2005-01-01 | BWBR0017838 | Uitvoeringsbesluit WWIK

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent f2100c8790
commit 6ce40f73f7

View file

@ -30,9 +30,7 @@ De beoordeling of de kunstenaar gedurende de periode, bedoeld in artikel 8, aanh
### Artikel 3
**1.** Voor kunstenaars aan wie nog niet eerder uitkering op grond van de WIK of de WWIK is verleend, bedraagt het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, van de WWIK, na vermindering met de in aanmerking te nemen beroepskosten, bedoeld in artikel 17 van de WWIK, € 1.200,.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder de in aanmerking te nemen beroepskosten, bedoeld in artikel 17 van de WWIK, verstaan de directe kosten die uitsluitend kunnen worden toegerekend aan het met werkzaamheden als kunstenaar verworven inkomen in de periode van twaalf kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de kalendermaand waarin uitkering wordt aangevraagd.
Voor kunstenaars aan wie nog niet eerder uitkering op grond van de WIK of de WWIK is verleend, bedraagt het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, van de WWIK, € 1.200,, dat is verworven in de twaalf kalendermaanden onmiddellijk voorafgaand aan de kalendermaand waarin uitkering wordt aangevraagd.
### Artikel 4
@ -75,7 +73,14 @@ b. de variabele kosten, afgeleid uit de jaarrekening van het kalenderjaar onmidd
### Artikel 8
Vervallen
**1.**
De weigering, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de WWIK, wordt vastgesteld op:
a. vijf procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c of e, van de WWIK;
b. tien procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a, b of d, van de WWIK.
**2.** De periode van weigering van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verdubbeld, indien de kunstenaar, of zijn echtgenoot, zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedragingen opnieuw schuldig maakt aan verwijtbare gedragingen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de WWIK. Geen verdubbeling vindt plaats indien de eerdere weigering betrekking heeft op gedragingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de nieuwe verwijtbare gedragingen worden aangemerkt als gedragingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
### Paragraaf 5. Vaststelling vermogenswaarde bezittingen, met zowel een zakelijk als een privé karakter, noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar
@ -145,14 +150,14 @@ e. de provincie Flevoland: jegens het college van de gemeente Lelystad;
f. de provincie Utrecht: jegens het college van de gemeente Utrecht;
g. de provincie Zeeland: jegens het college van de gemeente Middelburg;
h. de provincie Limburg: jegens het college van de gemeente Maastricht;
i. de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle: jegens het college van de gemeente Zwolle;
i. de gemeenten Bathmen, Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle: jegens het college van de gemeente Zwolle;
j. de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden: jegens het college van de gemeente Enschede;
k. de gemeenten Alkmaar, Andijk, Anna Paulowna, Beemster, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Edam-Volendam, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Harenkarspel, Heerhugowaard, Heiloo, Hoorn, Koggenland, Landsmeer, Langedijk, Medemblik, Niedorp, Oostzaan, Opmeer, Purmerend, Schagen, Schermer, Stede Broec, Texel, Waterland, Wervershoof, Wieringen, Wieringermeer, Wormerland, Zaanstad, Zeevang, Zijpe: jegens het college van de gemeente Alkmaar;
l. de gemeenten Aalsmeer, Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Zandvoort: jegens het college van de gemeente Haarlem;
k. de gemeenten Alkmaar, Andijk, Anna Paulowna, Beemster, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Edam-Volendam, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Harenkarspel, Heerhugowaard, Heiloo, Hoorn, Landsmeer, Langedijk, Medemblik, Niedorp, Noorder-Koggenland, Obdam, Oostzaan, Opmeer, Purmerend, Schagen, Schermer, Stede Broec, Texel, Venhuizen, Waterland, Wervershoof, Wester-Koggenland, Wieringen, Wieringermeer, Wognum, Wormerland, Zaanstad, Zeevang, Zijpe: jegens het college van de gemeente Alkmaar;
l. de gemeenten Aalsmeer, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Zandvoort: jegens het college van de gemeente Haarlem;
m. de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel: jegens het college van de gemeente Amsterdam;
n. de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren: jegens het college van de gemeente Hilversum;
o. de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Boskoop, Delft, Den Haag, Gouda, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Midden-Delfland, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Reeuwijk, Rijnwoude, Rijswijk, Teylingen, Vlist, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar, Westland, Zoetermeer, Zoeterwoude: jegens het college van de gemeente Den Haag;
p. de gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bergambacht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle, Capelle aan den IJssel, Cromstrijen, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Moordrecht, Nederlek, Nieuw-Lekkerland, Nieuwerkerk aan den IJssel, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Ouderkerk, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Schoonhoven, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westvoorne, Zederik, Zevenhuizen-Moerkapelle, Zwijndrecht: jegens het college van de gemeente Rotterdam;
o. de gemeenten Alkemade, Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Boskoop, Delft, Den Haag, Gouda, Hillegom, Jacobswoude, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Liemeer, Lisse, Midden-Delfland, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Reeuwijk, Rijnsburg, Rijnwoude, Rijswijk, Sassenheim, Ter Aar, Valkenburg, Vlist, Voorhout, Voorschoten, Waddinxveen, Warmond, Wassenaar, Westland, Zoetermeer, Zoeterwoude: jegens het college van de gemeente Den Haag;
p. de gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bergambacht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Binnenmaas, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den IJssel, Cromstrijen, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, 's-Gravendeel, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Krimpen aan den IJssel, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Moordrecht, Nederlek, Nieuw-Lekkerland, Nieuwerkerk aan den IJssel, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Ouderkerk, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Schoonhoven, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westvoorne, Zederik, Zevenhuizen-Moerkapelle, Zwijndrecht: jegens het college van de gemeente Rotterdam;
q. de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout,Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert: jegens het college van de gemeente Breda;
r. de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk: jegens het college van de gemeente Tilburg;
s. de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel, Vught: jegens het college van de gemeente 's-Hertogenbosch;
@ -182,7 +187,7 @@ Wijzigt het Besluit gelijkstelling vreemdelingen WWB, Ioaw, Ioaz, Wvg en WIK.
### Artikel 22
Wijzigt het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 23
@ -204,17 +209,7 @@ Wijzigt het Besluit WWB.
### Artikel 27
**1.** De kunstenaar die in of voor het jaar 2004 een uitkering heeft ontvangen op grond van de WIK, heeft in het jaar 2005 recht op uitkering op grond van de WWIK, indien hij in het jaar 2004 een omzet of bruto-inkomen uit kunst van € 1.089, heeft verworven.
**2.** Voor de kunstenaar aan wie op grond van het eerste lid uitkering is verleend en de kunstenaar die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WWIK uitkering op grond van de WIK is verleend, geldt dat de beoordeling van het recht op uitkering in het daaropvolgende jaar plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, eerste lid, van de WWIK, zijnde niet meer dan in voornoemd artikel genoemd bedrag van € 2.800,.
**3.** Voor de kunstenaar die na de beoordeling van het bruto-inkomen, bedoeld in het eerste en tweede lid, recht op uitkering heeft, geldt voor de volgende beoordelingsperiode van twaalf kalendermaanden, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIK de naast hogere inkomenseis, bedoeld in voornoemd artikel.
**4.** Voor de kunstenaar, bedoeld in het eerste lid, geldt dat het in het eerste lid genoemde bedrag naar evenredigheid wordt verlaagd indien de kunstenaar gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, doch ten minste gedurende een aaneengesloten periode van vier weken, wegens ziekte of deelname aan beroepskwalificerende scholingsactiviteiten geen werkzaamheden als kunstenaar heeft verricht.
**5.** Voor het vaststellen van de periode van ziekte, bedoeld in het vierde lid, worden perioden van ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
**6.** In afwijking van het eerste lid wordt voor de kunstenaar, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel c, van de WWIK, het bedrag bedoeld in het eerste lid op nihil gesteld, indien het jaar 2004 het eerste kalenderjaar is waarin uitkering werd verleend op grond van de WIK.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 28