From 6d1d88082345503aa6b1c6c51bee259abc5a8139 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-07-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand --- .../BWBR0015703/README.md | 28 +++++++++---------- 1 file changed, 13 insertions(+), 15 deletions(-) diff --git a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md index 779a78e801e..d7e76212cec 100644 --- a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md +++ b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md @@ -379,18 +379,18 @@ Vervallen Voor belanghebbenden van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande:  € 567,79 per 1 januari 2011: € 656,93; -b. een alleenstaande ouder:  € 794,90 per 1 januari 2011: € 919,70; -c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar:  € 1135,57 per 1 januari 2011: € 1.313,85. +a. een alleenstaande:  € 567,79 per 1 juli 2011: € 659,93; +b. een alleenstaande ouder:  € 794,90 per 1 juli 2011: € 923,90; +c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar:  € 1135,57 per 1 juli 2011: € 1.319,85. ### Artikel 22 Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande:  € 843,90 per 1 januari 2011: € 1.008,30; -b. een alleenstaande ouder:  € 1071,01 per 1 januari 2011: € 1.268,72; -c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,16 per 1 januari 2011: € 1.388,16; -d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 27 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar:  € 1197,70 per 1 januari 2011: € 1.388,16. +a. een alleenstaande:  € 843,90 per 1 juli 2011: € 1.013,58; +b. een alleenstaande ouder:  € 1071,01 per 1 juli 2011: € 1.275,53; +c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,16 per 1 juli 2011: € 1.395,13; +d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 27 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar:  € 1197,70 per 1 juli 2011: € 1.395,13. ### Artikel 23 @@ -398,8 +398,8 @@ d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 2 Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder:  € 245,85 per 1 januari 2011: € 292,57; -b. gehuwden:  € 382,43 per 1 januari 2011: € 455,06. +a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder:  € 245,85 per 1 juli 2011: € 293,92; +b. gehuwden:  € 382,43 per 1 juli 2011: € 457,15. **2.** @@ -420,7 +420,7 @@ Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, is voor de rec **1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 21, onderdelen a en b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000. -**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste  € 227,11 per 1 januari 2011: € 262,77 per kalendermaand. +**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste  € 227,11 per 1 juli 2011: € 263,97 per kalendermaand. ### Artikel 26 @@ -467,11 +467,11 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend; h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen; i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden; -j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 januari 2011: € 2.253,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; +j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 juli 2011: € 2.267,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag; l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade; m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn; -n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 183,00 per 1 januari 2011: € 189,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon jonger dan 65 jaar geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling; +n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 183,00 per 1 juli 2011: € 190,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon jonger dan 65 jaar geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling; o. een financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben en een financiële tegemoetkoming waarop personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet recht hebben; p. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet; q. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; @@ -1442,9 +1442,7 @@ Indien het college vóór de datum van inwerkingtreding van paragraaf 5.4 ten a ### Artikel 78p -**1.** Ten aanzien van de persoon wiens recht op bijstand voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XX, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 13, eerste lid, onderdeel b, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XX, onderdeel Aa, van de Verzamewet SZW 2011 en eindigt het recht op bijstand, in afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel b, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd. - -**2.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding. +Vervallen ## Hoofdstuk 8. Slotbepalingen