2018-09-19 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000
This commit is contained in:
parent
704355ff84
commit
6cd5ad45f9
1 changed files with 32 additions and 55 deletions
|
|
@ -485,7 +485,7 @@ d. een garantstelling door een derde die daartoe solvabel is.
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet, het familielid, bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde lid, en de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, vierde lid.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid bedoeld voorwaarde om zekerheid te stellen voor de kosten van verblijf in Nederland en voor de kosten van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toegang is gewaarborgd, kan, op grond van artikel 5, derde lid, van de Schengengrenscode, ook worden gesteld ten aanzien van een onderdaan van een derde land die toegang vraagt voor een verblijf voor ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.
|
||||
**4.** De in het eerste lid bedoeld voorwaarde om zekerheid te stellen voor de kosten van verblijf in Nederland en voor de kosten van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toegang is gewaarborgd, kan, op grond van artikel 6, vierde lid, van de Schengengrenscode, ook worden gesteld ten aanzien van een onderdaan van een derde land die toegang vraagt voor een verblijf voor ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de zekerheidstelling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -506,7 +506,7 @@ b. de aanvraag naar het voorlopig oordeel van Onze Minister kan worden afgewezen
|
|||
|
||||
Het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft tot gevolg dat de uitzetting achterwege blijft, tenzij:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling een opvolgende aanvraag heeft ingediend nadat een eerdere opvolgende aanvraag definitief niet-ontvankelijk is verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet of definitief als kennelijk ongegrond of als ongegrond is afgewezen met toepassing van artikel 30b of 31 van de Wet, en geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag;
|
||||
a. de vreemdeling een opvolgende aanvraag heeft ingediend nadat een eerdere opvolgende aanvraag definitief is afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, definitief niet-ontvankelijk is verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet of definitief als kennelijk ongegrond of als ongegrond is afgewezen met toepassing van artikel 30b of 31 van de Wet, en geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag;
|
||||
b. een eerdere aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet en geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag;
|
||||
c. de vreemdeling die de aanvraag heeft ingediend, wordt overgeleverd of uitgeleverd hetzij aan een andere lidstaat uit hoofde van verplichtingen overeenkomstig een Europees aanhoudingsbevel of anderszins, hetzij aan internationale strafhoven of tribunalen;
|
||||
d. de vreemdeling die de aanvraag heeft ingediend, wordt overgeleverd of uitgeleverd aan een derde land; of
|
||||
|
|
@ -2157,25 +2157,15 @@ b. in de bij ministeriële regeling te bepalen gevallen.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.99a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de vreemdeling of diens wettelijk vertegenwoordiger in persoon dient te verschijnen teneinde te voldoen aan bepaalde voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning, indien het een aanvraag betreft tot:
|
||||
|
||||
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt niet ingediend dan nadat de vreemdeling schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven een zodanige aanvraag in te willen dienen, indien het een aanvraag betreft tot het verlenen van een verblijfsvergunning:
|
||||
|
||||
a. op grond dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
|
||||
b. onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46; of
|
||||
c. onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een vreemdeling in Nederland is voor een verblijf van langer dan 90 dagen en een beroep doet ofwel op vrijstelling van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 17, eerste lid, onder c of d, van de Wet of artikel 3.71, tweede lid, onder l, ofwel op toepassing van artikel 3.71, derde lid, wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet ingediend dan nadat de vreemdeling schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven een zodanige aanvraag in te willen dienen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46, wordt niet ingediend dan nadat de schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven een zodanige aanvraag in te willen dienen.
|
||||
|
||||
**4.** Op een aanvraag als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid wordt op de dag van indiening een beschikking gegeven, tenzij naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag nader onderzoek nodig is. In dat geval stelt Onze Minister de vreemdeling in kennis van de verlenging van de termijn voor het geven van een beschikking.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel blijft buiten toepassing ten aanzien van de bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van vreemdelingen.
|
||||
a. het verlenen van een verblijfsvergunning op de grond dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
|
||||
b. het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46, dan wel het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in een verblijfsvergunning met dat doel; of
|
||||
c. het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.99b
|
||||
|
||||
Artikel 3.99a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is ingediend door een vreemdeling die niet bij of krachtens artikel 17 van de Wet is vrijgesteld van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.100
|
||||
|
||||
|
|
@ -2228,21 +2218,20 @@ b. het zich laten fotograferen en het laten afnemen van vingerafdrukken.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De vreemdeling legt bij de kennisgeving, bedoeld in artikel 3.99a, eerste en tweede lid, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over, indien:
|
||||
De vreemdeling legt bij de aanvraag ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over, indien:
|
||||
|
||||
a. het een aanvraag betreft tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46;
|
||||
b. het een aanvraag betreft tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid, onder b, voor zover daarbij medische omstandigheden aan de orde zijn; of
|
||||
c. de vreemdeling een beroep doet op medische redenen om vrijgesteld te worden van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
b. het een aanvraag betreft tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46,
|
||||
c. het een aanvraag betreft tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid, onder b, voor zover daarbij medische omstandigheden aan de orde zijn; of
|
||||
d. de vreemdeling een beroep doet op medische redenen om vrijgesteld te worden van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
|
||||
**2.** De vreemdeling legt bij de kennisgeving, bedoeld in artikel 3.99a, derde lid, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
**2.** De vreemdeling legt bij de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
**3.** De vreemdeling legt bij de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
**3.** De vreemdeling legt bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met niet-tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, onderdeel a, ten tweede, dan wel onderdeel b of k, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
**4.** De vreemdeling legt bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met niet-tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, onderdeel a, ten tweede, dan wel onderdeel b of k, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
**4.** Indien de vreemdeling zich in verband met de intrekking van zijn verblijfsvergunning of in een bezwaarprocedure kan beroepen op medische gronden, legt hij, indien hij daartoe overgaat, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de vreemdeling zich in verband met de intrekking van zijn verblijfsvergunning of in een bezwaarprocedure kan beroepen op medische gronden, legt hij, indien hij daartoe overgaat, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
**6.** Dit artikel blijft buiten toepassing ten aanzien van de bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van vreemdelingen.
|
||||
**5.** Dit artikel blijft buiten toepassing ten aanzien van de bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van vreemdelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.103
|
||||
|
||||
|
|
@ -2512,8 +2501,7 @@ In afwijking van het eerste lid wordt geen rust- en voorbereidingstermijn gegeve
|
|||
|
||||
a. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
|
||||
b. de vreemdeling overlast bezorgt aan vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening of aan anderen;
|
||||
c. de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b van de Wet, tenzij de aanvraag wordt ingediend in een Aanmeldcentrum; of
|
||||
d. de vreemdeling de aanvraag heeft ingediend nadat tegen hem een overdrachtsbesluit is uitgevaardigd en hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 6a of 59a van de Wet.
|
||||
c. de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b van de Wet, tenzij de aanvraag wordt ingediend in een Aanmeldcentrum.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.109a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2617,7 +2605,7 @@ d. de vreemdeling de aanvraag heeft ingediend nadat tegen hem een overdrachtsbes
|
|||
|
||||
**3.** Voor de termijnen, genoemd in het eerste en tweede lid, met uitzondering van het Aanmeldcentrum Schiphol, tellen de dagen gedurende het weekeinde en de dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen niet mee.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regering kunnen, in afwijking van het derde lid, weekeinden of dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen, worden aangewezen als dagen die wel meetellen voor de termijnen, genoemd in het eerste en tweede lid. Die aanwijzing kan worden beperkt tot bepaalde dagen van het weekeinde, tot bepaalde weekeinden, tot bepaalde dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen, of tot bepaalde aanmeldcentra.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen, in afwijking van het derde lid, weekeinden of dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen, worden aangewezen als dagen die wel meetellen voor de termijnen, genoemd in het eerste en tweede lid. Die aanwijzing kan worden beperkt tot bepaalde dagen van het weekeinde, tot bepaalde weekeinden, tot bepaalde dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen, of tot bepaalde aanmeldcentra.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister bepaalt met inachtneming van artikel 3.109, eerste lid, wanneer het onderzoek als bedoeld in het eerste lid aanvangt en deelt de dag van aanvang mede aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2760,7 +2748,7 @@ a. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde t
|
|||
b. de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen, of
|
||||
c. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 8, onder d, van de Wet, af te wijzen, terwijl de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 6, 6a, 59a of 59b van de Wet en de vrijheidsontneming voortduurt, wordt het schriftelijk voornemen daartoe uitgereikt of toegezonden.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 3.117, zesde tot en met achtste lid, en 3.116, vijfde en zesde lid, zijn van toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 3.117, zesde tot en met achtste lid, en 3.116, vijfde en zesde lid, zijn van toepassing. Indien de aanvraag wordt behandeld in een grensprocedure en sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt de in artikel 3.117, zesde lid, bedoelde termijn een week.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.118a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2768,7 +2756,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 3.118b
|
||||
|
||||
**1.** Indien de vreemdeling reeds eerder een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend welke is afgewezen, wordt een volgende aanvraag niet ingediend dan nadat de vreemdeling schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven die aanvraag in te willen dienen.
|
||||
**1.** Indien de vreemdeling reeds eerder een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend welke is afgewezen, vangt het onderzoek naar een volgende aanvraag aan nadat de vreemdeling schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven welke redenen aan die volgende aanvraag ten grondslag liggen. Onze Minister bepaalt met inachtneming van de vorige volzin wanneer de in het tweede tot en met zesde lid beschreven procedure aanvangt en deelt de dag van aanvang mede aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2814,7 +2802,7 @@ b. reeds bekend waren maar naar aanleiding van de zienswijze van de vreemdeling
|
|||
|
||||
### Artikel 3.120
|
||||
|
||||
Indien de termijn voor het geven van de beschikking op grond van artikel 42, vierde lid, van de Wet wordt verlengd, wordt de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Bij de kennisgeving wordt aangegeven op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.121
|
||||
|
||||
|
|
@ -3083,9 +3071,7 @@ b. op het document, bedoeld onder a, van de vreemdeling aan wie de EU-verblijfsv
|
|||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden de plaatsen aangewezen waar grensdoorlaatposten, al dan niet tijdelijk, zijn gevestigd.
|
||||
|
||||
**3.** De grensdoorlaatposten worden bediend door ambtenaren van de Koninklijke marechaussee. De grensdoorlaatposten in het gebied waarin de regionale eenheid van de politie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onder b, van de Wet, de politietaak uitvoert, worden eveneens bediend door de ambtenaren van politie die zijn tewerkgesteld bij die regionale eenheid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de tijden vastgesteld gedurende welke de grensdoorlaatposten zijn opengesteld.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden de tijden vastgesteld gedurende welke de grensdoorlaatposten zijn opengesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -3234,7 +3220,7 @@ c. op wegen en vaarwegen in een gebied tot twintig kilometer vanaf de gemeenscha
|
|||
|
||||
### Artikel 4.20
|
||||
|
||||
Indien de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee of de korpschef zijn bevoegdheid, bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de Wet mandateert doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is.
|
||||
Indien de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee of de korpschef zijn bevoegdheid, bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de Wet, mandateert, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.21
|
||||
|
||||
|
|
@ -3289,7 +3275,7 @@ d. voorzover zulks nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de b
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Naast het plaatsen van de in artikel 10 en bijlage IV van de Schengengrenscode bedoelde inreis- en uitreisstempel, kunnen ambtenaren belast met de grensbewaking, op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet, in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling aantekeningen stellen omtrent:
|
||||
Naast het plaatsen van de in artikel 11 en bijlage IV van de Schengengrenscode bedoelde inreis- en uitreisstempel, kunnen ambtenaren belast met de grensbewaking, op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet, in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling aantekeningen stellen omtrent:
|
||||
|
||||
a. inreis in Nederland;
|
||||
b. het doel en de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland;
|
||||
|
|
@ -3304,7 +3290,7 @@ h. uitreis uit Nederland.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.25
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling die toegang tot Nederland heeft en die Nederland langs een doorlaatpost in- of uitreist een aantekening als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder a en h, waaruit blijkt langs welke doorlaatpost en op welke datum de in- of uitreis heeft plaatsgevonden.
|
||||
**1.** De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling die toegang tot Nederland heeft en die Nederland langs een grensdoorlaatpost in- of uitreist een aantekening als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder a en h, waaruit blijkt langs welke grensdoorlaatpost en op welke datum de in- of uitreis heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de aantekening, welke ingevolge het eerste lid wordt gesteld in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling die Nederland inreist, wordt vermeld het aantal in gezelschap van de houder van dat document reizende vreemdelingen dat daarin is opgenomen of staat bijgeschreven. Bij inreis in Nederland van een vreemdeling, reizende in groepsverband op een collectief paspoort of op een collectieve lijst, worden de namen van de in het document opgenomen vreemdelingen die zich niet bij het gezelschap bevinden of aan wie de toegang tot Nederland wordt geweigerd, door de ambtenaar, belast met de grensbewaking, doorgehaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3314,7 +3300,7 @@ De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspa
|
|||
|
||||
### Artikel 4.27
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling een aantekening als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder f, indien zij vermoeden dat de vreemdeling andermaal zal trachten Nederland in te reizen zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang, bedoeld in artikel 5 van de Schengengrenscode of artikel 3 van de Wet.
|
||||
**1.** De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling een aantekening als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder f, indien zij vermoeden dat de vreemdeling andermaal zal trachten Nederland in te reizen zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang, bedoeld in artikel 6 van de Schengengrenscode of artikel 3 van de Wet.
|
||||
|
||||
**2.** Uit de aantekening, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de toegang is geweigerd, met vermelding van de datum en zo nodig de grond waarop deze weigering berust.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3690,7 +3676,7 @@ b. de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure on
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Aan de vreemdeling kan op grond van artikel 6a van de Wet een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd of de vreemdeling kan op grond van artikel 59a van de Wet in bewaring worden gesteld, indien:
|
||||
Met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat met inachtneming van artikel 28 van de Dublinverordening, kan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd of kan hij in bewaring worden gesteld, indien:
|
||||
|
||||
a. een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening; en
|
||||
b. een significant risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken.
|
||||
|
|
@ -3757,10 +3743,8 @@ f. de onderbouwing van de aanvraag.
|
|||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de bewaring van de vreemdeling die in bewaring is gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Wet wordt voorgezet op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, van de Wet, of andersom;
|
||||
b. de vreemdeling onmiddellijk voorafgaand aan het besluit om hem opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59 van de Wet, reeds in bewaring is gesteld op grond van artikel 59a of 59b van de Wet;
|
||||
c. de vreemdeling onmiddellijk voorafgaand aan het besluit om hem opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b van de Wet, reeds in bewaring is gesteld op grond van artikel 59 of 59a van de Wet; of
|
||||
d. het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht.
|
||||
a. de bewaring van de vreemdeling die in bewaring is gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Wet wordt voorgezet op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, van de Wet, of andersom; of
|
||||
b. het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht.
|
||||
|
||||
**3.** Slechts in het geval bedoeld in het tweede lid, onder d, wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de bewaring gehoord.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3824,13 +3808,7 @@ Een risico als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder a, van de Wet kan worden
|
|||
|
||||
### Artikel 6.1c
|
||||
|
||||
**1.** Een verzoek om toepassing van artikel 64 van de Wet wordt niet ingediend dan nadat de vreemdeling schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven een zodanig verzoek in te willen dienen.
|
||||
|
||||
**2.** De vreemdeling legt bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
**3.** Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt op de dag van indiening een beschikking gegeven, tenzij naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van het verzoek nader onderzoek nodig is. In dat geval stelt Onze Minister de vreemdeling in kennis van de verlenging van de termijn voor het geven van een beschikking.
|
||||
|
||||
**4.** Dit artikel blijft buiten toepassing ten aanzien van de bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van vreemdelingen.
|
||||
De vreemdeling legt bij een verzoek om toepassing van artikel 64 van de Wet ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1d
|
||||
|
||||
|
|
@ -4020,7 +3998,7 @@ d. tijdig bezwaar heeft gemaakt dan wel administratief beroep heeft ingesteld te
|
|||
|
||||
### Artikel 7.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan teneinde uitzetting te voorkomen voordat is beslist op een beroep gericht tegen een besluit dat is genomen naar aanleiding van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is het de vreemdeling toegestaan de uitspraak op dit verzoek hier te lande af te wachten.
|
||||
**1.** Indien een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan teneinde uitzetting of overdracht te voorkomen voordat is beslist op een beroep gericht tegen een besluit dat is genomen naar aanleiding van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is het de vreemdeling toegestaan de uitspraak op dit verzoek hier te lande af te wachten.
|
||||
|
||||
**2.** Van het eerste lid kan worden afgeweken indien uitzetting niet achterwege wordt gelaten op de in artikel 3.1, tweede lid, onder a en e bedoelde gronden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4385,10 +4363,9 @@ b. tijdens zijn werkzame leven is overleden, voordat hij op grond van het vierde
|
|||
|
||||
### Artikel 8.18
|
||||
|
||||
Duurzaam verblijfsrecht kan slechts worden beëindigd:
|
||||
**1.** Duurzaam verblijfsrecht kan slechts worden verloren door een afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit Nederland.
|
||||
|
||||
a. bij afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit Nederland;
|
||||
b. indien ernstige redenen van openbare orde of openbare veiligheid daartoe nopen.
|
||||
**2.** Duurzaam verblijfsrecht kan door Onze Minister uitsluitend worden beëindigd om ernstige redenen van openbare orde of openbare veiligheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.19
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue