2004-01-01 | BWBR0002089 | Pensioen- en spaarfondsenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent 12ab6734ca
commit 6ce0172aa5

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Pensioen- en spaarfondsenwet
bwb_id: BWBR0002089
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2002-07-01'
datum_inwerkingtreding: '2003-12-19'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002089
citeertitel: Pensioen- en spaarfondsenwet
---
@ -187,9 +187,9 @@ b. indien ten aanzien van de aan de verkrijgende onderneming verbonden werknemer
**3.** Vervallen.
**4.** Binnen de in het tweede lid genoemde termijn zendt het bestuur van een pensioen- of spaarfonds een afschrift van de akte van oprichting, een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van de reglementen, alsmede een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst, waarin de regeling omtrent de betaling van de bijdragen, als bedoeld in artikel 3*a*, eerste lid, eerste volzin, is opgenomen, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer . Het bestuur van het fonds, met uitzondering van een bedrijfstakpensioenfonds ten aanzien waarvan met toepassing van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 een verplichting tot deelneming geldt dan wel een aanvraag tot een dergelijke verplichting in behandeling is, zendt een authentiek afschrift van de akte, houdende wijziging van de statuten, een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van wijzigingen van de reglementen, en een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen van de hiervoor bedoelde overeenkomst binnen drie maanden na de totstandkoming van die wijzigingen aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
**4.** Binnen de in het tweede lid genoemde termijn zendt het bestuur van een pensioen- of spaarfonds een afschrift van de akte van oprichting, een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van de reglementen, alsmede een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst, waarin de regeling omtrent de betaling van de bijdragen, als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, eerste volzin, is opgenomen, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer . Het bestuur van het fonds, met uitzondering van een bedrijfstakpensioenfonds ten aanzien waarvan met toepassing van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 een verplichting tot deelneming geldt dan wel een aanvraag tot een dergelijke verplichting in behandeling is, zendt een authentiek afschrift van de akte, houdende wijziging van de statuten, een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van wijzigingen van de reglementen, en een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen van de hiervoor bedoelde overeenkomst binnen drie maanden na de totstandkoming van die wijzigingen aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
**5.** De statuten en reglementen van een pensioen- of spaarfonds moeten bepalingen inhouden, beantwoordende aan de voorschriften van de artikelen 5, 6, 7a tot en met 10b, 17, 17a en 32b en indien van toepassing aan de voorschriften van de artikelen 2b en 32ba, een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 7.
**5.** De statuten en reglementen van een pensioen- of spaarfonds moeten bepalingen inhouden, beantwoordende aan de voorschriften van de artikelen 5, 6, 6a, 6b, 6c, eerste en tiende lid, 7a tot en met 10b, 17, 17a en 32b en indien van toepassing aan de voorschriften van de artikelen 2b, 2c en 32ba, een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 7.
### Artikel 5
@ -247,13 +247,15 @@ De Pensioen- & Verzekeringskamer kan gegevens of inlichtingen verkregen bij de v
**3.**
De artikelen 6b, 6c en 6d zijn van overeenkomstige toepassing op een deelnemersraad, die krachtens de statuten en reglementen van een fonds is ingesteld anders dan met toepassing van het eerste en tweede lid, mits
De artikelen 6b, 6c, 6d en 6e zijn van overeenkomstige toepassing op een deelnemersraad, die krachtens de statuten en reglementen van een fonds is ingesteld anders dan met toepassing van het eerste en tweede lid, mits
a. is voldaan aan de tweede zin van het eerste onderscheidenlijk tweede lid; en
b. in geval van een bedrijfstakpensioenfonds tevens is voldaan aan de vierde en vijfde zin van het eerste lid en aan het vierde lid.
**4.** Een vereniging als bedoeld in het eerste en tweede lid moet volledige rechtsbevoegdheid bezitten; haar statutair doel moet mede omvatten het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbenden bij een fonds.
**5.** Onze Minister kan verenigingen aanwijzen op wie het eerste lid, vierde volzin, en het vierde lid, voor een bij die aanwijzing te bepalen periode niet van toepassing zijn.
### Artikel 6b
**1.**
@ -301,6 +303,12 @@ b. het opleggen van een verbod aan het bevoegde orgaan van het fonds om handelin
**10.** De kosten van het voeren van rechtsgedingen door de deelnemersraad komen ten laste van het fonds, indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de deelnemersraad en het fonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld. In rechtsgedingen tussen het fonds en de deelnemersraad kan de deelnemersraad niet in de proceskosten worden veroordeeld.
### Artikel 6ca
**1.** Een geleding binnen de deelnemersraad kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam beroep instellen tegen een besluit als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onderdeel f of g, van het bevoegde orgaan van het fonds, wanneer dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van de deelnemersraad.
**2.** Artikel 6c, derde tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepasssing.
### Artikel 6d
**1.** Indien binnen de in artikel 6c, derde lid, bedoelde termijn geen beroep bij de ondernemingskamer is ingesteld, kan de deelnemersraad of een gedeelte van ten minste 10% van de leden van de deelnemersraad een klacht indienen bij de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van het oordeel dat het bevoegde orgaan van het fonds bij een aangelegenheid als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, de belangen van belanghebbenden niet op evenwichtige wijze behartigt. De klacht wordt binnen acht weken na afloop van die termijn ingediend volgens door de Pensioen- & Verzekeringskamer te stellen regels. Die regels, welke de goedkeuring behoeven van Onze Minister, worden in de Staatscourant bekend gemaakt. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
@ -527,7 +535,7 @@ Een pensioenfonds, een spaarfonds, een werkgever en een verzekeraar als bedoeld
**1.** Het toezicht op de uitvoering van deze wet berust bij de Pensioen- & Verzekeringskamer.
**2.** Onze Minister kan met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 2a, 2b, 6a, 6c, 7, 8, 8a, 8b, 8c, 25, 29, 32, 32a, 32b, 32ba en 32c aan de Pensioen- & Verzekeringskamer aanwijzingen van algemene aard geven betreffende de uitoefening van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak.
**2.** Onze Minister kan met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 2a, 2b, 2c, 3b, 6a, 6d, 7, 8, 8a, 8b, 8c, 25, 29, 32, 32a, 32b, 32 ba, 32c, 32e, 32f, 32g en 32h aan de Pensioen- & Verzekeringskamer aanwijzingen van algemene aard geven betreffende de uitoefening van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak.
### Artikel 20a
@ -601,7 +609,7 @@ e. organisaties van andere belanghebbenden, behorende tot bij koninklijk besluit
### Artikel 23a
**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde lid en vijfde lid, 3, eerste lid, 4, eerste tot en met vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6a, 6b, vierde lid, 6c, vijfde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, 10a, 10b, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.
**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde, en vijfde lid, 2c, 3, eerste lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6a, 6b, tweede en vierde lid, 6d, derde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, derde lid, 10a, 10b, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.
**2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
@ -609,7 +617,7 @@ e. organisaties van andere belanghebbenden, behorende tot bij koninklijk besluit
### Artikel 23b
**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde lid en vijfde lid, 3, eerste lid, 3a, derde en vierde lid, 4, eerste tot en met vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6a, 6b, vierde lid, 6c, eerste en vijfde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, 10a, 10b, 11, eerste en tweede lid, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.
**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde en vijfde lid, 2c, 3, eerste lid, 3a, derde en vierde lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6a, 6b, tweede en vierde lid, 6c, eerste lid, 6d, derde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, derde lid, 10a, 10b, 11, eerste en tweede lid, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.
**2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
@ -625,7 +633,7 @@ e. organisaties van andere belanghebbenden, behorende tot bij koninklijk besluit
**4.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog moet worden geacht.
**5.** Voor overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 2b, vijfde lid, 9d, 10, tweede lid, 10b, achtste lid, en 32b, derde lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage behorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 907 560 bedraagt. Ten aanzien van de regelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, tweede volzin, is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing.
**5.** Voor overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 2b, vijfde lid, 2c, tweede lid, 9d, 10, tweede lid, 10b, achtste lid, 32, negende lid en 32b, derde lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage behorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 907 560 bedraagt. Ten aanzien van de regelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, tweede volzin, is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 23d
@ -691,7 +699,7 @@ De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete w
### Artikel 23l
**1.** Indien aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 23 binnen de gestelde termijn niet of onvoldoende gevolg is gegeven kan de Pensioen- & Verzekeringskamer aan het bestuur van het fonds aanzeggen dat het vanaf een bepaald tijdstip zijn bevoegdheden slechts mag uitoefenen na toestemming door een of meer door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen; deze aanzegging wordt terstond van kracht.
**1.** Indien aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 23 binnen de gestelde termijn niet of onvoldoende gevolg is gegeven kan de Pensioen- & Verzekeringskamer aan het bestuur van het fonds aanzeggen dat het vanaf een bepaald tijdstip zijn bevoegdheden slechts mag uitoefenen na toestemming door een of meer door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen; deze aanzegging wordt terstond van kracht. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een op grond van de vorige volzin aangewezen persoon een bezoldiging toekennen ten laste van het fonds of van de onderneming waaraan het fonds is verbonden.
**2.** Indien naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld ingrijpen noodzakelijk is kan zij zonder voorafgaande aanwijzing onmiddellijk uitvoering geven aan het eerste lid, nadat zij het bestuur in de gelegenheid heeft gesteld zijn mening over de onmiddellijke uitvoering te geven.
@ -780,9 +788,9 @@ Vervallen
**3.** Volmacht tot invordering van het pensioen, onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
**4.** Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid, de artikelen 32*a* en 32*b* en het bepaalde krachtens artikel 2, vierde lid, kan pensioen of een aanspraak op pensioen slechts worden afgekocht in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen.
**4.** Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid, de artikelen 32a en 32b en het bepaalde krachtens artikel 2, vierde lid, kan pensioen of een aanspraak op pensioen slechts worden afgekocht in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen.
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid heeft zowel het pensioenfonds of de verzekeraar zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van het pensioenfonds of de verzekeraar het recht tot afkoop van het pensioen, indien het pensioen op het tijdstip van ingang een bedrag van € 332,29 per 1 januari 2003 € 343,59.per jaar niet te boven gaat. De afkoopsom wordt ter hand gesteld van de rechthebbende. In het geval de rechthebbende zich in het buitenland heeft gevestigd geldt voor het in de eerste volzin genoemde bedrag het tweevoudige en is het pensioenfonds of de verzekeraar op verzoek van de rechthebbende verplicht voor het tijdstip van ingang aanspraken op pensioen af te kopen indien op het tijdstip van afkoop de hoogte van de pensioenaanspraak het tweevoudige van het in de eerste volzin genoemde bedrag niet te boven gaat.
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid heeft zowel het pensioenfonds of de verzekeraar zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van het pensioenfonds of de verzekeraar het recht tot afkoop van het pensioen, indien het pensioen op het tijdstip van ingang een bedrag van € 332,29 per 1 januari 2004 € 350,56. per jaar niet te boven gaat. De afkoopsom wordt ter hand gesteld van de rechthebbende. In het geval de rechthebbende zich in het buitenland heeft gevestigd geldt voor het in de eerste volzin genoemde bedrag het tweevoudige en is het pensioenfonds of de verzekeraar op verzoek van de rechthebbende verplicht voor het tijdstip van ingang aanspraken op pensioen af te kopen indien op het tijdstip van afkoop de hoogte van de pensioenaanspraak het tweevoudige van het in de eerste volzin genoemde bedrag niet te boven gaat.
**6.** Het bedrag, genoemd in het vorige lid, wordt bij ministeriële regeling telkens herzien met ingang van 1 januari met hetzelfde percentage waarmee de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals dat wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, over de maand oktober daaraan voorafgaande naar boven of beneden afwijkt van die index over de maand oktober van het jaar voorafgaande aan de eerstgenoemde maand oktober.
@ -900,7 +908,7 @@ Inlichtingen uit de basisadministratie persoonsgegevens en inlichtingen en uittr
### Artikel 35
Vervallen
Pensioenfondsen brengen hun statuten en reglementen binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 in overeenstemming met de artikelen 2c, 6a, 6b en 6c, eerste en tiende lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.
### Artikel 36