From 6ce3b37cea3b5f0ce3ee7a6e8cba74b127d64400 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-01-01 | BWBR0007149 | Wet arbeid vreemdelingen --- wet/wet-arbeid-vreemdelingen/BWBR0007149/README.md | 4 ++-- 1 file changed, 2 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/wet-arbeid-vreemdelingen/BWBR0007149/README.md b/wet/wet-arbeid-vreemdelingen/BWBR0007149/README.md index bf2e34552cc..2ad84d99a85 100644 --- a/wet/wet-arbeid-vreemdelingen/BWBR0007149/README.md +++ b/wet/wet-arbeid-vreemdelingen/BWBR0007149/README.md @@ -288,7 +288,7 @@ e. het officiële nummer waaronder een betreffend vervoermiddel is geregistreerd ### Artikel 19c -Een beboetbaar feit wordt aangemerkt als een strafbaar feit indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden. +Een beboetbaar feit wordt aangemerkt als een strafbaar feit, indien tweemaal binnen een aan de dag van het constateren van dat beboetbare feit voorafgaande periode van 48 maanden, met respectievelijke tussenliggende perioden van ten hoogste 24 maanden, voor een beboetbaar feit bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting een boete is opgelegd die onherroepelijk is geworden. ### Artikel 19d @@ -299,7 +299,7 @@ De hoogte van de boete, die voor een beboetbaar feit kan worden opgelegd, is, in a. een natuurlijk persoon, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 11 250, b. een rechtspersoon, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 45 000. -**2.** Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar de boete met 50% van de geldsom, indien terzake het plegen van het beboetbare feit nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat het feit is geconstateerd en het opleggen van een vroegere boete wegens het niet naleven van dezelfde wettelijke verplichting onherroepelijk is geworden. +**2.** Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar de op te leggen boete met 50%, indien op de dag van het constateren van het beboetbare feit nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerder beboetbaar feit bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de boete wegens het eerdere beboetbare feit onherroepelijk is geworden. **3.** Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de beboetbare feiten worden vastgesteld.