouwwerktuig, hulpfunctie of zeegaand bouwwerktuig, inclusief kenteken of serienummer, in de situatie na de retrofit, waarop de onderdelen zichtbaar zijn waarop de retrofit zijn toegepast. ### Artikel 3.10 @@ -447,7 +477,7 @@ c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een De Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die in Nederland worden uitgevoerd en bijdragen aan het realiseren van de doelstelling van de regeling als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel c, in de vorm van: -a. een project experimentele ontwikkeling dat bijdraagt aan het versnellen van de ontwikkeling van emissieloze bouwmachines in de pre-commerciële fase, de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve energiedragers voor emissieloze bouwmachines of oplaadsystemen voor het laden al dan niet ontladen van accu’s van emissieloze bouwmachines met uitzondering van de energieopwekking ten behoeve van het opladen; +a. een project experimentele ontwikkeling dat bijdraagt aan het versnellen van de ontwikkeling van emissieloze bouwmachines of bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor in de pre-commerciële fase, de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve energiedragers voor emissieloze bouwmachines of oplaadsystemen voor het laden al dan niet ontladen van accu’s van emissieloze bouwmachines met uitzondering van de energieopwekking ten behoeve van het opladen; b. een project haalbaarheidsstudie aangaande de haalbaarheid van een project experimentele ontwikkeling als bedoeld in onderdeel a. ### Artikel 4.2 @@ -481,9 +511,20 @@ Het subsidieplafond in 2024 bedraagt voor: a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000; b. projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000. -**5.** De Minister stelt de subsidieplafonds voor de jaren na 2024 vast en maakt deze bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld. +**5.** -**6.** Indien het subsidieplafond voor projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant. +Het subsidieplafond in 2025 bedraagt voor: + +a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000; +b. projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000. + +**6.** De Minister stelt de subsidieplafonds voor de jaren na 2025 vast en maakt deze bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld. + +**7.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, bij het sluiten van de aanvraagperiode ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de artikelen 2.3, vijfde lid, of 3.3, vierde lid. + +**8.** Indien bij het sluiten van de aanvraagperiode voor subsidies op grond van hoofdstuk 4 budget deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2 en voor zover er dan nog budget beschikbaar is, voor aanvragen op grond van hoofdstuk 3. + +**9.** Indien een goedgekeurde aanvraag voor een project haalbaarheidsstudie of een project experimentele ontwikkeling betrekking heeft op laadinfrastructuur kan budget van artikel 2.3, zesde lid, worden ingezet voor aanvragen onder hoofdstuk 4 van deze regeling ter hoogte van het aangevraagde bedrag. ### Artikel 4.4 @@ -494,8 +535,7 @@ Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project haalbaarheidsstudie kan word a. in 2022 van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur; b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur; c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024 12.00 uur; -d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur; -e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 12.00 uur. +d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 17.00 uur. **2.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project experimentele ontwikkeling kan worden ingediend van 31 mei tot en met 31 augustus 2022, 17.00 uur. @@ -503,9 +543,9 @@ e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 12.00 uur. **4.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project experimentele ontwikkeling kan worden ingediend van 5 maart 2024 tot en met 29 augustus 2024, 17.00 uur. -**5.** De Minister kan per kalenderjaar voor projecten experimentele ontwikkeling een of meer aanvraagperioden vaststellen en maakt die bekend in de Staatscourant voor de aanvang van het tijdvak waarvoor de aanvraagperioden worden vastgesteld. +**5.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project experimentele ontwikkeling kan worden ingediend van 4 maart 2025 tot en met 28 augustus 2025, 17.00 uur. -**6.** Na bekendmaking van het bereiken van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 4.3, vijfde lid, kan in afwijking van het eerste lid, geen aanvraag meer worden ingediend. +**6.** De Minister kan per kalenderjaar voor projecten experimentele ontwikkeling een of meer aanvraagperioden vaststellen en maakt die bekend in de Staatscourant voor de aanvang van het tijdvak waarvoor de aanvraagperioden worden vastgesteld. ### Artikel 4.5 @@ -522,7 +562,7 @@ e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 12.00 uur. Met overeenkomstige toepassing van artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit bevat een aanvraag in ieder geval: a. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; -b. de gegevens, bedoeld in bijlage III van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, indien het een aanvraag tot subsidieverlening betreft van meer dan € 500.000,-; +b. de gegevens, bedoeld in bijlage III van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, indien het een aanvraag tot subsidieverlening betreft van meer dan € 100.000,-; c. een onderbouwing van de wijze waarop het eigen aandeel in de projectkosten door de deelnemers van het samenwerkingsverband wordt gefinancierd, indien een aanvraag door een onderneming wordt ingediend; d. een onderbouwing dat de experimentele ontwikkeling die onderwerp is van het haalbaarheidsproject, door de aanvrager uitgevoerd kan worden; e. een onderbouwing van de wijze waarop het eigen aandeel in de projectkosten door de deelnemers van het samenwerkingsverband wordt gefinancierd, indien een aanvraag namens de deelnemers van een samenwerkingsverband wordt ingediend. @@ -537,9 +577,9 @@ e. een onderbouwing van de wijze waarop het eigen aandeel in de projectkosten do **4.** In afwijking van het eerste lid en tweede lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70 procent kan worden verstrekt omdat het subsidieplafond, bedoeld in 4.3, bijna is bereikt, overleg plaats met de aanvrager over het al dan niet geven van een beschikking houdende een afwijking van het subsidiebedrag dat is aangevraagd. -**5.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project experimentele ontwikkeling worden maximaal twee subsidies verstrekt per periode als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, of derde lid. +**5.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project experimentele ontwikkeling worden maximaal twee subsidies verstrekt per aanvraagperiode. -**6.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project haalbaarheidsstudie worden maximaal drie subsidies verstrekt per periode als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid onderdelen a tot en met e. +**6.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project haalbaarheidsstudie worden maximaal drie subsidies verstrekt per aanvraagperiode. **7.** Op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, is artikel 2.4, tweede en derde lid, van toepassing. @@ -560,8 +600,9 @@ d. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag v e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de Algemene groepsvrijstellingsverordening; f. een project experimentele ontwikkeling minder dan 70 punten heeft behaald in de rangschikking; g. voor een projectaanvraag niet kan worden aangetoond dat er overleg is geweest of gedurende het project zal zijn over toelating met de Rijksdienst voor het Wegverkeer of Inspectie Leefomgeving en Transport, indien toelating tot weg, spoor of water essentieel is voor het project; -h. de aanvrager van een project haalbaarheidsstudie niet in staat wordt geacht om de resultaten daarvan zelf in een project experimentele ontwikkeling voort te zetten; of -i. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. +h. de aanvrager van een project haalbaarheidsstudie niet in staat wordt geacht om de resultaten daarvan zelf in een project experimentele ontwikkeling voort te zetten; +i. in geval van een project haalbaarheidsstudie de subsidiabele projectkosten voor meer dan 25% bestaan uit testkosten ter beantwoording van haalbaarheidsvragen; of +j. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. ### Artikel 4.10 @@ -725,6 +766,8 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwm Hier wordt in een lijst aangegeven welke machines in deze regeling onder de definitie van bouwmachine of zeegaand bouwvaartuig vallen, en daarmee in aanmerking komen voor aanschaf- of retrofitsubsidie, mits de aanvragen voldoen aan alle andere in de regeling vermelde eisen. Vermeldingen zijn per categorie in alfabetische volgorde. +^1 Subsidiabel zijn uitsluitend aanvullende verwisselbare batterijpakketten ingediend bij een aanvraag voor ombouw naar een emissieloos bouwwerktuig dat gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten volgens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel d. + ## Bijlage 2. – Beoordelingscriteria projecten experimentele ontwikkeling en maximale puntentoedeling, behorende bij de ## Bijlage 3. – Protocol voor typegoedkeuring UNECE R132 en enkelstukskeuring ISO 8178, behorende bij de